Ziekte van Parkinson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Ziekte van Parkinson
Illustratie van de ziekte van Parkinson door Sir William Richard Gowers uit A Manual of Diseases of the Nervous Systemin 1886
Illustratie van de ziekte van Parkinson door Sir William Richard Gowers uit A Manual of Diseases of the Nervous Systemin 1886
Schematische weergave van een doorsnede van de menselijke hersenen; rood is de substantia nigra, blauw het striatum; geel de nucleus subthalamicus, groen de globus pallidus
Schematische weergave van een doorsnede van de menselijke hersenen; rood is de substantia nigra, blauw het striatum; geel de nucleus subthalamicus, groen de globus pallidus
ICD-10 G20
ICD-9 332
DiseasesDB 9651
MedlinePlus 000755
eMedicine neuro/304neuro/635 in young
pmr/99 rehab
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De ziekte van Parkinson, vernoemd naar de Engelse arts James Parkinson (1755-1824), is een hersenziekte waarbij zenuwcellen, vooral, maar niet uitsluitend de zenuwcellen van de substantia nigra ("zwarte stof"), langzaam afsterven (degenereren). Wanneer de verschijnselen van deze ziekte door andere oorzaak ontstaan, spreekt men van parkinsonisme.

Oorzaken[bewerken]

  • Erfelijkheid. In 5-10% van de gevallen is de ziekte van Parkinson een erfelijke ziekte. Op dit moment zijn er ongeveer zes genen bekend die de ziekte van Parkinson kunnen veroorzaken. Voor diagnostische doeleinden is tegenwoordig mutatieanalyse mogelijk van LRRK2(PARK8),SNCA (PARK 1 of 4), Parkin (PARK2), PINK1(PARK6), DJ-1(PARK7) en ATP13A2(PARK9). Daarnaast zijn er genen bekend die de kans dat iemand de ziekte krijgt, fors doen toenemen. Wereldwijd wordt bij 5-20% van de patiënten met de ZvP en een autosomaal dominante familieanamnese de LRRK2-mutatie gevonden. Deze mutatie komt ook voor bij 1-2% van de patiënten met een negatieve familie-anamnese. Afhankelijk van welk gen een rol speelt, wijkt het verloop soms enigszins af van de grootste groep patiënten: erfelijke vormen beginnen meestal jonger en verlopen langzamer of juist sneller.
  • Vergiftiging. Bij een andere minderheid is er sprake van gifstoffen. Mangaanvergiftiging is zo'n oorzaak en is door de EU als beroepsziekte erkend. Ook andere zware metalen, koolmonoxidevergiftiging en insecticiden kunnen de ziekte van Parkinson veroorzaken. Door een ongeluk met vergiftigde heroïne is ontdekt dat de stof MPTP een vorm van de ziekte van Parkinson kan veroorzaken. Deze stof wordt nu gebruikt in dierproeven om muizen een op de ziekte van Parkinson gelijkende ziekte te laten krijgen.
    • Chemische bestrijdingsmiddelen. Al meer dan honderd jaar wordt er gezocht naar insecticiden en pesticiden als oorzakelijke factor in het ontstaan van de ziekte van Parkinson. Mensen die werken en wonen in bepaalde agrarische gebieden, hebben een sterk verhoogd risico om de ziekte te ontwikkelen.[1][2] Daarbij worden met name maneb, paraquat, chlordaan, DDT, chloorpyrifos, diazinon, rotenon en malathion met parkinson in verband gebracht.
    • PCB's. Ook beroepsmatige blootstelling aan PCB's wordt in verband gebracht met de ziekte van Parkinson. Ook in concentraties zoals die bij de bevolking in het algemeen worden aangetroffen, blijken PCB's in staat de normale dopaminefunctie in de hersenen te verstoren.[3] Een aanzienlijke hoeveelheid dier- en laboratoriumonderzoek komt tot een soortgelijke conclusie.
  • Veroudering. Hoewel de ziekte van Parkinson ook bij jonge mensen voorkomt, wordt de kans om de ziekte van Parkinson te krijgen bij het ouder worden steeds groter (de ziekte treft gemiddeld 3 op de 1000 mensen, van de 70+-ers 20 op de 1000).
  • Infectie. Aan de encefalitisepidemie die tussen 1917 en 1926 over de wereld ging, bleken tallozen (soms pas na jaren) halfzijdige parkinsonverschijnselen te hebben overgehouden.
  • Onbekend (idiopathisch): In verreweg de meeste gevallen is de oorzaak onbekend.

