Wilhelm II van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wilhelm II
1859-1941
Wilhelm II of Germany.jpg
Duits Keizer
Koning van Pruisen
Periode 1888-1918
Voorganger Frederik III
Opvolger --
Vader Frederik III
Moeder Victoria van Saksen-Coburg-Gotha
Dynastie Hohenzollern
Wilhelm II (links) in Russisch huzaren-uniform naast Tsaar Nicolaas II in een Duits uniform.

Frederik Wilhelm Victor Albert[1] (Potsdam, 27 januari 1859 - Doorn, 4 juni 1941) was als Wilhelm II de laatste Duitse keizer (Kaiser) en koning van Pruisen. Hij was het staatshoofd van het Duitse Keizerrijk en het Koninkrijk Pruisen van 15 juni 1888 tot 9 november 1918.

Wilhelm II was een kleinzoon van de Britse koningin Victoria en was verwant aan vele monarchen en prinsen van Europa. Hij werd gekroond in 1888, ontsloeg in 1890 Otto von Bismarck, die al sinds 1871 rijkskanselier was, wilde van Duitsland een nog grotere mogendheid maken. Hij was temperamentvol en deed soms tactloze uitspraken en had moeite zijn plek te vinden in een monarchie waarin naast de keizer nog andere belangrijke politieke organen bestonden. Hij vluchtte aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, op 9 november 1918 uit het Duitse hoofdkwartier in België naar Nederland, waar hij troonsafstand deed. In 1941 stierf hij in zijn permanente verblijfsplaats Huis Doorn alwaar hij ook bijgezet werd in een mausoleum.

Biografie[bewerken]

Familie[bewerken]

Wilhelm werd geboren als oudste zoon van de latere keizer Frederik III en diens gemalin Victoria van Saksen-Coburg-Gotha, dochter van de Britse koningin Victoria. Als zodanig was hij een kleinzoon van keizer Wilhelm I, oomzegger van Eduard VII en een neef van George V. Hij was tevens een neef van de tsarina Alexandra Fjodorovna, de vrouw van Nicolaas II. Alexandra was een dochter van de Britse prinses Alice en daarmee een kleindochter van koningin Victoria.

Jeugd[bewerken]

Doordat Wilhelm met een tangverlossing ter wereld kwam, als gevolg van een stuitligging en daarbij zenuwen in zijn schouder werden beschadigd, was hij zijn leven lang licht gehandicapt: zijn linkerarm was zo goed als verlamd en bleef in groei achter ten opzichte van zijn rechterarm, een zogenaamde Erbse parese. Op de foto rechts tracht hij zijn kleine arm te verbergen door hem vast te houden. Zijn Engelse familie sprak altijd van "Willy's withered arm".

Hij werd in zijn jeugd gekweld door een minderwaardigheidscomplex. Zijn moeder beschouwde zijn handicap als walgelijk en schandelijk en verkeerde tevens in de overtuiging dat hij ook geestelijk niet helemaal in orde zou zijn. Zij onderwierp de kleine Wilhelm aan een keihard regime van fysieke en intellectuele oefeningen. Ondanks zijn handicap moest hij aan alle activiteiten meedoen en kreeg hij, naast harde massages, ook elektroshocktherapie. Desondanks ging hij goed vooruit. Volgens onder anderen George V was hij ondanks zijn handicap een opvallend goede schutter - zij het met een aangepast jachtgeweer.

Karakter en persoonlijk leven[bewerken]

Wilhelm stond ambivalent tegenover het Britse koningshuis. Hij hield van zijn grootmoeder Victoria, maar had een grote hekel aan zijn Engelse moeder en zijn oom Eduard VII. Hij had een grote bewondering voor de kracht en macht van het Britse Rijk, maar voelde ook jaloezie.

