Groothertogdom Berg
| Großherzogtum Berg | ||||||
| Lid van de Rijnbond | ||||||
|
||||||
|
||||||
| Kaart | ||||||
| Groothertogdom Berg in de Rijnbond in 1812 | ||||||
| Algemene gegevens | ||||||
| Hoofdstad | Düsseldorf | |||||
| Oppervlakte | 17.350 km2 (1808) | |||||
| Bevolking | 931.000 (1810) | |||||
| Regering | ||||||
| Regeringsvorm | Monarchie | |||||
| Dynastie | Murat Bonaparte |
|||||
Het Groothertogdom Berg was een staat in het westen van Duitsland die Napoleon Bonaparte in 1806 schiep en die na de val van Napoleon in 1813 ophield te bestaan.
Inhoud |
Voorgeschiedenis [bewerken]
In 1805 staat Pruisen ook het op de rechteroever van de Rijn gelegen deel van het hertogdom Kleef af aan Frankrijk. Dit gebeurt in het kader van een ruil, waardoor Pruisen in het bezit komt van het keurvorstendom Hannover. Op 15-3-1806 staat Beieren het hertogdom Berg af aan Frankrijk. In dit hertogdom regeerde sinds 1804 Willem van Palts-Birkenfeld-Gelnhausen als een soort erfelijk stadhouder. Op 30-3-1806 staat Napoleon de beide hertogdommen bij decreet af aan zijn zwager Joachim Murat die de titel gaat voeren van hertog van Kleef en hertog van Berg.
De Rijnbondsacte van 12-7-1806 [bewerken]
De vorming van de Rijnbond betekent het einde van het Heilige Roomse Rijk.
- In artikel 5 krijgt de hertog van Kleef en Berg de titel groothertog van Berge.
- In artikel 16 staat het hertogdom Nassau af aan Berg: de stad Deutz met zijn gebied, de stad en het ambt Königswinter en het ambt Willich.
- In artikel 20 wordt nog eens nadrukkelijk vastgelegd dat de gebieden uit artikel 16 onder de volledige soevereiniteit van Berg komen.
- in artikel 24 worden de volgende graven en vorsten onder de soevereiniteit van Berg gesteld (de mediatisering):
- de heerlijkheden van Limburg-Styrum
- de heerlijkheid Broich
- de heerlijkheid Hardenberg
- de heerlijkheid Gimborn en Neustadt
- de heerlijkheid Wildenburg
- het graafschap Homburg
- het graafschap Bentheim
- het graafschap Steinfurt
- het graafschap Horstmar
- de bezittingen van de hertog van Looz (is het Vorstendom Rheina-Wolbeck)
- het graafschap Siegen
- het graafschap Dillenburg met uitzondering van de ambten Wehrheim en Burbach.
- het graafschap Hadamar
- de heerlijkheid Westerburg
- de heerlijkheid Schadeck
- de heerlijkheid Beilstein
- het deel van de heerlijkheid Runkel dat op de rechteroever van de Lahn ligt.
- het gebruik van een weg door de staten van de vorsten van Salm
Op 3-1-1808 werd de voormalige Rijksstad Dortmund ingelijfd, die sinds 1803 in het bezit was van de prins van Oranje als vorst van Fulda.
Na de Pruisische nederlagen in 1807 leverde de Vrede van Tilsit een aantal Pruisische bezittingen. Deze werden op 21/28-1-1808 ingelijfd:
-
- de voormalige abdij Essen,
- de voormalige abdij Werden
- de voormalige abdij Elten
- het graafschap Mark met beide delen van Lippstadt
- het graafschap Tecklenburg
- het graafschap Lingen
- het hertogdom Münster (het Pruisische deel van het voormalige prins-bisdom)
Na deze gebiedsuitbreiding bestaat het groothertogdom uit 4 departementen: Rijn, Sieg, Ruhr en Eems.
In 1808 moet het groothertogdom de belangrijke vestingstad Wezel (voormalige hertogdom Kleef) aan het keizerrijk Frankrijk afstaan. In 1808 neemt de groothertog de gemediatiseerde gebieden van de prins van Oranje in volledig in bezit. De reden is dat Willem Frederik van Oranje-Nassau zich in een gewapende strijd met zijn landsheer heeft begeven.
Nadat Joachim Murat koning van Napels is geworden, neemt op 15-7-1808 een Franse commissie het bestuur van het groothertogdom over. Dezelfde commissie zet het bestuur voort als de vier-jarige Napoleon Lodewijk, de zoon van Lodewijk Napoleon (de koning van Holland) tot groothertog wordt benoemd.
Op 10-12-1810 verliest het groothertogdom de departementen Ems-Supérieur en Lippe (met Münster, Bentheim, Tecklenburg en Rheda) aan het keizerrijk Frankrijk. Het land had toen circa 931.000 inwoners. [bron?] Op 22-1-1811 wordt een deel van hethertogdom Arenberg (Recklinghausen en Croy-Dülmen) ingelijfd.
Na Napoleons nederlaag in de Volkerenslag bij Leipzig van 1813 en de bezetting door de Zesde Coalitie werd het groothertogdom eerst bestuurd door een gouverneur-generaal. Alleen Willem Frederik van Oranje-Nassau werd voorlopig in de gelegenheid gesteld zijn voormalige gebieden in bezit te nemen: Hadamar, Dillenburg, Siegen, Beilstein, maar ook de gemediatiseerde landen Westerburg, Schadeck, en het Bergse deel van Wied-Runkel.
Nadat hij zich op 16 maart 1815 had uitgeroepen tot koning der Nederlanden staat Willem I op 31 mei al zijn Duitse bezittingen af aan Pruisen, dat dezelfde dag nog het grootste deel aan het hertogdom Nassau afstaat. Verder worden er geen oude heersers hersteld: alle overige gebieden worden door het Congres van Wenen aan Pruisen toegewezen.
Groothertogen [bewerken]
Indeling [bewerken]
Berg was sinds 1808 verdeeld in vier departementen:
- Rijn (Rhein)
- Sieg
- Ruhr
- Eems (Ems)
| Rijnbond (1806-1813) |
|---|
|
Anhalt-Bernburg · Anhalt-Dessau · Anhalt-Köthen · Arenberg · Aschaffenburg (tot 1810) · Baden · Berg · Frankfurt (sinds 1810) · Hessen-Darmstadt · Geroldseck · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Isenburg · Liechtenstein · Lippe · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Regensburg (tot 1810) · Reuss-Ebersdorf · Reuss-Lobenstein · Reuss-Greiz · Reuss-Schleiz · Salm · Schaumburg-Lippe · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Saksen · Saksen-Coburg-Saalfeld · Saksen-Gotha-Altenburg · Saksen-Hildburghausen · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Waldeck-Pyrmont · Westfalen · Würzburg |