Elektroconvulsietherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Een psychotron, een toestel voor het toedienen van elektroshocks
Elektroshockapparaat

Elektroconvulsietherapie (ECT), of met een oudere aanduiding elektroshocktherapie of kortweg elektroshock, is een behandeling van patiënten waarbij door middel van het opwekken van een epileptisch insult, uitgelokt door een stroomstoot door het hoofd, getracht wordt bepaalde psychiatrische aandoeningen te behandelen. De belangrijkste indicatie voor ECT is een ernstige therapieresistente depressie, waarbij psychofarmaca en psychotherapie niet meer helpen.

Geschiedenis[bewerken]

ECT werd ontwikkeld in de jaren 1930 door de Italiaanse neurologen Ugo Cerletti en Lucio Bini als behandeling voor psychiatrische ziekten. In Nederland werd deze behandeling in 1939 door J.A.J. Barnhoorn (geneesheer-directeur van de psychiatrische inrichting Sint Willibrord te Heiloo) geïntroduceerd, voornamelijk ter behandeling van "psychotische of biologische depressie". Vanaf 1948 maakte men bij de toepassing van ECT gebruik van curare als spierverslappend middel om de spiertrekkingen te onderdrukken. Na de opkomst, in de jaren 60 van de vorige eeuw, van werkzame geneesmiddelen voor depressies en psychosen (psychofarmaca), begon de toepassing van ECT in Nederland snel af te nemen.

De effectiviteit van ECT werd betwijfeld en de bijwerkingen werden als onaanvaardbaar bestempeld. Ook werd gesteld dat ECT soms als machtsmiddel werd gebruikt om lastige of moeilijke patiënten tot aangepast gedrag te dwingen. De behandeling raakte hierdoor ernstig in diskrediet. In enkele klinieken in Nederland bleef ECT echter beschikbaar voor de behandeling van zeer ernstige therapieresistente patiënten, die op geen andere therapie reageerden. In 1985 stelde de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid de "Richtlijnen Elektroconvulsie Therapie" vast, waarin de toepassing van deze behandeling werd beperkt tot aangewezen opleidingsklinieken. Als indicaties werden de "ernstige vitaal-depressieve syndromen" en de "pernicieuze psychosen" genoemd en werd ECT geïndiceerd geacht als er sprake was van "een toestand, die het nalaten van deze behandeling tot een kunstfout maakt". Alle behandelingen moesten sindsdien worden gemeld bij de Geneeskundige Hoofdinspectie, waardoor staatstoezicht werd gehouden op de toepassing en de indicaties voor ECT in Nederland. Later werd deze toezichthoudende taak overgenomen door de Landelijke Evaluatiecommissie ECT (LEE), en sinds 2000 registreert de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (Werkgroep ECT Nederland) het aantal behandelingen, de indicaties en het behaalde resultaat. Sinds haar oprichting in 2000 heeft de LEE geen cijfers naar buiten gebracht.

Indicaties[bewerken]

ECT wordt in Nederland toegepast volgens de richtlijnen[1] van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

De hoofdlijnen van de indicaties volgens de Richtlijn Elektroconvulsietherapie 2010 zijn:

De NICE (National Institute for Clinical Excellence) beschrijft de volgende hoofdlijnen voor indicaties[2] voor het Verenigd Koninkrijk:

  • 1. Ernstige depressieve ziekte
  • 2. Catatonie
  • 3. Een langdurige of ernstige manische episode

Toepassing[bewerken]

Nadat door een psychiater met specifieke deskundigheid op het gebied van ECT de indicatie voor deze behandeling is gesteld, er bij lichamelijk onderzoek geen contra-indicaties zijn vastgesteld, en de patiënt (en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger) toestemming heeft gegeven voor de behandeling, wordt overgegaan tot toepassing van ECT. Deze behandeling vindt meestal twee maal per week plaats, waarbij de patiënt onder gecontroleerde omstandigheden (bewaking van het hartritme met een ECG, constante meting van de bloeddruk, en bewaking van de hersenactiviteit met een EEG) door middel van een kortwerkend anestheticum (toegediend door een anesthesioloog via een intraveneuze canule) in slaap wordt gebracht. Als de patiënt volledig onder narcose is, wordt door de anesthesioloog een spierverslapper toegediend, vaak suxamethonium. Op het hoofd van de patiënt worden door de psychiater elektroden (metalen plaatjes) op de hoofdhuid geplaatst. Vervolgens wordt met een speciaal daarvoor ontworpen geavanceerd apparaat een korte pulsstroom door deze elektroden geleid, waarbij de stroom door de voorkant van de hersenen loopt (de zogenaamde frontale kwabben). Hierdoor wordt een epileptische aanval opgewekt. Omdat de patiënt een spierverslapper heeft gekregen ontstaan er bij deze epileptische aanval geen spierschokken. Vervolgens treden er in de hersenen mechanismen in werking die zelf deze epileptische activiteit weer beëindigen. In totaal duurt de epileptische activiteit in de hersenen circa 30-60 seconden. Vervolgens werkt - enkele minuten later - de spierverslapper uit en komt de patiënt weer bij uit de narcose. De patiënt wordt vervolgens nog gedurende een half uur bewaakt op een verkoeverkamer.

