Anarchisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
ANARCHISME
Symbool anarchisme
Maatschappijvormen

Anarchocommunisme
Anarchokapitalisme
Anarchoprimitivisme
Collectief-anarchisme
Individualistisch anarchisme

Tactische en Filosofische Opvattingen

Anarchopacifisme
Anarchosyndicalisme
Autonomisme
Christenanarchisme
Ecoanarchisme
Illegalisme
Voluntarisme

Verzameltermen

Libertarisch socialisme
Sociaal-anarchisme

Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Politiek

Anarchisme (van het Griekse 'αναρχος', anarchos: αν = "geen" αρχος = "heerser") is het streven naar een situatie of samenleving waarin mensen zonder een hogere macht of autoriteit leven (anarchie). Het is de verzameling denkwijzen die terug te brengen is tot de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of ván iets of iemand erkent. In de omgangstaal wordt de term anarchie als samenleving vaak verward met een andere betekenis van het begrip anarchie, namelijk chaos of wanorde/verwarring. Met de term sociaal-anarchisme tracht men die verwarring tegen te gaan.

Als politieke stroming is de moderne anarchistische beweging rond 1860 ontstaan als een afsplitsing van het socialisme. Het belangrijkste verschil tussen beide stromingen is dat het anarchisme ook na de revolutie iedere vorm van centraal gezag afwijst. Wel zijn beide het erover eens dat de productiemiddelen collectief bezit behoren te zijn.

Volgens anarchisten leidt elke vorm van gezag tot onderdrukking en is het beter om een bestuur in de vorm van kleine autonome (zelfbesturende) gemeenschappen te hebben. Deze functioneren op basis van vrije associatie en gelijkheid van de deelnemers. Voorbeelden hiervan zijn basisdemocratieën en grassrootsdemocratie zoals die bijvoorbeeld terug te vinden zijn in de manier van organiseren van actiekampen, acties of bijeenkomsten bij anti-globalistische protesten. Hier geldt besluitvorming bij consensus, organisatie in basisgroepen en autonomie van deelnemers als leidraad.

Vanwege de nadruk op de vrije associatie van individuen wordt persoonlijke bewustwording door veel anarchisten belangrijk gevonden. Een anarchistisch adagium is daarom: "het persoonlijke is politiek".

Diversiteit van anarchisme[bewerken]

Iemand die de regering wil afschaffen zonder die te vervangen door een andere vorm van regering wordt meestal beschouwd als anarchist. Een anarchist ziet doorgaans een contradictie tussen de begrippen "staat" en "samenleving". In uiteenlopende anarchistische voorstellingen dient de samenleving bevrijd te worden uit de houdgreep van de staat. Er is een wijd scala aan uiteenlopende stromingen die onder de noemer "anarchisme" vallen. Zij verschillen op grond van hoe de economie gereorganiseerd dient te worden.

Maatschappijvorm Beschrijving
Mutualisme De arbeiders krijgen de productiemiddelen die ze gebruiken in vruchtgebruik. Voorstander van de markt, maar verwerpt wel loonarbeid en rente. Oprichting van mutualistische banken.
Individualistisch anarchisme Individuele autonomie tegen autoriteit en dwang, iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en geweten tegenover de medemens.
Collectief-anarchisme Productiemiddelen zijn het collectieve eigendom van degenen die ermee werken. Roept op tot vrijwillige federalisering.
Anarchocommunisme Productiemiddelen zijn het collectieve eigendom van de gehele gemeenschap, waarbij iedereen werkt naar vermogen en iedereen krijgt naar behoefte.
Anarchokapitalisme Staat voor een kapitalistisch geleide economie in afwezigheid van een regering.
Anarchoprimitivisme Terugkeer naar het tijdperk van jagers en verzamelaars of naar de vroegste vormen van landbouwgemeenschappen.

Daarnaast zijn er meerdere anarchistische stromingen met een bepaald 'tintje':

Naam Beschrijving
Christenanarchisme Een gedachteschool van het anarchisme met de Bijbel als belangrijkste inspiratiebron.
Anarchosyndicalisme Kent een grote rol toe aan de vakbond en zelfbeheer.
Ecoanarchisme Stroming waarbij dominantie van de mens over ecosystemen geassocieerd wordt met onderdrukking binnen samenlevingen. Wordt geassocieerd met de actiebewegingen 'Earth First!' en GroenFront!. Heeft zijn wortels binnen het ecologisme. Wordt ook wel groen anarchisme genoemd.
Infoanarchisme Een overkoepelende term voor verschillende groepen van mensen die tegen alle vormen van intellectueel eigendom zijn. Belangrijke groepering hierbij is GNU.
Queeranarchisme Streeft naar een wereld zonder homofobie, heteroseksisme en geslachtsbinairiteit.
Illegalisme Stroming die vooral in de lage landen invloed had. Binnen het illegalisme wordt criminaliteit als levensvoorziening gedoogd.
Anarchopacifisme Stroming binnen het anarchisme die tegen iedere vorm van geweld is, ofwel volledige geweldloosheid voorstaat.

