Ed van Thijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ed van Thijn
Ed van Thijn portrait.jpg
Algemene informatie
Naam Eduard van Thijn
Geboren 16 augustus 1934
Partij PvdA
Titulatuur drs.
Politieke functies
1962-1971 Lid gemeenteraad Amsterdam
1967-1981 Lid Tweede Kamer
1981-1982 Minister van Binnenlandse Zaken
1982-1983 Lid Tweede Kamer
1983-1994 Burgemeester van Amsterdam
1994-1994 Minister van Binnenlandse Zaken
1999-2007 Lid Eerste Kamer
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland
Ed van Thijn (1965)

Eduard (Ed) van Thijn (Amsterdam, 16 augustus 1934) is een Nederlands politicus. Namens de Partij van de Arbeid was hij onder meer minister van Binnenlandse Zaken, lid van de Tweede Kamer, burgemeester van Amsterdam en lid van de Eerste Kamer.

Jeugd[bewerken]

Van Thijn groeide op in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Na een bominslag in 1940, verhuisde het gezin naar Bussum (waar een gekraste inscriptie met zijn naam in een schuurtje nog aan zijn verblijf daar herinnert). In 1942 moesten zij van de bezetter weer terug naar Amsterdam. Begin 1943, kwamen hij en zijn moeder vanwege hun Joodse afkomst terecht in het doorgangskamp Westerbork, waarna deportatie naar een vernietigingskamp een kwestie van tijd zou zijn. Zijn vader wist hen door middel van een list tijdig te bevrijden. Daarna volgde een periode van onderduiken. Hij zat in totaal op achttien adressen ondergedoken. Hij werd uiteindelijk verraden en kwam begin 1945 opnieuw in Westerbork terecht. Vanwege de algemene spoorwegstaking van 1944 was er geen treinverkeer meer; bovendien rukten Russen op in oostelijk Europa, dus werd hij niet op transport gesteld naar Duitsland of Polen. Toen de oorlog was afgelopen zat de elfjarige Ed nog in Westerbork en werd er aangesteld als bewaker van collaborateurs, die in groten getale in het kamp werden opgesloten. Als wapen droeg hij een stok.[1]

Na de oorlog kwam het gezin al gauw weer in Bussum terecht, opnieuw op de Kamerlingh Onnesweg, en vervolgde Ed zijn schoolopleiding. Hij leed erg aan astma, maar was een goede leerling met uitzondering voor het vak gymnastiek. Hij volgde het Christelijk Lyceum (nu Willem de Zwijgercollege) te Bussum, waar hij aanvankelijk onder meer een 10 voor godsdienst haalde maar gaandeweg een steeds lastiger leerling bleek te zijn, die vaak de klas uitgestuurd werd. Wegens toenemende onhandelbaarheid liet zijn moeder hem een elektroshockbehandeling toedienen. Het huwelijk van zijn ouders verslechterde snel, tot en met lichamelijk geweld, waarbij Ed af en toe tussenbeide moest komen. Enkele jaren na de scheiding verhuisde Ed met zijn moeder naar Amsterdam, waar hij op het Amsterdams Lyceum kwam, wat hem uitstekend beviel. Hij werd lid van allerlei clubs, medewerker van de schoolkrant en bleek er uit te blinken in schaken en vooral roeien, ondanks zijn astma.[1]

Van Thijn meldde zich bij het begin van zijn universitaire studie aan bij het Amsterdams Studenten Corps, deels gedreven door een minderwaardigheidsgevoel, waar hij jaargenoten trof als Frits Bolkestein, Dick Dolman en Erik Jurgens, en onderging daar een ouderwetse ontgroening (die later na hooglopende bezwaren van buiten afgeschaft zou worden). Hij ging er ook intensief roeien bij de studentenroeivereniging Nereus, waar hij het bracht tot de tweede acht.

Na afronding van zijn studie politiek en sociale wetenschappen aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam kwam Van Thijn in dienst van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA.

Politiek[bewerken]

Campagneposter voor de gemeenteverkiezingen van 1966

Tweede Kamer[bewerken]

Voor de PvdA ging Van Thijn de politiek in. Hij begon zijn politieke carrière als gemeenteraadslid in de gemeente Amsterdam. Daarna werd hij lid van de Tweede Kamer. Hierin had hij de taak van woordvoerder voor staatkundige vernieuwing. In 1971 was hij schaduw-minister van Verkeer in het Schaduwkabinet-Den Uyl. Hij had het idee voor een schaduwkabinet zelf voorgesteld.

Ten tijde van het centrum-linkse kabinet-Den Uyl was hij fractievoorzitter. Na de verkiezingen in 1977 - waarbij de PvdA 10 zetels won - speelde hij een belangrijke rol in de kabinetsformatie. In 1981 was hij informateur en vervolgens formateur. In het daarop gevormde kabinet-Van Agt II bekleedde hij de post van minister van Binnenlandse Zaken.

Burgemeester[bewerken]

Ed van Thijn opent als burgemeester het WTC (1985).

In 1983 werd Van Thijn burgemeester van de gemeente Amsterdam. In de nacht van 6 op 7 november 1985 poogde de terroristische groepering 'Autonome Cellen Nederland' (mogelijk dezelfde als het Militant Autonomen Front) tevergeefs een aanslag te plegen op de ambtswoning van Van Thijn: Er werden twee zware brandbommen geplaatst in het pand ernaast tegen de muur aan, naar eigen zeggen op een meter van zijn hoofdkussen. Volgens de Explosieven Opruimings Dienst zouden de bommen, wanneer ze waren afgegaan, de hele voorgevel eruit hebben geblazen. Op het laatste moment werd telefonisch gewaarschuwd voor de bommen en werd van Thijn van zijn bed gelicht door de politie; pas een half uur nadat de bommen hadden moeten afgaan, maar deze ontploften niet. De moordaanslag was waarschijnlijk een reactie op de dood van de drugsverslaafde kraker Hans Kok twee weken eerder, waarna in de stad leuzen als 'Van Thijn moordenaar' en 'Van Thijn Van Zwijn' verschenen.[2]

Het was onder Van Thijns bewind dat de beroemde schrijver en Amsterdammer Willem Frederik Hermans in 1986 tot de persona non grata werd verklaard na een bezoek aan Zuid-Afrika tijdens de culturele boycot.

