Stijn Streuvels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stijn Streuvels
Stijn Streuvels en echtgenote met kleinkinderen en achterkleinkinderen
Stijn Streuvels en echtgenote met kleinkinderen en achterkleinkinderen
Algemene informatie
Volledige naam Franciscus Petrus Maria (Frank) Lateur
Pseudoniemen Stijn Streuvels
Geboren 3 oktober 1871, Heule
Overleden 15 augustus 1969, Ingooigem
Land Vlag van België België
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Stijn Streuvels, pseudoniem voor Franciscus Petrus Maria (Frank) Lateur (Heule, 3 oktober 1871Ingooigem, 15 augustus 1969) was een Vlaams schrijver.

Situering[bewerken]

Streuvels geldt als een van de belangrijkste vernieuwers uit de Nederlandstalige letteren van zijn tijd. Hij schreef naturalistische verhalen, geïnspireerd door Émile Zola en de grote Russen van die tijd (vooral Tolstoj).

Hij was autodidact en las en sprak meerdere talen, onder andere Frans en Duits. Noors kon hij lezen, maar Russisch kreeg hij nooit onder de knie. Onder andere het werk van Tolstoj vertaalde hij echter toch, aan de hand van Duitse vertalingen.

De literatuurkenners zijn het er over eens dat de visionaire sterkte van zijn werk, de onverbiddelijke erkenning van de werkelijkheid, zonder moraliserende commentaar (Albert Westerlinck), de scheppende taalkracht van zijn proza en de universaliteit van de behandelde thema's, zijn werk hebben opgetild boven het particularisme en de streekliteratuur.

Levensloop[bewerken]

Hij werd geboren als derde kind van Kamiel Lateur en Marie-Louise Gezelle, een jongere zus van priester-dichter Guido Gezelle. Vader Streuvels was kleermaker en een zwijgzaam man, in tegenstelling tot zijn vrouw die graag en boeiend sprak en ver­telde. Nadat Stijn Streuvels school had gelopen bij de zusters in de plaatselijke nonnenschool, stuurden zijn ouders hem in 1883 naar het St.-Jan-Berchmanspensionaat in Avelgem, waar zijn letterkundige begaafdheid voor het eerst tot uiting kwam.

Stijn Streuvels (Modest Huys,1915)

Van 1886 tot 1887 leerde hij de bakkersstiel in Avelgem, Kortrijk en Heule. In mei 1887 namen Streuvels' ouders te Avelgem de bakkerij van Kamiel Lateurs ongehuwde broers over en ver­huisde heel het gezin naar deze gemeente aan de Schelde. Van 1887 tot 1905, op de 20 maanden na (1889-1891) die hij in Brugge doorbracht om zich in het bakkersvak te bekwamen, bleef Streuvels in Avelgem bakken en schrijven.

Zijn eerste schetsen en gedichten verschenen in 1895 in De Jonge Vlaming en in Vlaamsch en Vrij. De volgende jaren namen ook de voornaamste tijdschriften, zoals Van Nu en Straks, bijdragen op van zijn hand. In 1899 verscheen zijn eerste verhalenbundel Lenteleven. Veertig jaar lang publiceerde Streuvels ieder jaar minstens één werk. Onder de meest bekende bevinden zich De Vlaschaard (1907), Het leven en de dood in de ast (1926), De teleurgang van de Waterhoek (1927) en Alma met de vlassen haren (1931).

Op 19 september 1905 huwde hij met Alida Staelens en ging hij in Ingooigem in zijn pasgebouwde huis Het Lijsternest wonen, waar hij voortaan van zijn pen zou leven. Hij kreeg vier kinderen: Paula, Paul, Dina ("Prutske") en Isa. In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires.

Hij heeft ruim 60 jaar in het Lijsternest gewoond en overleed er op 15 augustus 1969. Op zijn begrafenis met de wijtewagen, op de 21e daaropvolgend, waren zowat 7000 mensen aanwezig.