Geschiedenis[bewerken]

William Godwin[bewerken]

William Godwin

William Godwin wordt vaak aangehaald als de eerste anarchist. In 1793 schreef hij 'Political Justice', dat beschouwd kan worden als de eerste expressie van anarchisme. Godwin verzette zich als filosofisch anarchist tegen revolutionaire actie en was voorstander van een minimale staat die dan als 'noodzakelijk kwaad' gedoogd werd. Uiteindelijk zou volgens hem deze staat machteloos en overbodig worden en zichzelf opheffen. Godwin stond een soort extreem individualistisch anarchisme voor. Als utilitarist was Godwin ervan overtuigd dat niet iedereen gelijk was en dat enkele 'van ons' meer waarde en belang hadden, waarbij alles in verhouding stond tot wat een individu voor de maatschappij betekende. Hij was tegen een regering omdat een samenleving met een regering strijdig was met de individuele vrijheid zelf te bepalen wat juist was en te bepalen welke acties nodig waren om in het algemeen belang te handelen.

Mutualisme[bewerken]

De Franse filosoof Pierre-Joseph Proudhon wordt beschouwd als de eerste schrijver die zichzelf "anarchist" noemde (1840-1850). Hij stond een samenleving voor, gebaseerd op vrijwillige coöperatieven: het zogenoemde mutualisme, dat nog terug te vinden is in de naam van de Belgische mutualiteiten (ziektekostenverzekering). Het eerste tijdschrift met de term "anarchisme" in de titel was het in 1850 verschenen blad L'Anarchie, Journal de l'Ordre van Anselme Bellegarrigue.

De anti-autoritaire vleugel rond Bakoenin[bewerken]

In de tweede helft van de negentiende eeuw was anarchisme vooral een verzamelnaam voor anti-autoritaire socialisten. In de Eerste Internationale arbeidersorganisatie (1864-1872) waren de Franse proudhonisten sterke tegenstanders van Marx. Toen in 1868 de proudhonisten de greep op de Franse sectie verloren, verscheen gelijk een nieuwe tegenstander van Marx ten tonele: Michail Bakoenin. Waar Proudhon zijn coöperaties binnen de bestaande maatschappij wilde realiseren moesten volgens Bakoenin alle productiemiddelen collectief bezit worden. De bestaande orde moest dus omvergeworpen worden, desnoods met geweld. Voor hem was de wil om het bestaande te vernietigen een uiting van creativiteit. Zijn ideeën sloegen aan bij Russische nihilisten, die in de jaren 1860 een aantal aanslagen pleegden. Hoewel rond 1870 het nihilisme door de repressie van de Russische staat haar politieke betekenis had verloren, bleven anarchisme en nihilisme door de golf van aanslagen geïdentificeerd worden met terrorisme. Zo wordt de geslaagde aanslag in 1881 op de Russische tsaar Alexander II ten onrechte toegeschreven aan de anarchisten, terwijl de aanslag werd gepleegd door een aanhanger van de socialistische beweging van de Narodniki.

Het anti-autoritaire standpunt van Bakoenin won snel aan populariteit in de Zwitserse, Italiaanse en Spaanse secties van de in 1864 opgerichte Eerste Internationale. In 1872 werden op een congres in Den Haag echter de anarchistische leden door de aanhangers van Karl Marx uit de beweging gezet. Marx wees de opvatting van Bakoenin dat de revolutie door spontane actie van het lompenproletariaat en de boeren zou moeten ontstaan af en koos in plaats daarvan voor een strak georganiseerde beweging van arbeiders als kern van de revolutie. Dit verschil van mening tussen de marxisten en de anarchisten betekende in 1876 het einde van de Eerste Internationale. Van 1873 tot 1877 bestond er nog een tijdje een Anti-autoritaire Internationale, die ook wel de 'anarchistische internationale' genoemd werd en vooral in de Romaanstalige landen veel aanhang had. Ook in 2012 zal er weer een Anti-autoritaire Internationale plaatsvinden. [1]

