Slaapapneu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Slaapapneusyndroom
Obstructief slaapapneu
Obstructief slaapapneu
Coderingen
ICD-10 G47.3
ICD-9 327.23, 780.57
eMedicine ped/2114
MeSH D012891
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Slaapapneu (afkorting van slaapapneusyndroom) is een slaapstoornis waarbij tijdens de slaap perioden van ademstilstand of ernstig verzwakte ademhaling voorkomen.

Achtergrond[bewerken]

Iedereen heeft wel eens slaapapneu in zijn slaap. Men spreekt van een slaapapneusyndroom (SAS) bij meer dan 5 stilstanden per uur. Na een onderbreking in het ademhalen volgt een periode van min of meer normaal ademen waarna er weer perioden van ademstilstand komen. Deze perioden van ademstilstand kunnen relatief kort zijn en variëren van 15 tot 30 seconden. Perioden langer dan 30 seconden komen ook voor. Dan wordt onvoldoende zuurstof opgenomen en geen koolzuurgas uitgeademd. De hersenen geven het lichaam een signaal om wakker te worden. Na ontwaken, vaak met een schok, wordt de ademhaling weer hervat.

De ademstilstanden kunnen gedurende de slaap zeer vaak voorkomen. Het klachtenpatroon van de patiënt kan bestaan uit een zeer onrustige slaap, niet uitgerust wakker worden, overdag in slaap vallen op onverwachte momenten en extreme vermoeidheid. Mechanische ademhalingsondersteuning tijdens de slaap zorgt ervoor dat er geen ademstilstanden optreden. De diagnose wordt gesteld in een zogenaamd slaapcentrum. Het onderzoek dat daar wordt uitgevoerd noemt men polysomnografie. Hierbij worden tijdens de slaap diverse metingen uitgevoerd die met de ademhaling samenhangen.

Twee syndromen[bewerken]

Bij het centrale-slaapapneusyndroom (CSAS) wordt tijdens de slaap vanuit het ademhalingscentrum in de hersenen te weinig signaal doorgegeven naar de ademhalingsspieren, waardoor de ademhaling onderbroken wordt.

Bij het obstructieve-slaapapneusyndroom (OSAS) klapt de bovenste luchtweg dicht door wand of tong, waardoor een afsluiting (obstructie) van de ademweg. Dit gebeurt als gevolg van het tonusverlies in de mond- en keelspieren, en daardoor wordt de patiënt steeds wakker voor hij de diepe slaap, de slow wave sleep fase bereikt. Obstructieve slaapapneu verstoort op deze manier de slaap-opbouw en veroorzaakt slaaptekort.

In de meeste gevallen is er sprake van een combinatie van beide syndromen.

Obstructieve-slaapapneusyndroom[bewerken]

De oorzaken van dit syndroom kunnen velerlei zijn en moeten worden gezocht bij het roken van tabak, erfelijke factoren, een korte onderkaak, afwijkingen in het keel- neus- en oorgebied, longafwijkingen, een lage tonus van de mond- en keelspieren door bijvoorbeeld slaapmiddelengebruik of chronisch nierfalen.

De gevolgen van het obstructieve-slaapapneusyndroom kunnen zich uiten in hevig snurken, geregeld plotseling met een schok wakker worden, abnormale slaperigheid gedurende de dag, vermoeidheid, prikkelbaarheid, extreem transpireren gedurende de slaap, spierpijn door spierverzuring en hypertensie. Het veroorzaakt een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en een verhoogde insulinebehoefte. Ook bestaat er een risico op neurocognitieve achteruitgang op verschillende domeinen wanneer deze aandoening langere tijd onbehandeld blijft.

Diagnostiek[bewerken]

Bij een slaaponderzoek worden verschillende metingen uitgevoerd:

  • AHI, Apneu-Hypopneu Index, aantal ademstilstanden per uur (de meest bepalende meting)
  • AI, Apneu Index
  • DI, Desaturatie Index
  • Cumulatieve nachtelijke hypoxieduur
  • Gemiddelde en minimale zuurstofsaturatiewaarde

Nederland[bewerken]

De OSAS-richtlijn (2009) bepaalt de diagnose van apneu in Nederland.[1]

Naast de AHI, wordt ook gekeken hoe ernstig de klachten zijn. Het aantal ademstilstanden per uur én de ernst van de slaperigheid overdag bepalen de ernst van OSAS: licht OSAS, matig OSAS of ernstig OSAS.