Onderscheidingen[bewerken]

De woonkamer in het 'Lijsternest'

Streuvels was doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven (1937), Münster (1941) en Pretoria (1964).

Publicaties[bewerken]

De schrijftafel van Stijn Streuvels in het 'Lijsternest'
  • Lenteleven (1899) (omvattend: De witte zandweg - In den voorwinter - Kerstavond - Slenteren - Op den dool - Van ongroei - Lente - In de vlage - Een pijpe of geen pijpe - 's Zondags - Een ongeluk - Wit leven - Het einde)
  • Zomerland (1900) (omvattend: Groeikracht - Zomerland - Meimorgen - Het woud)
  • Zonnetij (1900) (omvattend: De oogst - In 't water - Zomerzondag - Avondrust)
  • Doodendans (1901) (omvattend: Doodendans - Jongenstijd (in latere drukken: Kindertijd) - In de wijde wereld - Een speeldag - In de weide - Noorsche liederen - Honden - Doodendans)
  • De oogst (1901) (Uit "Zonnetij")
  • Langs de wegen (1902)
  • Dagen (1902) (omvattend: De kalfkoe - Naar buiten - Sint-Jan - Sint-Josef - Vrede - Verovering)
  • Minnehandel (1903) (omvattend: Joel - Maagdekensminne - Het zomerlief - De wondertijd - Het levensbedrijf - In de wonnegaarde)
  • Soldatenbloed, Een dramatisch bedrijf (toneelstuk) (1904)
  • Dorpsgeheimen I (1904) (omvattend: De lawine - Bertken en de moordenaars alle twaalf (vanaf de tweede druk vervangen door: Een beroerde maandag) - Jantje Verdure (afzonderlijk uitgegeven in 1943))
  • Dorpsgeheimen II (1904) (omvattend: Kinderzieltje - Martje Maertens en de misdadige grafmaker - Op het kasteel)
  • Open lucht (1905) (omvattend: Zonder dak - Grootmoederken (ook apart uitgegeven in hetzelfde jaar) - Een nieuw hoedje - Het duivelstuig - Jeugd)
  • Stille avonden (1905) (omvattend: Een lustige begraving - Horieneke - Zomerdagen op het vlakke land - Zonneblommen - Ingoyghem)
  • Het uitzicht der dingen (1906) (omvattend: De kwade dagen - De veeprijskamp - De ommegang)
  • Reinaert de Vos (1907)
  • De vlaschaard (1907)
  • Tieghem: het Vlaamse lustoord (1908)
  • Najaar I (1909) (omvattend: Najaar - De blijde dag) ("Najaar" werd later opgenomen in Najaar II; vanaf dan werd Najaar I "De blijde dag")
  • Najaar II (1909) (omvattend: De bomen - Jacht - De aanslag) (Na opname van "Najaar" werd Najaar II "Najaar")
  • Reinaert de Vos voor de Vierschaar van Koning Nobel de leeuw. (1909)
  • Reinaert de Vos (1910) (Verkorte versie van de uitgave uit 1907)
  • Het kerstekind (1911)
  • Over vrouwe Courtmans (tekst van een lezing) (1911)
  • Het glorierijke licht (1912)
  • Morgenstond (1912)
  • De werkman (1913) (Later opgenomen in "Werkmenschen")
  • De landsche woning in Vlaanderen (1913) (later bewerkt en opgenomen in "Land en leven in Vlaanderen")
  • Een beroerde maandag (1913) (omvattend: Een beroerde maandag (later opgenomen in Dorpsgeheimen I) - De lawine (afkomstig uit Dorpsgeheimen I))
  • Dorpslucht (1914) (In 1948 in verkorte versie verschenen als "Beroering over het dorp")
  • Mijn rijwiel (1915) (omvattend: Mijn rijwiel - Hoe men schrijver wordt)