Vermoedelijk speelt hier erfelijkheid een beperkte rol. De combinatie van een genetisch bepaalde, aangeboren kwetsbaarheid met schadelijke omgevingsfactoren zou de oorzakelijke factoren kunnen zijn.

Men neemt aan, dat door deze of nog andere oorzaken de cellen van de zwarte kernen' hun eigen celdood programmeren (apoptose). In de afstervende cellen worden bij microscopisch onderzoek "Lewy bodies" aangetroffen, die het eiwit alfa-synucleïne bevatten, waarmee bij de ziekte van Parkinson kennelijk iets mis gaat.

Rol van dopamine[bewerken]

De cellen van de substantia nigra hebben als taak dopamine te produceren en die via hun uitlopers naar het striatum, onderdeel van de basale ganglia te brengen. Dit is het zogeheten nigrostriatale circuit. Er lopen ook zenuwbanen vanuit basale ganglia naar het limbische systeem (het mesolimbische circuit) en naar de prefrontale cortex (het mesocorticale circuit). Bij het ouder worden treedt een verlies op aan neuronen in de substantia nigra, dat geschat wordt op 3% per tien jaar. Bij de ziekte van Parkinson is sprake van een sterkere reductie van neuronen door apoptose in dit gebied. Men schat dat symptomen pas ontstaan als er sprake is van een reductie van 60 tot 70% van de neuronen van deze zwarte stof. Naast de degeneratie van dopamineproducerende neuronen, vindt ook degeneratie plaats van andere neuronen, waaronder adrenerge, serotonerge en cholinerge neuronen.

  • Stoornissen in motoriek: Door het dopaminetekort in de basale ganglia, gaan hersenkernen, die belangrijk zijn voor het uitvoeren van bewegingen middels voortdurende inhibitie en selectieve excitatie van corticale gebieden (zie ook extrapiramidaal systeem), slechter functioneren. Hierbij is dus vooral het nigrostriatale circuit betrokken. Langzaam en weinig bewegen, trillen, voorovergebogen lopen en stijve spieren zijn het gevolg (zie verder). Naast controle van excitatiepatronen in motorische gebieden van de cortex lijken de basale ganglia dezelfde functie te vervullen ten opzichte van delen van de cortex geassocieerd met cognitieve en affectieve functies.
  • Celafbraak in andere delen van het zenuwstelsel leidt onder meer tot reukstoornissen, stoornissen van het autonome zenuwstelsel, psychische stoornissen (depressie, initiatief verlies) en cognitieve stoornissen (geheugen, tempo van informatieverwerking en executieve functies) als gevolg (zie verder).
  • Bewegingstraagheid en trillingen. Het dopaminetekort veroorzaakt bewegingstraagheid, stijfheid en (bij sommige patiënten) een overmaat aan trillingen. De trillingen blijken vooral veroorzaakt te worden door een circuit tussen globus pallidus, cerebellum en thalamus[4].

Symptomen en verloop[bewerken]

De ziekte begint meestal aan één zijde en blijft aan die zijde altijd het ernstigst. De eerste verschijnselen zijn vaak subtiel: een van de armen zwaait niet mee bij het lopen, men gaat klein en kriebelig schrijven. De tremor, het beven, kan geheel afwezig zijn, wat de diagnose kan vertragen. Kenmerkend voor de parkinsontremor is, dat hij vrij grof is ("geld tellen"), en ook in rust optreedt. Geleidelijk aan worden bewegen en alledaagse bezigheden steeds moeilijker. De snelheid waarmee de ziekte voortschrijdt verschilt van patiënt tot patiënt.

