Wilhelm II van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Wilhelm II
1859-1941
Afbeelding:Wilhelm II of Germany.jpg
Duits Keizer
Koning van Pruisen
Periode 1888-1918
Voorganger Frederik III
Opvolger --
Vader Frederik III
Moeder Victoria van Saksen-Coburg-Gotha
Dynastie Hohenzollern
Wilhelm II in marine-uniform
Wilhelm II in marine-uniform
Wilhelm II in gala-uniform (1905)
Wilhelm II in gala-uniform (1905)
Wilhelm II in het uniform van een Turkse veldmaarschalk
Wilhelm II in het uniform van een Turkse veldmaarschalk
Beeld van Wilhelm in Doorn
Beeld van Wilhelm in Doorn

Friedrich Wilhelm (Willem1) Viktor Albert (Potsdam, 27 januari 1859 - Doorn, 4 juni 1941), uit het Huis Hohenzollern, was van 1888 tot 1918 de laatste koning van Pruisen en de derde en laatste keizer van het Duitse Keizerrijk.

Inhoud

[bewerk] Familie

Wilhelm werd geboren als oudste zoon van de latere keizer Frederik III en diens gemalin Victoria van Saksen-Coburg-Gotha, dochter van de Britse koningin Victoria. Als zodanig was hij een kleinzoon van keizer Wilhelm I, oomzegger van Eduard VII en een neef van George V. Hij was tevens een neef van de tsarina Alexandra Fjodorovna (de vrouw van Nicolaas II). Alexandra was een dochter van de Britse prinses Alice en daarmee een kleindochter van koningin Victoria.

[bewerk] Jeugd

Doordat Wilhelm door middel van een tangbevalling ter wereld kwam als gevolg van een stuitligging en daarbij zenuwen in zijn schouder werden beschadigd, was hij zijn leven lang licht gehandicapt: zijn linkerarm was zo goed als verlamd en bleef in groei achter ten opzichte van zijn rechterarm. Op de foto rechts tracht hij zijn kleine arm te verbergen door hem vast te houden. Zijn Engelse familie sprak altijd van "Willy's withered arm".

Hij werd in zijn jeugd gekweld door een minderwaardigheidscomplex. Zijn moeder beschouwde zijn handicap als walgelijk en schandelijk en verkeerde tevens in de overtuiging dat hij ook geestelijk niet helemaal in orde zou zijn. Ze onderwierp de kleine Wilhelm aan een keihard regime van fysieke en intellectuele oefeningen. Ondanks zijn handicap moest hij aan alle activiteiten meedoen en kreeg hij, naast onderworpen te worden aan harde massages en allerlei andere vormen van 19e-eeuwse kwakzalverij, ook elektroshocktherapie. Desondanks ging hij goed vooruit. Volgens onder meer George V was hij ondanks zijn handicap een opvallend goede schutter - zij het met een aangepast jachtgeweer.

[bewerk] Karakter en persoonlijk leven

Wilhelm stond ambivalent tegenover het Engelse koningshuis. Hij hield zielsveel van zijn grootmoeder Victoria, maar had een grote hekel aan zijn oom Eduard VII. Hij had een mateloze bewondering voor de kracht en macht van het Britse Rijk, maar tevens werd hij verteerd door jaloezie jegens dit wereldrijk. Dit kwam later tot uiting in zijn overspannen vlootpolitiek: Duitsland moest en zou in de toekomst de Britten als zeemacht naar de kroon kunnen steken. Dat dit onvermijdelijk tot politieke spanningen moest leiden ontging hem blijkbaar of waarschijnlijker: het interesseerde hem niet.

Wilhelm was verlegen, gevoelig en intelligent maar verborg zijn onzekerheid achter een façade van meedogenloosheid, oorlogszuchtigheid en arrogantie. Recente onderzoeken beweren dat zijn stemmingswisselingen, agressie en botheid ook een gevolg van hersenletsel, ontstaan door zuurstofgebrek bij zijn moeizame geboorte, zouden kunnen zijn geweest.

In 1881 trad hij in het huwelijk met prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg (1858-1921). Hoewel dit aanvankelijk een politiek huwelijk was - Sleeswijk-Holstein was pas sinds 1866 na oorlogen met Denemarken en Oostenrijk deel van het koninkrijk Pruisen en moest dus sterker aan de kroon gebonden worden - werd het snel gekenmerkt door wederzijds respect en genegenheid van beide echtelieden. Ondanks dit huwelijk deden er echter ook roddels de ronde over Wilhelms appreciatie van het eigen geslacht, met name betreffende zijn vriend Philipp zu Eulenburg (die algemeen bekend stond als biseksueel). Dit kan ook anti-propaganda van tegenstanders zijn geweest want directe bewijzen voor deze aantijgingen zijn nooit geleverd.

