Rijksdag (Duitsland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over het parlement. Zie Rijksdaggebouw voor het gebouw in Berlijn waar dit parlement zetelt.
Het Rijksdaggebouw van 1894, waar de Rijksdag de langste tijd zetelde. Nu is dit ook het gebouw van het moderne Duitse parlement, de Bondsdag.

De Rijksdag was de benaming voor het parlement van Duitsland in de jaren 1867-1945. Sinds 1949 heeft de Duitse Bondsdag (Duits: Bundestag) dezelfde functie in de Bondsrepubliek Duitsland, en sinds 1999 gebruikt de Bondsdag weer het oude Rijksdagsgebouw.

De term "Reichstag" (Rijksdag) is een samenstelling van Reich (rijk) en tag (vergadering, vergelijk met dagen). Men zou het kunnen vertalen als 'Rijksvergadering'.

Rijksdag vóór 1867[bewerken]

In het Heilige Roomse Rijk (tot 1806) bestond er al een Rijksdag. Dit was echter nog geen modern parlement (volksvertegenwoordiging) maar een orgaan waar de vertegenwoordigers van de Duitse vorstendommen en vrije rijkssteden samenkwamen.

De Duitse Bond, die van 1814 tot 1866 bestond, kende een soortgelijke vergadering als het Heilige Roomse Rijk. De verschillende staten stuurden hun afgevaardigden naar de bondsdag in Frankfurt am Main. Het was een congres van gezanten die van de beslissingen van hun regeringen afhankelijk waren. De naam was Bundesversammlung maar de benaming Bundestag werd vaker gebruikt.

In het revolutiejaar 1848 kwam een Nationale vergadering bij elkaar, het Frankfurter Parlement. Het besloot in 1849 in een grondwet tot een Rijksdag, als naam voor een parlement met twee kamers: het Volkshaus en het Staatenhaus. Die grondwet werd echter nooit realiteit omdat de Pruisische koning de hem aangeboden keizerkroon niet aanvaardde.

Nationaal parlement van 1867-1933[bewerken]

Vergadering in 1874, nog in het gebouw van het Pruisische Herenhuis in de Leipziger Straße 75.
Rijksdaggebouw rond 1900

De Noord-Duitse Bond (1867-1871), een door Pruisen gedomineerde statenbond ten noorden van de Main, bezat een Rijksdag. Dit was wel een modern gekozen volksvertegenwoordiging, maar ze bezat relatief weinig macht omdat ook de Bondsraad zijn goedkeuring aan wetten moest geven. De Bondsraad vertegenwoordigde de Duitse vorsten en vrije steden.

Het Duitse Keizerrijk, dat in 1871 uit de Noord-Duitse Bond is voortgekomen, had eveneens de Rijksdag als parlement. De vergadering zetelde in Berlijn, vanaf 1894 in het gebouw dat als Reichstagsgebäude (Rijksdaggebouw) is bekend en nog steeds als Duits parlement dient. De regeringsleider, de Rijkskanselier, werd door de Duitse keizer (de Pruisische koning) gekozen en had voor zijn bestaan het vertrouwen van de Rijksdag niet nodig. Toch was de Rijksdag een sterk democratisch element naast de autocratische elementen want zonder toestemming van Rijksdag (en Bondsraad) kwamen geen wetten tot stand. De stemopkomst was in het algemeen hoog; anders dan in de meeste andere landen van de wereld mochten min of meer alle mannen vanaf een leeftijd van 25 jaar stemmen.

De Republiek van Weimar had van 1918 tot 1933 een parlement dat wederom de Rijksdag werd genoemd. In deze eerste democratische Duitse Bondsstaat had de Rijksdag de rechten en controlemogelijkheden van een modern parlement. De Rijksdag koos de Rijkskanselier en stelde wetten vast. In de jaren 1919-1924 en vanaf 1930 werd de Rijksdag geleidelijk omzeild door machtigingswetten en door nooddecreten van de Rijkspresident.

NS-dictatuur 1933-1945[bewerken]

Vergadering van de NS-Rijksdag in 1940, in de Krolloper. Hitler heeft nooit in het Rijksdaggebouw gesproken.

Ook na de machtsovername van de nationaalsocialistische NSDAP in 1933 bleef er formeel een Rijksdag bestaan. Nadat Adolf Hitler benoemd was als Rijkskanselier begon de Gleichschaltung (vert: gelijkschakeling) met de Reichstagsbrandverordnung en de machtigingswet van maart 1933. Door tegenstanders te arresteren of te intimideren verkreeg Hitler een meerderheid voor zijn machtigingswet die bepaalde dat ook de regering wetten kon maken. Later in dat jaar werd de Rijksdag opnieuw gekozen waarvan alle leden bij de NSDAP hoorden.

De Rijksdag zetelde, tot aan de geruchtmakende brand in het Rijksdaggebouw te Berlijn. Na de brand vergaderde men in een operagebouw, de Kroll Oper, dat zijn naam aan de architect dankte. De Rijksdag kwam in 1942 voor het laatst bijeen, onder voorzitterschap van Hermann Göring.

Nachtfotografie: Rijksdaggebouw (2011) Foto: Wolfgang Pehlemann

Duitse parlementen ná 1945[bewerken]

Tijdens de bezetting van Duitsland door de geallieerden was er geen Duits parlement.

De grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland bracht in 1949 een nieuw parlement dat de Bondsdag genoemd werd. Dit parlement zetelde in Bonn en kwam slechts af en toe in het Rijksdaggebouw in Berlijn bijeen.

In Oost-Berlijn, hoofdstad van de Duitse Democratische Republiek (DDR) kwam een parlement dat "Volkskammer" genoemd werd bijeen. Omdat de verkiezingsresultaten van tevoren al vast stond en deze vergadering over geen werkelijke gezag beschikte, kan men niet van een democratisch parlement spreken.

Na de vereniging van de beide Duitslanden besliste de Bondsdag om zich in Berlijn te vestigen. Het gebouw behoudt zijn naam Reichstagsgebäude.