De ziekte is in te delen in stadia (indeling volgens Hoehn en Yahr):

  • I: Verschijnselen aan één kant van het lichaam.
  • II: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, er zijn geen evenwichtsstoornissen;
  • III: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen; de patiënt kan nog zelfstandig functioneren;
  • IV: Verschijnselen aan beide kanten van het lichaam, met evenwichtsstoornissen; de patiënt heeft dagelijks hulp nodig;
  • V: Ernstig geïnvalideerde toestand; patiënt is aan stoel of bed gebonden en behoeft verpleegkundige zorg.

Motorische verschijnselen[bewerken]

Kernsymptomen:

  • Rigiditeit (stijfheid van de ledematen)
  • Akinesie (hypokinesie) (bewegingsarmoede)
  • Rusttremor (trillen bij rust) (eerst aan één hand, arm of been, later aan beide)
  • Verstoorde (voorovergebogen) houding en verstoorde houdingsreflexen
Paus Johannes Paulus II in 2004

Verder:

  • Micrografie (klein en kriebelig schrijven)
  • Maskergelaat = uitdrukkingsloos gezicht
  • Moeilijk slikken en spreken: Speekselvloed
  • Verminderde opvangreflexen en balans
  • Moeite om te starten of veranderen van beweging (wisselen van motorisch programma).
  • Afwijkend looppatroon: neiging steeds harder te gaan lopen, met kleine passen (omdat een normaal looppatroon niet goed lukt, laten patiënten zich voorover vallen en "lopen" ze op hun opvangreactie)

Symptomen van het autonoom zenuwstelsel[bewerken]

Psychische verschijnselen[bewerken]

Zintuiglijke stoornis[bewerken]

  • Reukstoornissen (al voor er andere verschijnselen zijn)
  • Minder goed zien in de schemer;
  • Convergentiezwakte (dubbel zien bij dichtbij kijken)

Diagnose[bewerken]

De diagnose wordt gesteld door een neuroloog op basis van de klinische verschijnselen bij onderzoek in de spreekkamer. Er kan nader onderzoek worden gedaan om andere oorzaken van parkinsonisme uit te sluiten met bijvoorbeeld een CT of MRI-scan, deze onderzoeken kunnen de ziekte van Parkinson niet aantonen. Bepaald onderzoek met isotopen, zoals de DAT-scan (een soort SPECT-scan) en de 18F-dopa-PET-scan kunnen wel het tekort aan dopamine in het striatum zichtbaar maken.

De diagnose wordt bevestigd door een goede reactie op het antiparkinsonmedicijn levodopa. Ziekten met deels vergelijkbare symptomen (met name in het begin van de ziekte), maar met een minder goede reactie op medicijnen, heten parkinsonismen. Voorbeelden zijn multisysteematrofie (MSA), progressieve supranucleaire parese (PSP), Lewy-body-dementie (DLB), Corticobasale degeneratie (CBD) en ook parkinsonverschijnselen als gevolg van een herseninfarct of door bijwerkingen van medicijnen zoals anti-psychotica.

Behandeling[bewerken]

Er bestaat nog geen behandeling waarvan bewezen is dat ze de ziekte afremt of tot staan brengt. Alleen symptoombestrijding is mogelijk, wat voor de kwaliteit van het leven van de patiënt heel belangrijk is. Uiteindelijk komen parkinsonpatiënten doorgaans te overlijden aan longontsteking en hartfalen.