Wilhelm in 1888 het jaar van zijn troonsbestijging
Wilhelm II in gala-uniform (1905)
Beeld van Wilhelm in Doorn
Wilhelm II met vrouw en stiefdochter in Doorn in maart 1931
Mausoleum van Wilhelm II van Duitsland in Doorn

Wilhelm was verlegen, gevoelig en intelligent, maar verborg zijn onzekerheid achter een façade van meedogenloosheid en arrogantie. In een boek van Catrine Clay uit 2010 (De koning, de keizer en de tsaar) wordt gezegd dat dit ook te wijten kan zijn aan een onderdrukte homoseksualiteit van de prins. Tussen 1907 en 1909 kwam de Harden-Eulenburgaffaire aan het licht, een reeks van militaire en burgerlijke rechtszaken over homoseksueel gedrag ten overstaan van prominente leden van het kabinet en de entourage van keizer Wilhelm II. Philipp zu Eulenburg, een van de belangrijkste verdachten in deze processen was de beste vriend van Wilhelm II. Beiden maakten deel uit van een genootschap, waarnaar later werd gerefereerd als de Liebenberger Kreis. Dit waren hogere heren uit de Duitse adellijke kringen, waarvan vandaag de dag aangenomen wordt dat de meesten homoseksueel waren. Ook keizer Wilhelm II, toen nog prins, maakte van deze kring deel uit. Vaak was Wilhelm te vinden op het kasteel van Philipp zu Eulenburg, waar hij de rust en liefde vond die hij tijdens zijn opvoeding had gemist. Na de Harden-Eulenburgaffaire was Wilhelm politiek beschadigd en moest mede daarom zijn vriend laten vallen. Daarna nam als beste vriend van de prins, Maximilian Egon II von Fürstenberg, de vriendschap over.

Op 27 februari 1881 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg (1858-1921). Hoewel dit aanvankelijk een politiek huwelijk was - Sleeswijk-Holstein was pas sinds 1866 na oorlogen met Denemarken en Oostenrijk deel van het koninkrijk Pruisen en moest dus sterker aan de kroon gebonden worden -, werd het snel gekenmerkt door wederzijds respect en genegenheid. Ondanks dit huwelijk deden er echter ook nog altijd roddels de ronde over Wilhelms appreciatie van het eigen geslacht, met name betreffende zijn vriend Philipp zu Eulenburg. Dit kan ook anti-propaganda van tegenstanders zijn geweest, want directe bewijzen voor deze aantijgingen zijn nooit geleverd.

Wilhelm was een militarist pur sang en had daarmee ook een grote voorliefde voor uiterlijk militair vertoon. Hij had vooral een grote passie voor uniformen. Hij had verschillende kleermakers in vaste dienst en een speciaal uniform voor elk denkbare gelegenheid. Hij zou zelfs speciaal zijn admiraalsuniform hebben aangetrokken wanneer hij naar de opera Der fliegende Holländer ging. Het verhaal dat hij dit ook aantrok als hij naar het aquarium van de Berliner Zoo ging, is waarschijnlijk maar een legende. Hij hengelde actief naar erekolonelschappen in buitenlandse regimenten om daarmee ook de bijbehorende Engelse, Oostenrijkse, Spaanse, Russische en andere uniformen te verwerven.

Een andere liefhebberij van Wilhelm was de drijfjacht en dan met name het uit hun lijden verlossen van aangeschoten wilde zwijnen met een speciale speer, de Saufeder. Hij genoot[2] van het applaus dat daarop volgde, hoewel een van zijn hovelingen deze activiteiten eens een "walgelijk en ontaard schouwspel" noemde.[2] Tevens was hij dol op zeilen, had hij een heel aardige bariton en componeerde hij zelfs een - door de critici matig ontvangen - opera, Der Sang an Aegidia. Wilhelm kon niet tegen zijn verlies en zijn Generale Staf was er dan ook alles aan gelegen de opperbevelhebber te laten winnen bij de jaarlijkse Kaisermanöver.

Regeringsstijl[bewerken]

Bij de dood van Wilhelm I op 9 maart 1888 werd Wilhelms vader keizer als Frederik III. Frederik had echter keelkanker en stierf in juni van datzelfde jaar, zodat Wilhelm als Wilhelm II de troon besteeg. Wilhelm had de dood van zijn vader al zien aankomen en had diens hele regeringsperiode van 99 dagen besteed aan het voorbereiden van zijn eigen keizerschap.

