Declinatie (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de taalkunde is declinatie of verbuiging het veranderen van de vorm van een naamwoord om de grammaticale functies van dat woord in het zinsverband aan te duiden. Een taal waarin in meer of mindere mate declinatie of conjugatie (vormen van flexie) optreedt heet ook wel 'flecterend'. Ook betekent declinatie de verzameling vormen die een naamwoord aan kan nemen. (Het veranderen van een werkwoord heet vervoeging of conjugatie.)

De functies worden gewoonlijk naamvallen genoemd. Naamvallen worden vaak weergegeven in een "rijtje" ofwel woordparadigma.

Nederlands[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Naamvallen in het Nederlands.

Het Nederlands heeft het gebruik van naamvallen grotendeels verloren, maar persoonlijke voornaamwoorden worden nog wel verbogen.

persoonlijke voornaamwoorden
Enkelvoud Meervoud
1e persoon 2e persoon 3e persoon 1e persoon 2e persoon 3e persoon
Nominatief ik je, jij, u hij, ze, zij, het we, wij jullie, u ze, zij
Datief me, mij je, jou, u hem, haar, het ons jullie, u hen
Genitief mijn jouw, uw zijn, haar ons, onze jullie, uw hun
Accusatief me, mij je, jou, u hem, haar, het ons jullie, u hen

Het gebruik van 'ons' en 'onze' ligt voor veel niet-Nederlanstaligen heel moeilijk, gezien het verbonden is aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort, en dit vaak moeilijk te achterhalen is, gezien het geslacht in andere situaties weinig betekenis heeft.

Latijn[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Declinatie (Latijn) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Latijn maakt gebruik van suffixen om de declinatie aan te geven. Het telt zes naamvallen en vijf declinaties: naamwoorden op -a (eerste declinatie), op -us, -um en -er (tweede), op -is in de genitivus (derde), op -us met genitivus -us (vierde) en op -es (vijfde).

Zie ook[bewerken]