ECT wordt toegepast bij patiënten die opgenomen zijn in het ziekenhuis, maar patiënten kunnen de behandeling ook in dagbehandeling ondergaan. Na de ECT gaan ze dan vervolgens weer naar huis.

Meestal zijn 6-12 ECT-behandelingen nodig, waarna de behandeling gestaakt kan worden. Omdat in Nederland ECT met name toegepast wordt bij ernstige therapieresistente patiënten duurt het vaak langer voordat het effect van de behandeling optreedt en zijn soms (veel) meer behandelingen nodig. Soms is ECT het enige middel dat helpt en is een onderhoudsbehandeling geïndiceerd. Patiënten krijgen dan - meestal in dagbehandeling - één keer per 2-6 weken een ECT.

ECT onder dwang[bewerken]

ECT kan in Nederland onder dwang worden toegepast in het kader van de Wet Bopz als voldaan is aan de wettelijke grondslag voor dwangbehandeling, zoals in artikel 38 lid 5 van de Wet Bopz.[3] Op deze praktijk bestaat kritiek, vanwege het risico op het toebrengen van onherstelbaar geheugenverlies als gevolg van de behandeling en de schending van de lichamelijke en geestelijke integriteit, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt.[4]

Resultaten[bewerken]

Berichten over het effect zijn verdeeld. Internationaal[5] en Nederlands[6] onderzoek laat positieve resultaten zien. Of die resultaten bij ouderen ook beter zijn dan die van behandeling met antidepressiva kon een Cochrane review niet vaststellen; de 3 beschikbare onderzoeken waren van onvoldoende kwaliteit[7]. Een Cochrane review over gebruik van ECT bij schizofrenie (26 trials) concludeerde dat sommige patiënten er op de korte termijn baat bij hadden, in combinatie met antipsychotica, en dat er geen bewijs was om het gebruik bij schizofrenie af te raden[8]. Uit vergelijkend onderzoek waarbij sommige patiënten ECT kregen toegediend en anderen een placebo-ECT-behandeling, bleek vanaf een maand na behandeling geen effect van de ECT-behandeling naar voren te komen[9]. Uit een Engels overzicht , waarin de resultaten van vragenlijsten over subjectief geheugenverlies zijn samengevat, blijkt dat tussen 29% en 55% van de respondenten langdurige of permanente geheugenveranderingen ervaren. Geconcludeerd wordt dat de informatie voor patiënten van de Royal College of Psychiatrists, dat meer dan 80% van de patiënten tevreden is met elektroconvulsietherapie en dat geheugenverlies klinisch niet significant is, ongegrond is[10].

Bijwerkingen van ECT[bewerken]

Bijwerkingen zijn onbedoelde neveneffecten van een behandeling. Ook bij ECT zal de psychiater samen met de patiënt moeten afwegen of de mogelijke bijwerkingen ernstiger zijn dan het beoogde effect of de risico's als niet behandeld wordt. De belangrijkste bijwerkingen van ECT zijn geheugenproblemen. Deze worden door 70% van de patiënten gerapporteerd en circa 30-55% beschrijft deze als blijvend[10]. Vaak worden gebeurtenissen voor en tijdens de behandelperiode met ECT vergeten. Het blijkt dat kort na de behandeling de oude herinneringen het minst, en de nieuwe herinneringen het sterkst zijn aangetast.[11] Naast geheugenproblemen worden hoofdpijn (10-45% van de patiënten), misselijkheid (25%), kortdurende verwardheid direct na ECT (10%), gebitsbeschadiging (3%) en spierpijn (2%) door patiënten genoemd.

