Ergotherapeut

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ergotherapeut(e) baseert zich op de wetenschappen van de ergotherapie en hanteert Evidence Based Practice, en helpt mensen met een beperking in het dagelijks handelen.

Visie[bewerken]

Een ergotherapeut(e) is een paramedicus die in zijn behandeling de uitgangspunten of het paradigma hanteert van de ergotherapie. Dit paradigma is gebaseerd op 4 pijlers; namelijk cliënt, therapeut, omgeving en handelen.

  1. Elke mens of elke cliënt wordt als een uniek wezen (uniciteit) bekeken vanuit een holistische visie (biopsychosociaal model). Hierbij is de therapeut zich bewust van het open (interactie met de omgeving) en sociaal systeem (groepswezen) van elke cliënt.
  2. De therapeut(e) vertoont een professionele identiteit waarbij hij zijn ervaring en kennis toepast in de praktijk. Hij treedt in interactie met de cliënten waarbij zijn eigen normen, waarden en interesses tot uiting kunnen komen.
  3. De omgeving van de cliënt speelt een belangrijke rol in zijn behandelingsproces. Dit omvat: culturele, sociale, economische, fysische en geografische factoren.
  4. Het handelen van de cliënt vormt het uitgangspunt van de interventie van de ergotherapeut(e). De mens is van nature een handelend wezen op het gebied van zijn rollen in de maatschappij. Door therapeutische interventies wil de ergotherapeut de cliënt leren te komen tot aan zijn situatie aangepast betekenisvol en doelgericht handelen.

Werkvelden[bewerken]

Een ergotherapeut(e) kan werkzaam zijn ten behoeve van verschillende doelgroepen:

  • Revalidatie: revalidatiecentra en ziekenhuizen
    • Neurologische aandoeningen
    • Mobiliteitsproblematiek
    • Zintuiglijke aandoeningen
  • Verpleeg- en verzorgingshuizen
    • Stimulatie welbevinden bij ouderen
    • Stimulatie zelfredzaamheid
  • Ontwikkelings- en leerstoornissen, onder andere instellingen voor verstandelijk beperkten, scholen
    • Stimulatie zelfredzaamheid
    • Stimulatie ontwikkeling
  • Psychiatrie
    • In kaart brengen/ aanleren van handelingsvaardigheden voor activiteiten uit het dagelijks leven
  • Activiteitencentra en beschuttende werkplaatsen voor verschillende doelgroepen

Tevens kunnen ergotherapeuten tewerkgesteld worden binnen de thuiszorg of een zelfstandige praktijk

Modellen[bewerken]

Een ergotherapeut(e) verantwoordt zijn handelen en visie met behulp van modellen. Deze modellen kunnen opgedeeld worden in twee categorieën:

  • Procesmodellen die het denkproces van de ergotherapeut(e) in kaart brengen dat tot interventie leidt. Deze modellen kunnen o.a. zijn:
    • SEH (systematisch ergotherapeutisch handelen)
    • OPPM (Occupational Performance Process Model)
    • CPPF (Canadian Performance Process Framework )
  • Inhoudsmodellen die de mogelijkheden en beperkingen van een cliënt in kaart brengen en de basis vormen voor elk proces. Inhoudsmodellen zijn onder andere:
    • ATOM (adaptation through occupation model)
    • MOHO (model of human occupation)
    • CMOP (Canadian Model of Occupational Performance)

Met behulp van deze modellen wordt de graad van zelfredzaamheid en eigen kunnen, het welbevinden, karaktereigenschappen, invloed en interactie met de omgeving, participatie in de maatschappij en alledaagse activiteiten, enz. weergegeven.

Opleiding[bewerken]

Ergotherapeuten worden opgeleid in het hoger onderwijs. In de nieuwe BAMA-structuur volgen zij in de regel een (professionele) bachelor.

Referenties[bewerken]

KINEBANIAN, A., THOMAS, C., 'Grondslagen van de ergotherapie'. ELSEVIERS Gezondheidszorg, Maarssen, 1999.