Trias politica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De trias politica (ook de driemachtenleer genoemd) is een uitwerking van het idee van scheiding der machten binnen een staat. Het is een politiek systeem dat werd bedacht door de verlichte Fransman Charles Montesquieu. Montesquieu heeft de term trias politica overigens nooit zelf gehanteerd.

Inhoud

[bewerken] Horizontale machtenscheiding

Trias politica houdt in dat de macht over drie gescheiden machten verdeeld moet worden:

  • De wetgevende macht. In Nederland zijn dat de Staten Generaal (Eerste en Tweede kamer) en de regering. In Nederland bestaat de regering uit de koningin en de ministers. In België is dit de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat voor de domeinen waarvoor het federale parlement bevoegd is. Anders wordt de wetgevende macht er uitgeoefend door resp. het Vlaams parlement, het Waals parlement, het parlement van de Franstalige gemeenschap, de assemblee van het Brussels hoofdstedelijk gewest en het parlement van de Duitstalige gemeenschap.
  • De uitvoerende macht (de regering, in België idem (koning en ministers))
  • De rechterlijke macht (de rechters)

De machten hebben ieder hun eigen bevoegdheden en hebben ieder hun eigen zelfstandigheid. Al deze machten afzonderlijk hebben ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de burger verantwoordelijkheden door middel van ingebouwde controlemechanismen.

De uitvoerende macht is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, de wetgevende macht is vervolgens verantwoording verschuldigd aan de burgers. De burgers hebben invloed op de wetgevende macht door middel van verkiezingen.

De rechterlijke macht controleert vervolgens de uitvoering van wetten en regelgeving. De rechterlijke macht zelf kan worden gecontroleerd door middel van openbaarheid van zittingen, openbaarheid van uitspraken, goed klachtrecht en zicht op belangenverstrengeling (nevenfunctieregisters).

Ook de ambtenarij, media en externe adviseurs worden als macht onderkend, dit wordt wel omschreven als Schaduwmacht.

[bewerken] Werking

In theorie is het systeem van de trias politica een van de basisprincipes van de westerse democratie. In de praktijk is een aantal fundamentele beginselen als openbaarheid van uitspraken en verbod op vermenging van functies, hoewel vastgelegd in de Nederlandse Grondwet en in verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het EU-verdrag al dan niet terecht, minder van toepassing geworden. Zo zijn er rechters die tevens volksvertegenwoordiger zijn (zie hieronder). Met de uitspraak in de zaak B&P versus het Verenigd Koninkrijk (zie externe link) heeft Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de openbaarheid van uitspraken als absoluut principe verlaten.

[bewerken] Huidige situatie in België

De federale wetgevende macht maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht. Ze wordt uitgeoefend door het parlement en de Koning. Het parlement bestaat uit twee kamers, de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers. De Kamer van volksvertegenwoordigers oefent ook enkele rechterlijke bevoegdheden uit zoals het opheffen van de onschendbaarheid en het instellen van parlementaire onderzoekscommissies. Tevens is de Kamer betrokken bij de benoemingen of de voordracht van kandidaten voor sommige functies (raadsheer bij de Raad van State en rechter bij het Grondwettelijk Hof).

De federale uitvoerende macht bestuurt het land. Ze zorgt ervoor dat de wetten in concrete gevallen worden toegepast en nageleefd. De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de Koning en zijn regering van ministers en staatssecretarissen. De uitvoerende macht heeft echter ook wetgevend initiatiefrecht.

De rechterlijke macht doet uitspraak over geschillen en wordt uitgeoefend door verschillende Hoven en Rechtbanken. Ze controleert ook de wettelijkheid van de daden van de uitvoerende macht.

De scheiding der machten geldt ook op het niveau van de gemeenschappen en de gewesten. Ze hebben elk een aparte wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht wordt echter voor de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten door dezelfde instanties uitgeoefend.

Ter bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, is er sinds 2002 de Hoge Raad voor de Justitie, die kandidaten voor een benoeming in de magistratuur objectief selecteren en instaat voor een optimale opleiding van de magistraten.

De scheiding der machten, die toch een basisprincipe is van de Belgische rechtsstaat, is echter niet uitdrukkelijk bevestigd in de Belgische grondwet van 1831. Men moet het als het ware afleiden uit de "geest" van de Belgische grondwet, aldus Hendrik Vuye, hoogleraar grondwettelijk recht aan de rechtsfaculteit UHasselt [1]. In feite is er meer sprake van een samenwerking tussen de verschillende Machten dan van een scheiding, zoals men kan zien in een aantal artikels uit de grondwet :

  • art. 36 : de federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat ( = wetgevende macht) en de Koning ( = wetgevende macht, art. 36 G.W. en uitvoerende macht; art. 37 G.W.)
  • art. 151 §4 : de Koning ( = uitvoerende macht) benoemt de rechters (= rechterlijke macht)
  • art. 40, lid 1 : vonnissen en arresten ( = rechterlijke macht) worden ten uitvoer gelegd in de naam des Konings (= uitvoerende macht).