Slaperigheid (in slaap vallen in situaties waarbij aandacht vereist is):

  • weinig aandacht (bijvoorbeeld tv kijken): licht OSAS
  • nodige aandacht (bijvoorbeeld vergaderen): matig OSAS
  • grote aandacht (bijvoorbeeld autorijden): ernstig OSAS

AHI (aantal ademstilstanden per uur):

  • 5 tot 15: licht OSAS
  • 15 tot 30: matig OSAS
  • > 30: ernstig OSAS

De ernst van OSAS wordt bepaald door de klacht (slaperigheid overdag of aantal ademstilstanden per uur) die het ernstigst is.

België[bewerken]

In België wordt de mate van slaperigheid overdag bepaald door middel van de Epworth sleepiness scaletest die een resultaat van 0 tot 24 oplevert. Eventueel wordt er nog een multiple sleep latency test afgenomen om vast te stellen hoe snel men overdag in een rustige omgeving in slaap valt. Een hoge mate van slaperigheid overdag kan wijzen op OSAS maar ook onder meer op narcolepsie. De exacte diagnose van het slaapapneusyndroom gebeurt na een volledig slaaponderzoek of polysomnografie. Uit de analyse van de resultaten van de vele parameters uit het slaaponderzoek kan de diagnose gesteld worden. In de keuze tussen de verschillende behandelingsopties worden alle mogelijke medische gevolgen en de klachten van de patiënt zelf overwogen.

Algemeen kan men op basis van de AHI de volgende gradaties van OSAS gebruiken:

  • < 5: normale slaap
  • 5 tot 15: licht OSAS, al dan niet symptomatisch
  • 15 tot 30: matig ernstig OSAS
  • > 30: ernstig OSAS

Actueel probleem[bewerken]

5% van de mannen heeft apneu (bij vrouwen zijn de aantallen iets lager); de meesten zijn zich dat echter niet bewust. Het probleem wordt door de meeste huisartsen slecht onderkend. Vaak komen mensen met vage klachten op het spreekuur, die worden afgedaan als burn-out verschijnselen. Rust geeft dan geen soelaas, maar verergert zelfs het probleem, door het sociale isolement waarin de patiënt terechtkomt.

Behandeling[bewerken]

Er bestaan diverse mogelijkheden voor behandeling.

  • Conservatieve maatregelen: aanpassing van de leefwijze (gewichtsvermindering, geen alcohol voor het slapen gaan, geen slaaptabletje).
  • Operatie: Soms is het mogelijk en/of noodzakelijk een operatie te laten verrichten die als doel heeft de luchtweg te verbeteren (bij een scheef neustussenschot of grote keelamandelen).
  • Beugel: Bij milde vormen van OSAS wordt tegenwoordig vaak voor 's nachts een beugel (mandibulair repositieapparaat of MRA) gebruikt, die ervoor zorgt dat de tong niet meer naar achteren kan zakken. Deze apparatuur lijkt veel op bepaalde uitneembare beugels (activatoren) die orthodontisten gebruiken. MRA's zijn in 1987 door de Almelose orthodontist H.J. Remmelink in Nederland geïntroduceerd. Uitgebreid onderzoek de afgelopen tien jaar heeft aangetoond dat veel patiënten met OSAS goed met een MRA kunnen worden behandeld. Behandelingen met een MRA hebben relatief weinig nadelen en bijwerkingen. Er bestaan momenteel meer dan 80 verschillende typen MRA's. Dit middel is echter niet voor alle patiënten geschikt. De MRA-behandeling wordt in België in de meeste gevallen (deels) terugbetaald door het RIZIV.
  • Luchtdruk: Bij ernstig OSAS is positieve drukbeademing, Positive Airway Pressure (PAP), de eerste keuze. Drukbeademing is geen genezing van de slaapstoornis, maar een (levenslange) behandeling.
    • CPAP, Continuous Positive Airway Pressure. Gedurende de slaap worden de luchtwegen opengehouden door een licht permanente positieve luchtdruk die door een pompje met een kapje op mond en/of neus in stand wordt gehouden. Een CPAP-apparaat wordt voorgeschreven door een (long)arts, nadat een slaaponderzoek is uitgevoerd in een ziekenhuis. CPAP-apparatuur wordt tegenwoordig vergoed door veel ziektekostenverzekeringen (Nederland) en het RIZIV (België, vanaf AHI=20 en ArslI=30).
    • BiPAP, Bilevel positive airway pressure, is een variant van de CPAP. Patiënten die een relatief hoge luchtdruk nodig hebben om in te ademen, kunnen moeite hebben met uitademen tegen dezelfde hoge druk in. In tegenstelling tot de continue druk die wordt afgegeven door een CPAP, geeft een BiPAP een verschillende luchtdruk voor in- en uitademen. Dit kan het uitademen vergemakkelijken.
    • APAP of auto-PAP. Dit apparaat werkt net als de CPAP, maar afhankelijk van de mate van obstructie blaast het apparaat met een meer of minder hoge druk.
  • Andere middelen: Als de slaapstoornis zich voordoet bij rugslapen, kan een tennisbal in de rugzijde van de pyjama bevestigd worden om te beletten dat op de rug wordt geslapen. Middelen zoals neuspleisters of diverse sprays zijn in het algemeen weinig succesvol.

