Hypertensie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hypertensie
ICD-10 I10-I15
ICD-9 401
OMIM 45500
DiseasesDB 6330
MedlinePlus 000468
eMedicine med/1106ped/1097 emerg/267
NHG-standaard M17
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hoge bloeddruk of hypertensie is een aandoening, waarbij de bloeddruk te hoog is. Een te hoge bloeddruk geeft een verhoogd risico op ziekte.

Wanneer is de bloeddruk te hoog?[bewerken]

Men spreekt van hypertensie als de bovendruk hoger is dan 140 mm Hg (18,5 kPa), of als de onderdruk hoger is dan 90 mm Hg (12 kPa). Voor patiënten met diabetes mellitus en nierziekten gelden de waardes 130/80 mm Hg (17/10,5 kPa).[1] (Internationale richtlijnen verschillen enigszins, maar houden allemaal rekening met diabetes mellitus, nierziekten en hart- en vaatziekten; de 140/90 mm Hg grens is "unaniem".)

De grens tussen 'normaal' en 'hypertensie' wordt arbitrair vastgesteld en is afhankelijk van wanneer men het gestegen gezondheidsrisico abnormaal gaat noemen. De bloeddruk is continu verdeeld onder de bevolking en heeft de neiging met het vorderen van de leeftijd langzaam te stijgen. Een hogere bloeddruk geeft een hoger risico op beschadiging van bepaalde organen en sterfte, maar er is geen duidelijke drempel waarboven het risico opeens sterk stijgt.

Mede op basis van een aantal andere factoren als voorgeschiedenis, leeftijd, geslacht, rookgedrag, glucosegehalte, cholesterolwaarden, familieanamnese, alcoholgebruik, voeding, lichamelijke activiteit wordt een risicoprofiel opgemaakt.

De diagnose 'hypertensie' moet gebaseerd zijn op meerdere metingen van de bloeddruk. Per keer wordt 2 maal gemeten aan dezelfde arm, met 1 of 2 minuten tussentijd; de gemiddelde waarde geldt. Indien de bloeddruk slechts licht verhoogd is, doet men een aantal (ten minste 3) metingen verspreid over een aantal maanden. Indien het risicoprofiel ongunstig is, bij zeer hoge bloeddrukken en in geval van orgaanbeschadiging door de bloeddruk, herhaalt men de metingen in een kortere periode.

Metingen van de bloeddruk door de patiënt thuis, zijn een waardevolle bron van informatie voor de arts. Tevens verhoogt het de therapietrouw. Voorwaarde is wel dat voor de thuismetingen een gecalibreerd apparaat wordt gebruikt.[2]

Oorzaken van hoge bloeddruk[bewerken]

In circa 90-95% van de gevallen is de oorzaak van hoge bloeddruk niet bekend. Men spreekt dan van idiopathische of essentiële hypertensie.[3] In de resterende gevallen is doorgaans sprake van een renale oorzaak van de hypertensie, bijvoorbeeld door vernauwingen (stenose) in één of beide nierslagaders (nierarteriestenose). Sommige zeldzame hormonale aandoeningen, bijvoorbeeld hormoonproducerende tumoren (ziekte van Cushing; feochromocytoom ; Syndroom van Conn) kunnen bloeddruk verhogen.[4]

Een artikel in de New England Journal of Medicine in 2007 beschreef de rol van natrium en kalium, bij het ontstaan van hypertensie.[5] Bij natuurvolkeren met een natrium-arm en kalium-rijk dieet is hypertensie zeldzaam. Het westerse dieet bevat meestal het omgekeerde: veel natrium en weinig kalium. Natrium heeft een bloeddrukverhogend effect. Door een relatief grote hoeveelheid natrium en een relatief kleine hoeveelheid kalium trekt het gladde spierweefsel van de bloedvaten zich sterker samen. Om het bloed door de bloedvaten te blijven pompen, zal het hart een hogere bloeddruk moeten genereren.[5] Natrium en kalium hebben ook invloed op de manier waarop door het RAAS en het sympathisch zenuwstelsel (bepaalde hersen -en zenuwactiviteit) de bloeddruk wordt gereguleerd. Wederom met tegenovergestelde effecten: natrium bloeddrukverhogend, kalium bloeddrukverlagend.[5]