In Duitsland, een constitutionele monarchie, bestond er een Rijksdag, gekozen door de mannelijke bevolking, en een Bondsraad als vertegenwoordiging van de deelstaten. Wetten moesten de toestemming van Rijksdag en Bondsraad hebben. De Bondsraad werd een conservatief bolwerk tegen de democratische Rijksdag, alleen al met de Pruisische stemmen die bijna voldoende voor een veto waren. De rijkskanselier, de regeringsleider, werd door de keizer benoemd. Een parlementaire monarchie was Duitsland nog niet, niet volgens de grondwet en niet volgens de praktijk. Die overgang liet Wilhelm II pas aan het einde van zijn tijd in 1917/1918 toe.

Nog geen twee jaar na zijn kroning ontsloeg Wilhelm II Otto von Bismarck en verving hem door de meer liberale graaf Leo von Caprivi. De langste tijd diende hem, eerst als minister van buitenlandse zaken en sinds 1900 als rijkskanselier, Bernhard von Bülow die een imperialistische politiek nastreefde.

Wilhelm stond elke dag om zes uur op om de staatszaken door te nemen, maar gooide officiële documenten en brieven vaak in de prullenbak. Andere zaken las hij vluchtig en voorzag hij van commentaar dat meestal van weinig competentie getuigde. Hij bemoeide zich weliswaar intensief met de staatszaken, maar dit deed het land geen goed: zijn beleid was vaak inconsequent. De keizer schold en tierde over zaken die hem niet bevielen en gedroeg zich in internationale kwesties uitermate tactloos - hij vergeleek in zijn beruchte Hunnenrede het Duitse expeditieleger dat in 1900 werd uitgezonden om mee te helpen de Bokseropstand in China neer te slaan met de horden van Attila de Hun.

Keizer Wilhelm droomde bovenal van een eigen Duits koloniaal rijk en een bijbehorende grote zeemacht dat de vergelijking met dat van Groot-Brittannië kon doorstaan. Hij trachtte daarom de Duitse marine en koloniale bezittingen uit te breiden.

Wilhelm had ook oprecht interesse in de cultuur, techniek en wetenschap. In 1911 stichtte hij het Kaiser-Wilhelm-Institut ter bevordering van de wetenschap, wat alom werd geprezen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg dit instituut de naam Max-Planck-Institut en geniet tot de dag van vandaag wereldwijde faam.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

In 1914 dreigde er oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië nadat de Oostenrijkse troonopvolger werd vermoord en de touwtrekkers in Servië werden vermoed. Wilhelm is te verwijten dat hij de Oostenrijkers te kennen gaf dat ze op de onvoorwaardelijke steun van Berlijn konden rekenen. Ook gaf hij de legerstaf toestemming om de door hen aanbevolen voorbereiding voor het Schlieffenplan te beginnen. Tijdens zijn zeilvakantie in Noorwegen in de weken die volgden escaleerde de Balkan-crisis tot een Europese oorlog waarbij Duitsland zich geconfronteerd zag met vijanden aan zowel de oost- als de westgrenzen.

Tijdens de oorlog was hij opperbevelhebber (Oberster Kriegsherr), maar was niet in staat om daadwerkelijk controle uit te oefenen. Dit houdt de vraag open of hij mede-verantwoordelijk is voor de oorlogsmisdrijven, die het Duitse leger met name in augustus 1914 in België beging. Vanaf 1916 waren de legerleiders Erich Ludendorff en Paul von Hindenburg de facto dictatoren van Duitsland. Na de februarirevolutie in Rusland 1917 werd in Duitsland een discussie gevoerd over de toestand van de monarchie, en de midden-partijen in de Rijksdag samen met de sociaal-democraten en de rechts-liberalen werkten samen om grondwetswijzigingen voor te bereiden. Wilhelm was daarmee erg terughoudend en liet die wijzigingen pas in oktober 1918 toe, nadat Ludendorff en Hindenburg hem hadden laten weten dat de oorlog niet meer te winnen was. Omdat hij bang was voor revolutionaire ontwikkelingen in Berlijn ging Wilhelm naar het Duitse legerhoofdkwartier in Spa, België.

