De Vonk (verzetsorganisatie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Vonk is de naam van verschillende illegale blaadjes tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bijbehorende Nederlandse verzetsorganisatie wordt als De Vonk-groep aangeduid. De naam De Vonk is een vertaling van het Russische woord Iskra, wat de naam was van een ondergronds blad uit 1903 dat Lenin vanuit Zwitserland naar Sint-Petersburg liet smokkelen. Lenin had die naam ontleend aan Poesjkin, die geschreven had Uit de Vonk zal de vlam oplaaien, waarmee het vuur van de revolutie bedoeld werd. De naam is dan ook zeer symbolisch voor de combinatie van begrippen als communisme, ondergronds en revolutionair.

Het ene blad is een communistisch verzetsblad dat vanaf november 1940 als lokale editie van De Waarheid verspreid werd, maar het eerste nummer verscheen in oktober 1940 in Den Haag. De naam van het blad was tevens de aanduiding van de communistische verzetsgroepen in sommige steden. Sommige nummers van dat blad hebben als motto Uit de Vonk zal de vlam ontstaan (Lenin). Het andere blad was een uitgave van de Internationaal-Sociaalistische Beweging (ISB), die het blad vanaf januari 1941 vanuit Haarlem landelijk verspreidde. De ISB gebruikte in alle nummers het motto Uit de Vonk zal de vlam oplaaien (Poesjkin).

Ook werd aanvankelijk in Amsterdam en later in andere plaatsen een gestencild blad verspreid. Het eerste exemplaar is gedateerd 20 januari 1941. Een enkele maal werden gedrukte exemplaren verspreid. De oplage bedroeg gemiddeld vijf- à zesduizend exemplaren. Volgens Tom Rot waren de medewerkers 'jonge socialisten die al voor mei 1940 genoeg hadden van alle kifterijen.'[bron?]
In de beginperiode onderhield De Vonk nauwe banden met Henk Sneevliet en Eddy Wijnkoop. Sneevliet wees iedere steun aan oorlogvoerende partijen af, met het argument dat beide imperialistisch waren. Om de oorlog te beëindigen moest niet alleen het fascisme, maar ook het kapitalisme bestreden worden, en wel door het zogenaamde 'Derde Front': de samenbundeling van socialistische arbeiders en soldaten in oorlogvoerende landen. Deze 'Derde Front'-strategie werd door De Vonk-medewerkers onderschreven.[bron?]
Na de bevrijding nam het links-socialistische weekblad De Vlam de plaats in van de illegale Vonk. Henriette Roland Holst heeft zowel voor de illegale als de legale versie geregeld artikelen geschreven.

Haagse CPN[bewerken]

De eerste Vonk-groep was een communistische verzetsgroep van de CPN in Den Haag, die later ook wel als De Waarheid-groep werd aangeduid. Kort daarop verschenen ook in andere plaatsen uitgaven van De Vonk. De inhoud was vaak nagenoeg hetzelfde als die van De Waarheid, maar soms waren een of meerdere artikelen vervangen. Van de verschillende edities van De Vonk was die van Den Haag veruit de belangrijkste en de ondergrondse CPN in Den Haag kan beschouwd worden als belangrijkste Vonk-groep.

Tijdens een partijvergadering in het partijgebouw Parlando op 15 mei 1940, onmiddellijk na de Nederlandse capitulatie, besloot de CPN direct de illegaliteit voor te bereiden. In reactie hierop werd in Den Haag voor de hele regio, lopende van Leiden tot Delft, een ondergrondse organisatie opgebouwd. De oprichtingsvergadering was ten huize van Toon van der Kroft en daarnaast waren aanwezig Gerrit Kastein, gemeenteraadslid Jan Geluk en Willem van 't Veen. De ondergrondse organisatie werd in drie onderdelen opgebouwd: een eerste partijformatie van bekende partijleden die op de achtergrond bleven (zij zouden later De Waarheid gaan ontvangen), een tweede partijformatie van min of meer onbekende leden en sympathisanten (zij zouden later De Vonk gaan lezen en verspreiden) en een gewapende militante groep bestaande uit enkele voormalige strijders van de Internationale Brigades in Spanje, die tegen Franco vochten.

De eerste leider van de tweede partijformatie, de feitelijke De Vonk-groep, was Frans van Ophem. Hij werd uitgekozen omdat hij geen communist was en daardoor vermoedelijk onbekend bij de politie was. Van Ophem was voor de oorlog actief in de vereniging Hulp aan Spanje.

