Kołobrzeg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de plaats Kołobrzeg. Voor de gelijknamige gemeente zie Kołobrzeg (gemeente).
Kołobrzeg
Kolberg
Stad in Polen Vlag van Polen
Vlag van Kołobrzeg Wapen van Kołobrzeg
Kołobrzeg
Kołobrzeg
Situering
Woiwodschap West-Pommeren
District Powiat Kołobrzeski
Gemeente Kołobrzeg
Coördinaten 54° 10′ NB, 15° 34′ OL
Algemeen
Oppervlakte 25,67 km²
Inwoners (31-12-2010) 44.984 (1750 inw/km²)
Overig
Identificatiecode 3208011
Website www.kolobrzeg.pl
Foto's
Het raadhuis van Kołobrzeg
Het raadhuis van Kołobrzeg
Portaal  Portaalicoon   Polen

Kołobrzeg (Duits: Kolberg, tot 1891 Colberg) is een stad in het Poolse woiwodschap West-Pommeren, gelegen in de powiat Kołobrzeski. De stad ligt aan de Oostzee bij de monding van de Parsęta (Duits: Persante) en telt 44.984 inwoners (2010). Kołobrzeg heeft een marinehaven en is van belang als badplaats.

Geschiedenis[bewerken]

De plaats werd rond 971 voor het eerst vermeld, en rond 1018 door Thietmar van Merseburg salsa Cholbergiensis genoemd, vanwege de zoutbronnen in de stad - die vermoedelijk Cholberg (naam van gemengd Germaans-West-Slavische oorsprong) heette. Als handelsplaats behoorde Kolberg tot het hertogdom Pommeren. In het jaar 1000 predikte de missionaris en bisschop Reinbern, die vermoedelijk van Scandinavisch-Germaanse en West-Slavische komaf was, het christendom onder de bevolking. Na een heidense opstand, kon pas kerstening onder dwang door de later heilig verklaarde Otto van Bamberg in 1124 een blijvend resultaat krijgen. In 1181 plaatste het hertogdom Pommeren zich - met Kolberg - na tweehonderd jaar van verschillende omringende vorsten afhankelijk te zijn geweest definitief onder het Duitse Heilige Roomse Rijk. De oude handelsplaats was in 1255 door hertog Wratislaw van Pommeren enkele kilometer noordelijker als stad heringericht en bevolkt met stedelingen uit het noorden van Duitsland, voornamelijk uit Rostock en Lübeck. Ze kreeg Duits, meer specifiek Lübecker, stadsrecht en was van 1361 tot 1610 lid van de Hanze. In deze tijd werd de residentie van de bisschop van Cammin naar Kolberg verplaatst en een vorstbisdom opgericht dat overigens onder bescherming van de Pommerse hertogen functioneerde. De lutherse kerkhervorming werd in 1530 ingevoerd; het bisdom werd in 1535 geseculariseerd en als grootgrondbezitter ingepast in de lutherse Landeskirche. In 1641 bezette Zweden de stad aan het einde van de Dertigjarige Oorlog. In 1648 kwam ze aan het hertogdom Brandenburg-Pruisen toen dat Achter Pommeren in bezit kreeg. Sindsdien werd de stad als vesting versterkt maar na een lange belegering door Russische legers in 1760 ontmanteld en verwoest. De vestingwerken werden door Pruisen heropgebouwd en zij hielden in 1807 stand tegen de Napoleontische legers. De bevolking was inmiddels tot 5.000 inwoners gedaald en zou pas na 1840 weer gaan groeien, mede omdat de garnizoensfunctie werd versterkt en uitgebreid met een marinevloot. In 1850 telde Kolberg 8.000, in 1900 20.000 inwoners. Inmiddels had de stad zich ook tot een internationale badplaats ontwikkeld. Kolberg behoorde sinds 1816 tot het district Kreis Fürstenthum en sinds 1872 tot het district Kreis Kolberg-Körlin binnen de Pruisische provincie Pommeren.

Tussen 5 en 18 maart 1945 werd rondom en in de stad een slag tussen Duitse en Sovjet-russische legereenheden geleverd, waarin 90% van de bebouwing in de as werd gelegd. In de korte tijd dat het Sovjet-leger werd opgehouden kon een deel van de bevolking overzee worden geëvacueerd naar Denemarken. Na de Tweede Wereldoorlog werden Pommeren en dus ook Kolberg door Polen geannexeerd. De helft van de 34.000 inwoners was nog ter plaatse en deze oorspronkelijke inwoners werden verdreven, waarbij velen om het leven kwamen. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Vanwege het militaire belang werd de stad snel heropgebouwd met hoogbouw. Nadat enkele grote monumenten, zoals het stadhuis en de Domkerk weer waren herbouwd, werd het verwoeste stadscentrum pas in de jaren 90 in historiserende stijl vormgegeven.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • De Dom of Mariabasiliek, een gotische kerk uit de 14e eeuw
  • Raadhuis (Ratusz, Duits: Kolberger Rathaus), een neogotisch werk uit 1832 van de Pruisische hofarchitect Karl Friedrich Schinkel
  • Legermuseum, museum van het Poolse leger
  • Een 220 meter lange pier

Partnergemeenten[bewerken]

Geboren in Kolberg[bewerken]

  • Christoph Bernhard (1628-1692), componist
  • Christiaan Hendrik Trotz (1703-1773) hoogleraar Rechtsgeleerdheid te Franeker en te Utrecht
  • Magnus Hirschfeld (1868-1935), sexuoloog, homoactivist
  • Hans-Jürgen Stumpff (1889–1968), generaal, tekende op 8 mei 1945 de Duitse capitulatie namens de Luftwaffe
  • Emil Otto (1903–1977), politicus en vakbondsleider in de DDR
  • Erika Gräfin von Brockdorff, geboren Schönfeldt (1911–1943), verzetstrijdster tegen het nazi-regime, werd in 1942 gevangengezet en ter dood veroordeeld om na de aansag op Hitler op 13 mei 1943 te worden onthoofd
  • Egon Krenz (1937), laatste KPD-partijsecretaris en lid van het Politbüro in de DDR
  • Christine Lucyga (* 1944), slaviste in de DDR en na 1990 Bondsdaglid voor de SPD tot 2005

bijzonderheid[bewerken]

In Kolberg werd de duurste film die de Duitse productiemaatschappij UFA ooit maakte - bijna 9 miljoen Reichsmark – opgenomen terwijl het Sovjetfront naderde. Desondanks dienden duizenden soldaten van de Wehrmacht als figuranten en voor de aanvoer van materieel en mensen werd ook een aanzienlijk beslag gedaan op de spoorwegcapaciteit. Opdrachtgever minister Goebbels achtte de film van groot propagandistisch belang omdat ze liet zien dat verzet tegen een overmacht uiteindelijk zin zou hebben. Het onderwerp van de film was namelijk het succesvolle burgerverzet tegen Napoleaon’s leger toen dat in 1807 de vestingstad Kolberg wilde innemen. Op 30 januari 1945 kwam de film in Berlijn in premiere en daarna werd ze ook vertoond in Königsberg, Danzig en Breslau, steden die op dat moment al door Sovjet-troepen omsingeld waren. De regisseur was Veit Harlan.