Chemisch bestrijdingsmiddel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Cropdusting" in de VS. In Nederland is vliegtuigspuiten voor vrijwel geen enkel middel toegestaan.

Chemische bestrijdingsmiddelen, pesticiden of biociden zijn stoffen die worden gebruikt om ziekten, plagen of onkruiden in de landbouw te bestrijden of organismen te bestrijden die hinderlijk of schadelijk zijn (bijvoorbeeld mieren, ongedierte, aantasting van materialen, algen, ontsmetting van voorwerpen en installaties en houtbescherming). Men onderscheidt: gewasbeschermingsmiddelen (voor in de landbouw) en biociden (de overige). In de dagelijkse omgang worden bestrijdingsmiddelen vaak pesticiden genoemd.

Inleiding[bewerken]

Chemische bestrijdingsmiddelen zijn chemische stoffen die toxisch zijn voor het te bestrijden organisme. Chemische bestrijdingsmiddelen kunnen voor verschillende doelen worden ingezet. In de landbouw worden ze toegepast om planten te beschermen tegen plagen, ziekten en overwoekering door onkruid. In deze toepassing wordt vaak gesproken van gewasbeschermingsmiddelen. Het is hierbij belangrijk dat het te beschermen gewas en de consument minder gevoelig zijn voor de giftige werking van de stof, dan het te bestrijden organisme.

Chemische bestrijdingsmiddelen worden ook ingezet om mensen, (gedomesticeerde) dieren en materialen (oogst of anderszins waardevol materiaal zoals documenten) te vrijwaren van plagen of hinderlijke organismen. Voor sommige van deze toepassingen is er een overlap met conserveringsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of geneesmiddelen. Sommige dingen worden uit technisch of esthetisch oogpunt met chemische bestrijdingsmiddelen vrijgehouden van ongewenste organismen, bijvoorbeeld scheepsrompen, koelwaterinlaatpijpen of terrassen of plantsoenen. In deze toepassing heten bestrijdingsmiddelen biociden.

Chemische bestrijding van levende organismen heeft nadelen:

  • de stof is meestal niet helemaal specifiek, zodat niet alleen het te bestrijden organisme maar ook andere organismen worden vergiftigd. Immers, door stromingen in bodem en atmosfeer komen bestrijdingsmiddelen ook op andere plekken terecht. Bestrijdingsmiddelen hebben ook de neiging om in de voedselketen te accumuleren. Dit probleem treedt met name op bij stoffen die slecht afbreekbaar (persistent) zijn en nog lang na de toepassing ervan in het milieu aanwezig blijven.
  • resistentie tegen het middel is over het algemeen het (herhaalde) antwoord van het te bestrijden plaagorganisme. Scheikundigen werkzaam bij fabrikanten van bestrijdingsmiddelen zijn al decennia vertrouwd met de wedloop tegen resistente plaagorganismen.

In een aantal gevallen is biologische bestrijding een goed alternatief. In de ecologische landbouw is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de meeste gevallen verboden.

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

In 1200 voor Christus gebruikte men in China al kalk en houtas bij de opslag van producten om parasieten te bestrijden. Ook gebruikten zij plantenextract met insectenwerende werking om gewassen te beschermen.

De Romeinen gebruikten zwavel en bitumen tegen bladrollers in wijngaarden.

Na de middeleeuwen[bewerken]

Vanaf de 16e eeuw begon men met het gebruiken nicotine uit tabak, pyrethrinen uit de Pyrethrumplant en rotenon. Later ging men middelen gebaseerd op anorganische stoffen als arseen, koper, lood en kwik gebruiken.

Moderne tijd[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog komen dan uiteindelijk de synthetische bestrijdingsmiddelen op gang.

Reactie milieubeweging[bewerken]

Na de publicatie van Silent Spring van Rachel Carson in 1962 werd wereldwijd duidelijk dat er nadelen zijn aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De giftigheid en persistentie van de middelen, met name van insecticiden als de organische chloorverbindingen (DDT, dieldrin, aldrin) zorgden ervoor dat onder roofvogels veel sterfte optrad. Inmiddels zijn veel schadelijke middelen verboden.

Moderne bestrijdingsmiddelen zijn redelijk snel afbreekbaar en hebben een meer gerichte, specifieke werking dan de oudere middelen.

Een nieuwe trend is het op de markt brengen van een bestrijdingsmiddel en tegelijkertijd een genetisch gemodificeerd gewas dat extra goed bestand is tegen het bestrijdingsmiddel. Zowel het genetisch modificeren op zich, eventuele patentkwesties hieromtrent en de hogere dosis bestrijdingsmiddel die gebruikt kan worden maken deze praktijk omstreden.