De oktoberhervormingen kwamen echter te laat om het vertrouwen van de bevolking en vooral de arbeiders en soldaten te winnen. Eind oktober brak er al in Kiel een matrozenopstand uit die tot de Novemberrevolutie leidde. Meer en meer politieke partijen gingen de afdanking van de keizer eisen, en op 9 november 1918 verkondigde rijkskanselier Max van Baden de afdanking van de keizer, zonder echter de definitieve uit Spa te hebben gekregen. Tegen de grondwet in benoemde van Baden de sociaaldemocraat Friedrich Ebert tot rijkskanselier.

Wilhelm was bang om naar het revolutionaire Duitsland terug te gaan, maar ook door de Entente-mogendheden aangeklaagd te worden. Hij besloot nog op dezelfde dag om direct van België naar het neutrale Nederland te vluchten.

Ballingschap[bewerken]

Wilhelm II neemt op 10 november 1918 afscheid van zijn gevolg op het Station Eijsden aan de Nederlands-Belgische grens.

Nederland verleende Wilhelm asiel op voorwaarde dat hij zich van politieke activiteiten zou onthouden. Wilhelm liet korte tijd later 'enkele kleinoden' naar Nederland overkomen, persoonlijke bezittingen uit verschillende van zijn Duitse paleizen: genoeg voor 59 wagonladingen.

Tot 1920 woonde hij in Kasteel Amerongen, waar hij ook zijn troonsafstand ondertekende, daarna tot zijn dood in Huis Doorn (beide in de provincie Utrecht). De Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden en hield vast aan haar neutraliteitspolitiek. De geallieerden waren te oorlogsmoe om een conflict hierover op de spits te drijven. Overigens wilde koningin Wilhelmina niets met de ex-keizer te maken hebben en heeft hem (voor zover bekend) nooit bezocht in zijn ballingsoord. Haar echtgenoot prins Hendrik en dochter Juliana en haar echtgenoot prins Bernhard bezochten hem wel enige malen. Dit waren geen officiële ontvangsten door Wilhelm, maar 'familiebezoeken': de Oranjes en Hohenzollerns zijn inderdaad aan elkaar verwant en ook het huis Mecklenburg-Schwerin van prins Hendrik was aan Wilhelms familie verwant.

De ex-keizer hield zich voortaan vrijwel dagelijks bezig met houthakken, waarbij hij persoonlijk de bijl en zaag hanteerde. Dit deed hij op een dusdanige schaal dat na verscheidene jaren het oorspronkelijk bosrijke landgoed van Huis Doorn grotendeels ontbost was en op de kapotgeschoten slagvelden uit de oorlog begon te lijken. Met trots liet Wilhelm steeds aan bezoekers zien hoeveel bomen hij per dag kon verwerken. Hoewel de meningen over Wilhelms hobby verdeeld waren, behield hij door de dagelijkse lichamelijke inspanning wel tot op hoge leeftijd een goede lichamelijke conditie. Verder besteedde Wilhelm veel tijd aan het schrijven van zijn memoires. Zijn inkomsten bestonden uit de opbrengsten van verscheidene landgoederen in Duitsland en een aardewerkfabriek in Cadinen (nu Kadyny onderdeel van de gemeente Tolkmicko in Polen) die in zijn bezit waren gebleven - verder bleek Wilhelm II de gelden die tot zijn beschikking stonden handig te kunnen beleggen. Na de dood van Augusta Victoria hertrouwde hij in 1922 met de weduwe prinses Hermine von Schönaich-Carolath, geboren prinses Reuss oudere linie.