Operatieve mogelijkheden[bewerken]

  • De HTP-procedure: het hyoid (tongbeen) wordt iets naar voren verplaatst.
  • De hyoid-expansie procedure: hierbij wordt een titaniumprothese geplaatst tussen de twee helften van het tongbeen, om de keel tijdens het slapen wijder en beter open te houden. Deze techniek is in het UZ Antwerpen ontwikkeld.
  • Andere operatietechnieken zoals UPPP (uvulo-palato-pharyngo-plastiek), LAUP (laser assisted uvulo plasty) en somnoplastiek zijn ofwel pijnlijk of hebben een matig tot wisselend succes en zijn onomkeerbaar.
  • Stimulatie van de bovenste luchtwegen: Onderzoekers testen een implanteerbare neurostimulator (te vergelijken met een pacemaker) die gedurende de nacht een lichte impuls afgeeft aan de tongzenuw (nervus hypoglossus), waardoor de tongbasis zich naar voren beweegt, resulterend in het openhouden van de bovenste luchtwegen.[2] Deze therapie wordt onderzocht sinds de jaren 2000 in het UZ Antwerpen en Johns Hopkins University in de VS.[3] Recente studies suggereren dat deze technologie de AHI kan verminderen bij patiënten die geen CPAP tolereren.[4][5][6] Artsen in het UZ Antwerpen, St. Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam en andere ziekenhuizen in Europa, Australië en de VS tekenen patiënten in een internationale, klinische studie om de veiligheid en effectiviteit van de therapie te onderzoeken.[7][8][9][10][11]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Richtlijn OSAS 2009PDF-document, Centraal BegeleidingsOrgaan Nederland
  2. Stimulatietherapie voor de bovenste luchtwegen
  3. Therapeutic Electrical Stimulation of the Hypoglossal Nerve in Obstructive Sleep Apnea, Arch Otolaryngol Head Neck Surg.
  4. Predictors Of Response For Upper Airway Stimulation In Obstructive Sleep Apnea, Am J Respir Crit Care Med 183;2011:A2727
  5. Hypoglossal Nerve Stimulation Therapy To Treat Obstructive Sleep Apnea: Interim Feasibility Trial Results, Am J Respir Crit Care Med 183;2011:A2726
  6. Unilateral Targeted Hypoglossal Neurostimulation (THN) For The Treatment Of Obstructive Sleep Apnea (OSA) - A Phase 1 Safety And Efficacy Study, Am J Respir Crit Care Med 183;2011:A6383
  7. Stimulatie tongzenuw; nieuwe behandeling van Slaapapneu
  8. Inspire-therapie bij OSAS, sintlucasandreasziekenhuis.nl
  9. UZA-artsen forceren nieuwe doorbraak in heelkundige behandeling slaapapneu: Inspire II system
  10. UZA start studie rond veelbelovende techniek tegen slaapapneu, uza.be
  11. Slaapapneu klinische studien, ClinicalTrials.gov