Karel van Gelre
| Karel | ||
| 1467-1538 | ||
| Hertog van Gelre | ||
| Periode | 1492–1538 | |
| Voorganger | Catharina (regentes) | |
| Opvolger | Willem II | |
| Vader | Adolf van Egmont | |
| Moeder | Catharina van Bourbon | |
Karel van Gelre (Grave, 9 november 1467 – Arnhem, 30 juni 1538), ook wel Karel van Egmont genoemd, was hertog van Gelre en graaf van Zutphen uit het huis Egmont.
Inhoud |
Achtergrond [bewerken]
Karel van Gelre was de zoon van Adolf van Egmont, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, en Catharina van Bourbon. Hij werd geboren in Grave en overleed in Arnhem. Hij ligt begraven in de Sint-Eusebiuskerk te Arnhem.
Karel trouwde op 7 december 1518 in Celle met Elisabeth van Brunswijk-Lüneburg (1494-1572), dochter van hertog Hendrik VII van Brunswijk-Lüneburg en Margaretha van Saksen. Dit huwelijk bleef kinderloos. Karel was heer van de Gelderse Toren en huis Geldersweert.
De dood van Karel de Stoute in 1477 bij Nancy betekende het einde van het Bourgondische bestuur in Gelre. De Geldersen belastten Adolfs zuster Catharina met het bewind, eerst ten behoeve van de gevangen Adolf en na diens dood (1477) ten behoeve van zijn zoon, de jonge Karel van Egmont, die in 1492 zelf het bestuur aanvaardde nadat hij uit Franse gevangenschap was losgekocht. Bij zijn terugkomst in Gelre werd Karel gehuldigd en als hertog erkend. Zijn gebied bestond op het hoogtepunt uit Gelre, Graafschap Zutphen, Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen (op enkele steden na).
Gelderse Oorlogen [bewerken]
Tijdens zijn regering werd de zelfstandigheid van Gelre bedreigd door de Habsburgers in de persoon van Karel V. Karel van Gelre wist zich gesteund door zijn veldheer Maarten van Rossum en kon de ongelijke strijd, die bekendstaat onder de naam Gelderse Oorlogen, nog enige tijd vol houden, maar moest uiteindelijk het hoofd buigen. Dit markeert een belangrijke fase in de vorming van de Nederlandse staat als geografische eenheid. Karel van Gelre was in feite de laatste zelfstandige feodale heerser in de Nederlanden.
Karel bezat een groot politiek inzicht, door zijn tegenstanders als sluwheid gezien, waardoor hij precies wist wanneer hij toe moest geven en vrede sluiten en wanneer hij de gesloten overeenkomst weer kon verbreken. Ook wist hij optimaal gebruik te maken van de Europese machtverhoudingen door Franse steun in te roepen. Zo trok hij zich niets aan van een bemiddelingspoging van de Duitse vorsten, waar hij eerst om had gevraagd, toen de uitkomst daarvan hem niet aanstond: volgens hen had hij juridisch gezien geen recht op de hertogstitel.
In 1502 probeerde Karel van Gelre Huissen in te nemen, wat een enclave was van het Hertogdom Kleef. Hij belegerde de stad, maar dat had geen effect aangezien de Rijn vlak langs Huissen stroomde, waardoor er gevist kon worden en Huissenaren niet van de honger omkwamem. Na een veldslag waarin de Gelderse troepen verslagen werden, was Huissen ontzet, iets dat elk jaar nog wordt gevierd.
In 1504 kon hij niets anders doen dan zich overgeven en vrede sluiten met de Habsburgers in de persoon van de Filips de Schone. Deze had in 1502 al Arnhem veroverd. Omdat Karel zich in het kasteel van Rozendaal moest vernederen door voor Filips te knielen wordt dit de 'knieval van Rozendaal' genoemd. Een voorwaarde van de overeenkomst was dat Karel uit Gelre werd verbannen en in Spanje bij het Spaanse Hof moest verblijven.
Hij reisde naar Antwerpen om zich in te schepen maar toen de kust in 1505 weer veilig was, omdat Filips naar Spanje was vertrokken, keerde hij per omgaande weer naar Gelre terug om zijn regering als hertog voort te zetten. Toen Filips in 1506 in Spanje overleed, werd het pokerspel van Karel beloond. In de daaropvolgende jaren wist hij de troepen van Margaretha van Oostenrijk, die door haar vader Maximilaan van Oostenrijk als landvoogdes was aangesteld, te verslaan en Gelre stukje voor stukje terug te veroveren.
In 1513 moesten de Habsburgers hem als hertog erkennen. Het jaar daarna slaagde Karel erin, door soldaten de stad binnen te smokkelen, Arnhem terug te veroveren.
Karel V [bewerken]
In 1515 besteeg Karel V de troon van Spanje en kreeg Karel van Gelre het moeilijk. Maar door het bondgenootschap met Frankrijk en de strijd die de Habsburgers op andere fronten moesten leveren kon Karel het lang volhouden.
In 1522/1523 wist hij Groningen, Drenthe en Friesland onder zijn invloed te brengen. Zijn legerleider Maarten van Rossum plunderde in 1528 zelfs Den Haag, maar daarmee ging hij volgens Karel V en Margaretha van Oostenrijk over de schreef. Zij brachten een grote troepenmacht op de been en nog in datzelfde jaar werd de voor Gelre ongunstige Vrede van Gorinchem voorgelegd, die overigens niet werd getekend. Gelre werd wederom onder druk gezet en in 1536 werd nagenoeg hetzelfde verdrag wederom voorgelegd als het Verdrag van Grave, dat als grootste verschil had dat het niet de passage bevatte waarin werd vastgelegd dat de gebiedsdelen terug zouden gaan naar de Roomse keizer als de hertog van Gelre kinderloos zou sterven (een belangrijk punt natuurlijk, daar hertog Karel van Gelre geen wettige kinderen had).
Opvolging en eind van het zelfstandige Gelre [bewerken]
Na de dood van Karel van Gelre in 1538 kwam het hertogdom aan hertog Willem van Kleef. Deze werd echter in 1543 bij het Tractaat van Venlo gedwongen het hertogdom af te staan aan Karel V. Dat was tegen de afspraak; maar met het wegvallen van Karel van Gelre en diens bekwaamheid in politieke en militaire aangelegenheden restte Willem V van Kleef niet veel meer dan zich terug te trekken naar Gulik en Kleef.
Men kan de strijd van Karel tegen de Habsburgers als de voorloper van de Tachtigjarige Oorlog zien. Immers, de strijd van lokale heersers tegen verre buitenlandse overheersers, die ook nog voortvloeide uit de Hoekse en Kabeljauwse twisten, werd in de Opstand voortgezet. Net als Willem van Oranje overigens was Karel tolerant jegens andersgelovigen.
Bronnen [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|