Fungicide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Fungiciden zijn chemische bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden om plantenziekten veroorzaakt door schimmels (fungi) te bestrijden.

Inhoud

[bewerk] Indeling

De middelen worden ingedeeld in diverse chemische groepen. Praktisch gezien onderscheidt men twee groepen, systemische en niet-systemische middelen:

[bewerk] Niet-systemische middelen

Deze fungiciden worden niet opgenomen door de plant. Na het spuiten zit de werkzame stof op het blad van de plant waardoor schimmels niet kunnen kiemen. Niet-systemische middelen werken vooral preventief: ze voorkomen een aantasting, maar kunnen een aantasting niet genezen. Chemische groepen:

[bewerk] Systemische middelen

Deze fungiciden worden opgenomen door de plant waardoor ook moeilijke bereikbare plantendelen en jong uitgroeiend blad beschermd wordt. Schimmels worden tegen systemische fungicden vrij makkelijk resistent. Chemische groepen:

  • benzimidazoolfungiciden
  • triazoolverbindingen
  • pyrimidinen

[bewerk] Milieu-effecten

Fungiciden hebben meestal geen grote acute giftigheid en de moderne middelen worden vrij makkelijk afgebroken. Toch zijn van diverse fungiciden bekend dat ze vervelende neveneffecten hebben op lange termijn. Een aantal, inmiddels verboden, fungiciden (captafol) waren kankerverwekkend of carcinogeen. Vele middelen zijn bovendien irriterend voor de huid.

Tot begin jaren tachtig werden ook wel kwikverbindingen gebruikt, maar vanwege de persistentie (de slechte afbreekbaarheid) zijn die middelen verboden.

[bewerk] Voorbeeld

Een voorbeeld van een fungicide is:

 
Persoonlijke instellingen