Februaristaking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Dokwerker, monument ter nagedachtenis aan de februaristaking op het Jonas Daniel Meijerplein. Op de achtergrond is de Portugese Synagoge.

De Februaristaking was een staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en de stad Utrecht en directe omgeving. Het was de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland. De staking was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa.[1]

Aanleiding[bewerken]

Vanaf begin februari 1941 overwoog de Communistische Partij van Nederland (CPN) om actie te voeren tegen een mogelijke (en door hen gevreesde) Mussert-regering van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Op 17 februari 1941, toen de metaalstaking in Amsterdam-Noord op haar hoogtepunt was (als gevolg van - toen al - mogelijke gedwongen tewerkstelling van arbeiders in Duitsland) besprak de partijleiding van de CPN de mogelijkheden om voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen. Omdat de Duitse bezetter zwichtte voor de eis om de uitzending naar Duitsland van Nederlandse metaalarbeiders te staken, verviel de aanleiding voor de staking.

De dood van Koot[bewerken]

Vanaf de winter van 1940 vielen leden van de nationaalsocialistische Weerbaarheidsafdeling van de NSB Joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. Ze vernederden de Joodse bewoners en stalen hun spullen. De bewoners van de Jodenbuurt - een overwegend arme buurt - verzetten zich tegen de NSB'ers en vormden knokploegen. Ze werden in hun verzet gesteund door andere - niet-Joodse - Amsterdammers, vooral bewoners van de Jordaan en de Eilanden. Op 9 februari 1941 drongen NSB'ers, bijgestaan door Duitse militairen, op het Thorbeckeplein het café-cabaret ‘Alcazar’ binnen omdat daar nog Joodse artiesten optraden. Dit leidde tot een vechtpartij waarbij 23 mensen gewond raakten. De NSB'er Hendrik Koot overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. Naar aanleiding van de dood van Koot schreef de aan de nazipartij gelieerde krant 'Volk en Vaderland': "Juda heeft het masker afgeworpen! Vermoord? Neen, vertrapt met sadistischen wellust! Vermorzeld onder de lompe poten van een nomadenvolk dat niet van ons bloed is"[2].

IJssalon Koco[bewerken]

Naar aanleiding van de gebeurtenissen van 9 februari en de dood van Koot liet Hans Böhmcker (vertegenwoordiger van Reichskommissar Seyss-Inquart in Amsterdam) op 12 februari om zes uur in de ochtend de Jodenbuurt volledig afsluiten. Nog dezelfde dag ontbood Böhmcker een aantal Joodse notabelen en eiste de oprichting van een Joodsche Raad die alle Amsterdamse Joden moest vertegenwoordigen.[3] Het eerste dat de Joodsche Raad moest doen, was ervoor zorgen dat alle Joden in Amsterdam hun wapens zouden inleveren. De Joodsche Raad kwam binnen een paar dagen tot stand. In de dagen tussen 12 en 19 februari werd de afsluiting van de Jodenbuurt deels opgeheven, maar de spanningen tussen NSB'ers en Joden bleven. Die spanningen culmineerden op 19 februari in de 'zaak Koco', niet in de Jodenbuurt maar in het welvarender Amsterdam-Zuid waar ongeveer een kwart van de Amsterdamse Joden woonde. 'Koco' was de naam van een ijssalon in de Van Woustraat, nummer 149. De zaak werd gedreven door Alfred Kohn en Ernst Cahn, Duits-Joodse vluchtelingen, die ook de ijszaak in de Rijnstraat 71 - 73 bestierden. Enkele vaste klanten hadden begin februari besloten een knokploeg te vormen om zich te verdedigen tegen de nazi's. Op 19 februari wilde een patrouille van de Grüne Polizei de ijssalon op de Van Woustraat binnendringen. De zaak werd beschermd door een knokploeg van Joodse en niet-Joodse buurtbewoners en er ontstond een hevige vechtpartij. De Duitsers werden bovendien met ammoniakgas (nodig voor de koeling van ijs) bespoten, waarbij het achteraf onduidelijk is of dit voorzien was of per ongeluk. Zes mensen, onder wie één van de eigenaren, werden gearresteerd en mishandeld op het bureau aan de Herengracht. Ernst Cahn werd op 3 maart 1941 door een vuurpeloton doodgeschoten, Alfred Kohn kwam na deportatie om in een concentratiekamp. Ernst Cahn was de eerste burger die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland voor een vuurpeloton stierf. De gebeurtenissen zijn de basis geweest voor de film "De IJssalon".