Wilhelm was een militarist pur sang en had daarmee ook een grote voorliefde voor uiterlijk militair vertoon. Hij had vooral een grote passie voor uniformen. Hij had verschillende kleermakers in vaste dienst en een speciaal uniform voor elke denkbare gelegenheid. Hij zou zelfs speciaal zijn admiraalsuniform hebben aangetrokken wanneer hij naar de opera Der fliegende Holländer ging. Het verhaal dat hij dit ook aantrok als hij naar het aquarium van de Berliner Zoo ging, is apocrief. Hij hengelde actief naar erekolonelschappen in buitenlandse regimenten om daarmee ook de bijbehorende Engelse, Oostenrijkse, Spaanse, Russische en andere uniformen te verwerven.

Een andere liefhebberij van Wilhelm was de drijfjacht en dan met name het langzaam doodsteken van reeds aangeschoten wilde zwijnen met een speciaal zwaard, de Saufeder. Hij genoot van het applaus dat daarop volgde, hoewel één van zijn hovelingen deze activiteiten eens een "walgelijk en ontaard schouwspel" noemde. Tevens was hij dol op zeilen, had hij een heel aardige bariton en componeerde hij zelfs een - door de critici matig ontvangen - opera, Der Sang an Aegidia.

Wilhelm kon niet tegen zijn verlies en zijn Generale Staf was er dan ook alles aan gelegen de opperbevelhebber te laten winnen bij de jaarlijkse Kaisermanöver. Het verhaal wil dat hij er een kinderlijk plezier in had de stenen aan de ringen om zijn vingers naar binnen te dragen zodat hij anderen bij het handen schudden kon bezeren. Zeker is dat hij in zijn rechterarm zo sterk was dat hij bezoekers bij het handenschudden de tranen in de ogen kon laten springen: dit was zijn manier om iemands karakter op voorhand te testen.

[bewerk] Regeringsstijl

Bij de dood van Wilhelm I op 9 maart 1888 werd Wilhelms vader keizer als Frederik III. Frederik had echter keelkanker en stierf in juni van datzelfde jaar, zodat Wilhelm als Wilhelm II de troon besteeg. Wilhelm had de dood van zijn vader al zien aankomen en had diens hele regeringsperiode van 99 dagen besteed aan het voorbereiden van zijn eigen keizerschap.

Een werkelijke constitutionele monarchie (zoals in Groot-Brittannië en Nederland) was Duitsland niet: de rijkskanselier was geen verantwoording schuldig aan de Rijksdag doch slechts aan de Keizer zelf en deze had het recht de rijkskanselier naar believen te ontslaan. Nog geen twee jaar na zijn kroning ontsloeg hij Otto von Bismarck en verving hem door graaf Leo von Caprivi. In Wilhelms regeringsperiode zouden er nog zes kanseliers zijn. Geen van dezen was van huis uit politicus; Wilhelm wilde de opkomst van een nieuwe sterke man als Bismarck voorkomen om zo zelf de handen vrij te hebben.

Wilhelm stond elke dag om zes uur op om de staatszaken door te nemen, maar gooide officiële documenten en brieven vaak in de prullenbak. Andere zaken las hij vluchtig en voorzag hij van commentaar dat meestal van weinig competentie getuigde. Hij bemoeide zich weliswaar intensief met de staatszaken maar dit deed het land geen goed: zijn beleid was volstrekt inconsequent en er leek geen persoonlijke filosofie achter te zitten. De keizer schold en tierde over zaken die hem niet bevielen en gedroeg zich in internationale kwesties uitermate tactloos - hij vergeleek het Duitse expeditieleger dat in 1900 werd uitgezonden om mee te helpen de Bokseropstand in China neer te slaan met de horden van Attila de Hun. Hiermee muntte hij de benaming die Duitslands vijanden in twee wereldoorlogen zouden gebruiken voor de Duitsers: huns.

Wel stichtte hij in 1911 het Kaiser-Wilhelm-Institut ter bevordering van de wetenschap wat velen een goede zaak vonden. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg dit instituut de naam Max-Planck-Institut.