Momenteel mag er van drinkwater in Nederland slechts één vijf miljoenste gram pesticiden per liter drinkwater aanwezig zijn.

Typen bestrijdingsmiddelen[bewerken]

Bestrijdingsmiddelen worden ingedeeld in hoofdgroepen op basis van hun hoofdsamenstelling:

Gebruik van bestrijdingsmiddelen[bewerken]

Bestrijdingsmiddelen worden soms benoemd op basis van welk soort organisme ze bestrijden:

Voor Nederland staan de regels voor gebruik in:

Risico's[bewerken]

Milieu[bewerken]

Bestrijdingsmiddelen kunnen een nadelige invloed hebben op het milieu. Zeldzame planten- en diersoorten kunnen in hun voortbestaan bedreigd worden. Dit probleem treedt het meeste naar voren als het bestrijdingsmiddel niet goed afbreekbaar is. Dat is vooral bij de oudere soorten synthetische bestrijdingsmiddelen het geval.

Zo is DDT berucht, omdat het zich via de voedselketen verplaatst van insecten naar insecteneters (waaronder vogels en vissen), en vandaar naar roofdieren. Dit geldt ook voor kwikverbindingen. De concentratie aan pesticide neemt toe per schakel in de voedselketen. Dit proces heet biologische stapeling. Uiteindelijk bereiken de pesticiden op deze wijze de grotere (roof)dieren en de vleesconsumerende mens.

Van deze stoffen worden de risico's in kaart gebracht. Door middel van testen weet men de letale dosis vast te stellen.

In de land- en tuinbouw worden tegenwoordig met succes steeds meer biologische bestrijdingsmiddelen ingezet.

Volksgezondheid[bewerken]

Het grootste gevaar voor de gezondheid is als residuën (overgebleven resten) van bestrijdingsmiddelen op voedselgewassen achterblijven. Daarom mag bijvoorbeeld fruit niet kort voor de oogst bespoten worden.

Er worden soms ook minieme hoeveelheden bestrijdingsmiddelen aangetroffen in drinkwater dat uit oppervlaktewater is bereid. De bestrijdingsmiddelen dringen vanaf de akkers door in de sloten en beken en in het grondwater. Het kan langs die weg ook in de melk terechtkomen.

Er zijn ook incidenten bekend waarbij met pesticiden behandeld zaaigoed, afkomstig uit hulpzendingen, door corruptie bij de ontvangende partij als graan voor menselijke consumptie is verhandeld en gebruikt.

Regulering[bewerken]

Europese Unie[bewerken]

In 1991 nam de Europese Unie een richtlijn aan om de evaluatieprocedure en het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen in de lidstaten te harmoniseren; deze richtlijn (91/414/EEG) trad in werking op 25 juli 1993. Sedertdien oordeelt de Europese Commissie, op advies van het "Permanent Comité voor de Voedselketen en de Diergezondheid" (sedert 2002 is dat de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, EFSA), over het al dan niet toelaten van werkzame stoffen in de landen van de Europese Unie. Toegelaten werkzame stoffen worden opgenomen in bijlage I van de richtlijn, samen met hun karakteristieke eigenschappen (zuiverheidsgraad, maximale gehalte aan onzuiverheden) en eventuele beperkingen op het gebruik.

De richtlijn 91/414/EEG is in 2009 vervangen door een nieuwe verordening, Verordening 1107/2009, die vanaf 14 juni 2011 van toepassing werd[3]. Deze verordening is niet alleen van toepassing op werkzame stoffen maar ook op de commerciële producten waarin deze stoffen zijn verwerkt. Verder kan een toelating beperkt worden tot een gedeelte van de Europese Unie; er zijn drie zones bepaald:

  • Zone A — Noord (Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Finland, Zweden);
  • Zone B — Centraal (België, Tsjechië, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Verenigd Koninkrijk)
  • Zone C — Zuid (Bulgarije, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Malta, Portugal).

Nederland[bewerken]

In Nederland bepaalt het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) welke middelen toegelaten zijn. Zij hebben een databank waar informatie over bestrijdingsmiddelen te vinden is.

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is voornemens om het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen en particulier gebruik per november 2015 te verbieden. Een verbod op professioneel gebruik op sport- en recreatieterreinen en parken staat gepland voor november 2017.[4]

België[bewerken]

In België worden erkenningen voor bestrijdingsmiddelen verleend door de Dienst Pesticiden en Meststoffen van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu; die dienst kan daarvoor een beroep doen op een Erkenningscomité. De databank met erkenningen is raadpleegbaar op het internet (zie onder Externe links).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Europa:

Nederland:

België:

Andere:

  • (en) PAN Pesticides Database (Alle gegevensbronnen in Noord-Amerika over bestrijdingsmiddelen via één ingang ontsloten)
Bronnen, noten en/of referenties