Vanaf augustus 1940 was De Vonk-groep ook naar buiten toe actief. Dat uitte zich in het verspreiden van pamfletten, kalken van leuzen, organiseren van stakingen en dergelijke. Ook hield de groep zich bezig met sabotage en bedrijfsspionage. Het eerste nummer van De Vonk verscheen in oktober 1940, twee weken eerder dan het eerste nummer van De Waarheid. In februari 1941 werd een mislukte poging gedaan ook in Den Haag een Februaristaking tot stand te brengen. In De Vonk werden behalve artikelen uit De Waarheid ook bijdragen van Nico Wijnen en de Surinamer Anton de Kom gepubliceerd.

Door de naïviteit van burgemeester De Monchy werd het de Duitsers direct vanaf het voorjaar van 1940 mogelijk gemaakt Hagenaars met communistische sympathieën op te pakken en daarmee preventief sabotage en gewapend verzet tegen de overheid en de Duitse bezetting in de kiem te smoren. De Monchy moest overigens al op 1 juli 1940 het veld ruimen, omdat hij geen stappen had ondernomen om te voorkomen dat Anjerdag (de verjaardag van Prins Bernhard) in Den Haag uitmondt in massale anti-Duitse betogingen.

De Inlichtingendienst stuurde een infiltrant die ze al sinds 1923 in de CPN hadden, opnieuw de ondergrondse CPN in. In november 1940 werd de Haagse Politie Inlichtingendienst door de Duitsers omgevormd tot [[Documentatiedienst]. Tot chef werd Johann Gottlieb Crabbendam benoemd. Deze kreeg zijn informatie over de communisten van de infiltrant en gaf die door aan de Sicherheitsdienst. Na de oorlog zou Crabbendam hiervoor door Louis Einthoven beloond worden[bron?] met de benoeming tot hoofd van de sectie B (de uitvoerende dienst) van achtereenvolgens Bureau Nationale Veiligheid, Centrale Veiligheidsdienst en Binnenlandse Veiligheidsdienst.

De eerste arrestaties binnen De Vonk-groep vonden plaats op 28 april 1941. Waarschijnlijk ging het hierbij om een operatie om 1 mei-acties tegen te gaan. Vanaf 5 juni 1941 vonden er gedurende ruim twee weken dagelijks een tot twee arrestaties plaats; dit betrof altijd leden van De Vonk-groep, maar nooit andere leden van de vooroorlogse CPN. De arrestaties werden uitgevoerd door de chef communisme van de Sicherheitsdienst Otto Lange en Johan Hubertus Veefkind die sinds 1926 voor de Haagse Politie Inlichtingendienst werkte. Volgens Loe de Jong vonden de arrestaties plaats naar aanleiding van de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941.[bron?] Nadat Van Ophem op 6 juni 1941 was gearresteerd, werd de leiding van de Vonk-groep overgenomen door Wim Harthoorn.

De arrestaties stopten op 23 juni. Vervolgens werden op 25 en 26 juni een veertigtal communisten gearresteerd, maar niet van De Vonk-groep. De helft van deze arrestaties staan bekend als functionarissenarrestaties. Ze betroffen geen functionarissen van de CPN, maar leden die voor de oorlog door de Inlichtingendiensten geregistreerd waren. De burgemeesters in de regio Den Haag hadden in 1941 de namen van de te arresteren personen moeten voordragen bij Johannes Eckhardt van de Documentatiedienst, die na de oorlog BVD-medewerker zou worden. Van de personen op de functionarissenlijst heeft maar één het overleefd; van de overigen gearresteerden kwam het grootste deel om het leven.

Op 26 juli werden op hetzelfde tijdstip op drie verschillende adressen in Amsterdam en Bussum Toon van der Kroft, Jan Geluk en Nico Wijnen gearresteerd. Ze waren door de Haagse politie geschaduwd. Op 12 augustus werden vele tientallen leden van De Vonk-groep gearresteerd. Ook Harthoorn werd gearresteerd. Van de bij de diverse arrestatieacties gearresteerde 160 communisten zouden er ruim 90 om het leven komen. Een deel wist echter een uiterst zware tocht door de concentratiekampen te overleven, velen als Nacht und Nebel-gevangene. Vooral een verblijf van een paar maanden in het concentratiekamp Groß-Rosen door 21 man, waarvan er 5 overleven, was een gruwelijke ervaring.

De Sicherheitsdienst wilde te weten komen waar de landelijke partijleiding van de CPN zich bevond. Uit verhoren waren ze te weten gekomen dat Herman Holstege de verbinding met de landelijke partijleiding vormde. Omdat hij bij de verhoren, ondanks de mishandelingen, blijft zwijgen, werd besloten hem harder aan te pakken. Op 2 september werd Holstege gemarteld door de Sicherheitsdienst; hierbij was ook Veefkind aanwezig. Holstege gaf uiteindelijk een heleboel namen prijs. Nadat Holstege was overleden kwam de chef communisme van de Sicherheitsdienst tot de ontdekking dat de door Holstege prijsgegeven namen verzonnen waren.[bron?]