Keizer Wilhelm droomde bovenal van een eigen Duits koloniaal rijk en een bijbehorende grote zeemacht dat de vergelijking met dat van Groot-Brittannië kon doorstaan. Hij trachtte daarom de Duitse marine en koloniale bezittingen uit te breiden. Door zijn weinig subtiele diplomatie joeg hij de Britten in de gordijnen en deze zochten naarstig naar bondgenoten. Ze sloten zelfs een verbond met hun traditionele tegenstander Frankrijk. Door het steeds grotere hoogten bereikende nationalisme en toenemende wantrouwen tegen de Duitsers, o.a. aangewakkerd door de agressieve uitlatingen van keizer Wilhelm, begon in Europa een ware wapenwedloop tussen Frankrijk, Engeland en Duitsland.

[bewerk] Eerste Wereldoorlog

Ondanks Wilhelms houding is het moeilijk te zeggen dat hij de Eerste Wereldoorlog heeft opgezocht, hoewel hij ook weinig deed om deze te voorkomen. Duitsland was een alliantie aangegaan met Oostenrijk-Hongarije en Italië (de Triple Alliantie, 1882) en Wilhelm moedigde het harde beleid van Wenen op de Balkan aan. Hij verklaarde na de moord op aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo op 28 juni 1914 dat de Oostenrijkers op de onvoorwaardelijke steun van Berlijn konden rekenen. Tijdens zijn zeilvakantie in Noorwegen in de weken die volgden escaleerde de Balkan-crisis tot een Europese oorlog waarbij Duitsland zich geconfronteerd zag met vijanden aan zowel de oost- als de westgrenzen.

Tijdens de oorlog was hij opperbevelhebber (Oberster Kriegsherr) maar verloor al snel de controle over zijn land en zijn laatste restje populariteit onder de bevolking. Die was trouwens toch al nooit erg groot geweest. Ook al waren de Pruisen traditioneel trouw aan het koningshuis, men zag al snel na des keizers aantreden het contrast van de blunderende en hooghartige Wilhelm met de gründliche en intelligente Bismarck die in feite het Keizerrijk gegrondvest had. Na enkele van weinig competentie getuigende Dienstbefehlen aan zijn commandanten 'bevrijdde' de Pruisische legertop Wilhelm van zijn verantwoordelijkheden, wat vrijwel geruisloos ging, en werd Duitsland vanaf toen feitelijk door een militaire junta bestuurd, bestaande uit Erich Ludendorff, Paul von Hindenburg en andere hoofdzakelijk Pruisische opperbevelhebbers. De keizer had nog maar weinig in te brengen hoewel hij zelf meende nog altijd te regeren.

Toen de oorlog op zijn einde liep en de Duitse nederlaag duidelijk in zicht kwam, smeekte kanselier prins Max van Baden Wilhelm troonsafstand te doen om tenminste de monarchie te redden. De Duitse bevolking was de altijd al impopulaire keizer beu en hield hem in hoofdzaak verantwoordelijk voor de steeds slechtere thuissituatie. De geallieerde blokkade van Duitsland begon op het eind van de oorlog duidelijk effect te sorteren: aan alle dagelijkse levensbehoeften, en als eerste voedsel, begon ernstig gebrek te komen. Er dreigde een volksopstand of zelfs revolutie naar het voorbeeld van wat er in Rusland gebeurd was. De sociaaldemocraten wilden deze dreiging voor zijn en van Duitsland een échte constitutionele monarchie maken, bij voorkeur onder een kleinzoon van de keizer (Wilhelms oudste zoon, kroonprins Wilhelm, was al even weinig geliefd als zijn vader). Wilhelm weigerde echter pertinent om af te treden en bezegelde hiermee dan ook het lot van de monarchie. In het najaar van 1918 brak de gevreesde opstand uit: de Novemberrevolutie.

[bewerk] Aftreden en ballingschap

In de Novemberrevolutie kondigde prins Max op 9 november 1918 het aftreden van de keizer aan. Ook had de Generale Staf bij monde van generaal Wilhelm Groener al aangegeven dat het Duitse leger de strijd niet meer kon volhouden en dat de keizer ook niet meer op de gehoorzaamheid van het leger hoefde te rekenen. Wilhelm zag eindelijk in dat zijn positie hopeloos was geworden (de geallieerden wilden hem zelfs arresteren als oorlogsmisdadiger) en koos tenslotte eieren voor zijn geld. Suggesties om zich dood te vechten wees hij van de hand als onverenigbaar met zijn positie als hoofd van de Duitse Lutheraanse Kerk. Hij ging in ballingschap in het neutrale Nederland. Hij liet korte tijd later 'enkele kleinoden' naar Nederland overkomen, persoonlijke bezittingen uit verschillende van zijn Duitse paleizen: genoeg voor 59 wagonladingen.