Socialisme kreeg pas de huidige politieke betekenis nadat de anarchisten uit de Internationale waren gestapt. Anarchisme bleef echter tot aan de Eerste Wereldoorlog een belangrijke ideologie voor de arbeidersbeweging. [2]

Propaganda van de daad[bewerken]

Het anarchisme kwam vooral in de publiciteit doordat aan het einde van de 19e eeuw de politieke leiders van de Franse Republiek (president Sadi Carnot, 1894), Italië (koning Umberto I, 1900), en de Verenigde Staten (president William McKinley, 1901) door anarchisten werden vermoord. Ook keizerin-koningin Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije (1898) werd het slachtoffer van een aanslag door een anarchist. Deze anarchisten hingen het door Carlo Cafiero bedachte principe van propaganda van de daad aan[3], dat er vanuit ging dat men door aanslagen een revolutie kon ontketenen. Deze terroristische methoden maakten de anarchisten zeer gevreesd bij de autoriteiten, maar konden niet de goedkeuring van alle anarchisten wegdragen.

Communevorming en syndicalisme[bewerken]

Anarcho-syndicalistische vlag

De Russische anarchistische theoreticus Peter Kropotkin legde de grondslag voor een minder gewelddadige versie van het anarchisme. Hij pleitte voor een totale collectivisatie van de samenleving waarin niet alleen de productiemiddelen gecollectiviseerd werden, maar ook de consumptie, volgens de richtlijn: "Van ieder naar zijn vermogen, aan ieder naar zijn behoeften". Volgens hem toonden de biologie en de sociologie aan dat mensen en dieren eerder tot samenwerking dan tot competitie geneigd waren. Concreet gestalte kregen Kropotkins ideeën over collectivisering in verschillende communes en kolonies die op basis van gemeenschappelijk bezit werden gesticht, zoals Walden onder leiding van de Nederlandse schrijver Frederik van Eeden. De uitstraling van deze kleinschalige experimenten was echter vrij gering.

Belangrijker voor de ontwikkeling van het anarchisme als politieke beweging was de oproep van Kropotkin in 1895 dat anarchisten lid moesten worden van vakbonden om daar de discussie over de anarchistische revolutie op te starten en van zichzelf te bewijzen dat ze geen eigenbelang nastreefden. Na de slechte naam die het terrorisme hen had gegeven was dit voor veel militanten een welkome koers. De invloed die anarchisten op de vakbeweging uitoefenden vindt men in verschillende vormen terug.

Het revolutionair syndicalisme dat zich vanaf de jaren tachtig van de 19e eeuw in Frankrijk ontwikkelde als ideologie van de vakcentrale CGT ziet men soms ook wel als een anarchistische stroming. Syndicalisten en anarchisten zelf verschilden daarover van mening. In elk geval kenmerkten zij zich door verzet tegen de integratie van vakbonden met het politieke (autoritaire) socialisme (al dan niet reformistisch) en geloofden zij net als anarchisten dat directe actie (in hun geval de algemene staking) de revolutie kon brengen. Georges Sorel was voor de autonome arbeidersbeweging een belangrijk denker.

De Anarchistische Internationale van Amsterdam 1907[bewerken]

Nadat in 1896 op de Tweede Internationale in Londen de anarchisten daar definitief van werden uitgesloten kwamen er nieuwe initiatieven om een Anarchistische Internationale te houden. Niet alle anarchisten vonden dit overigens een goed idee: de Franse anarchist Jean Grave, maar ook de Nederlandse anarchist Domela Nieuwenhuis vonden een Internationale een begin van corrumperend centralisme dat de autonomie van de lokale organisaties zou aantasten. Volgens hen moest samenwerking op tijdelijke basis met een vastomlijnd doel. Het Internationale Anarchistische Congres in Amsterdam in 1907 werd evenwel goed bezocht. De belangrijkste tegenstelling was hier tussen de oude Italiaanse anarchist Errico Malatesta en Pierre Monatte, een revolutionair syndicalist die de oude anarchisten vroeg zich bij de nieuwe beweging aan te sluiten. Malatesta wees het syndicalisme echter van de hand omdat vakbonden uiteindelijk reformistische instituties zijn en de revolutie op basis van morele (ideële) solidariteit moet plaatsvinden, niet op basis van 'illusoire' economische solidariteit. Malatesta vond klassenstrijd een marxistische fictie. [4]

