Argumentum ad populum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Argumentum ad populum of consensus gentium wordt ook wel de populistische drogreden genoemd. Het is een redenatie waarbij een beroep wordt gedaan op de mening van de meerderheid (of veel mensen, populariteit) om te bewijzen dat een stelling waar is. De ad populum kan gezien worden als een vorm van het beroep op autoriteit en is dan vaak een drogreden. Echter indien een ad populum wordt gebruik in een morele of politieke argumentatie ligt dat weer geheel anders. In groepen mensen worden morele opvattingen van de meerderheid in de praktijk als maatstaf genomen, waarmee het argumentum ad populum toch weer in praktische zin waarheid wordt.

Voorbeelden[bewerken]

  • "Marietje is een slet, want iedereen zegt het."
Dat iedereen het zegt, betekent niet dat het zo is; het meerderheidsstandpunt is geen bewijs. Tegelijkertijd is waarheid, in het bijzonder in dit soort zaken, in ultimo een afspraak. Of iemand een slet is, ligt deels besloten in de definitie van de betreffende betiteling. Die is in dit geval deels subjectief, dus zou de uitspraak waar zijn in die zin.
  • "Marietje is een man, want iedereen zegt het."
Dat iedereen het zegt, betekent niet dat het geslacht van Marietje daarmee bepaald is. Geslacht wordt bepaald door genen, danwel hormonen, wat leidt tot uiterlijke kenmerken, welke criteria zijn waarop mensen geslacht beoordeelden en nog beoordelen. Wetenschap tracht hier uitspraak te doen, maar is in ultimo ook weer arbitrair. Is geslacht een chromosoom, een gevoel, of een penis?
  • "Merk X is heel goed, want iedereen koopt het", of net zo fout:
  • "Merk Y is heel slecht, want niemand koopt het"

Dat "niemand" merk Y en "iedereen" merk X koopt kan veel meer met de prijs, de marketing of de afzetkanalen te maken hebben dan met de kwaliteit.


Er kan een verschil gemaakt worden tussen een argumentum ad populum in logisch bewijs en een argumentum ad populum in morele argumentatie.

Logica[bewerken]

Logisch zijn alle voorgaande voorbeeldredeneringen fout. Ze zijn niet zelfbewijzend en dat is criterium voor logisch ware en onware uitspraken. Ter vergelijking een logisch ware redenering (Aristoteles):

  • Ronde dingen kunnen rollen.
  • Knikkers zijn rond.
  • Knikkers kunnen rollen.

Dit is vergelijkbaar met een wiskundig bewijs, het samenvoegen van twee vergelijkingen ter oplossing. In de filosofie een syllogisme met premissen.

Ethiek en politiek[bewerken]

Lastiger is het wanneer een argumentum ad populum wordt gebruik in een morele of politieke argumentatie. In groepen mensen worden morele opvattingen van de meerderheid in de praktijk als maatstaf genomen, waarmee het argumentum ad populum toch weer in praktische zin waarheid wordt. Dat dit slechts een praktisch bruikbare regel oplevert blijkt uit het feit dat slavernij in delen van het westen 250 jaar geleden een geaccepteerd verschijnsel was en inmiddels niet meer. Het 'ad-populumbewijs' is daarmee veranderd. Als dat een logisch, wetenschappelijk bewijs was, was het onveranderlijk.

Bij juryrechtspraak in onder andere het Angelsaksische strafrecht beslist een jury over feitelijke vragen, de essentie van recht is subjectief. De Trias Politica poogt een objectief criterium te zijn, maar is dat niet. De groep bepaalt de leiders, de leiders maken de wetten en rechters toetsen situaties aan die wetten. Dit maakt 'recht' niet een universeel geldend principe; er is geen logisch bewijs voor, geen correcte redenering zonder aanname.

Moreel gelijk is aan tijd, plaats en groep gebonden. De geldigheid met betrekking tot ethiek en politiek van het argumentum ad populum dus ook. Moraal is subjectief (Nietzsche).

Zie ook[bewerken]