Dolkstootlegende

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Dolkstootlegende is een complottheorie die tussen de beide wereldoorlogen vooral onder de nationalisten en conservatieven in Duitsland leefde, die inhield dat de Eerste Wereldoorlog niet op het slagveld verloren was, maar doordat de linkse revolutionairen het land met hun Novemberrevolutie hadden ondermijnd en vervolgens een (linkse) burgerlijke regering aan de macht hadden gebracht die het bevel aan de legerleiding gaf om de strijd te staken. Vanuit het binnenland had de regering zo de 'dolkstoot in de rug' gegeven die de nederlaag in een militair nog kansrijke oorlog had veroorzaakt. Deze tegenwoordig als legende beschouwde opvatting vond in werkelijkheid zijn ontstaan in een actie van de Duitse legerleiding om de verantwoordelijkheid voor de Duitse nederlaag in de oorlog af te wentelen.

Oorsprong[bewerken]

Propagandistische afbeelding van Hindenburg en Ludendorff

Door de propaganda had het Duitse volk een geheel verkeerd beeld van het verloop van de oorlog en werd de Duitsers voorgespiegeld dat de 'grote doorbraak aan het westfront' ieder moment kon gebeuren zodat de geallieerden 'opgerold' zouden worden. De Duitse legers stonden nog steeds diep op vijandelijk gebied en hadden zelfs in de zomer van 1918 nog significante terreinwinsten geboekt. Rusland had vrede met Bulgarije, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk gesloten en had bij de Vrede van Brest-Litovsk grote gebieden afgestaan. Oekraïne zou het hongerende Duitsland en Oostenrijk het dringend benodigde graan kunnen leveren.[bron?] Dat Duitsland in oktober 1918 onderhandelingen tot overgave begon, kwam voor de bevolking dan ook als een grote schok. Op initiatief van Erich Ludendorff was er van tevoren een parlementaire regering gevormd onder leiding van prins Max van Baden. Deze regering had een overwegend linkse signatuur.

Het was deze regering die verantwoordelijk werd voor het sluiten van vrede met de geallieerden, zodat de legerleiding naar buiten kon treden met de opvatting dat niet zij de strijd had verloren maar dat de linkse regering haar een dolkstoot in de rug had gegeven. Verder zouden linkse, stakende arbeiders in Duitsland hebben bijgedragen aan het klimaat waarin de regering het leger had kunnen afvallen.

De conservatieven en de militairen legden de schuld van de verloren oorlog bij de Republiek van Weimar. Die had immers het Keizerrijk ten val gebracht en vrede gesloten, terwijl het Duitse leger nog wel verder had kunnen strijden en wellicht nog kunnen winnen. In deze opvatting was de regering dan ook schuldig aan het 'Diktat'[1] dat door de geallieerden was opgelegd.

Militaire nederlaag of dolkstoot in de rug?[bewerken]

In werkelijkheid was de oorlog militair verloren en waren de laatste reserves van Duitsland aan manschappen en oorlogsmaterieel aangesproken en inmiddels al bijna 'verbruikt'. De geallieerde blokkade had een nijpende schaarste en hongersnood veroorzaakt. De Centrale bondgenoten van Duitsland gaven zich stuk voor stuk over, en met de overgave van Oostenrijk-Hongarije kwam de Duitse zuidgrens open te liggen. Zelfs het verdrag van Brest-Litovsk (dat vrede aan het Oostfront bracht) kon de naderende definitieve nederlaag in het westen niet meer voorkomen. Al voor de officiële deelname van de VS aan de strijd, maar zeker daarna, was het zonneklaar dat de Duitsers de geallieerden niet lang meer konden weerstaan. Begin november 1918 was de militaire positie van Duitsland uitzichtloos.

Ook was de omwenteling niet primair in gang gezet door linkse partijen, maar begonnen en mede ondersteund door militairen. Op 4 november 1918 kwamen de zeelui en mariniers van de Hochseeflotte in Kiel in opstand tegen een plan van de marineleiding om strijdend ten onder te gaan tegen de Britse Royal Navy. Om hen te vertegenwoordigen kozen ze raden, de Arbeiter- und Soldatenräte. Deze beweging zette zich door in vele Noord-Duitse en later ook Zuid-Duitse steden, waarin uiteindelijk ook de burgers en linkse partijen gingen deelnemen. Generaal Gröner deelde uiteindelijk aan de keizer mee dat hij niet langer op de gehoorzaamheid van het Duitse leger kon rekenen.

De militaire staf onder leiding van Ludendorff hadden met de laatste bijeengeraapte reserves nog een laatste offensief in de zomer van 1918 gelanceerd, de Kaiserschlacht maar na aanvankelijke terreinwinst waren de Duitsers weer teruggedreven. Nu was het voor iedere generaal (met een realistische visie) in de legertop duidelijk dat de definitieve ineenstorting van de Duitse strijdkrachten dichtbij was. De verantwoordelijke legerleiding zag dit ook wel in en adviseerde na deze laatste (en verloren) gok zelf de regering vredesonderhandelingen te starten voordat de westgrenzen doorbroken zouden worden en de geallieerden Duitsland zouden binnentrekken. Maar de tot dan nog nooit verslagen Pruisische generaals konden deze afgang niet verkroppen en fabriceerden toen de Dolkstootlegende om hun verantwoordelijkheid voor de oorspronkelijke onderschatting van de gevechtskracht van de geallieerden, de overschatting van de eigen militaire capaciteiten, en de daaruit resulterende uiteindelijke nederlaag af te wentelen.[2] Door een groot deel van de bevolking werd dit voor zoete koek geslikt.

Gevolgen[bewerken]

In de roerige jaren die volgden op de Eerste Wereldoorlog werd naast het verwerpelijk geachte verdrag van Versailles, de Dolkstootlegende bewust uitgebuit door met name een veteranenorganisatie als de Stahlhelm en door extreem-rechtse partijen als de Deutschnationale Volkspartei (DNVP) en de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP). De in diepe crisis verkerende en onpopulaire prille Weimarrepubliek geconfronteerd met de voortdurende dreiging van een links-communistische of rechts-conservatieve staatsgreep, een economische depressie, een gigantische inflatie en een enorme werkloosheid kreeg als het ware ook de dolkstoot in de rug toegediend. Deze voortdurende instabiliteit en het gebrek aan een door de maatschappij gedragen, gevestigde en gedegen politiek-democratische cultuur – het nu verdwenen keizerrijk was niet-parlementair, autoritair en militaristisch ingericht – droeg in belangrijke mate bij aan de opkomst van een sterke man, met een reactionaire visie: Adolf Hitler.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Met deze beladen term werd in Duitsland het Verdrag van Versailles bedoeld.
  2. Rainer Sammet: »Dolchstoß«. Deutschland und die Auseinandersetzung mit der Niederlage im Ersten Weltkrieg (1918–1933) trafo Verlag, Berlin 2003, ISBN 3896263064 en Lars-Broder Keil, Sven F. Kellerhoff: Deutsche Legenden. Vom 'Dolchstoß' und anderen Mythen der Geschichte, Linksverlag, 2002, ISBN 3861532573. Verder links op het Duitstalige Wikipedia-artikel over de dolkstootlegende.