Wilhelm van Pruisen (1882-1951)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kroonprins Wilhelm
Wilhelm met zijn vader, ex-keizer Wilhelm II, en zijn oudste zoon
Wilhelm en Adolf Hitler op de Dag van Potsdam in 1933

Frederik Wilhelm Victor August Ernst van Pruisen (Potsdam, 6 mei 1882 - Hechingen, 20 juli 1951) was als oudste zoon van keizer Wilhelm II en keizerin Augusta Victoria de laatste kroonprins van Pruisen en het Duitse Keizerrijk.

Hij werd op strenge en Spartaanse wijze opgevoed en stond afstandelijk tegenover zijn vader, die hem onpersoonlijk bejegende en geen enkele tegenspraak duldde. In de jaren 1901-1906 had hij een affaire met de operazangeres Geraldine Farrar. Deze relatie kwam echter ten einde nadat hij op 6 juni 1905 hertogin Cecilie van Mecklenburg-Schwerin, een dochter van groothertog Frederik Frans III van Mecklenburg-Schwerin, had gehuwd. Naar haar is het slot Cecilienhof in Potsdam vernoemd.

Wilhelm gaf in tegenstelling tot zijn vader hoog op van zijn oudoom Eduard VII. Deze trachtte daarom - teneinde de keizer te irriteren - het de beïnvloedbare kroonprins tijdens diens bezoeken altijd zo veel mogelijk naar de zin te maken. Hij werd in 1907 tot legerofficier benoemd en was tot 1914 een fel nationalist. Tot ergernis van zijn vader begon hij zich ook met de politiek te bemoeien. Daarnaast besteedde hij zijn tijd vooral aan de jacht en aan diverse affaires met vrouwen. In de Eerste Wereldoorlog speelde zijn leger een grote rol in de mislukte aanvallen op Verdun. Onder zijn officieren had hij een uiterst slechte reputatie. Hij liet de krijgsverrichtingen over aan de chef-staf en verschalkte de ene Française na de andere. Door dit ongepaste gedrag werd steeds duidelijker dat hij door volk en regering nooit als opvolger van zijn vader - wiens troon reeds wankelde - zou worden aanvaard.

Hij vluchtte op 13 november 1918 evenals de keizer - tot diens ergernis - naar Nederland en hem werd door koningin Wilhelmina een predikantswoning op Wieringen ter beschikking gesteld. Op 1 december deed hij afstand van zijn rechten op de Duitse troon. Hij werkte op Wieringen in een smidse, maar leidde, hoewel hij op goede voet stond met de plaatselijke bevolking, een eenzaam leven.

Hij keerde na de opheffing van zijn ballingschap in 1923 terug naar Duitsland. In de jaren '30 leerde hij Joseph Goebbels, Ernst Röhm en Adolf Hitler kennen; Hermann Göring kende hij nog uit de Eerste Wereldoorlog. Daar Hitler hem en de keizer bezwoer van zins te zijn de monarchie te herstellen schaarde de kroonprins zich openlijk achter de nazi's. De Führer kwam echter alras op zijn belofte terug en in 1935 werd definitief duidelijk dat er van een nieuw keizerrijk geen sprake zou zijn. Hierop keerde Wilhelm zich van de nazi's af en weigerde toe te treden tot de NSDAP.

Het huwelijk van Wilhelm en Cecilia had na de Eerste Wereldoorlog praktisch opgehouden te bestaan. Zij leefden apart en de prins had tal van affaires. In 1945 moest de Hohenzollernfamilie uit Berlijn vluchten. Zij konden vrijwel niets meenemen en verloren ook hun uitgebreide landgoederen in de Duitse gebieden die door Polen werden geannexeerd en de Russische bezettingszone.

De Nederlandse regering verklaarde na de Tweede Wereldoorlog Wilhelm van zijn in 1941 overleden vader geërfde goederen verbeurd. Hij stierf op 20 juli 1951 te Hechingen aan een hartaanval. Hij liet zes kinderen na:

Onderscheidingen[bewerken]

Wilhelm werd door de talrijke Duitse vorsten en ook in het buitenland onderscheiden. Als Hohenzollernprins was hij Ridder in de Hoge Orde van de Zwarte Adelaar en Grootcommandeur in de Huisorde van Hohenzollern. Hohenzollernkette.

Bronnen
  • Microsoft Encarta Winkler Prins Editie; De Kaiser (Virginia Cowles, Amsterdam 1974)
  • Zo, dat was ik (Prinses Viktoria Luise, 1975)
Voorganger:
Wilhelm II
Hoofd van de Pruisische Hohenzollern
1941-1951
Opvolger:
Louis Ferdinand