Tot 1920 leefde hij in Kasteel Amerongen, daarna tot zijn dood in Huis Doorn (beide in de provincie Utrecht). De Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden en hield vast aan haar neutraliteitspolitiek. De geallieerden waren te oorlogsmoe om een conflict hierover op de spits te drijven. Overigens wilde koningin Wilhelmina niets met de ex-keizer te maken hebben, en heeft hem zover bekend nooit bezocht in zijn ballingsoord. Haar dochter Juliana en prins Hendrik bezochten hem wel enige malen. Dit waren geen officiële ontvangsten door Wilhelm maar 'familiebezoeken': de Oranjes en Hohenzollerns zijn inderdaad aan elkaar verwant, en ook het huis Mecklenburg-Schwerin van prins Hendrik was aan Wilhelms familie verwant.

De ex-keizer hield zich voortaan vrijwel dagelijks bezig met houthakken waarbij hij persoonlijk de bijl en zaag hanteerde. Dit deed hij op een dusdanige schaal dat na verscheidene jaren het oorspronkelijk bosrijke landgoed van Huis Doorn grotendeels ontbost was en op de kapotgeschoten slagvelden uit de oorlog begon te lijken. Met trots liet Wilhelm steeds aan bezoekers zien hoeveel bomen hij per dag kon 'verwerken'. Hoewel de meningen over Wilhelms hobby verdeeld waren behield hij door de dagelijkse lichamelijke inspanning wel tot op hoge leeftijd een goede lichamelijke conditie. Verder besteedde Wilhelm veel tijd aan het schrijven van zijn memoires. Zijn inkomsten bestonden uit de opbrengsten van verscheidene landgoederen in Duitsland en een aardewerkfabriek in Cadinen (nu Kadyny onderdeel van de gemeente Tolkmicko in Polen) die in zijn bezit waren gebleven - verder bleek Wilhelm II de gelden die tot zijn beschikking stonden handig te kunnen beleggen. Na de dood van Augusta Victoria hertrouwde hij in 1922 met de weduwe prinses Hermine von Schönaich-Carolath, geboren prinses Reuss oudere linie.

In de jaren '30 had Wilhelm kortstondig de hoop dat de nazi's de monarchie zouden herstellen. Al snel zag hij in dat zij de in 1933 verworven macht niet zouden afstaan en zeker niet aan een schim uit het verleden. In 1934 verbood Adolf Hitler trouwens alle monarchistische verenigingen en partijen in Duitsland (evenals alle andere partijen die hij als eventuele concurrenten voor de macht beschouwde) zodat ook voor Wilhelm de laatste hoop voor een herstel van de monarchie voorbij was. Toen de Duitse legers Nederland binnenvielen weigerde hij op het aanbod van de Engelsen in te gaan om bij hen asiel aan te vragen zoals veel regeringen van door de nazi's bezette landen deden. Hij wilde niet nogmaals "weglopen". Daarbij, zo zou hij gezegd hebben, was hij te zeer aan Doorn gehecht geraakt. Hoewel Wilhelm minachtend neerkeek op de nazi's en hun ideologie zond hij in 1940 wel een gelukstelegram naar Adolf Hitler in verband met diens zege in Frankrijk. Dit gebaar was meer een initiatief van Hermine, die het nazisme meer was toegedaan, en Wilhelm zag hierin een mogelijkheid de Führer gunstig te stemmen inzake de positie van de adel die in het Derde Rijk steeds meer in het gedrang kwam. De nazi's steunden hem echter nog steeds niet. Op bevel van Berlijn werd het landgoed in Doorn afgegrendeld van de buitenwereld door de Geheime Feldpolizei en de oude keizer werd een gevangene van zijn eigen landgenoten.

[bewerk] Overlijden

Mausoleum van Wilhelm II van Duitsland in Doorn
Mausoleum van Wilhelm II van Duitsland in Doorn

Hij stierf op 4 juni 1941 in Doorn aan een longembolie - de Duitse bezetters stonden op wacht voor de poorten. Zijn wens om op zijn begrafenis geen hakenkruisen te tonen werd niet ingewilligd. Hitler liet een reusachtige krans bezorgen: de rouwlinten daaraan waren wel degelijk met dit nazi-symbool getooid. Onder de paar honderd aanwezigen was ook een Nederlandse fotograaf die ondanks de strenge beveiliging een foto reportage wist te maken.