Alcoholgebruik draagt bij aan het krijgen van een hoge bloeddruk. Uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt dat zo'n 16% van de gevallen van hypertensie alcoholgerelateerd is.[6]

Ook roken draagt bij aan een verhoging van de bloeddruk.[7] Dit komt door de vaatvernauwende effecten van nicotine (vasoconstrictie), zowel als door een verhoging van de hartslagfrequentie door nicotine.

Het eten van erg veel drop kan hoge bloeddruk veroorzaken doordat het glycyrrhizinezuur bevat. Deze stof zit ook in zoethout.

Symptomen[bewerken]

Meestal geeft hypertensie geheel geen symptomen. Hypertensie is een "stille aandoening": mensen met hoge bloeddruk merken hier vaak niets van. Hoofdpijn, met name in het achterhoofd, die 's ochtends optreedt, behoort tot de meest prominente symptomen van beginnende hypertensie, maar blijft dus nog veel vaker achterwege. Duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd en tinnitus komen ook voor.[3]

Een gespannen gevoel is eerder een oorzaak dan een gevolg van hoge bloeddruk: adrenaline-effect. Vrouwen met hoge bloeddruk hebben door die bloeddruk ook geen zwaardere menstruaties, wat nog wel eens wordt gedacht.

Maligne hypertensie[bewerken]

Er is een zeldzame vorm van hypertensie die wel gepaard gaat met merkbare verschijnselen: hoofdpijn, verwardheid, eiwit in de urine en bloedinkjes in het netvlies. Deze maligne (kwaadaardige) hypertensie uit zich door een snel stijgende torenhoge (bijvoorbeeld 250 mm Hg) bloeddruk, en zal met spoed, met behulp van medicijnen per infuus (bijvoorbeeld nitroprusside) moeten worden behandeld.

Gevolgen en risico's[bewerken]

Mensen met hypertensie lopen een verhoogd risico vroegtijdig te overlijden door een hartaandoening, een herseninfarct of door beschadiging van de nieren.[3]

  • Hartfalen. Hoge bloeddruk betekent voor het hart dat het meer arbeid moet verrichten om het bloed, tegen een hogere weerstand in, door het lichaam te pompen. Hierdoor wordt de spierwand van de linker hartkamer op den duur dikker en minder flexibel, wat op den duur kan leiden tot diastolisch hartfalen.[3]
  • Hart- en vaatziekten. Hypertensie verhoogt de kans op het ontwikkelen van atherosclerose en daarmee verhoogt het de kans op het krijgen van angina pectoris, een hartinfarct, een beroerte, claudicatio intermittens.
  • Hartritmestoornissen. Hypertensie is een belangrijke risicofactor bij het ontstaan van boezemfibrilleren.[8][3]
  • Hersenbloeding. De hogere druk in de bloedvaten leidt tot een verhoogde wandspanning. Dit verhoogt de kans op een hersenbloeding. Zeker als daarnaast sprake is van een aangeboren of verworven vaataneurysma's.
  • Nierfalen. Verlies van eiwit (albumine) in de urine is een teken dat de glomerulus, de filtertjes met bloedvatjes die de pro-urine vormen, beschadigd zijn door de hoge bloeddruk. Als dit ziekteproces voortschrijdt, leidt dit tot chronisch nierfalen en uiteindelijk eindstadium nierziekte. Zo'n 10% van de sterfte als gevolg van een te hoge bloeddruk is het gevolg van nierfalen.[3]

Bij behandeling daalt het risico op een beroerte tot normale waarden en de kans op een hartinfarct vermindert aanzienlijk. Bepaalde bloeddrukverlagende middelen (Ace-remmers) hebben een gunstig effect op de nieren.