Duur van het effect[bewerken]

ECT is niet werkzaam op langere termijn: 50 tot 70% van de depressieve patiënten valt binnen een half jaar of korter terug[12]. Overigens is het risico op terugkeer van de psychiatrische aandoening ook na het staken van medicijnen aanzienlijk en dit verschilt dus niet veel van ECT. Het geven van ECT-onderhoudsbehandelingen brengt echter het risico van meer geheugenschade met zich mee. Psychotherapie of sociaal psychiatrische ondersteuning kan, evenals medicatie, helpen de kans op terugval te verlagen en kan patiënten helpen om de omstandigheden waarin de kans op terugval groter is te veranderen[13].

Hoe grijpt ECT in?[bewerken]

Meer dan een halve eeuw na de introductie van ECT weet men nog niet hoe deze behandeling ingrijpt op depressies. Wel zijn bij onderzoek met dierproeven verschillende effecten gerapporteerd, zoals een toename van dopamine-D1- en D2-receptoren in de nucleus accumbens[14] en afname van het aantal norepinefrinereceptoren in postsynaptische zenuwcellen[15][16]. Later onderzoek suggereert dat ECT mogelijk ook oude neurale verbindingen en de groei van nieuwe neurale verbindingen in de hersenen stimuleert (zie Controverse).

Controverse[bewerken]

De methode is jarenlang omstreden geweest en is dat nog steeds[17][4]. Een bezwaar tegen elektroconvulsietherapie is bijvoorbeeld dat het niet de oorzaak aanpakt, maar dat het slechts symptoombestrijding betreft. Dit geldt voor de meeste psychiatrische behandelingen en voor veel algemeen medische behandelingen. De behandeling roept soms felle reacties op. Er zijn mensen die faliekant tegen deze behandeling zijn, die zij als 'mishandeling' bestempelen[bron?]. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (de wetenschappelijke vereniging van bijna alle Nederlandse psychiaters) heeft in haar Richtlijn Elektroconvulsietherapie in 2000 de indicaties en voorwaarden waaronder ECT kan worden toegepast vastgesteld en beschouwt ECT als 'normaal medisch handelen'[18]. Het beeld dat van deze behandeling bestaat is beïnvloed door de film One Flew Over the Cuckoo's Nest (1975): de film geeft de behandeling nog steeds een stigma, menen voorstanders van ECT[19]. Tegenstanders menen dat hiermee echter voorbij wordt gegaan aan een aantal fundamentele vragen: moeten zwaar depressieve en vastgelopen mensen geholpen en begrepen worden vanuit sociale, culturele en persoonlijke/historische achtergronden, of kan er vanuit algemeen geldende onderzoeksresultaten overgegaan worden tot het toedienen van elektroshocks op het organisme? Hier lijkt sprake van een botsing van mensbeelden (namelijk de mens als sociaal subject versus de mens als objectiveerbaar biologisch organisme), wetenschapsmodellen en therapieopvattingen (namelijk snelle biologische/industriële successen versus geduldig begrijpen, present zijn en ruimte geven aan het natuurlijke helingsproces). Tegenstanders wijzen op de vraag hoe ver men wil gaan met medische behandelingen: als ECT niet werkt, wat doet men dan? Waar is het eind aan de medische en wetenschappelijke manipulatie van de psyche?[20]

Tegenstanders wijzen erop dat de effectiviteit van ECT twijfelachtig is en hersenbeschadiging tot gevolg heeft[20]. Het is aangetoond dat ECT geheugenverlies veroorzaakt, zowel het korte- als het lange termijn geheugen ondervinden schade[21][22]. Er zijn aanwijzingen dat met ECT de (uit-) groei van nieuwe hersencellen (neurogenesis) en verbindingen tussen de hersencellen (synapsen) in bepaalde hersengebieden gestimuleerd wordt[23]. Het is duidelijk dat ECT als belangrijkste bijwerking geheugenklachten geeft. Er zijn patiënten die blijvende geheugenklachten houden.[4]

Zie ook[bewerken]

  • Een andere techniek die nu volop in ontwikkeling is, is diepe hersenstimulatie. Deze techniek wordt echter niet primair gebruikt voor behandeling van depressies. Een minder ingrijpende methode is Transcraniële Magnetische Stimulatie.
  • De film en het boek "One Flew Over the Cuckoo's Nest" schetsen een beeld van deze therapie zoals deze werd toegepast in 1975. Omwille van het dramatische effect is de invloed van spierverslappers hier echter weggelaten.[24]
  • Uitzending "De Polikliniek" d.d. 18-1-2006 over de toepassing van ECT in een algemeen ziekenhuis (zie externe links).