Historische anarchistische bewegingen[bewerken]

Het anarchisme werd begin 20e eeuw vooral in Zuid-Europa en de Latijns-Amerikaanse wereld een massabeweging. Anarchisme als historische massabeweging is volgens Peter Lösche in te delen in drie (sociologische) typen:

  • Agraranarchismus van kleine boeren en landarbeiders, zoals in het Spaanse Andalusië (1890-1936).
  • Handwerkersanarchismus van ambachtslieden of arbeiders in ambachtelijke beroepen, zoals in de Zwitserse Jura, maar ook het Nederlandse en Belgische anarchisme is van die aard.
  • Syndicalismus van industriële arbeiders die teleurgesteld zijn in het reformisme en centralisme van politiek socialisme, zoals in Frankrijk. [5]

Volgens Gaetano Manfredonia zijn er drie 'modellen' van anarchisme die wel tegelijk voorkwamen in een regio:

  • insurrectionnel, bijvoorbeeld de propagandisten van de daad of andere dissidenten die eventueel samen kwamen in anarchistische organisaties
  • syndicaliste, anarchisten die zich met de vakbeweging bemoeiden
  • educationiste-realisateur, die zich richtten op de 'vorming van de nieuwe mens' door onderwijs dat onafhankelijk was van kerk en staat, bijvoorbeeld de enthousiastelingen voor Esperanto. [6]

Een voorbeeld van een (agrarisch) anarchistische massabeweging is te vinden in de Mexicaanse Revolutie (1910-1917). Deze was in hoge mate geïnspireerd door anarchistische ideeën (bekende anarchisten waren Ricardo Flores Magón, Antonio Díaz Soto y Gama en Emiliano Zapata).

In Spanje telde het anarchosyndicalistische CNT meer dan een miljoen leden onder de arbeiders en boeren, en kwam het in 1936 tot een ware anarchistische revolutie, dat wil zeggen de hele maatschappij in grote delen van Spanje (vooral Catalonië) werd op anarchistische wijze georganiseerd. De burgeroorlog die uitbrak toen de fascistische generaal Franco de macht wilde grijpen, brak het élan van deze revolutie. Temeer omdat de socialistische en communistische krachten in de regering van de Republiek zich tegen de anarchisten keerden en de revolutie, desnoods met geweld, begonnen terug te draaien. Met de overwinning van Franco werden tienduizenden 'roden' vermoord, tienduizenden vluchtten het land uit. Vele Spaanse anarchisten bleven voort strijden in de verzetsbewegingen tegen het fascisme en het kapitaal in Europa, een handvol ook na de Tweede Wereldoorlog (Sabate, Facerías), anderen waren actief in de eerste Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen (bijvoorbeeld Cienfuegos in Cuba).

Modern anarchisme[bewerken]

Na onderdrukking overal ter wereld in de jaren dertig van de 20ste eeuw, leek het anarchisme als invloedrijke beweging dood te zijn. Maar in de jaren zestig herleefde het toch weer, met onder meer de tegenculturen situationisten en de provo-beweging. Daarna ook binnen de punk- en de kraakbeweging.

Recentelijk kreeg anarchisme aandacht door acties tegen de globalisering en het kapitalisme, zoals de top van de WTO in Seattle in 1999, en van de G8 in Genua in 2001, waarbij anarchisten een belangrijke rol speelden.

Anarchisme in Nederland[bewerken]

De (internationaal) bekendste Nederlandse anarchist is Domela Nieuwenhuis. Het blad De Vrije Socialist dat hij uitgaf (tegenwoordig online voortgezet als De Vrije) propageerde het anarchisme. In 1910 publiceerde hij zijn memoires Van Christen tot Anarchist.

In de jaren zestig herleefden anarchistische ideeën, wat onder andere uiting vond in de Provo-beweging.

Het belangrijkste anarchistisch tijdschrift in Nederland is Buiten de Orde, uitgegeven door de Vrije Bond. Het enige andere expliciet anarchistische periodiek is De AS. Sinds 1934 komen Nederlandse anarchisten rond Pinksteren bij elkaar op de Pinksterlanddagen, die jaarlijks plaatsvinden op de 'Camping tot Vrijheidsbezinning' in Appelscha. Anarchisme vindt tevens een uiting in de kraakbeweging, actiebewegingen als GroenFront!, weggeefwinkels, en zogeheten vrijplaatsen, zoals Eurodusnie in Leiden en ACU in Utrecht.