Razzia in de Jodenbuurt[bewerken]

Hanns Albin Rauter, generalkommissar für das Sicherheitswesen in Nederland, rapporteerde de zaak Koco op 20 februari 1941 aan Heinrich Himmler. Hij schetste daarbij een voor de Joden zo ongunstig mogelijke weergave van de feiten, waarbij geschetst is dat er een moedwillige aanslag door de eigenaren van Koco op de manschappen van de Sicherheidspolizei is gepleegd. Volgens Rauter moest er eindelijk eens iets gebeuren tegen de Joden en hun Joodse wreedheden. Als represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco vonden op zaterdag 22 februari en zondag 23 februari 1941 in de Jodenbuurt razzia's plaats onder leiding van Obersturmbannführer Friedrich Knolle. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 425 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt en - naar later bleek - naar het concentratiekamp Mauthausen afgevoerd. Op zondag 23 februari was het zondagsmarkt in de Jodenbuurt, daardoor waren vele niet-Joodse Amsterdammers getuige van de razzia. De Nederlandse politie was niet op de hoogte gesteld van de razzia en was volledig overstuur. Ook de Amsterdammers waren verbijsterd en hun woede over het optreden van de Duitsers was groot. De CPN zag haar kansen: wat op 18 februari niet was doorgegaan, zou nu misschien wel lukken. De CPN zag voldoende aanleiding 'om de gehele massa te mobiliseren, daar de gehele massa tegen deze antisemitische actie was'. De CPN greep zodoende niet slechts terug op het idee van een staking die ze al op 17 februari overwogen had, maar gebruikte ook ongeveer dezelfde motivering: de dreigende machtsovername van de NSB door middel van de Jodenvervolging moest worden voorkomen. Wellicht zou de Duitse bezetter door een algemene staking in gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besluiten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941.

Staking[bewerken]

Ter voorbereiding van de staking organiseert de ondergrondse CPN een korte openluchtvergadering van ongeveer 400 Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen op de Noordermarkt in de Jordaan. Stratenmaker Willem Kraan verkondigt hier het besluit tot staken. De merendeels communistische aanwezigen worden ook tot staken aangespoord door Piet Nak en Dirk van Nimwegen, en stemmen met de plannen in. Ze krijgen de pakken met manifesten en moeten trachten in de bedrijven de arbeiders tot staking te bewegen. De afgesproken doelstelling was: twee dagen staken, dinsdag zo veel mogelijk de overheidsbedrijven en woensdag een algemene staking, dus inclusief het bedrijfsleven. Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam, tegelijkertijd verspreiden aanhangers van de CPN het manifest: 'Staakt, staakt, staakt!!!' onder Amsterdamse bedrijven. De staking verspreidde zich als een olievlek over de stad. Rond het middaguur van de 25e was de algemene staking een feit, eerder dan de organisatoren hadden verwacht en anders dan zij hadden voorzien. Na Amsterdam sloeg de staking over naar Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum (waar werknemers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek het voortouw namen), Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht. Er is ook een poging geweest van de communistische Vonkgroep om de februaristaking in Den Haag tot stand te brengen. Er zijn pamfletten met een stakingsoproep bij de tramremise uitgereikt, maar er was geen stakingsbereidheid bij het personeel van de HTM.

Einde staking[bewerken]

De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie en meedogenloos ingrijpen. Hierbij vielen negen doden en 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangengenomen. Na twee dagen was de staking ten einde. Dit was een gevolg van de combinatie van enkele factoren: het Duitse ingrijpen, de stakingsparolen van de CPN (de staking mocht slechts twee dagen duren) en de druk van het Amsterdamse gemeentebestuur om het werk te hervatten. De steden die meegedaan hadden aan de staking kregen van de Duitsers hoge boetes opgelegd. Amsterdam moest 15 miljoen betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd was hun boete relatief gezien hoog.

Vervolging CPN[bewerken]

Na de staking openden de bezetters de jacht op CPN-leden, vanwege hun deelname aan en het initiëren van de staking. Hierdoor kon een nieuwe staking, die op 6 maart van start zou gaan, niet meer doorgaan. Bij die jacht werd op 5 maart de Joodse communist Leendert Schijveschuurder betrapt op het aanplakken van stakingsoproepen voor de volgende dag. Hij werd meteen de volgende dag gefusilleerd en was de eerste Nederlander die door de Duitsers gefusilleerd werd. Op 13 maart 1941 werden op de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen de drie communistische Februaristakers (Joop Eyl, Ward Hellendoorn en Herman Coenradi) door een Duits vuurpeloton gefusilleerd. Naast de drie communisten werden ook 15 leden van de Geuzen-verzetsgroep, die kort daarvoor verraden was, gefusilleerd. Naar aanleiding van de executies van de Geuzen en de Februaristakers schreef Jan Campert het gedicht De achttien dooden. Verder werden tweeëntwintig communisten die aan de organisatie van de staking hadden meegewerkt in een proces tot tien jaar Zuchthaus veroordeeld, die in Duitse gevangenissen moesten worden uitgezeten. Hoewel ze niet de doodstraf kregen stierven er twee in Duitsland, namelijk Adrianus van Waert op 9 juni 1942 in de gevangenis in Rheinbach en Josef Jaques van Weezel op een onbekende dag op een onbekende plaats in Duitsland.

