Kasteel Amerongen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kasteel Amerongen is een kasteel in de uiterwaarden van de Nederrijn in de buurt van Amerongen. Het behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
In 1286 vroegen de gebroeders Henric en Diederic Borre toestemming aan graaf Floris V om bij het dorp Amerongen een versterkt huis te bouwen. De broers zijn de grondleggers van het nu ruim 700 jaar oude kasteel. Het nageslacht van de gebroeders van Borre ging de geschiedenis in met de naam Borre van Amerongen. Een tak echter vormt hier op een uitzondering; in 1360 trouwde de laatste (vrouwelijke) telg van het geslacht Van Zeist met een Borre van Amerongen. Zij kregen een zoon die de naam van de moeder aan nam, maar het familiewapen van de vader. Hoewel de mannelijke lijn van de familie met de naam Borre van Amerongen uitstierf, bleef een directe lijn (met Borre van Amerongen familiewapen, maar met de naam Van Zeist) bestaan (zie "Het Vaderlands Woordenboek", pagina 181).
Aan de ene kant van het kasteel liggen de uiterwaarden van de Nederrijn en aan de andere kant een landrug waar verkeer overheen ging. Vanaf deze plek kon men de scheepvaart en het verkeer controleren. Omdat dit de Hertog van Gelre een doorn in het oog was viel hij in 1427 het kasteel aan en verwoeste het. Het kasteel werd na deze verwoesting groter en sterker herbouwd. Daarna werd het kasteel nog meerdere keren aangevallen. Nadat de familie Borre van Amerongen was uitgestorven kwam het kasteel in handen van verschillende andere adellijke families.
In 1672 werd het kasteel door de Fransen leeggeplunderd en in brand gestoken. Het omliggende park en de boomgaarden werden vernield. Direct hierna besloten de toenmalige eigenaren, Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor, tot de bouw van een imposant en statig huis in classicistische barokstijl. Graaf Godard van Aldenburg Bentinck kreeg het huis in 1879 in handen. Omdat het huis vanaf de 19de eeuw had leeggestaan liet hij het renoveren. Hiervoor riep hij de hulp in van architect Pierre Cuypers. Cuypers liet onder andere het plafond van de bovengalerij beschilderen, de eetzaal decorateren en de gobelinkamer herinrichten. Na deze renovatie wilde Bentinck het huis inwendig verfraaien en de vele kunstschatten, die hier sinds de 17de eeuw naartoe waren gebracht, weer tot hun recht laten komen. In 1918 kwam de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II bij Aldenburg Bentinck op het kasteel wonen, omdat hij uit Duitsland gevlucht was. Hij heeft twee jaar op Amerongen gewoond. Daarna is hij naar Huis Doorn verhuisd.
Sinds 1977 is kasteel Amerongen in bezit van de stichting Utrechtse Kastelen. Het kasteel is nog geheel in de toestand zoals graaf Aldenburg Bentinck het achterliet na zijn dood in 1940. Hierdoor is op kasteel Amerongen een combinatie van een collectie kunst en antiek te zien in een omgeving die de sfeer van een bewoond huis heeft. Bijzonder aan het kasteel is de dubbele toegangsbrug. De bovenbrug was tot 1977 alleen voor bezoeker van de eigenaar en de eigenaar zelf. Via de bovenbrug kwam men meteen in de hal, de onderbrug was voor het personeel en het gewone volk. De onderbrug leidt naar de kelders van het kasteel. Hier bevinden zich de keukens, provisiekamers en de ruimten voor het personeel.
[bewerken] Bewoners
- 1286 De gebroeders Borre
- Familie Van Hemerts
- Familie Van Swietens
- 1577 Godard Reede van Saesfeld
- Heer Godard Adriaan baron van Reede
- 1878 Geslacht van Reede
- 1878 Graaf Godard van Aldenburg Bentinck
- 1918 - 1920 Keizer Wilhelm II van Duitsland woonde tijdelijk op het kasteel
[bewerken] Huidige doeleinden
Sinds 2002 is het kasteel in restauratie. Bezichtingen zijn alleen mogelijk na afspraak, en de huidige inrichting is in opslag. De kasteeltuin is ook tijdens de restauratie van het kasteel geopend voor publiek. Er is wel een bezoekerscentrum open waar informatie te vinden is over de restauratie. Voorheen was het kasteel in gebruik als museum. Bezoekers konden in een huislijke sfeer een grote collectie kunst en antiek bekijken. Het huis was destijds nog geheel ingericht als in 1940.

