Willem V van Kleef

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem V
1516-1592
Wilhelm V von Jülich-Kleve.jpg
Hertog van Kleef
Periode 1539-1592
Voorganger Johan
Opvolger Johan Willem I
Hertog van Berg
Periode 1539-1592
Voorganger Johan III
Opvolger Johan Willem
Hertog van Gulik
Periode 1539-1592
Voorganger Johan
Opvolger Johan Willem I
Hertog van Gelre
Periode 1539-1543
Voorganger Karel
Opvolger Karel V
Vader Johan III van Kleef
Moeder Maria van Gulik
Willem V's bezittingen 1539-1543

Willem V (Düsseldorf, 28 juli 1516 - aldaar, 5 januari 1592) was hertog van Kleef, Gulik en Berg, graaf van Mark, heer van Ravenstein (1533-1592), Ravensberg (1539-1592) en hertog van Gelre (1539-1543).

(Omdat deze Willem V de Rijke werd genoemd, valt hij niet te verwarren met Willem I, de vader van Willem van Oranje die ook de Rijke werd genoemd maar wel een generatie eerder leefde.)

Willem was humanist in de geest van Erasmus en bood bescherming aan humanisten zoals de theoloog en advocaat Konrad Heresbach, de arts Jan Wier en de geleerde Stephanus Pighius.

Huwelijkspolitiek[bewerken]

Als enige zoon van hertog Johan III van Kleef volgde hij zijn vader op bij diens dood op 6 ( of 7 februari) 1539. Om zijn heerschappij zeker te stellen trouwde hij in 1541 met Johanna van Albret, een nicht van de Franse koning. Zijn zus Anna van Kleef huwelijkte hij uit aan de Engelse koning Hendrik VIII. Van 1539 tot 1543 regeerde hij over het naastgelegen Gelre. Na het verdrag van Venlo van 1543 stond hij het - inclusief het graafschap Zutphen - af aan keizer Karel V. Gelre werd één van de Zeventien Provinciën en tevens annuleerde hij zijn huwelijk met Johanna van Albret.

Kinderen[bewerken]

Willem trouwde op 18 juli 1546 in Regensburg met de vijftienjarige Maria van Oostenrijk, dochter van keizer Ferdinand I.

Zij kregen de volgende kinderen:

Na zijn dood[bewerken]

Wolfgang Willem van Palts-Neuburg, kleinzoon van Willem V, gravure van Lucas Vorsterman naar een portret van Anthony van Dyck.

In 1592 werd Willem V van Kleef begraven in een praalgraf in de Sint-Lambertuskerk in Düsseldorf. Architect Johann Pasqualini bouwde de crypte als familiegraf. Nadien verkochten kerkbestuurders de loden kisten voor 317 thaler en lieten ze de uit elkaar gevallen skeletten liggen op de keldervloer. Het schandaal kwam in 1819 aan het licht toen Jacoba von Baden, de schoondochter van Willem V, overgebracht werd naar deze rustplaats. De botten werden herkist en een tegelvloer maakte de ingang van de grafkelder van zo'n drie op vier meter onzichtbaar. In 1856 passeerden er nog eens grafschenners. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte men een houten kader en een zandlaag rond het monument om schade bij bominslagen in te voorkomen. Niettemin raakte het beschadigd. Herstellingswerken aan de kerk in maart 1954 lieten toe dat de stadsarchitect Camp naar de kelder zocht. Hij ontdekte er twee geschonden loden kisten in een nis: een kleine kist met het gebeente van Jacoba en een grote met meerdere schedels en veel botten. Het betrof:

  • Willem V van Kleef, Gulik en Berg
  • Zijn zuster Amalia
  • Zijn zoon Johan Willem
  • Zijn voorouder Elisabeth van Berg
  • Familieleden van zijn kleinzoon Wolfgang Willem van Palts-Neuburg die zelf niet in de kerk lag.

Pathologisch onderzoek identificeerde de resten en stelde dat Willem en Amalia ernstig misvormd raakten in de loop van hun leven, gezien hun verkromde wervelkolom waardoor ze onmiskenbaar chronische pijnen moeten hebben geleden.

Bibliografie[bewerken]

  • HOORENS V. Een ketterse arts voor de heksen: Jan Wier (1515-1588), Bert Bakker, Amsterdam, 2011.

Zie ook[bewerken]