In de jaren '30 had Wilhelm kortstondig de hoop dat de nazi's de monarchie zouden herstellen. Al snel zag hij in dat zij de in 1933 verworven macht niet zouden afstaan en zeker niet aan een schim uit het verleden. In 1934 verbood Adolf Hitler verder alle monarchistische verenigingen en partijen in Duitsland (evenals alle andere partijen die hij als eventuele concurrenten voor de macht beschouwde) zodat ook voor Wilhelm de laatste hoop voor een herstel van de monarchie voorbij was. Toen de Duitse legers Nederland binnenvielen, weigerde hij op het aanbod van de Engelsen in te gaan om bij hen asiel aan te vragen zoals veel regeringen van door de nazi's bezette landen deden. Hij wilde niet nogmaals "weglopen". Daarbij, zo zou hij gezegd hebben, was hij te zeer aan Doorn gehecht geraakt. Hoewel Wilhelm minachtend neerkeek op de nazi's en hun ideologie, zond hij in 1940 wel een gelukstelegram naar Adolf Hitler in verband met diens zege in Frankrijk. Dit gebaar was meer een initiatief van Hermine, die het nazisme meer was toegedaan en Wilhelm zag hierin een mogelijkheid de Führer gunstig te stemmen inzake de positie van de adel die in het Derde Rijk steeds meer in het gedrang kwam. De nazi's steunden hem echter nog steeds niet. Op bevel van Berlijn werd het landgoed in Doorn afgegrendeld van de buitenwereld door de Geheime Feldpolizei en de oude keizer werd een gevangene van zijn eigen landgenoten.

Overlijden[bewerken]

Bijzetting op 9 juni 1941 bijgewoond door onder anderen Arthur Seyss-Inquart, Wilhelm Canaris, Friedrich Christiansen en August von Mackensen

Hij stierf op 4 juni 1941 in Doorn aan een longembolie - de Duitse bezetters stonden op wacht voor de poorten. Zijn wens om op zijn begrafenis geen hakenkruisen te tonen werd niet ingewilligd. Hitler liet een reusachtige krans bezorgen: de rouwlinten daaraan waren wel degelijk met dit nazi-symbool getooid. Onder de paar honderd aanwezigen was ook een Nederlandse fotograaf die ondanks de strenge beveiliging een fotoreportage wist te maken.

Hij werd in eerste instantie bijgezet in de kapel op het landgoed, een jaar later in een door hemzelf ontworpen mausoleum in Doorn. Zijn gebalsemde lichaam rust hier tegenwoordig nog steeds, maar zal overeenkomstig zijn eigen wens overgebracht worden naar Duitsland - op voorwaarde dat dit weer een monarchie is.

In de jaren twintig was er nog een vrij grote monarchistische beweging die het koningshuis in ere wilde herstellen, maar deze werd geleidelijk steeds kleiner. Er is tegenwoordig nog steeds een monarchistische beweging in Duitsland, maar heden bijna uitsluitend nog gesteund door de oude Duitse adel. Nu is dit nog maar een zeer kleine splintergroep van het Duitse politieke spectrum. Het ziet er dus vooralsnog niet naar uit dat Wilhelms laatste wens vervuld zal worden.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Op 27 februari 1881 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg (1858-1921), een dochter van Frederik van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg. Zij kregen zeven kinderen:

Afbeelding Naam Geboren Overleden Bijzonderheden
Kronprinz Wilhelm.JPG Kroonprins Wilhelm 6 mei 1882 20 juli 1951 Huwde in 1905 met Cecilie van Mecklenburg-Schwerin. Zorgde er voor dat er tussen 1882 en de dood van zijn overgrootvader in 1888 voor het eerst in de Duitse geschiedenis vier troongeneraties tegelijkertijd in leven waren; dit fenomeen was al vertoond in Frankrijk van 1710-1711 en in Nederland van 1840 tot 1843, en trad later op in Engeland van 1894-1901 en in 2013, in Zweden van 1946-1947 en opnieuw in Nederland van 2003 tot 2004.
Eitelprussia1883-3.jpg Prins Eitel Frederik 7 juli 1883 8 december 1942 Huwde Sophie Charlotte van Oldenburg.
Prince Adalbert of Prussia.jpg Prins Adalbert 14 juli 1884 22 september 1948 Huwde Adelheid Arna van Saksen-Meiningen.
Prinz August Wilhelm von Preußen.jpg Prins August Wilhelm 29 januari 1887 25 maart 1949 Huwde Alexandra van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg.
Prince Oskar of Prussia.jpg Prins Oscar 27 juli 1888 27 januari 1958 Huwde gravin Ina Marie van Bassewitz-Levetzow.
Prince Joachim of Prussia.jpg Prins Joachim 17 december 1890 18 juli 1920 Huwde Marie Auguste van Anhalt. Pleegde in 1920 zelfmoord.
Viktória Lujza porosz királyi hercegnő.jpg Prinses Victoria Louise 13 september 1892 11 december 1980 Huwde Ernst August van Brunswijk.

