Clusterhoofdpijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Clusterhoofdpijn
ICD-10 G44.0
ICD-9 339.00,339.01,339.02
DiseasesDB 2850
eMedicine EMERG/229
MeSH D003027
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Clusterhoofdpijn (medisch: neuralgie van Horton), weleens afgekort tot CH, is een neurologische aandoening die zich uit in extreme pijn aan één kant van het hoofd.

Clusterhoofdpijn[bewerken]

Mensen die lijden aan clusterhoofdpijn ervaren extreme hoofdpijnen in de omgeving van één van de ogen en/of de slaap. De pijn kent vrijwel geen verschillende gradaties en is nagenoeg onhoudbaar. Reguliere pijnstillers die oraal worden ingenomen hebben weinig effect. NSAID's kunnen echter de frequentie en duur van toekomstige aanvallen verminderen.[1] Mensen die clusterhoofdpijn hebben en ook de pijn van migraine kennen, melden dat de pijn van clusterhoofdpijn vele malen erger is. In medische rapporten wordt clusterhoofdpijn aangemerkt als het meest pijnlijke syndroom waar een mens aan kan lijden. Er zijn gevallen bekend, waarbij het lijden dusdanig onverdraagbaar was, dat de patiënt geen andere uitweg meer zag dan (een poging tot) zelfmoord. Om die reden wordt C.H. ook wel 'suïcide-headache' genoemd. Een andere analogie is het gevoel van een brandende ijspriem die herhaaldelijk in, achter of boven het oog gestoken wordt. In zeer zeldzame gevallen komt de aanval aan beide kanten van het hoofd voor.

Aanvallen kunnen meerdere keren per etmaal voorkomen en duren gemiddeld 1 uur, maar kunnen variëren van 15 minuten tot wel drie uur. Nare bijkomstigheid is dat ze abrupt opkomen en vaak 's nachts optreden, zodat mensen met C.H. al snel oververmoeid raken door slaapgebrek.[2]

Het aantal mannen met deze vorm van hoofdpijn ligt hoger dan het aantal vrouwen dat het heeft; een verhouding van ongeveer 3:1. Dit onderlinge verschil wordt echter al jaren kleiner. De vraag is of het steeds vaker voorkomt bij vrouwen, of dat er in de loop der jaren betere diagnoses gesteld worden.
Ongeveer 4 op de 1.000 mensen in Noord-Amerika en West-Europa lijden aan deze kwaal.[1] Breedtegraad (geografische breedte) speelt een rol bij het voorkomen van clusterhoofdpijn; ze komen vaker voor naarmate men van de evenaar af gaat richting de polen. Er wordt gedacht dat grote veranderingen in de lengte van de dag verantwoordelijk zijn voor deze toename.
(n.b. Ook wordt gedacht dat de over het algemeen meer stressvolle 'westerse' levenswijze van de bevolking in deze gebieden van invloed is). Het is nog onbekend wat precies de oorzaak is.[3] Ook opvallend is het grote aantal mannen in de leeftijdscategorie van 20 tot 50 jaar. Tevens valt op dat er weinig clusterpatiënten zijn van 60 jaar of ouder.

Deze vorm van hoofdpijn onderscheidt zich in 2 types; episodisch en chronisch. In de episodische vorm verschijnen de aanvallen in clusters van enkele weken tot maanden waarna deze weer verdwijnen. Hier komt de naam clusterhoofdpijn vandaan. Chronische patiënten (10-15% van alle gevallen) kennen deze "rustperiodes" niet en hun aanvallen kunnen dagelijks het hele jaar door voorkomen.[4] Overigens kan de episodische clusterhoofdpijn overgaan in de chronische en omgekeerd.

Een merkwaardig fenomeen bij clusterhoofdpijn is de bijna metronomische regelmaat van de aanvallen. Aanvallen die dagelijks op bijna precies dezelfde tijdstippen beginnen zijn zeer typisch.

