Hertogdom Kleef
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
||||
|
||||
| Kaart | ||||
|
(±1350) |
||||
| Algemene gegevens | ||||
| Hoofdstad | Kleef | |||
| Talen | Nederfrankisch, Nedersaksisch | |||
| Religie(s) | Rooms-katholicisme, lutheranisme, calvinisme | |||
| Regering | ||||
| Regeringsvorm | Hertogdom | |||
| Dynastie | Huis Kleef (11e eeuw-1368) Huis van der Mark (1368-1609) |
|||
| Staatshoofd | Hertog | |||
Kleef (Duits: Kleve) was een hertogdom in de Nederrijns-Westfaalse Kreits, gelegen aan beide kanten van de Rijn, tussen het prinsbisdom Münster, de abdij Essen, en de hertogdommen Berg, Brabant, Gelre en Gulik en omvatte ongeveer de huidige districten Kleef, Wesel en de stad Duisburg alsmede in Nederland de Liemers, Huissen en 's-Heerenberg, in het zuidoosten van Gelderland. Hoofdstad was de gelijknamige stad Kleef.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Omstreeks 1020 stichtte keizer Hendrik II het graafschap Kleef. Mogelijk waren de graven tot de elfde eeuw ook graaf van Teisterbant, dat vervolgens aan het prinsbisdom Utrecht viel. De kern van het oorspronkelijke graafschap bestond uit Kleef, Kalkar en Monreberg. Later werd het gebied uitgebreid ten koste van hert Rijk en het keurvorstendom Keulen. In de dertiende eeuw breidde het bezit zich uit op de rechter Rijnoever (Wezel, Duisburg, de heerlijkheid Dinslaken). In de veertiende eeuw kwam daar Emmerik bij.
Na het uitsterven van de graven van Kleef in 1368 kwam het graafschap ten gevolge van het huwelijk van Margaretha van Kleef met graaf Adolf II van de Mark aan hun zoon Adolf III. Na de dood van zijn oudere broer Engelbert III in 1391 werden beide graafschappen in personele unie verenigd. In 1461 werden beide gebieden bestuurlijk verenigd.
In 1417 werd het graafschap Kleef tot hertogdom verheven. Tijdens de Soester Twist (1444-1449) werd Xanten verworven van het keurvorstendom Keulen.
Ten gevolge van het huwelijk van hertog Jan III van Kleef met hertogin Maria van Gulik en Berg kwamen in 1511 ook het hertogdom Gulik, het hertogdom Berg en het graafschap Ravensberg in personele unie met Kleef en Mark. Het land ging al vroeg tot het lutherdom over en later gedeeltelijk tot het calvinisme.
Na de dood van Karel van Gelre in 1539 werd de Kleefse hertog tevens hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hiermee was een uitgestrekte staat aan de Neder-Rijn ontstaan.
In 1543 moest Kleef Gelre en Zutphen afstaan aan Keizer Karel V. Hertog Johan Willem IV stierf in 1609 zonder erfgenamen. Verschillende vorstenhuizen maakten aanspraak op zijn landen (Kleef, Gulik, Berg, Mark, Ravensberg en de heerlijkheid Ravenstein). Dit leidde ertoe dat Kleef en Mark in handen kwam van de keurvorsten van Brandenburg (in 1609, definitief in 1666). In 1635 werd Kleef veroverd door de Spanjaarden, maar een jaar later heroverd door de Republiek. De Verenigde Provinciën behield tot 1672 een garnizoen in Kleef. Pruisen, voortzetting van Brandenburg, bleef met een korte onderbreking van 1757 tot 1762, heerser over Kleef, maar in 1795 werd de hele Westelijke Rijnoever geannexeerd door Frankrijk. Pruisen erkende deze annexatie in de Vrede van Bazel.
Op 30-3-1806 stond Napoleon het hertogdom Berg en de rest van het hertogdom Kleef bij decreet af aan zijn zwager Joachim Murat die de titel ging voeren van hertog van Kleef en hertog van Berg. Deze gebieden vormden daarmee de kern van het latere groothertogdom Berg. Andere delen kwamen in 1803 aan de Bataafse Republiek, het ging hierbij om Zevenaar, Huissen en Malburgen. In 1813 werd het Pruisische gezag over Kleef hersteld. Kleef deelde de verdere geschiedenis met Pruisen en maakt thans deel uit van de Bondsrepubliek Duitsland.
[bewerken] Bestuurlijke indeling
- De stedenkreis ten westen van de Rijn, nederwaarts: de steden Kleef, Emmerik, Kranenburg, Zevenaar, Huissen, Gennep, Griethausen en Goch.
- De stedenkreis ten westen van de Rijn, bovenwaarts: de steden Xanten, Orsoy, Kalkar, Sonsbeck, Uedem, Büderich, Kervenheim en Grieth.
- De stedenkreis ten oosten van de Rijn: de steden Wezel, Duisburg, Rees, Dinslaken, Ruhrort, Schermbeck, Holten en Isselburg.
- De landsraadkreis Kleef:
- de rechterambten Kleef, Kleveham, Kalkar, Grieth, Goch, Asperden, Gennep, Kranenburg, Duiffeld, Uedem, Sonsbeck, Schravelen.
- de jurisdicties Huisberden, Halt, Hennepel, Niedermörmter, Moyland, Till, Heyen, Mook, Kessel en Mörmter
- de adellijke heerlijkheden Appeldorn, Wees, Zyfflich-Wyler en Wissen
- De landraadkreis Wezel:
- de rechterambten Wezel, Brünen, Bislich, Büderich, Wallach, Xanten, Winnenthal, Dinslaken, Gotteswickerham, Spellen, Holten, Beeck en Schermbeck
- de adellijke heerlijkheden Hammikel, Meyderich, Diersfort, Gahlen, Bühl, Hünke, Voerde, Haffen, Mehr, Borth en Veen met de vrijheid Winnenthal.
- De landraadkreis Emmerik:
- de ambten Emmerik, Lobith, Rees, Hetter, Grieterbusch, Liemers, Huissen en Malburg
- de jurisdicties Millen en Hurl, Sonsfeld, Halderden, Offenberg, Bienen, Weel, Hüllhasuen en Groin
[bewerken] Heersers van Kleef
[bewerken] Huis Kleef
- 10??-1050: Rutger I
- 1050-1075: Rutger II
- 1075-1191: Diederik II
- 1091-1119: Diederik III (Diederik I volgens een andere telling )
- 1119-1147: Arnold I
- 1147-1172: Diederik IV (Diederik II volgens een andere telling )
- 1172-1198: Diederik V (Diederik III volgens een andere telling )
- 1198-1201: Arnold II
- 1201-1260: Diederik VI (Diederik IV volgens een andere telling )
- 1260-1275: Diederik VII (Diederik V volgens een andere telling )
- 1275-1305: Diederik VIII (Diederik VI volgens een andere telling )
- 1305-1310: Otto
- 1310-1347: Diederik IX (Diederik VII volgens een andere telling )
- 1347-1368: Jan
[bewerken] Huis van der Mark
- 1368-1394: Adolf I
- 1394-1448: Adolf II
- 1448-1481: Jan I
- 1481-1521: Jan II
- 1521-1539: Jan III
- 1539-1592: Willem V de Rijke
- 1592-1609: Johan Willem