Literatuur[bewerken]

  • A.L. Constandse, Grondslagen van het anarchisme, Uitg. F.A.N., Rotterdam, 1938
  • Hans Ramaer, Anarchisme in domineesland, Uitg. F. Domela Nieuwenhuisfonds, Amsterdam, 2008

Anarchisme in België[bewerken]

In 1904 werd er in Charleroi een congres gehouden waar de Fédération Amicale des Anarchistes de Belgique uit voortvloeide. Georges Thonar speelde een prominente rol. De federatie kende een aantal afdelingen en ging in 1908/09 de Féderation Anarchiste de Belgique heten.

Andere Belgische anarchisten van die tijd zijn Lucien Hernault en Emile Chapelier. Het levenswerk van deze laatste was de anarcho-communistische kolonie L'Experience te Stokkel, een gehucht in Sint-Pieters-Woluwe, waarvan de bewoners zichzelf Groupement Communiste Libertaire noemden.

De Vrije Bond en Fédération Anarchiste zijn actief in België.

Anarchisme en geweld[bewerken]

De connotatie van gewelddadigheid en chaos die vaak bij het anarchisme opkomt, is vooral het gevolg van een strategie die een klein aantal anarchisten aan het einde van de 19e eeuw gebruikten - de zogenaamde 'propaganda van de daad' - maar ook door de manier waarop het woord gebruikt wordt in de media. De meeste anarchistische ideologen propageren geen geweld, maar accepteren zelfverdediging. Er is een stroming binnen het anarchisme, het anarchopacifisme, dat elke vorm van geweld verwerpt, dus ook zelfverdediging. Andere stromingen maken een onderscheid tussen individueel geweld en georganiseerd geweld.

Anarchisme en recht[bewerken]

Het anarchisme zoals hierboven beschreven draait om twee kernen, te weten:

  1. de revolte tegen opgelegd gezag, zowel individueel (leider) als institutioneel (overheid) en
  2. de omarming van de vrije associatie en gelijkheid, waarvan de zelfbesturende gemeenschappen de institutionele uitdrukking zijn. Dat wat het anarchisme aangaat.

Met betrekking tot het recht komen opnieuw de twee genoemde kernen in beeld. Dan valt op dat het recht in de sfeer van de revolte geen plaats krijgt (of het moet gaan om de erkenning van een ‘recht op verzet’). Het recht introduceert zich evenwel nadrukkelijk in hetgeen door het anarchisme wordt omarmd. Daarmee is een paradox ontstaan waar men niet zonder discussie om heen kan: het recht wordt op de ene plek afgewezen en tegelijk op een andere plek aanvaard.

Die paradox treft men al aan bij de klassieke anarchist Michail Bakoenin. In anarchistische kringen is hij vooral bekend vanwege zijn permanente revolte tegen elke vorm van opgelegd gezag, tegen elke reglementering. Het is een revolte ten behoeve van een vrije wereld. Maar is een wereld zonder reglementering wel een vrije wereld? Dit is de vraag die bij alle verzet gesteld moet worden, meent de Franse schrijver en filosoof, Albert Camus in zijn boek De mens in opstand.[7] Hier kondigt zich nadrukkelijk het onderwerp Anarchisme en recht aan.

Bekende anarchisten[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • "Anarchism" in Encyclopadia Britannica 2001 (cd-rom)
  • Spiegel Historiael 1979 afl. 11 (themanummer "Anarchisme")
  • Fischer Weltgeschichte deel 31: Rußland (2002; 1e druk 1973), p. 225-234
  1. Internationale Anarchistisische Ontmoetingen St. Imier 2012. Het Organisatie Comité van de Internationale Anarchistisische Ontmoetingen St. Imier 2012 Geraadpleegd op 2 July 2012
  2. Susan Milner, The dilemmas of internationalism (New York 1990) p. 27.
  3. Inleiding van Dick Gevers bij het boek De Autobandieten (druk van 2009) van Anton Constandse.
  4. Jan Moulaert, Rood en Zwart. De anarchistische beweging in België (Leuven, 1995) p. 20 en 288.
  5. Moulaert, Rood en zwart, p. 18-20; gebaseerd op Peter Lösche, "Anarchismus", in: Politische Vierteljahresschrift 15 (1974), 53-73.
  6. Gaetano Manfredonia, L'anarchisme en Europe [=Que sais-je? 3613] (Parijs, 2001).
  7. Albert Camus, De mens in opstand (Amsterdam, 1973), p. 130-131.