Uit onderzoek is gebleken dat de aanvallen vooral optreden tijdens de slaap en dan beginnen tijdens de remslaap, als de persoon aan het dromen is. Vervolgens wordt de persoon wakker van de opkomende pijn. Ook bij slapen overdag (middagdutje) kan makkelijk een aanval ontstaan. Een gemeenschappelijke factor hierbij is de ontspannende reactie en de daarbij gepaard gaande prikkeling van het parasympathisch zenuwstelsel, waardoor de bloedvaten verwijden en de hartslag en de bloeddruk dalen. Hieruit volgt de hypothese dat het evenwicht tussen het sympathische- en parasympathische systeem verstoord is op het moment dat een beroep wordt gedaan op de compenserende werking van het sympathisch systeem, in het deel hiervan wat aangedaan wordt bij een clusterhoofdpijnaanval. De tijdens ontspanning verwijde arteriën in de aangedane zijde van het hoofd vernauwen zich niet maar zwellen juist extra op door de stijgende bloeddruk als bijvoorbeeld de remslaap begint of anderszins een beroep gedaan wordt op de compenserende werking van het sympathisch zenuwstelsel in dit gebied. Deze bloedvaten (arteriae carotides interna et externa) zwellen ongeremd op en drukken daarbij op bepaalde zenuwen, wat de extreme pijn tot gevolg heeft. Typisch neurologisch syndroom wat vaak optreedt bij C.H. is het syndroom van Horner; hangend ooglid aan 1 zijde, tranend oog, vernauwde pupil, verstopte- en of lopende neus aan de aangedane zijde en zwetende drukgevoelige huid in de aangedane streek (nek, hoofd).[2] De angst, wanhoop en vaak paniek die mensen met clusterhoofdpijn tijdens een aanval ervaren en de hierdoor ontstane radeloze bewegingsdrang (men weet niet waar men het zoeken moet van de pijn) zorgen voor het nog verder oplopen van de bloeddruk en dan nog heviger worden van de pijn.

Vanuit deze hypothese geredeneerd zou de oorzaak van clusterhoofdpijn gezocht kunnen worden in het vinden van de oorzaak van het tijdelijk falen van dit specifieke deel van het sympathische systeem. Een heel typerende factor bij clusterhoofdpijn die daarbij in overweging genomen moet worden is de tijdelijkheid van de aandoening in de meeste gevallen: over het algemeen herstelt de situatie zich weer na gemiddeld 6 tot 8 weken. Vervolgens kan de aandoening om nog onverklaarde redenen jaren wegblijven en vervolgens plotseling weer beginnen.

De symptomen zijn zo specifiek en eenvormig dat zij juist duidelijk duiden op een specifieke lichamelijke verstoring die ook niet door op de psyche of geest werkende methoden duidelijk beïnvloedbaar of geneesbaar is gebleken. Mensen met clusterhoofdpijn hebben wat dit betreft gezamenlijk alle mogelijke methoden van het alternatieve en psychotherapeutische circuit zonder duidelijk of blijvend resultaat uitgeprobeerd. Omdat ze elke mogelijkheid aangrijpen om verlichting te krijgen van deze vreselijke pijnen zijn ze vaak gemotiveerd om de meest vreemde of ingrijpende behandelingen te ondergaan. Dit is een aspect wat deze mensen kwetsbaar maakt voor onverantwoord medisch ingrijpen en allerhande kwakzalverij.

Het (sympathische) systeem wat betrokken is bij clusterhoofdpijn is met name gelegen in de nek (truncus vagosympathicus, ganglion cervicale superius) en het hoofd. Verder onderzoek naar tijdelijke factoren die dit systeem kunnen verstoren; stress (verhoogde spierspanning); inklemming/irritatie van het betrokken systeem in halswervelgebied (als gevolg van bijvoorbeeld trauma in het verleden), infectie/ontsteking (virus?) verlaagde weerstand, etc. is wellicht nodig.

