Gleichschaltung

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Gleichschaltung (gelijkschakeling, synchronisering) was de term waarmee men de maatregelen aanduidde waarbij de nazi's Duitsland in een totalitaire dictatuur veranderden. De term was oorspronkelijk afkomstig uit het technisch jargon en duidde op het synchroniseren van machines. De nazi's wilden met hun maatregelen de gehele Duitse bevolking "synchroniseren" in het keurslijf van de NSDAP.

Gleichschalting vond met name in de periode 1933-'37 plaats. Iedere organisatie, van de kleinste hobbyclub tot de grootste deelstaten en verenigingen als Stahlhelm, werden ondergeschikt gemaakt aan de NSDAP. De NSDAP verkreeg zo als het ware een monopolie op ieder aspect van het leven. Dit geschiedde op verschillende manieren:

  • De vereniging of organisatie tot opheffing dwingen. Voorbeelden waren de opheffing van de vakbonden en de politieke partijen;
  • Statutenwijziging waarbij het nationaalsocialistische gedachtegoed werd geaccepteerd, of waarin de structuur werd aangepast aan of geïntegreerd in de partij;
  • Opname van nazi's en SA-ers in het dagelijks bestuur;
  • Het creëren van staatsinstanties of ministeries die de organisatie controleren, zoals de creatie van een Ministerie voor Kerkelijke Aangelegenheden;
  • Het creëren van concurrerende, vervangende of nieuwe organisaties, zoals Kraft durch Freude, de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel;
  • Het afschaffen van scheiding der machten in het staatsapparaat;
  • Het opheffen van de bevoegdheden van de deelstaten;
  • Het opschorten van de grondrechten;
  • Het aannemen van repressieve wetgeving;
  • Publiekelijke acceptatie van de nazi-ideologie door besturen van organisaties;
  • Intimidatie en terreur jegens een ieder die niet met de Gleichschaltung meewerkte.

Vrijwel iedere organisatie van enige betekenis werd Gleichgeschaltet. Zelfs de kleinste organisaties zoals een jagersvereniging ontkwamen hier niet aan. Het proces vond plaats in heel Duitsland, van lokaal tot nationaal niveau. Op lokaal niveau resulteerde het in de nazificering van iedere vereniging en de lagere overheden, op nationaal niveau in het afschaffen van de bevoegdheden van deelstaten en oppositiepartijen. Sommige organisaties werden via dwang of wettelijke maatregelen Gleichgeschaltet, sommigen werkten hier geheel vrijwillig aan mee. Het resultaat van de Gleichschaltung was de eliminatie van alle oppositie van betekenis t.o.v. de nazi's, en de totale controle over de Duitse staat en bevolking.

Uiteindelijk moest iedere Duitser lid worden van een of andere genazificeerde organisatie. Jongens moesten bijvoorbeeld vanaf hun zesde lid worden van zogenaamde Pimpfen, speelclubjes waarin tegelijkertijd de nazi-ideologie "met de paplepel werd ingegoten". Vanaf hun tiende volgde toetreding tot het Deutsches Jungvolk, waarna de jongen met 14 tot de Hitlerjugend toetrad. Vanaf hun 18e dienden ze lid te worden van de Arbeitsdienst of dienst te nemen in het leger of de SS. Meisjes werden aanvankelijk lid van de Jungmädel, vervolgens van de Bund Deutscher Mädel, daarna van Glaube und Schonheit. Rond hun 21e moesten ze een jaar op het land werken (Landjahr). Alle arbeiders waren bovendien verplicht lid van Kraft durch Freude, dat uitstapjes en hobby's organiseerde. Hobbyclubs vielen verplicht onder de controle van Kraft durch Freude.

Meer specifiek doelt men met Gleichschaltung op een aantal maatregelen en gebeurtenissen die de controle van de NSDAP over Duitsland versterkten tot een totalitair systeem was bereikt:

  • De aanname van noodvolmachten door de Reichstag en president Von Hindenburg naar aanleiding van de Rijksdagbrand, gevolgd door terreuracties van de SA en willekeurige arrestaties van met name communisten;
  • De Rijksdagverkiezingen van maart 1933, waarbij de NSDAP 44% van de stemmen haalde. Door de coalitie met conservatieve bondgenoten en door de communisten hun zetel te ontzetten controleren de nazi's nu effectief een absolute meerderheid;
  • De daaropvolgende aanname van een speciale machtigingswet die de grondrechten opschortte en de wetgevende macht bij de regering legde. Hiermee schakelde het parlement zichzelf in feite uit. De SPD, die tegen had gestemd, werd verboden. In de daaropvolgende periode werden alle andere partijen ook ontbonden;
  • De eerste Gleichschaltungswet, die de reeds grotendeels genazificeerde deelstaatregeringen eveneens wetgevende bevoegdheden gaf op deelstaatniveau;
  • De tweede Gleichschaltungswet, die de post van Rijksstadhouder in iedere deelstaat in het leven riep. Deze door de regering beoemde functionarissen zouden als een soort deelstaatpresidenten functioneren. Hitler werd zelf Rijksstadhouder van de grootste en belangrijkste deelstaat, Pruisen;
  • Een aanval op de grootste vakbond ADGB leidde het einde van de vakbonden in. ADGB-gebouwen werden bezet en leiders opgepakt. Uiteindelijk werden alle vakbonden verenigd in de nazi-organisatie Deutsches Arbeitsfront (DAF);
  • De aanname van een wet die de vorming van nieuwe politieke partijen verbood;
  • Begin 1934 werd middels een tweetal wetten de federale staatsstructuur opgeheven. Alle deelstaatinstellingen werden opgeheven en al hun bevoegdheden vervielen aan de centrale regering in Berlijn. Vanaf nu was Duitsland een eenheidsstaat en was de indeling in Gaue van de NSDAP veel belangrijker. De deelstaten waren niets meer dan lijnen op de kaart;
  • De Nacht van de Lange Messen, waarin de macht van de SA werd gebroken en verschillende kopstukken gevangen werden gezet. Ook andere politieke tegenstanders van Hitler, alsmede oude vijanden zoals Gustav von Kahr, werden gearresteerd of vermoord. Deze actie werd gelegaliseerd door middel van een speciale wet met terugwerkende kracht;
  • Op 2 augustus 1934 overleed president Paul von Hindenburg. Direct daarna werden de bevoegdheden van Rijkspresident met die van de Rijkskanselier verenigd. Vanaf nu was Hitler "Fuhrer en Rijkskanselier";
  • In 1938 werd de Reichswehr gezuiverd, waarmee de laatste niet-genazificeerde instantie tot gehoorzaamheid werd gedwongen.
 
Persoonlijke instellingen