Begrafenisstoet Wilhelm
Begrafenisstoet Wilhelm

Hij werd in eerste instantie bijgezet in de kapel op het landgoed, een jaar later in een door hemzelf ontworpen mausoleum in Doorn. Zijn gebalsemde lichaam rust hier nog steeds (2007), maar zal overeenkomstig zijn eigen wens overgebracht worden naar Duitsland - op voorwaarde dat dit weer een monarchie is.

In de jaren twintig was er nog een vrij grote monarchistische beweging die het koningshuis in ere wilde herstellen maar deze werd geleidelijk steeds kleiner. Er is tegenwoordig nog steeds een monarchistische beweging in Duitsland maar heden bijna uitsluitend nog gesteund door de oude Duitse adel. Nu is dit nu nog maar een zeer kleine splintergroep van het Duitse politieke spectrum. Verreweg de meeste andere Duitsers zien een terugkeer naar de monarchie als iets wat geen enkele relevantie meer heeft met de moderne wereld. Het ziet er dus vooralsnog niet naar uit dat Wilhelms laatste wens vervuld zal worden.

[bewerk] Kinderen

Wilhelm II (uiterst links) met zijn zoons; v.l.n.r. kroonprins Wilhelm, Eitel Frederik, Adalbert, August Wilhelm, Oscar en Joachim (januari 1913)
Wilhelm II (uiterst links) met zijn zoons; v.l.n.r. kroonprins Wilhelm, Eitel Frederik, Adalbert, August Wilhelm, Oscar en Joachim (januari 1913)

Wilhelm en Augusta Victoria hadden zeven kinderen:

[bewerk] Titels

Wilhelms titels luidden volledig:

  • Duits keizer en koning van Pruisen
  • markgraaf van Brandenburg
  • burggraaf van Neurenberg
  • graaf van Hohenzollern
  • soeverein en eerste hertog van Silezië en ook het graafschap Glatz
  • groothertog van Beneden-Rijn en Posen
  • hertog van Saksen, Westfalen en Engern, van Pommeren, Lüneburg, Holstein, Sleeswijk, van Maagdeburg, Bremen, Geldern, Kleef, Gulik en Berg en ook de Weneden en Kasjoeben, in Krossen, Lauenburg, Mecklenburg
  • landgraaf van Hessen en Thüringen
  • markgraaf van de Ober- en Niederlausitz
  • prins van Oranje
  • vorst van Rügen, Oost-Friesland, Paderborn en Pyrmont, van Halberstadt, Münster, Minden, Osnabrück, Hildesheim, van Verden, Kammin, Fulda, Nassau en Moers
  • vorstelijk graaf van Henneberg
  • graaf van Mark en Ravensberg, van Hohnstein, Tecklenburg en Lingen, van Mansfeld, Sigmaringen en Veringen
  • heer van Frankfurt

[bewerk] Onderscheidingen

De keizer werd door koningin Wilhelmina onderscheiden met het Grootkruis in de Militaire Willems-Orde (8 september 1889). Hij droeg ook het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw (28 juli 1878) en het Grootkruis in de Huisorde van Oranje (4 mei 1905).

De Duitse keizer was het laatste staatshoofd dat de Militaire Willems-Orde "uit beleefdheid" ontving. Zijn benoeming in de Huisorde van Oranje hangt samen met een familieband; ook de Pruisische koningen waren "Prinsen van Oranje". De keizer was met zijn oranje lint van de huisorde zeer ingenomen[1].

In 1884 benoemde Leopold II van België zijn Duitse collega tot Grootlint in de Leopoldsorde.

Zijn 75 ridderorden en een aantal van zijn overige onderscheidingen staan beschreven op Lijst van ridderorden van Wilhelm II van Duitsland.

[bewerk] Noten

1 In oudere Nederlandstalige – met name Belgische – publicaties werd de Duitse keizer soms ook Willem II genoemd. Zie bijvoorbeeld deze passage uit het oorlogsdagboek In Oorlogstijd (1915-1916) van de Vlaamse auteur Stijn Streuvels. Maar ook destijds was de Duitse naam Wilhelm al gebruikelijker in het Nederlands, wellicht om verwarring met de Nederlandse koning Willem II te voorkomen.

[bewerk] Externe links

 
Persoonlijke instellingen