Een sinistere benaming voor deze aandoening is suicide headache oftewel zelfmoordhoofdpijn. Meer dan de helft van alle clusterhoofdpijnlijders overweegt dit eens of meerdere malen en soms blijft het niet alleen bij overwegen[bron?]. Andere naam is 'ziekte der rustelozen' omdat de patiënt moeilijk stil kan zitten en veel heen en weer loopt (bewegingsdrang). Ten slotte ook bekend onder de naam Neuralgie van Horton, naar de arts die de symptomen voor het eerst beschreef.

De aandoening werd reeds in de 17e-eeuw in Nederland beschreven.[5]

Chronische paroxismale hemicranie (CPH)[bewerken]

De verschijnselen van CPH zijn vrijwel identiek aan die van clusterhoofdpijn. Het grote verschil zit in de frequentie en duur van de aanvallen; bij clusterhoofdpijn duurt een gemiddelde aanval 15 minuten tot 3 uur, bij CPH 5 tot 30 minuten. De frequentie van de aanvallen bij CPH ligt hoger dan bij clusterhoofdpijn: 5 tot 15 aanvallen. CPH komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Een veel gebruikte behandeling bij CPH is die met indomethacine, een ontstekingsremmer uit de groep van de NSAIDs die ook wel gebruikt wordt bij de bestrijding van reumatoïde artritis. Men spreekt van CPH wanneer de patiënt gunstig reageert op indomethacine.


Nervus trigeminus
Zenuw
Gray778 Trigeminal.png
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Ziekteleer[bewerken]

Clusterhoofdpijn wordt geclassificeerd als bloedvatenhoofdpijn. De intense pijn wordt volgens sommigen veroorzaakt door het verwijden van bloedvaten die een druk veroorzaken op de drielingszenuw of Nervus trigeminus[bron?]. Hiervoor is echter nog geen enkel bewijs.

Een van de theorieën is dat clusterhoofdpijn te wijten is aan een afwijking in de hypothalamus (onderdeel van de tussenhersenen)[bron?]. Dit zou kunnen verklaren waarom de aanvallen regelmatig op hetzelfde tijdstip opkomen en vaak ook tijdens een bepaald seizoen, aangezien een van de functies van de hypothalamus het regelen van de biologische klok is[bron?]. Er lijkt een genetisch component verantwoordelijk voor clusterhoofdpijn[bron?], hoewel er nog geen enkel gen gevonden is dat geïdentificeerd kon worden als het bewuste gen.

Uitlokkende factoren[bewerken]

Factoren die bij vrijwel alle patiënten een aanval kunnen uitlokken zijn:

Factoren die mogelijk ook een aanval zouden kunnen uitlokken, maar door te weinig patiënten genoemd worden om ze met zekerheid te kunnen stellen, zijn:

Door wetenschappers is een laag testosterongehalte als een mogelijke oorzaak van clusterhoofdpijn genoemd [6].

Misverstanden over de factoren zijn:

  • Mensen die deze aandoening niet kennen, zijn vaak geneigd om stress aan te wijzen als de meest logische veroorzaker van een aanval of zelfs een nieuwe clusterperiode. Wetenschappelijke onderzoeken hebben echter nog niets opgeleverd wat clusterhoofdpijn in verband zou kunnen brengen met stress.
  • Patiënten die de uitlokkende factoren te allen tijde vermijden, weten dat een volgende clusterperiode hierdoor niet uit zal blijven. Ook is niet vastgesteld dat een nieuw cluster, wegens het volledig vermijden van de genoemde factoren, langer wegblijft. Het is dus niet logisch om te stellen dat een nieuwe clusterperiode begint naar aanleiding van inname van deze factoren.
  • Uitlokkende factoren zullen, tijdens een clusterperiode, vrijwel altijd een aanval tot gevolg hebben. Patiënten met de episodische vorm kunnen echter tussen twee clusterperiodes door de genoemde factoren vaak gewoon innemen zonder dat daar een aanval op volgt.

Bijverschijnselen[bewerken]

Een aanval gaat vaak vergezeld van enkele van, of al deze bijverschijnselen;

  • tranen van het oog;
  • lopende/verstopte neus;
  • bewegelijkheid/willen lopen;
  • veranderingen aan de pupil;
  • zweten.