Een aantal leden van De Vonk-groep, waaronder Gerrit Kastein en Tjerk Kloostra, wist uit handen van de Haagse politie te blijven. In het najaar hervatten ze de activiteiten van De Vonk-groep, maar op een laag pitje; de leider was Frits Reuter. Ook de infiltrant wist opnieuw binnen te dringen. Vanaf begin 1942 arresteerde de Sicherheitsdienst maandelijks gemiddeld twee personen - met opzet gespreid om de positie van de infiltrant niet prijs te geven.

In augustus 1942 werd vanuit de landelijke partijleiding opdracht gegeven dat De Vonk-groep weer op volle kracht moest gaan werken. De joodse communist Jaap Boekman werd als leider aangewezen. In het najaar van 1942 staken enkele leden van De Vonk-groep op spectaculaire wijze een opslagplaats van hooi en stro van de Wehrmacht in brand. In dezelfde periode kwam Boekman door een ongelukkig toeval in direct contact met de infiltrant. De infiltrant wist een ontmoeting te arrangeren die door de Documentatiedienst geobserveerd kon worden, waarna Boekman twee weken lang geschaduwd werd. Vervolgens werd hij gearresteerd. Ondanks hevige martelingen door Sicherheitsdienst en Haagse politie gaf hij geen informatie prijs, maar hij trapt wel in een val met een celspion. Als gevolg daarvan wisten politie en Sicherheitsdienst weer ruim 40 communisten te arresteren; meer dan de helft hiervan kwam om het leven. Bij een vluchtpoging werd Jan van Kalsbeek door de Haagse politie in de rug geschoten.

Ook zetten politie en Sicherheitsdienst gearresteerde communisten met een bezemsteel in de broekspijp op ontmoetingsplaatsen als lokaas neer. Tjerk Kloostra liep zo binnen een kwartier twee keer in de val, maar hij wist te ontsnappen door een Sicherheitsdienstman dood te schieten en een andere te verwonden. Hij vluchtte, achtervolgd door vier politiemannen die hem op de twee plaatsen hadden staan opwachten. Deze wisten hem na een schietpartij te overmeesteren. Hij werd vervolgens door een van de agenten van zeer dichtbij door het hoofd geschoten, waarna hij overleed.[1]

Na deze arrestaties werd de uitgave van De Vonk gestaakt en gingen de communisten in de regio Den Haag alleen met De Waarheid verder. Het vooroorlogse Tweede Kamerlid Kees Schalker had korte tijd de leiding en droeg die vervolgens over aan Gerard Geelhoed. Opnieuw drong de infiltrant binnen. Onbekend is hoeveel slachtoffers in deze periode bij benadering zijn gevallen. Op 9 maart 1945 wees de infiltrant nog drie communistische verzetsmensen aan die gearresteerd werden, waarna ze op 12 maart in Rotterdam werden gefusilleerd als represaille voor de aanslag op Rauter.

Een ruwe schatting leidt tot 1500 personen die voor de Haagse Vonk-groep actief zijn geweest, waarvan er ongeveer 500 gearresteerd zijn. Bij elkaar zijn van de Vonk-groep in de regio Den Haag ruim 200 leden omgekomen. Meer dan de helft daarvan kan toegeschreven worden aan de infiltratie in opdracht van burgemeester De Monchy.[bron?] Van de overigen is een belangrijk deel om het leven gekomen ten gevolge de willens en wetens niet vernietigde vooroorlogse registraties van communisten, die door de Nederlandse overheid welwillend ter beschikking van de Sicherheitsdienst werden gesteld.[bron?]

Leiders van de Haagse Vonk-groep[bewerken]

De communisten kenden een scheiding tussen de politieke leiding, die aan algemeen beleid vaststelde en een leiding voor het feitelijke verzetswerk. De achtereenvolgende leiders voor het verzetswerk en de verspreiding van de illegale krant van De Vonk-groep en vervolgens De Waarheid-groep in Den Haag waren:

  • Frans van Ophem, zomer 1940 - 6 juni 1941 (omgekomen in Dachau)
  • Willem Lodewijk Harthoorn, 6 juni 1941 - 12 augustus 1941 (overleeft een vier jaar lange zeer zware tocht door de zwaarste concentratiekampen)
  • Frits Reuter, september 1941 - augustus 1942
  • Jaap Boekman, augustus 1942 - 21 december 1942 (gemarteld door Sicherheitsdienst en Haagse politie, ter dood veroordeeld en gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte
  • Kees Schalker, 21 december 1942 - zomer 1943 (gearresteerd 14 november 1943, ter dood veroordeeld en gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte)
  • Piet Metscher, zomer 1943 - mei 1945
  • Gerard Geelhoed, zomer 1943 - mei 1945 (voornamelijk samenstellen en distributie De Waarheid)