Sommige historici schrijven dat na de Februaristaking de Duitsers een jacht op de communisten openden, maar de massale arrestaties van communisten vanaf het voorjaar van 1941 hadden andere achtergronden: de massale arrestaties vonden ook plaats in Groningen en Den Haag, waar geen staking was geweest. Bovendien blijkt dit ook uit de processen-verbaal die na de oorlog zijn opgesteld met betrekking tot de politieagenten die voor en tijdens de oorlog van de respectievelijke regionale inlichtingendiensten deel uitmaakten.

Herdenking[bewerken]

Herdenking Februaristaking in 2008

De Februaristaking wordt jaarlijks herdacht bij het beeld van De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein. Het bronzen beeld - dat een staker voorstelt - werd in 1952 gemaakt door Mari Andriessen. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van 'de kleine man' tegen een grote macht. Het verhaal wil dat arbeiders spontaan in verzet kwamen omdat zij het lijden van hun Joodse medeburgers niet aan konden zien. Dat het initiatief voor de staking van de zijde van de CPN kwam, is bij velen niet bekend. Ook het verhaal van de ijssalon - aanleiding voor de razzia's - kennen de meeste mensen niet. Aan de zuidzijde van de Noorderkerk is een plaquette aangebracht die herinnert aan de verboden openbare bijeenkomsten op de Noordermarkt. Gedurende vele jaren waren de communistische organisatoren van de staking niet welkom bij de officiële herdenking, daarom hielden de communisten jarenlang een aparte herdenking. Op initiatief van Harry Verheij en Ed van Thijn werden beide herdenkingen vanaf 1968 samengevoegd.

Lijst van 22 communisten die in het najaar van 1941 veroordeeld werden tot 10 jaar Zuchthaus in verband met het organiseren van de Februaristaking
  • Hendrik Pieter Berk, vrachtwagenchauffeur
  • Jacobus Hendrikus Bleeker, meubelmaker
  • Gerrit Blom, badmeester
  • Albert Blumer, kantoorbediende
  • Rose Boekdrukker, kindertuinbewaarster
  • Johannes Pieter Drukker, havenarbeider
  • Gerardus Jakobus Johannes van Genderen, taxichauffeur
  • Pieter Gnirrep, gipswerker
  • Cornelis Griffioen, arbeider
  • Cornelis Haringa, bankwerker
  • Berend Hattinga, boekdrukker
  • Dirk ten Hoedt, decorateur
  • Anechina van Kampen
  • Willem Klomp, metaalarbeider
  • Leonardus Adrianus Koning, kantoorbediende
  • Frans Lavell, schilder
  • Georg Röpke, handelaar
  • Martinus Vlaar, grondwerker
  • Pieter Cornelis de Vroome, metaalarbeider
  • Adrianus van Waert, boekhouder (omgekomen gevangenis Rheinbach 9-6-1942)
  • Jozef Jaques van Weezel, chemicus (omgekomen ergens in Duitsland, datum onbekend)
  • Willem van Wijk, magazijnmedewerker

Film[bewerken]

In 1985 werd er een Nederlandse film over de Februaristaking uitgebracht, De IJssalon, onder regie van Dimitri Frenkel Frank.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Friso Roest & Jos Scheren, Oorlog in de stad: Amsterdam 1939-1941. Van Gennep, Amsterdam, 1998. ISBN 90-5515-176-9.
  • B.A. Sijes, De Februari-staking 25-26 februari 1941. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage, 1954.
  • Annet Mooij, De strijd om de Februaristaking (Amsterdam 2006).
  • Dossiers politiemannen en Sicherheitsdienstfunctionarissen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Archief Zuivering Politie bij het Nationaal Archief.
  • Stukken met betrekking tot de Amsterdamse Politie Inlichtingendienst bij het Amsterdams Gemeentearchief.
  • De oprichting van de Joodse Raad en de Februaristaking, zie hier