Tweede huwelijk[bewerken]

Wilhelm met zijn gezin in 1896

Na de dood van Augusta Victoria hertrouwde Wilhelm in 1922 met de weduwe prinses Hermine von Schönaich-Carolath, geboren prinses Reuss oudere linie. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

Toen Wilhelm met Hermine trouwde was hij al lang geen keizer meer. Toch moest de hele hoffelijke staf in Huis Doorn Hermine 'keizerin' noemen, iets wat ze eigenlijk nooit geweest is.

Titels[bewerken]

Wilhelms titels luidden volledig:

  • Duits keizer en koning van Pruisen
  • markgraaf van Brandenburg
  • burggraaf van Neurenberg
  • graaf van Hohenzollern
  • soeverein en eerste hertog van Silezië en ook het graafschap Glatz
  • groothertog van Beneden-Rijn en Posen
  • hertog van Saksen, Westfalen en Engern, van Pommeren, Lüneburg, Holstein, Sleeswijk, van Maagdeburg, Bremen, Geldern, Kleef, Gulik en Berg en ook de Weneden en Kasjoeben, in Krossen, Lauenburg, Mecklenburg
  • landgraaf van Hessen en Thüringen
  • markgraaf van de Ober- en Niederlausitz
  • prins van Oranje
  • vorst van Rügen, Oost-Friesland, Paderborn en Pyrmont, van Halberstadt, Münster, Minden, Osnabrück, Hildesheim, van Verden, Kammin, Fulda, Nassau en Moers
  • vorstelijk graaf van Henneberg
  • graaf van Mark en Ravensberg, van Hohnstein, Tecklenburg en Lingen, van Mansfeld, Sigmaringen en Veringen
  • Heer van Frankfurt

Onderscheidingen[bewerken]

De keizer werd door koningin Wilhelmina onderscheiden met het Grootkruis in de Militaire Willems-Orde (8 september 1889). Hij droeg ook het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw (28 juli 1878) en het Grootkruis in de Huisorde van Oranje (4 mei 1905).

De Duitse keizer was het laatste staatshoofd dat de Militaire Willems-Orde "uit beleefdheid" ontving. Zijn benoeming in de Huisorde van Oranje hangt samen met een familieband; de keizer was met zijn oranje lint van de huisorde zeer ingenomen.[3] Ook de Pruisische koningen waren Prinsen van Oranje. Wilhelm II stamt af van Frederik Hendrik van Oranje, via diens oudste dochter Louise Henriëtte van Nassau. Haar jongere zuster Albertine Agnes van Nassau was gehuwd met Willem Frederik van Nassau-Dietz. Via Albertine Agnes stamt koningin Beatrix rechtstreeks af van Willem van Oranje. In 1732 sloten de Friese Nassaus en de Duitse Hohenzollerns een familieverdrag over het voeren van de titel van Prins van Oranje, die daarna door beide vorstenhuizen werd gedragen. De titel werd sinds 1702, na het kinderloos overlijden van Willem III van Oranje, de laatste prins van Oranje, al door beide families concurrerend gedragen.

In 1884 benoemde Leopold II van België zijn Duitse collega tot Grootlint in de Leopoldsorde.

Zijn 75 ridderorden en een aantal van zijn overige onderscheidingen staan beschreven op Lijst van ridderorden van Wilhelm II van Duitsland.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In oudere Nederlandstalige publicaties werd de Duitse keizer soms ook Willem II genoemd. Zie bijvoorbeeld deze passage uit een Surinaamse almanak uit 1904 of deze passage uit het oorlogsdagboek In Oorlogstijd (1915-1916) van de Vlaamse auteur Stijn Streuvels. Maar ook destijds was de Duitse naam Wilhelm al gebruikelijker in het Nederlands, wellicht om verwarring met de Nederlandse koning Willem II te voorkomen.
  2. a b Referentie?
  3. Beschrijving van de uitreiking door de Nederlandse gezant in "Moed en Deugd" door J.A. van Zelm van Eldik, Zutphen 2003.