  • In oorlogstijd (1915-1916) (omvattend: Augustus 1914 - September 1914 - October 1914 - November 1914 - december 1914-I - december 1914- Slot)
  • De aanslag (1917) (uit "Najaar II")
  • Sint-Jan (1919) (afkomstig uit "Dagen")
  • De bomen (1919) (uit "Najaar II")
  • Genoveva van Brabant (Deel I: 1919, Deel II: 1920)
  • Reinaert de Vos (1921)
  • De blijde dag (1921) (uit "Najaar I")
  • De schone en stichtende historie van Genoveva van Brabant (1921) (kortere versie van het werk uit 1919)
  • Prutske (1922)
  • Grootmoedertje (1922) (toneelversie van "Grootmoederken" uit "Open lucht")
  • Vertelsels van het jaar nul (1922) (kinderverhalen)
  • Land en leven in Vlaanderen (1923) (omvattend: Het uitzicht - De landsche dorpen - De landsche woningen - De landsche bevolking - Dertig jaar later)
  • Herinneringen uit het verleden (1924) (omvattend: Onze streek - Damme - Veurne-Ambacht - Volkslectuur (= bewerkte en uitgebreide versie van "Over vrouwe Courtmans") - Schoonheid - De schoonste deugd - Kinderlectuur - Mijn schooltijd - Het lied van den weemoed - Mijn loopbaan op de planken - Voor den oorlog - Mijn fiets in oorlogstijd - Na den oorlog - Na vijf en twintig jaren)
  • Op de Vlaamsche binnenwateren (1925) (omvattend: 't Haantje - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag)
  • Werkmensen (1926) (omvattend: De werkman (ook afzonderlijk verschenen in 1913) - Kerstmis in niemandsland - Het leven en den dood in den ast)
  • De teleurgang van de waterhoek (1927) [1]
  • De Drie Koningen aan de kust (1927)
  • Kerstwake (1928)
  • Kerstvertelsel (1929) (later verschenen als "De vreemde verteller")
  • Alma met de vlassen haren (1931)
  • Dr. Lauwers schriften (1931) (tekst van een lezing)
  • De rampzalige kaproen (Een middeleeuwse boerenroman) (1933)
  • Proza (1934) (omvattend: "Lente" uit Lenteleven - "De veeprijskamp" uit Het uitzicht der dingen - "Het glorierijke licht")
  • Prutske's vertelselboek (1935)
  • Levensbloesem (1937)
  • De vreemde verteller. Kerstverhaal (1938) (= Kerstvertelsel uit 1929)
  • Stijn Streuvels' werken (1938)
  • Deel I: Minnehandel - Langs de wegen - Het leven en de dood in de ast
  • Deel II: De vlasschaard - Prutske - Kinderzieltje - Kerstwake
  • Kerstvertellingen (1939) (omvattend: Grootmoederken - Kerstmis in Niemandsland - Kerstvertelsel - Drie Koningen aan de kust - Kerstwake)
  • De terechtstelling van een onschuldige (1940)
  • De maanden (1941) (In Nederland verschenen onder de titel "Een gang door het jaar")
  • Heule (1942)
  • Jantje Verdure (1943) (afkomstig uit "Dorpsgeheimen I")
  • Het leven en de dood in den ast (1944) (afkomstig uit "Werkmenschen")
  • Jeugd (1946) (Uit "Open lucht")
  • Avelghem (1946)
  • Beroering over het dorp (1948) (= "Dorpslucht" uit 1914)
  • Ingooigem (Deel I, 1904-1914) (1951)
  • Verzamelde Werken (1948)
    • Deel I: Lente (uit Lenteleven) - Minnehandel - Werkmenschen
    • Deel II: De vlasschaard - Prutske - Het duivelstuig (uit Openlucht)
  • Volledige Werken
    • Deel I (1950) (omvattend: Lenteleven, Zomerland, Zonnetij)
    • Deel II (1950) (omvattend: (Doodendans, Dagen, Openlucht)