In het kabinet-Lubbers III kwam hij voor korte tijd terug als minister van Binnenlandse Zaken (18 januari 1994 tot 27 mei 1994); dat hij vrij snel weer terugtrad hing samen met het feit dat hij struikelde over de IRT-affaire. In 1995 werd Van Thijn door de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 gelauwerd met de Verzetsprijs van de Stichting Kunstenaarsverzet.

Eerste Kamer[bewerken]

Van Thijn was van 1999 tot 2007 lid van de Eerste Kamer, waarbij hij onder meer belast was met het woordvoerderschap van buitenlandse zaken. Als woordvoerder van de PvdA-fractie op een onderwerp dat echter betrekking had op binnenlandse zaken veroorzaakte hij op 22 maart 2005 mede de 'Nacht van Van Thijn': bij de behandeling van de tweede lezing van het wetsvoorstel tot het schrappen uit de grondwet van de door de Kroon benoemde burgemeester, stemde zijn fractie tegen, waarmee het voorstel werd verworpen. Als reden gaf hij op dat de PvdA-fractie (en ook de fracties van GroenLinks en de SP) het niet eens was met de snelheid waarmee het kabinet de door het volk gekozen burgemeester wilde invoeren. De volgende dag nam de minister van Bestuurlijke Vernieuwing, Thom de Graaf (D66), ontslag. Laurens Jan Brinkhorst noemde Van Thijn "een rat".

Privé[bewerken]

Van Thijn is sinds 1992 getrouwd met Odette Taminiau, zijn derde huwelijk. Hij heeft twee kinderen uit zijn eerste huwelijk; één daarvan is actrice Marion van Thijn die in de Nederlandse film De Kassière speelde. In de jaren 70 had Van Thijn een langdurige relatie met politica Hedy d'Ancona. Van 1983 tot 1990 was hij getrouwd met het toenmalige Kamerlid en latere minister Eveline Herfkens.

Alhoewel hij niet van godsdienstigen huize afkomstig is, oriënteert hij zich de laatste jaren op het liberaal-joodse geloof.

Publicaties[bewerken]

Ed van Thijn presenteert "Dagboek van een onderhandelaar", verslag van kabinetsformatie (1978).
Van Thijn in 2010
  • Dagboek van een onderhandelaar, over de langdurige, maar mislukte coalitiebesprekingen.met betrekking tot het beoogde kabinet Den Uyl II; 1978, Uitgeverij Van Gennep, ISBN 9789060123751
  • De dorpelingen van Innocento, misdaadroman - samen met Peter Brusse); 1981, Uitgeverij Conserve, ISBN 9789060124901
  • De PvdA geprovoceerd (1960-1970) in: J. Bank en S. Temming, "Van brede visie tot smalle marge. Acht prominenten over de SDAP en de PvdA"; 1981, Sijthoff, ISBN 9021824965
  • Democratie als hartstocht, commentaren en pleidooien 1966-1991; 1991, Uitgeverij Van Gennep, ISBN 9789060128824
  • Retour Den Haag, dagboek van een minister; 1994, Uitgeverij Van Gennep, ISBN 9789055150236
  • Nog één nacht slapen, over een koffertje met herinneringen; 1995, ISBN 9789061684404
  • Stemmingen in Sarajevo, dagboek van een waarnemer; 1997, Uitgeverij Van Gennep, ISBN 9789055151493
  • Politiek en Bureaucratie, Baas Boven Baas, oratie Universiteit van Amsterdam; 1997, Uitgeverij Wiardi Beckman Stichting & Van Gennep, ISBN
  • De Sorry-democratie; 1998, Uitgeverij Van Gennep, ISBN 9789055152094
  • Het Verhaal, autobiografie; 1999, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 9789046130346
  • Publieke zaken, essays over politiek en bestuur; 2001, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 9789029070225
  • BM, herinneringen, anekdotes en overpeinzingen aan burgemeestersfunctie Amsterdam; 2003, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045701714
  • 18 adressen, oorlogservaringen; 2004, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045700830
  • Judica/Judy, over speurtocht naar zijn pleegmoeder; 2006, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045700762
  • Kroonprinsenleed, over machtswisselingen in de politiek; 2008, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045701875
  • Het verhaal en daarna, autobiografische verhalen; 2009, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045702544
  • De formatie, over achtergronden van kabinetsformaties; 2010, Uitgeverij Augustus, ISBN 9789045704388
  • Blessuretijd: Dilemma's van een joods politicus; 2012, Uitgeverij Atlas Contact, ISBN 9789045022055

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Ed van Thijn, 'Het verhaal', Meulenhoff, Amsterdam, 2002
  2. Caspar Janssen, "Het geweld kwam van links", Volkskrant, 3 mei 2003
Voorganger:
Hans Wiegel
Minister van Binnenlandse Zaken
1981-1982
Opvolger:
Max Rood
Voorganger:
Wim Polak
Burgemeester van Amsterdam
1983-1 juni 1994
Opvolger:
Schelto Patijn
Voorganger:
Ernst Hirsch Ballin
Minister van Binnenlandse Zaken
18 januari 1994-27 mei 1994
Opvolger:
Dieuwke de Graaff-Nauta