Deze combinatie van bijverschijnselen (zonder de drang tot bewegen) is ook bekend als een apart omschreven stoornis; het syndroom van Horner. Het syndroom van Horner wordt onder andere veroorzaakt door inklemming, verstoring of beschadiging van de truncus vagosympathicus. Deze ganglionverbindende zenuwbanen aan weerszijden van een aantal halswervels beïnvloeden de sympathische werking van een aantal zenuwbanen die ontspringen vanuit het ganglion cervicale superius. Deze zenuwbanen sturen onder andere de vaatvernauwing van de arteriae carotides interna et externa, de traanklier, het ooglid, neusloop en zweten van het corresponderend deel van het hoofd. Verstoring/inklemming of beschadiging in dit systeem veroorzaakt onder andere het syndroom van Horner en mogelijk vasodilatie van de arteriae carotides interna et externa als bijkomend symptoom. De combinatie van symptomen bij clusterhoofdpijn stemt overeen met bovengenoemde: er ontstaat een syndroom van Horner met de vasodilatie van de arteria carotis, waardoor de hevige pijn ontstaat. Het is heel plaatselijk en specifiek, tijdelijk falen van de sympathische werking binnen dit systeem. Tijdelijk verstoring door ontsteking/infectie (virus?), inklemming (halswervels) of beschadiging (bijvoorbeeld truncus vagosympathicus?) binnen dit systeem zouden ten grondslag kunnen liggen aan de oorzaak van clusterhoofdpijn. Verder onderzoek zal duidelijkheid moeten brengen.

Prodromale verschijnselen[bewerken]

Slechts 9% van de patiënten heeft deze aura-verschijnselen.[7]

Gevolgen[bewerken]

De gevolgen van clusterhoofdpijn zijn vaak zeer ernstig: geheugen- en concentratiestoornissen, onbegrip van de omgeving, sociaal isolement en zelfs arbeidsongeschiktheid. Vaak wordt de hoofdpijn gezien als een psychisch verschijnsel en kan, volgens velen, makkelijk verholpen worden met een pijnstiller of een dagje rust. Mensen die echt te lijden hebben onder deze vorm van hoofdpijn weten echter wel beter. Bovendien bestaat geen enkel bewijs dat psychologische oorzaken verantwoordelijk zouden zijn voor de aandoening. Wel is er bewijs voor het feit dat psychologische en lichamelijke verschijnselen elkaar, zowel in ziekte als gezondheid, te allen tijde wederzijds beïnvloeden.[bron?] Ondanks het feit dat de directe oorzaak van clusterhoofdpijn hoogstwaarschijnlijk niet psychisch is, is het wel mogelijk dat psychische verschijnselen de pijnen in de hand kunnen werken.

Medicijnen om aanvallen te voorkomen (preventieve medicatie)[bewerken]

  • Inademen van zuivere zuurstof (6-9 liter per minuut) kan een opkomende aanval voorkomen. Zeer effectief middel maar moet wel zeer snel worden toegepast - direct als een aanval zich aankondigt. In de praktijk blijkt dat in circa 50% van de gevallen een fantastisch resultaat wordt bereikt. In de andere helft van de gevallen doet zuurstof niets [8][9]
  • Methysergide ofwel Deseril is een aan ergotamine verwante stof. Voorzichtigheid geboden bij het combineren met imigran injecties. Dit is een geregistreerd gebruik.[10]
  • Verapamil, ofwel Isoptin (in België: Lodixal); een calciumantagonist, kan in veel gevallen gedurende de gehele cluster ter preventie gebruikt worden. Het verlaagt de bloeddruk en vertraagt de hartslag. De patiënt voelt de aanvallen wel, maar de hoofdpijn openbaart zich niet. Het is een niet-geregistreerd gebruik.
  • Ook lithium en prednison kunnen aanvallen soms voorkomen. Ook tegretol (carbamazepine) heeft een iets preventieve en pijnonderdrukkende werking. Al deze toepassingen betreffen een niet-geregistreerd gebruik.