    • Deel III (1951) (omvattend: Dorpsgeheimen I en II, Najaar)
    • Deel IV (1951) (omvattend: Langs de wegen, Het uitzicht der dingen, Het glorierijke licht)
    • Deel V (1952) (omvattend: Minnehandel, Stille avonden)
    • Deel VI (1953) (omvattend: De vlasschaard, De maanden)
    • Deel VII (1953) (omvattend: De blijde dag, Morgenstond, Prutske)
    • Deel VIII (1952) (omvattend: Genoveva van Brabant I en II)
    • Deel IX (1954) (omvattend: Herinneringen, Land en leven in Vlaanderen)
    • Deel X (1954) (omvattend: Kerstvertellingen, Werkmenschen)
    • Deel XI (1955) (omvattend: Alma met de vlassen haren, Levensbloesem)
    • Deel XII (1955) (omvattend: De teleurgang van de Waterhoek, Beroering over het dorp)
  • Reinaert de Vos (1956) (= versie uit 1907)
  • Ingooigem (Deel II, 1914-1940) (1957)
  • Kroniek van de familie Gezelle (1960)
  • Verhalen (1962) (omvattend: Een speeldag, uit Doodendans - Kinderzieltje, uit Dorpsgeheimen II - Lente, uit Lenteleven - In 't water, uit Zonnetij - Het einde, uit Lenteleven - Avondrust, uit Zonnetij)
  • Stijn Streuvels (1962) (omvattend: Het uitzicht der dingen - Het glorierijke licht)
  • Hugo Verriest (1964) (enkel de inleiding is geschreven door Streuvels)
  • In levende lijve (1966) (Bloemlezing - met bewerking van sommige teksten - uit "Heule", "Avelghem"; "Ingooigem I en II", "Kroniek van de familie Gezelle", "Herinneringen uit het verleden")
  • In den voorwinter (1970) (uit "Lenteleven")
  • Het zinnespel van droom en dood (1971) (toneelversie van "Het leven en de dood in den ast")
  • Volledig Werk
    • Deel I (1971) (omvattend: Lenteleven, Zomerland, Zonnetij, Dodendans, Langs de wegen, Dagen, Minnehandel, Dorpsgeheimen I en II, Soldatenbloed)
    • Deel II (1972) (omvattend: Openlucht, Stille avonden, Het uitzicht der dingen, De vlasschaard, Tieghem, De blijde dag, Najaar, Het glorierijke licht, Morgenstond, In oorlogstijd, Herinneringen)
    • Deel III (1972) (omvattend: Prutske, Land en leven in Vlaanderen, Op de Vlaamse binnenwateren, Werkmensen, De teleurgang van de Waterhoek, Alma met de vlassen haren, Levensbloesem)
    • Deel IV (1973) (omvattend: Kerstvertellingen, De maanden, Beroering over het dorp, Heule, Avelgem, Ingooigem I en II, Kroniek van de familie Gezelle)
  • Onze streek (1972) (= deel van "Herinneringen uit het verleden" in handschrift facsimile)
  • Tien van Streuvels (1973) (omvattend: De bomen, Jantje Verdure, Het woud, Groeikracht, Meimorgen uit "Zomerland" - In 't water, Avondrust uit "Zonnetij" - Kinderzieltje uit "Dorpsgeheimen II" - Zonnebloemen uit "Stille avonden" - Martje Maertens en de misdadige grafmaker uit "Dorpsgeheimen" II 1e druk")
  • Het einde. Zomerzondag (1978) (tekstuitgave en werkschrift, door J. van Meensel)
  • In oorlogstijd (1979) (met nieuwe teksten aangevulde herdruk van het werk uit 1915-16)
  • Uit lust met de penne (1982)
  • De aanslag (1986) (omvattend: De aanslag - De werkman - Het leven en de dood in de ast)
  • Nulla dies sine linea (uit het dagboek van Stijn Streuvels (1989)

