De Vliegende Hollander (Richard Wagner)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Vliegende Hollander
Eerste opvoering van De Vliegende Hollander in Dresden in 1843
Eerste opvoering van De Vliegende Hollander in Dresden in 1843
Oorspronkelijke taal Duits
Componist Richard Wagner
Libretto Richard Wagner
Eerste opvoering 2 januari 1843
Plaats van eerste opvoering Dresden, Königlich Sächsisches Hoftheater
Duur 2 ½ uur
Plaats en tijd van handeling de kust van Noorwegen, geen tijdsaanduiding
Personen
  • Daland, een Noorse zeeman (Bas)
  • Senta, zijn dochter (Sopraan)
  • Erik, een jager (Tenor)
  • Mary, Senta’s verzorgster (Alt)
  • De stuurman (Tenor)
  • De Hollander (Bariton)
  • Matrozen van Daland. De bemanning van De Vliegende Hollander. Meisjes (Koor)
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Vliegende Hollander (Der fliegende Holländer) is een opera van Richard Wagner. Het is vooral dankzij deze opera dat de sage over het spookschip De Vliegende Hollander bekendheid heeft gekregen.

Wagner schreef deze compositie oorspronkelijk als een eenakter (dus zonder pauzes). Hij wou breken met de traditionele verdeling over aktes. Tegenwoordig vindt opvoering meestal plaats in drie aktes; een enkele keer nog als eenakter.

Achtergrond en ontstaan van de compositie[bewerken]

In het begin van 1839 was Richard Wagner als dirigent aan het werk bij het theater van Riga. Zijn extravagante levensstijl had tot gevolg dat hij diep in de schulden raakte. Hij was bezig met het componeren van Rienzi en had het plan opgevat aan zijn schuldeisers te ontsnappen door via Londen naar Parijs te gaan en zijn fortuin te maken door Rienzi in de Opéra van Parijs op het toneel te brengen. Al snel bleek dit plan een absolute ramp. Zijn paspoort werd door de autoriteiten in beslag genomen en hij moest samen met zijn echtgenote Minna een gevaarlijke en illegale reis over de grens van Pruisen maken. Minna kreeg tijdens de reis een miskraam. De reis aan boord van de Thetis, wiens kapitein bereid was hen zonder paspoort mee te nemen, was zwaar vanwege de storm en de hoge zee. Het schip moest zelfs zijn toevlucht nemen in een van de Noorse fjorden, bij Sandvika, en de reis, die maar acht dagen in beslag had moeten nemen, duurde drie weken.

Richard Wagner in 1842

Vervolgens was Wagners verblijf in Parijs ook een ware ramp. Hij slaagde er niet in aan het werk te komen als dirigent en de Opéra was niet van zins Rienzi in productie te nemen. De Wagners verkeerden in armoede en waren afhankelijk van giften van vrienden en het weinige inkomen dat Wagner kon verwerven door het kopiëren van partituren en het schrijven van artikelen. Mede door de reis kwam hij op het idee van een eenakter, De Vliegende Hollander. waarvan hij hoopte dat het voorafgaand aan een ballet in de Opéra uitgevoerd zou worden.

Het eerste concept van het verhaal schreef hij begin mei 1840, gebaseerd op een verhaal van Heinrich Heine', de satire Aus den Memoiren des Herrn von Schnabelewopski gepubliceerd in 1834 in Der Salon in 1834. In Heines verhaal bekijkt de verteller een uitvoering van een fictief toneelstuk over het thema van een kapitein die vanwege godslastering vervloekt is om voor eeuwig over de zeeën en oceanen te varen. Heine stelt de hoofdpersoon voor als een soort Ahasverus van de oceaan en voegt daaraan het thema toe dat Wagner in veel opera’s heeft opgenomen: de Hollander kan alleen verlost worden door de liefde van een vrouw. In de versie van Heine wordt dit gebracht in de vorm van satire, met ironische humor. Wagner nam het thema echter serieus en de vrouw is trouw tot in de dood.