Medicatie: levodopa (L-DOPA)[bewerken]

Medicamenteus wordt de ziekte behandeld door het tekort aan stimulatie door dopamine in de basale ganglia aan te vullen. Dopamine zelf kan niet door de bloed-hersenbarrière, daarom wordt de precursor van (een stof die in de hersenen wordt omgezet in) dopamine, namelijk levodopa, voorgeschreven. Levodopa wordt, om bijwerkingen tegen te gaan, altijd gecombineerd met een stof die de omzetting in dopamine buiten de hersenen afremt (een "perifere decarboxylaseremmer"; carbidopa of benserazide). Soms wordt levodopa/carbidopa gecombineerd met entacapone dat de werkingsduur van levodopa verlengt. Levodopa wordt in de resterende zenuwcellen van de substantia nigra alsnog omgezet in dopamine en naar het striatum gebracht.

Bij het voortschrijden van de ziekte neemt het aantal zenuwcellen in de substantia nigra steeds verder af, en daarmee vermindert hun vermogen om levodopa op te nemen en in de vorm van dopamine geleidelijk weer af te geven. Hierdoor zal de werking van de levodopa minder constant worden: periodes van bijwerkingen (bijvoorbeeld een teveel aan onwillekeurige bewegingen (dyskinesieën)) worden afgewisseld met periodes waarin de medicatie zijn werking verliest ("off-verschijnselen"). Geleidelijke toediening wordt daarom met het vorderen van de ziekte erg belangrijk. Soms wordt de levodopa daarom zelfs met een pompje rechtstreeks in de darm gebracht. Omdat dopamine op een andere plek in de hersenen (limbisch systeem) invloed heeft op psychische functies, zijn hallucinaties een beruchte bijwerking van een te hoge dosering parkinsonmiddelen (psychose).

Medicatie: andere middelen met een dopamineachtig effect[bewerken]

[Monoamino-oxidase|[MAO-B-remmer]]s, zoals selegiline of rasagiline bevorderen het hergebruik van dopamine in de hersenen en werken gunstig in op parkinsonverschijnselen. Zie hieronder voor het veronderstelde neuroprotectieve effect. Dopamine agonisten zoals ropinirol en pramipexol bootsen de werking van dopamine in het striatum na.

Revalidatie[bewerken]

  • Verwijzing naar een revalidatiearts kan zinvol zijn om met parkinson optimaal te functioneren en ervoor te zorgen dat verhoging van de medicatie, met eventuele bijwerkingen, kan worden uitgesteld, doordat de parkinsonpatiënt ondanks zijn beperkingen beter kan functioneren.
  • Onderzoek wijst uit dat parkinsonpatiënten beter kunnen lopen als hun bewegingen gestuurd worden door geluiden en trillingen in een bepaald ritme. Patiënten die op deze wijze met cueing training in hun eigen omgeving werden behandeld, gingen beter en sneller lopen, konden grotere passen zetten, voelden zich zekerder en waren minder snel vermoeid. Zowel geluiden als trillingen bleken effectieve methoden van cueing te zijn.
  • Vaardigheden, die bemoeilijkt worden door de rigiditeit en de hypokinesie, bijvoorbeeld opstaan, omdraaien in bed enzovoorts kunnen in stand gehouden worden of verbeteren door oefeningen. Eten en drinken en verstaanbaar spreken kunnen getraind worden met behulp van logopedie.
  • Voor het behouden van de zelfredzaamheid kan een ergotherapeut samen met de patiënt kijken naar hulpmiddelen en voorzieningen.
  • Indien gewenst kan een beroep worden gedaan op een parkinsonverpleegkundige.

Operatie[bewerken]

Als operatieve behandeling wordt bij parkinson Deep Brain Stimulation (DBS) in toenemende mate toegepast. Hierbij wordt een elektrode in delen van de hersenen geplaatst waarvan bekend is dat die invloed hebben op bepaalde verschijnselen bij de ziekte van Parkinson (zoals de globus pallidus en de nucleus subthalamicus). Via deze elektrode worden vervolgens vanuit een onderhuids geïmplanteerde elektro-stimulator (net zoals bij een hartpacemaker) elektrische impulsen naar de beoogde hersencellen gestuurd. Dit heeft als doel verschijnselen zoals tremor, rigiditeit en bewegingsarmoede te verminderen.