Verfilming[bewerken]

Drie werken van Streuvels werden verfilmd:

Illustraties in Streuvels' Reinaert de Vos-boeken[bewerken]

Streuvels' Reinaertbewerkingen zijn geïllustreerd met een reeks tekeningen van de befaamde Vlaamse beeldend kunstenaar Gustave van de Woestijne. Deze tekeningen zijn voor de eerste maal gebruikt in de Duimpjes-Reinaert (1909) in de reeks Duimpjesuitgaven van Victor de Lille. Als men de herdruk van 1926 en de uitgave van 1933 buiten beschouwing laat is de reeks nog in 6 edities gebruikt. Een volledige bespreking van deze reeks prenten is te vinden in: De vos en het Lijsternest Jaarboek II van het Stijn Streuvelsgenootschap (Tielt 1996).

Literatuur[bewerken]

Het grafmonument van Stijn Streuvels in Ingooigem
  • André DE RIDDER, Stijn Streuvels. Zijn leven en zijn werk, 1907
  • Filip DE PILLECYN, Stijn Streuvels en zijn werk, 1932
  • André DEMEDTS, Stijn Streuvels, in: Streuvelsnummer van Dietsche Warande en Belfort, 1946
  • André DEMEDTS, Stijn Streuvels, 1955
  • Raf VAN DER LINDE, Het oeuvre van Streuvels, sociaal document, Leuvenen, 1958
  • Antoon COOLEN, Stijn Streuvels, 1961
  • Jean WEIGERBER, Stijn Streuvels, een sociologische balans, 1970
  • Albert WESTERLINCK, M. JANSSENS, J. WEISGERBER, e. a., Een eeuw Streuvels, 1971
  • Luc SCHEPENS, Kroniek van Stijn Streuvels, 1871-1969, 1971
  • André DEMEDTS, Stijn Streuvels, een terugblik op leven en werk, 1971
  • Johan ROELSTRAETE, De voorouders van Stijn Streuvels, Familia et Patria, Handzame, 1971.
  • Toon BREËS, Frank Lateur, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1997
  • Ludo SIMONS, Het derde leven van Stijn Streuvels, in: Verhalen voor Vlaanderen, 1997
  • Tom SINTOBIN, Wie schaft er op de woorden?' Over de beschrijving en het beschrijvende bij Stijn Streuvels , 2002
  • Kathryn SMITS Een aardig bundeltje brieven. Stijn Streuvels en Emmanuel De Bom. De briefwisseling van de jaren 1900-1914, Pelckmans, Kapellen, 2005
  • Annelies ANSEEUW, Kunstwerken uit het schrijvershuis 'Het Lijsternest beschreven. Een stand van zaken, in: In de Steigers, 2010, blz. 31-39
  • Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap. Van 1995 tot 2013 zijn achttien afleveringen verschenen van het Jaarboek, gepubliceerd door het Stijn Streuvelsgenootschap, met talrijke artikelen gewijd aan de schrijver en zijn werk, als volgt:
    • Deel I, Een tweede eeuw?, 1995
    • Deel II, De Vos en het Lijsternest, 1996
    • Deel III, Zoals ik u schreef, 1997
    • Deel IV, De huid van Mira, 1998
    • Deel V, Vrienden en wapenbroeders, 2000
    • Deel VI, Streuvels en zijn biografen, 2002
    • Deel VII, Ik was een versnoekte kwâjongen in mijn tijd, 2002
    • Deel VIII, Kerstwake, 2003
    • Deel IX, Levensbloesem, 2004
    • Deel X, Over Prutske van Stijn Streuvels, 2005
    • Deel XI, Jantje Verdure, 2006
    • Deel XII, Wie heet er u te slijten?. Over De Vlaschaard van Stijn Streuvels, 2007
    • Deel XIII, Een wijf is een wijf. Over mannen en vrouwen bij Stijn Streuvels, 2008
    • Deel XIV, Voor altijd onder de ogen: Streuvels en de beeldende kunsten, 2009
    • Deel XV, Stijn Streuvels en de Europese literatuur, 2010
    • Deel XVI, Stijn Streuvels en 'Heule', 2011
    • Deel XVII, Stijn Streuvels en 'Avelghem', 2012
    • Deel XVIII, Stijn Streuvels en 'Ingoyghem', 2013