Medicijnen om aanvallen af te breken[bewerken]

  • Een effectieve behandeling voor een zware aanval kan zijn sumatriptan als subcutane injectie, bruistablet of neusspray.
  • Een effectieve methode kan vaak zijn het inademen van zuivere zuurstof uit een tank.

Beide methoden zijn ongeveer even effectief. Het valt van tevoren niet te voorspellen welke patiënt baat heeft bij welke van de twee methodes.

Experimentele middelen[bewerken]

Verder zorgen lichte (niet of amper psychoactieve) doses van psychedelische tryptaminen zoals LSD en psilocybine (de actieve stof in paddo's) bij opvallend veel patiënten voor een duidelijke verlichting of zelfs voor lange tijd verdwijnen van de klachten.

  • Een hoge dosis cafeïne (bijvoorbeeld heel sterke koffie, red-bull) snel ingenomen direct bij het begin van tekenen van een aanval (lichte prikkeling in een zijde van de nek, opkomende moeheid, verhoogde hartslag, lichte pijn e.a.) werkt bij veel CH-patiënten verlichtend of breekt zelfs een aanval af. Dit in combinatie met een Imigran-injectie verkort in veel gevallen ook de aanval aanzienlijk.
  • Het drinken van een energiedrank waarin een combinatie van cafeïne en taurine zit is bij sommige patiënten zeer effectief. Red Bull of een soortgelijke energiedrank (zolang er maar een combinatie in zit van cafeïne en taurine) kan bij deze patiënten een aanval tegenhouden wanneer het wordt ingenomen bij het begin van tekenen van een aanval. Hierbij is het wel van belang om op tijd te zijn. Wanneer het te laat wordt ingenomen (en de aanval al begonnen is) heeft het namelijk geen effect, of kan het een aanval zelfs verergeren.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Denny CJ, Schull MJ. Chapter 159. Headache and Facial Pain. In: Tintinalli JE, Stapczynski JS, Cline DM, Ma OJ, Cydulka RK, Meckler GD, eds. Tintinalli's Emergency Medicine: A Comprehensive Study Guide. 7th ed. New York: McGraw-Hill; 2011. http://www.accessmedicine.com/content.aspx?aID=6384594. Accessed August 12, 2013.
  2. a b Greenberg DA, Aminoff MJ, Simon RP. Chapter 6. Headache & Facial Pain. In: Greenberg DA, Aminoff MJ, Simon RP, eds. Clinical Neurology. 8th ed. New York: McGraw-Hill; 2012. http://www.accessmedicine.com/content.aspx?aID=56671771. Accessed August 12, 2013.
  3. M Blanda, RM Dafer. Cluster Headache, Medscape Reference; 18 oktober 2012. http://emedicine.medscape.com/article/1142459 , geraadpleegd op 13 augustus 2013.
  4. Ropper AH, Samuels MA. Chapter 10. Headache and Other Craniofacial Pains. In: Ropper AH, Samuels MA, eds. Adams and Victor's Principles of Neurology. 9th ed. New York: McGraw-Hill; 2009. http://www.accessmedicine.com/content.aspx?aID=3630946. Accessed August 12, 2013.
  5. http://www.ntvg.nl/publicatie/medische-inzichten-omtrent-hoofdpijn-en-migraine-nederland-16e-19e-eeuw/volledig
  6. Testosterone Replacement Therapy for Treatment Refractory Cluster Headache, Mark J. Stillman, The Journal of Head and Face Pain, 46: 925–933. doi: 10.1111/j.1526-4610.2006.00436.x
  7. http://www.ntvg.nl/publicatie/aurasymptomen-bij-clusterhoofdpijn
  8. http://www.ntvg.nl/publicatie/Effectiviteit-van-zuurstof-bij-clusterhoofdpijn-bevestigd
  9. Persoonlijke mededeling Dhr JC Kortekaas apotheker, van 1976-2007 ook leverancier van zuurstof bij patiënten thuis.
  10. http://www.farmacotherapeutischkompas.nl/preparaatteksten/M/methysergide.asp