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. NVvP richtlijnen Geraadpleegd op 2013-04-27
  2. NICE ECT Richtlijn Geraadpleegd op 2013-04-27
  3. Zie ook: Kats, S., Bruijn, J.A., Blondeau, M.J.C.E., e.a. (2003). Elektroconvulsietherapie als dwangbehandeling. Tijdschrift voor Psychiatrie, 45.
  4. a b c Elektroshocks onder dwang, Een Vandaag, 07-09-2009
  5. Pagnin D, de Queiroz V, Pini S, Cassano GB. Efficacy of ECT in depression: a meta-analytic review. J ECT. 2004 Mar;20(1):13-20.
  6. Waarde JA van, Stek ML. Elektroconvulsietherapie effectief en veilig bij 55 patiënten van 56 jaar en ouder met stemmingsstoornissen en somatische co-morbiditeit. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2001) 145: 1693-1697
  7. Van der Wurff FB, Stek ML, Hoogendijk WL and Beekman ATF. Electroconvulsive therapy for the depressed elderly. The Cochrane Database of Systematic Reviews 2006 Issue 4
  8. Tharyan P, Adams CE. Electroconvulsive therapy for schizophrenia. The Cochrane Database of Systematic Reviews 2006 Issue 4
  9. Ross CA. The sham ECT literature: implications for consent to ECT. Ethical Hum Psychol Psychiatry. 2006 Spring;8(1):17-28.
  10. a b (2003). Patients' perspectives on electroconvulsive therapy: systematic review. British Medical Journal 326 (7403): 1363–1365 . PMID:12816822. PMC:162130. DOI:10.1136/bmj.326.7403.1363.
  11. Squire, L.R. & Cohen, N.J. (1979).Memory and amnesia: Resistance to disruption develops for years after learning. Bahvioral and Neural Biology, 25, 115-125
  12. Dubovsky, S.L. (1995). Electroconvulsive therapy. In: Comprehensive Textbook of Psychiatry VI, Volume 2, (p.2129-2140). Baltimore: Williams and Wilkins.
  13. Sackeim HA et al. Continuation pharmacotherapy in the prevention of relapse following electroconvulsive therapy: a randomized controlled trial. Journal of the American Medical Association (2001) 285: 1299-1307
  14. Smith, S., Lindefors, N., Hurd, Y & Sharp, T. (1995). Electroconvulsive schock increases dopamine D1 and D2 recptor mRNA in the nucleus accumbens of rats. Psychopharmacology, 120, 330-340
  15. Kellar, K.J. & Stockmeier, C.A. (1986). Effects of electroconvulsive shock and serotonin axon lesions on beta-adrenergic and serotonon-2 receptors in the rat brain. Annals of the New York Academy of Sciences, 462, 76-90
  16. Lerer, B.& Shapira, B. (1986). Neurochemical mechanisms of mood stabilization. Annals of the New York Academy of Sciences, 462, 367-375
  17. Elektroshock blijft controversieel, Tijdschrift Deviant, nr.62, pp.32-34, september 2009
  18. Richtlijn Elektroconvulsietherapie. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, december 2000
  19. Domino, G. Impact of the film, "One Flew Over the Cuckoo's Nest," on attitudes towards mental illness. Psychol Rep. 1983 Aug;53(1):179-82
  20. a b Janssen, Mark. De comeback van de Elektroshock, Tijdschrift Deviant, nr. 62, pp.4-7, september 2009
  21. Sobin, C, et al. (1995) Predictors of Retrograde Amnesia Following ECT, American Journal of Psychiatry, (152-7), pp. 995-1001
  22. Squire, L.R. (1983) Electroconvulsion Therapy and Complaints of Memory Dysfunction: A prospective three year follow-up study, British Journal of Psychiatry, 142, pp.1-8
  23. Madsen TM, Treschow A, Bengzon J, Bolwig TG, Lindvall O, Tingstrom A. Increased neurogenesis in a model of electroconvulsive therapy. Biol Psychiatry. 2000 Jun 15;47(12):1043-9.
  24. Elektroconvulsietherapie : Schokkend of miskend? Skepter, jaargang 24, nummer 1, 2011