Men kan zelfs spreken van een mogelijke vermenging der machten :

  • Magistraten (= rechterlijke macht) worden gedetacheerd naar ministeriële kabinetten ( = uitvoerende macht) of naar werkgroepen opgericht door de uitvoerende macht.
  • Magistraten ( = rechterlijke macht) zetelen regelmatig in parlementaire commissies ( = wetgevende macht)

[bewerken] Huidige situatie in Nederland

De kiesgerechtigden kiezen de leden van parlement tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De uitvoerende macht, de regering, is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, door middel van ministeriële verantwoordelijkheid. De rechterlijke macht (Raad van State, rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad) controleert de toepassing van wetten en regelgeving.

Een belangrijk handvat waarmee het parlement invloed kan uitoefenen op de regering is de (ongeschreven) vertrouwensregel. Dit wil zeggen dat als het parlement geen vertrouwen meer heeft in de regering het parlement de mogelijkheid heeft een motie van wantrouwen in te dienen en zo de regering te dwingen om op te stappen als de motie wordt aangenomen. Verder bestaat deze vertrouwensregel ook tussen de regering en de Eerste Kamer.

De verenigbaarheid van een functie als lid van de Tweede Kamer en als rechter kan dubieus zijn in het licht van de trias politica. Zo waren in Nederland Boris Dittrich en Aleid Wolfsen rechters en tevens Tweede Kamerlid; Boris Dittrich is rechter met buitengewoon verlof bij de rechtbank te Alkmaar. Inmiddels zijn zij beiden geen lid meer van de Tweede Kamer. Desalniettemin zijn er meer voorbeelden bekend van rechters die zitting hebben in wetgevende organen en vica versa. Zo zijn er ook Eerste Kamer leden die naast hun werk als volksvertegenwoordiger als 'fulltime' baan rechter zijn. Dit is duidelijk in strijd met de Trias Politica gedachte.

Dit speelt onder meer bij de zogenaamde 'rechter-plaatsvervangers'. Dit zijn rechters die meestal maar enkele keren per maand zitting houden bij verschillende rechtbanken en gerechtshoven. Dit werk doen ze naast een andere baan. De rechterlijke macht werft veel rechter-plaatsvervangers om de werkdruk van 'fulltime' rechters te verminderen. Ook worden mensen met expertise op een bepaald rechtsgebied binnengehaald voor complexe zaken (denk aan hoogleraren).

Keerzijde van deze praktijk is het gevaar van belangenverstrengeling en aantasting van objectiviteit. Niet ondenkbaar is dat een wet welke voor de rechter-plaatsvervanger ingeroepen wordt, door de politieke partij van de rechter-plaatsvervanger is afgeschoten, maar toch tot wetgeving geraakt is. Je kunt dan vraagtekens zetten bij de objectiviteit van een dergelijke rechter-plaatsvervanger m.b.t de interpretatie van die wet.

Hoogleraar rechtssociologie De Groot-Van Leeuwen van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft onderzoek gedaan naar dubbelfuncties binnen de wetgevende en rechterlijke macht in Nederland. Een van haar conclusies was dat dit steeds vaker voorkomt.

Ook in Nederland wordt het principe van de openbaarheid van uitspraken niet meer als leidend principe gezien en wordt de privacy (8.1 EVRM) conform bovengenoemde uitspraak van het EHRM in het algemeen als dominant principe boven de openbaarheid gesteld.

Verder kan er kritiek uitgeoefend worden op de scheiding van machten binnen instituties in Nederland. Een voorbeeld is de functie van de Nederlandse Raad van State, die zowel in de wetgevende macht als rechtsprekende macht ingedeeld kan worden. Na een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zag de Nederlandse staat zich gedwongen om binnen de Raad van State een Afdeling Bestuursrechtspraak in het leven te roepen aangezien de Raad van State zich bezig hield met rechtspraak én advies gaf bij de totstandkoming van wetten. Luxemburg werd in deze uitspraak (Procola-arrest) op de vingers getikt omdat zij eenzelfde indeling had voor haar Raad van State.

[bewerken] De niet-gouvernementele invloeden

Bij de oprichting van de Verenigde Naties (1945) kreeg het (abstract lijkende) begrip NGO (niet-gouvernementele organisatie) een tastbaardere betekenis door de vermelding ervan in het handvest (Hoofdstuk 10, Artikel 71). Daarin werd gesteld dat niet-gouvernementele organisaties ook gesprekspartner kunnen zijn van de VN. Wereldwijd is vervolgens op lokaal-, landelijk- als ook mondiaal niveau te bezien dat deze zogenaamde NGO´s een telkens grotere betekenis hebben gekregen in maatschappelijke ontwikkelingen en politieke besluitvormingen.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Referenties

  1. Hendrik Vuye : De nieuwe crisis is er een van de rechtsstaat; De Morgen, 19 december 2008

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken