SPECT-scan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een SPECT-scan is een 3-dimensionale diagnostische techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van radioactief gelabelde stoffen. Door een stof te kiezen die zich selectief in bepaalde weefsels of organen ophoopt kan een afbeelding worden verkregen van de verdeling van de radioactieve isotoop in het lichaam.

SPECT is een afkorting van Single Photon Emission Computed Tomography (computertomografie met behulp van uitstraling van enkelvoudige fotonen).

Basisprincipe[bewerken]

Een radioactieve isotoop wordt in het lichaam gespoten en verzamelt zich vooral in een bepaald orgaan, bijvoorbeeld de lever. Nu wordt er een fotondetector boven de lever gehouden die gammastraling opvangt die ontstaat bij het verval van een kern van de isotoop.

De detector bestaat uit een groot scintillerend kristal (bijvoorbeeld van natriumjodide) waarin een lichtflitsje ontstaat als het geraakt wordt door een gammakwantum. De plaats van dit lichtflitsje in het kristal kan door een rij horizontale en verticale fotodetectors langs het kristal nauwkeurig worden vastgelegd.

Voor het detectiekristal bevindt zich bovendien een loden collimator, een plaat lood waarin een groot aantal kanaaltjes zijn geboord, zodat een gammaquant die schuin vliegt, niet, maar één die loodrecht op het oppervlak van het kristal aankomt meestal wel zal worden doorgelaten.

Het resultaat is nu dat in het detectiekristal gammaquanten zullen worden gedetecteerd waarvan bekend is dat ze uit het deel van de patiënt afkomstig zijn dat loodrecht onder die plaats op de detector ligt. Alleen van welke diepte in het lichaam van de patiënt het gammafoton afkomstig is kan niet worden gemeten. Er ontstaat dus een soort 2-dimensionale foto van de patiënt, waarbij die organen die radioactief stralen worden afgebeeld tegen een minder actieve achtergrond.

Door nu met de detector een hele of halve cirkel om de patiënt heen te maken en de zo verkregen serie 2-dimensionale plaatjes in een computer te combineren (bijvoorbeeld met een terugprojectie-algoritme) kan een 3-dimensionale afbeelding worden verkregen met een resolutie van 0,5 a 1 cm, wat vergeleken met andere technieken (CT-scan, MRI-scan, PET-scan) niet erg veel is.

Het belang van SPECT ligt dan ook vooral in het feit dat het soms mogelijk is isotopen en verbindingen te gebruiken die selectief in bepaalde afwijkingen worden opgenomen die op andere wijze niet zichtbaar zijn te maken. Ook laat SPECT het functioneren (fysiologie) van organen zien, terwijl CT en MRI vooral gericht zijn op het in beeld brengen van de anatomie.

Voor SPECT geschikte isotopen hebben typisch een halfwaardetijd van enige uren tot dagen. Isotopen van Technetium en Thallium worden vaak gebruikt. Bij langere halfwaardetijden wordt de stralenbelasting van de patiënt te groot; bij kortere kan de benodigde verbinding niet snel genoeg worden gemaakt en niet lang genoeg worden bewaard.

Een klinisch momenteel (2004) belangrijke toepassing is de SPECT-scan myocardscintigrafie van het hart om gebieden met verminderde doorbloeding te ontdekken, wat in twijfelgevallen wel eens de doorslag geeft bij patiënten met pijn op de borst, bij wie geaarzeld wordt of de klachten wel cardiaal zijn (van het hart af komen).