De redactie van de verschillende delen was in handen van:

  • Piet Thomas (delen 1 tot 6) Voor deel 2 ook Rik Van Daele
  • Marcel De Smedt (delen 7 tot 12, 16, 17, 18)
  • Marcel De Smedt, Tom Sintobin, Johan De Smet, Hans Vandevoorde, Stijn van Clooster (delen 13 tot 15)

Biografen[bewerken]

André de Ridder, Filip De Pillecyn en André Demedts waren de eerste en belangrijkste Streuvelsbiografen, bij leven van Streuvels, tussen 1900 en 1970.

Na zijn dood verschenen talrijke bijdragen, zowel afzonderlijke (Albert Westerlinck, Luc Schepens, André Demedts, Ludo Simons enz.) als in de jaarboeken van het Stijn Streuvelsgenootschap, die de weg effenden naar een grondiger kennis van de auteur en zijn werk. Een allesomvattende biografie laat op zich wachten.

Wel werd over Streuvels ook geschreven door Hedwig Speliers, die in 1964 een door Streuvels gewaardeerd essay 'Een broertje dood aan Streuvels?' publiceerde in Wij, galspuwers (1964). Hij ging echter vervolgens de pamflettoer op met:

  • Omtrent Streuvels. Het einde van een myte. Een anti-essay (1968).
  • in samenwerking met Georges Adé en Georges Wildemeersch (Universiteit Antwerpen), Afscheid van Streuvels (1971).
  • Die verrekte gelijkhebber (1974).
  • Album Stijn Streuvels, (1984), een fotobiografie.
  • Dag Streuvels: Ik ken den weg alleen (1995).
  • Als een oude Germaanse eik (1999).
  • Met politiek bemoei ik mij niet (2003).

Deze werken gaven aanleiding tot felle discussies. Door historici werd aan Speliers verweten geen biografieën maar pamfletten te schrijven, waarin hij, zonder aandacht voor chronologie of voor grondige en kritische informatie, een thesis uitwerkte, waaruit moest blijken dat bij Streuvels een germanofilie aanwezig was die evolueerde tot een fascistische en nazistische aanhankelijkheid. Op de talrijke kritieken die op deze onterechte thesis volgden en de vele vergissingen hierin die werden onderstreept, gaf de auteur geen antwoord.

Externe links[bewerken]

Voetnota[bewerken]

  1.  :Dit boek kent een merkwaardige tekstgeschiedenis. De eerste druk in boekvorm (1927) werd ongunstig ontvangen en wegens de zogezegd "aanstootgevende" passages uit katholieke bibliotheken geweerd. Met het oog op de "tweede herziene druk" (1939) heeft Streuvels veel wijzigingen aangebracht en vooral heel wat sensueel getinte passages geschrapt, zelfs hele bladzijden die voor het goede begrip van de karakters en de verhaallijn van wezenlijk belang zijn. Het is verbijsterend hoe de auteur zijn meesterwerk zo heeft kunnen toetakelen. Alle volgende drukken, zelfs de uitgave in het Volledig werk (1972) volgen de ingekorte versie! Gelukkig is er ook een uitmuntende tekstkritische editie verschenen, verzorgd door Marcel De Smedt en Edward Vanhoutte (Antwerpen, Manteau, 1999), die de originele tekst in ere heeft hersteld.