Wagners Huis in Meudon, in de buurt van Parijs

Eind mei 1841 had Wagner het libretto, of liever het gedicht, zoals hij het placht te noemen, voltooid. Met het componeren van de muziek was hij in mei van het vorige jaar begonnen. Hij schreef toen Senta's ballade, het lied van de Noorse zeelieden uit de derde akte ("Steuermann laß die Wacht") en het daaropvolgende lied van de bemanning van de Hollander in dezelfde scène. Deze composities waren gemaakt voor een auditie in de Opéra van Parijs, samen met een samenvatting van het script, dat Wagner weliswaar voor 500 Franse francs aan de directeur van de Opéra, Léon Pillet, verkocht, maar zonder erin te slagen hem ervan te overtuigen dat de muziek van enige waarde was. De rest van de opera componeerde Wagner in de zomer van 1841. De ouverture schreef hij als laatste en in november 1841 was de partituur van de orkestratie compleet. Bevrijd van noodzaak de Opéra een eenakter te geven, had hij de opera uitgebreid naar een gebruikelijkere drieakter. De première vond uiteindelijk plaats in Dresden op 2 januari 1843. Wagner dirigeerde de uitvoering zelf.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Synopsis[bewerken]

Eerste bedrijf[bewerken]

Op zijn reis naar huis wordt kapitein Daland door storm gedwongen een veilige haven te zoeken. Hij laat zijn stuurman de wacht houden, terwijl hij met de rest van zijn bemanning gaat slapen (lied van de stuurman: "Mit Gewitter und Sturm aus fernem Meer."). De stuurman valt in slaap. Een spookschip verschijnt van achteren en wordt door de storm tegen Dalands schip aangedrukt en enterhaken grijpen de schepen aan elkaar vast. Onzichtbare handen strijken de zeilen. Een bleke man, in zwart gekleed en voorzien van een zwarte baard, stapt aan land. Hij beklaagt zich over zijn lot. (Aria: "Die Frist ist um").

De kapitein van het spookschip, de Hollander, is voor zijn godslastering veroordeeld om voor eeuwig rusteloos over de zeeën te zwerven. Een engel heeft hem de voorwaarden voor zijn verlossing verteld. Telkens aan het einde van zeven jaar zullen de woeste golven hem naar de kust drijven. Als hij een vrouw kan vinden die hem trouw zal zijn, zal hij verlost zijn. Hij ontmoet Daland. De Hollander belooft hem schatten en als hij hoort dat Daland een ongetrouwde dochter heeft, vraagt hij Daland haar als bruid. Verleid door het goud van de schatten stemt Daland toe en door de gunstige zuidenwind die opsteekt, en die door de mannen van Daland met vreugde wordt begroet (herhaling van het lied van de stuurman met koor), varen beide schepen uit.

Tweede bedrijf[bewerken]

Meisjes zingen en spinnen garen in het huis van Daland (koor: "Summ und brumm, du gutes Rädchen"). Senta staart dromerig naar de afbeelding van de vliegende Hollander, die zij graag zou redden van zijn lot. Tegen de wil van haar verzorgster zingt zij het lied van de Hollander (Ballade met het Leitmotiv), hoe Satan hem hoorde vloeken en aan zijn woord hield. Zij verklaart dat zij hem zal redden met haar trouw. Erik komt binnen en hoort haar zingen. De meisjes vertrekken en de jager, die van Senta houdt, waarschuwt haar en vertelt haar van zijn droom, waarin Daland terugkeerde met een mysterieuze vreemdeling, die haar meenam naar zee. Ze luistert geamuseerd en Erik, wanhopig, verlaat haar. Dan arriveert Daland met de vreemdeling. Senta en de vreemdeling staren elkaar in stilte aan. Daland wordt nauwelijks waargenomen door zijn dochter, zelfs wanneer hij zijn gast aan haar voorstelt. In het volgende duet, de afsluiting van dit tweede bedrijf, zweert Senta trouw tot aan de dood aan de Hollander.

Derde bedrijf[bewerken]

Later die avond nodigt de bemanning van Daland de mannen van het vreemde schip uit de feestelijkheden bij te wonen, doch tevergeefs. De meisjes trekken zich verwonderd terug. Geesten die aan het werk zijn verschijnen op het dek van "De vliegende Hollander" en Dalands mannen trekken zich angstig terug. Senta verschijnt, gevolgd door Erik, die haar berispt omdat ze hem verlaat, terwijl ze eerder haar liefde en trouw aan hem had verklaard. Als de vreemdeling, die heeft staan luisteren, deze woorden hoort, wordt hij overmand door wanhoop, omdat hij nu voorgoed verdoemd is. Hij roept zijn mannen bij elkaar, vertelt Senta van de vloek en tot ontsteltenis van Daland en zijn bemanning verklaart hij dat hij de "Vliegende Hollander" is. Nauwelijks heeft hij de kust verlaten, of Senta duikt de zee in, trouw tot aan de dood. Dit is zijn redding. Het schip verdwijnt, en Senta en de Hollander stijgen op naar de hemel.