Moses Mendelssohn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moses Mendelssohn (Kopergravure naar een schilderij van Anton Graff

Moses Mendelssohn (Dessau, 6 september 1729 - Berlijn, 4 januari 1786) was een Duits-Joods filosoof tijdens de Verlichting. Hij was voortrekker van de Joodse Verlichting, de Haskala.

Levensloop[bewerken]

Mendelssohn was de zoon van een Thorageleerde in Dessau. Hij kreeg al op jonge leeftijd een vergroeiing aan zijn rug. Mendelssohn trok in 1743 naar Berlijn, toen de plaatselijk rabbijn, de auteur van een werk over Maimonides daar een aanstelling kreeg. In Berlijn kwam hij in aanraking met de Verlichting. Na zijn studie ging hij in 1754 in een zijdefabriek werken, waar hij werd aangesteld als boekhouder en bedrijfsleider. Mendelssohn ontmoette Gotthold Ephraim Lessing, die een toneelstuk had geschreven over de joden, aan het schaakbord. Ze werden goede vrienden. Mendelssohn stond model voor Nathan de Wijze, gepubliceerd in 1779.

In 1762, trouwde Mendelssohn, die stotterde, met Fromet Gugenheim, met wie hij zes kinderen kreeg, waaronder Abraham, de vader van de componist Felix Mendelssohn Bartholdy.

Mendelssohn leefde als een orthodoxe jood en hield vast aan de wetten en geloofswaarheden van het jodendom. Hij pleitte samen met verlichtingsfilosofen voor hervormingen, zoals geloofs- en handelsvrijheid en het gebruik van de Duitse taal. De schrandere Mendelssohn was geliefd bij rijke Joden en won in 1761 een prijs van de Pruisische Academie van Wetenschappen. In 1770 werd hij niet toegelaten als lid. Frederik de Grote had liever dat Catharina de Grote werd aangesteld. Mendelssohn was populair bij de elite, maar werd zeer onaangenaam getroffen toen hij zich moest verdedigen tegen Johann Caspar Lavater, die zich afvroeg waarom hij geen christen werd. Na een langdurige polemiek kreeg hij een zenuwziekte en publiceerde weinig.

Van 1780 tot 1783 vertaalde Mendelssohn de Hebreeuwse Bijbel in het Duits. Hij ijverde voor een betere positie van de Joden in Europa, die weinig rechten hadden en niet overal welkom waren. Mendelssohn overleed op 56-jarige leeftijd na zich te hebben moeten verdedigen tegen de beschuldiging een aanhanger van Spinoza te zijn. Deze controverse, bekend geworden als de "Pantheismusstreit", geldt als de grootste centraaleuropese intellectuele botsing van de laat-18e eeuw. Toen Mendelsohn zijn manuscript naar de uitgever bracht, liep hij een zware kou op. Vier dagen later was hij dood.

Standpunten[bewerken]

Volgens Mendelssohn lag het jodendom dicht bij de "natuurlijke religie" en waren de uitgangspunten goed te verenigen met die van de Verlichting. Hij pleitte voor scheiding van kerk en staat en was van mening dat Joden volwaardige burgers van Pruisen konden zijn. Hij pleitte voor gebruik van het Duits (tegen Frans en Latijn) en van het Hebreeuws (tegen het Jiddisch). Mendelssohn wilde als gelovige jood deel uitmaken van de Duitse cultuur en was diep teleurgesteld over het onbegrip dat dit redelijke standpunt opriep.

Bronnen, noten en/of referenties