Toekomstige ontwikkelingen[bewerken]

  • Neuroprotectie: Er is dringend behoefte aan een middel dat niet alleen de symptomen verlicht, zoals de huidige medicamenten, maar ook de ziekte zelf afremt. Van onder andere selegiline is dit verwacht, maar tot nu toe stelden alle hoopgevende kandidaten teleur. Rasagiline leek recent in een dosering van 1 mg dd een beschermend effect te hebben op patiënten met een beginnende ziekte van Parkinson, maar in een dosis van 2 mg dd niet (?)[5]
  • Stamcellen: De ziekte van Parkinson is een van de ziekten die men ooit hoopt te genezen met behulp van Stamceltherapie. De therapie wordt nu aangeboden in het buitenland, maar is niet werkzaam.
  • Gentherapie. Recent onderzoek laat zien dat lijders aan de ziekte mogelijk baat hebben bij gentherapie.[6]

Patiëntenvereniging[bewerken]

De Parkinson Vereniging houdt zich bezig met lotgenotencontact, informatie en voorlichting, ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek en belangenbehartiging. Sinds kort verkoopt de patiënten vereniging een dvd met thuisoefeningen en bewegingsadviezen, waarin expliciet aandacht wordt gegeven aan bewegingsproblematiek en het gebruik van de onder 'Revalidatie' genoemde cueing technieken. De vereniging geeft het blad Papaver uit.

Bekende patiënten[bewerken]

In Nederland zijn in 2006 naar schatting 50.000 parkinsonpatiënten. Verwacht wordt dat in 2025 dit aantal, als gevolg van de vergrijzing toegenomen zal zijn tot 75.000 patiënten.[7]

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • L. Backman & L. Farde (2005). The role of Dopamine systems in Cognitive Aging. In: Cognitive Neuroscience of Aging (pp. 58–84). Oxford University Press. ISBN 0-19-515674-9.
  • Pirozzolo. F.J. e.a. (1982). Dementia in Parkinson disease: a neuropsychological analysis. Brain and Cognition, 71-83.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Hancock DB, Martin ER, Mayhew GM, et al. Pesticide exposure and risk of Parkinson's disease: a family-based case-control study. (2008) BMC Neurol 8:6. PMID 18373838 gratis volledige artikel.Onder meer besproken in Shaw G. New Study Links Parkinson's and Pesticides. Neurology Now September/October 2008; Volume 4(5); Pp 9,13.
  2. (en) Costello S, Cockburn M, Bronstein J, et al. Parkinson's disease and residential exposure to maneb and paraquat from agricultural applications in the central valley of California. (2009) Am J Epidemiol 169:919-926. PMID 19270050 gratis volledige artikel.
  3. (en) Caudle WM, Richardson JR, Delea KC, et al. Polychlorinated biphenyl-induced reduction of dopamine transporter expression as a precursor to Parkinson's disease-associated dopamine toxicity. (2006) Toxicol Sci 92:490-499. PMID 16702228 gratis volledige artikel.
  4. Annals of Neurology, 2011 Vol. 69, Issue 2 Pages A9–A15, 221–431. Pallidal dysfunction drives a cerebellothalamic circuit into Parkinson tremor Rick C. Helmich MD1,2 et al.
  5. Double blind, delayed-start trial of rasagiline in Parkinson's disease; Olanow CW, Rascol O, Hauser R, Feigin PD, Jankovic J, Lang A, Langston W, Melamed E, Poewe W, Stocchi F, Tolosa E; ADAGIO Study Investigators. N Engl J Med. 2009 Sep 24;361(13):1268-78
  6. LeWitt PA et al. AAV2-GAD gene therapy for advanced Parkinson's disease: a double-blind, sham-surgery controlled, randomised trial. The Lancet Neurology, Volume 10, Issue 4, 309-331. Editorial: At last, a gene therapy for Parkinson's disease?. The Lancet Neurology, Volume 10, Issue 4, 290-291.
  7. wetenschappelijke bijeenkomst van het Prinses Beatrix Fonds op 26 augustus 2006