Andere belangrijke leden[bewerken]

Enkele andere belangrijke leden van de Haagse Vonkgroep waren:

  • Toon van der Kroft, gearresteerd 26 juli 1941 (een van de oprichters; overleeft vier jaar concentratiekamp)
  • Nico Wijnen, gearresteerd 26 juli 1941 (overleeft vier jaar concentratiekamp)
  • Piet Wapperom, werkte met Nico Wijnen voor het blad De Vonk en werd verbindingsman tussen verzetsleiders van vier groepen in Den Haag. Later gaf hij in deze stad leiding aan de sabotagegroep. Begin 1943 werd hij landelijk ingezet als verbindingsman tussen verschillende groepen. 11 februari 1943 werd hij op weg naar Arnhem gearresteerd voor het station van Utrecht. Hij kwam terecht in de dodencel en later in een naoorlogs concentratiekamp.[bron?]
  • Cornelis Simonis, gearresteerd 15 juni 1941 (prominent lid van militaire groep; kwam na vier jaar concentratiekamp om op het schip Cap Arcona)
  • Sally Dormits, gearresteerd 17 oktober 1942 (prominent lid van militaire groep, oprichter van de joods-communistische Nederlandse Volks Militie in Rotterdam; pleegde zelfmoord bij arrestatie)
  • Jan van Kalsbeek, gearresteerd 16 februari 1943 (had leiding bij brandstichting van opslagplaats van de Wehrmacht, neergeschoten door Haagse politie; ter dood veroordeeld en gefusilleerd op Waalsdorpervlakte)
  • Tjerk Kloostra, gearresteerd 12 februari 1943 (belangrijk lid van militaire groep; na overmeestering door Haagse politie door het hoofd geschoten)
  • Gerrit Kastein, gearresteerd 19 februari 1943 (een van de oprichters, leider militaire groep; pleegde na arrestatie zelfmoord door geboeid tweehoog uit het raam te springen)
  • Pieter van der Kam, gearresteerd mei 1942 (leider in Delft; gefusilleerd op Waalsdorpervlakte)
  • Kees Neven (had leidinggevende rol binnen zowel het politieke als verzetsdeel, overleed na bevrijding in Duitsland ten gevolge van verblijf in concentratiekamp)
  • Henri Pieck, gearresteerd 9 juni 1941 (had contacten met Sovjet-Unie, speelde belangrijke rol bij ondergrondse organisatie in en zelfbevrijding van Buchenwald)
  • Herman Holstege, gearresteerd 1 augustus 1941 (stond in verbinding met landelijke partijleiding en Daan Goulooze, doodgemarteld in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel))
  • Jan Schalker, gearresteerd augustus 1941 (werd al voor de oorlog door de Gestapo bespioneerd in samenwerking met Haagse Politie Inlichtingendienst, overleefde vier jaar concentratiekamp)
  • Anton de Kom, weliswaar geen belangrijk lid maar wel een bekende persoonlijkheid, hij schreef regelmatig artikelen voor De Vonk; werd op 7 augustus 1944 gearresteerd en kwam op 24 april 1945 in het concentratiekamp Sandbostel om het leven.

Zie ook[bewerken]

Literatuurlijst[bewerken]

  • R. Harthoorn: Vuile oorlog in Den Haag, 2011, ISBN 9789075879483, beschrijving van de geschiedenis van het communistisch verzet in Den Haag en de bestrijding van het Haagse communisme tussen 1917 en 1945.
  • Willem Harthoorn: Verboden te sterven (1963, 2007) ISBN 9789075879377, beschrijving van zijn verblijf in de concentratiekampen en staat model voor het lot van dat deel van de in 1941 gearresteerde leden van De Vonk-groep die de meest gruwelijke behandeling hebben gehad.
  • Bert van Gelder: " Brand bij de Wehrmacht ! " Verzetsgroep De Vonk, Den Haag 1942-43 (2005), ISBN 9789075434132, beschrijving van de rampspoed van Den Haag in de periode september 1942 - juli 1943 en de rol van de Haagse politie bij het opsporen en arresteren van honderden sociaaldemocraten in bovengenoemde periode.
  • Hugo Wapperom: De roman De spinvlieg, 2011, ISBN 9789059116764, een persoonlijk verhaal over het land van de jaren dertig tot vijftig met authentiek materiaal (dagboek, brieven). Het communistisch verzet – met name in de stad Den Haag – en de bestrijding daarvan vervult daarin een belangrijke rol.
  1. Een van deze politiemannen ging na de oorlog weer voor een Inlichtingendienst tegen de communisten werken.[bron?]