Medicijnen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg antihypertensivum

Er zijn verschillende groepen bloeddrukverlagende medicijnen op de markt:

Niet-medicamenteuze behandeling[bewerken]

Stoppen met roken
Stoppen met roken bevordert vrijwel alle aspecten van onze gezondheid, en heeft in ieder geval een gunstig effect op een te hoge bloeddruk.[9]
Matiging van het alcoholgebruik
Voor vrouwen met hypertensie geldt een maximale dagelijkse inname van een eenheid alcohol per dag, voor mannen mogen het er twee zijn.[10]
Dieet
Slechts de reductie van de natriuminname tot ongeveer 25% (ongeveer 2,5 g natrium per dag) heeft een bloeddrukverlagend effect. Halveren van de zoutinname tot 5 g natrium per dag levert geen bloeddrukdaling op, maar versterkt wel de werking van de meeste bloeddrukverlagende geneesmiddelen. Daarnaast is de laatste jaren gebleken dat onze kaliuminname veel te laag is. Die zou zo'n 2-4 maal groter mogen zijn dan de huidige gemiddelden. Als men zijn zoutinname wil gebruiken om de bloeddruk te laten dalen, dan kan men de volgende vuistregel hanteren: inname kalium/inname natrium groter dan 3.[5][3]
Gewichtsverlies
Indien mensen met overgewicht en hypertensie minimaal zo'n 5 kilo afvallen, wordt de bloeddruk meetbaar verlaagd.[3]
Sporten
Er zijn aanwijzingen dat sporten, naast een gewichtsverlagend effect, ook een bloeddrukverlagend effect heeft. [11]
Leefstijl
Ontspanning in het dagelijks leven werkt bloeddrukverlagend.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Seventh Report of the Joint National Committee on Prevention, Detection, Evaluation, and Treatment of High Blood Pressure NIH Publication No 03 - 5233, December 2003
  2. Welke bloeddrukmeters zijn gevalideerd kunt u nagaan op een van de volgende websites: http://www.hartstichting.nl (klik op "Risicofactoren", "Hoge bloeddruk", "Thuis zelf bloeddruk meten?"); http://www.bhsoc.org of http://www.dableeducational.com.
  3. a b c d e f g h Hypertensive Vascular Disease. In: Harrison's Principles of Internal Medicine, 16th edition. New York, McGraw-Hill Professional;, 2004.
  4. Rossi e.a. melden in het Journal of Hypertension 2008, Vol 26 No 4, dat het Syndroom van Conn als onderliggende oorzaak van hypertensie ontdekt wordt in 1,4% tot zelfs 32% van de gevallen.
  5. a b c d Adrogué HJ, Madias NE. Sodium and potassium in the pathogenesis of hypertension. New England Journal of Medicine. 2007 May 10;356(19):1966-78.
  6. Rehm J et al. Alcohol as a risk factor for global burden of disease. Eur. Addict. Res. 2003;9:157-164.
  7. Merari F.R. Ferraria and Debora R. Fior-Chadi. Chronic nicotine administration Analysis of the development of hypertension and glutamatergic neurotransmission, Brain Research Bulletin Volume 72, Issues 4-6, 30 May 2007, Pages 215-224. Elsevier. [1]
  8. Schoonderwoerd BA, Smit MD, Pen L, Van Gelder IC. New risk factors for atrial fibrillation: causes of 'not-so-lone atrial fibrillation'. Europace. 2008;10:668-73.
  9. Sleight P. Smoking and hypertension. Journal of Clinical Hypertension. 1993;15:1181-92.
  10. Cushman WC. Alcohol consumption and hypertension. Journal of Clinical Hypertension. 2001;3:166-70.
  11. Hoofdstukr 241 Hypertensive Vascular Disease. In: Harrison's Principles of Internal Medicine, 17 edition. New York, McGraw-Hill Professional;, 2005.