Gymnasium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over het voortgezet onderwijs in Nederland, voor de Oud-Griekse sportschool zie gymnasion.
Niveaus in het
voortgezet onderwijs
in Nederland
Praktijkonderwijs

vmbo

lwoo
Basisberoepsgerichte leerweg
Kaderberoepsgerichte leerweg
Gemengde leerweg
Theoretische leerweg (mavo)

havo
vwo

Atheneum
Gymnasium
Portaal  Portaalicoon  Onderwijs

Het begrip gymnasium wordt in Nederland in twee verwante betekenissen gebruikt:

Geschiedenis van het gymnasium[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie gymnasion voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het woord gymnasium betekent 'plaats om naakt te zijn' in het Oudgrieks (vergelijk het Nederlandse woord gymnastiek). Het is afkomstig van het Griekse woord gumnós (γυμνός: naakt): in het oude Griekenland werd de sport naakt beoefend. Men hechtte veel waarde aan lichamelijke oefening vanwege de talrijke oorlogen. Toen het leger, oorspronkelijk gebaseerd op dienst van burgers, vanaf ongeveer 400 v.Chr. steeds meer werd vervangen door een beroepsleger, ging de geestelijke ontwikkeling een grotere plaats innemen op de sportscholen. Deze gingen steeds meer lijken op de scholen zoals wij ze kennen.

In West-Europa werden in de renaissance onder invloed van het humanisme van o.a. Erasmus weer scholen opgericht die de kennis van de oude talen bevorderden. Het Grieks was in die tijd weer bekend geraakt in het Westen en dat leidde tot intensieve studie van de oudheid, bijvoorbeeld van de oorspronkelijke teksten van de Bijbel. Vandaag de dag zijn er nog steeds gymnasia in diverse vormen in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië en Oost-Europa. In de Engelstalige landen wordt het woord echter in de betekenis van gymzaal gebruikt.

Het gymnasium in Nederland[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Het gymnasium tot 1917[bewerken]

Vanaf de middeleeuwen werden in de Nederlandse steden Latijnse Scholen gesticht. In Zwolle werd door rector Johan Cele 1377-1415 de indeling in jaarklassen en overgangsexamens ingevoerd die later in het Europese onderwijs gemeengoed is geworden. Niet de klassieke oudheid maar vernieuwing van het gezapige onderwijs en persoonlijke, morele en godsdienstige vorming in de idealen van de Moderne Devotie stonden centraal en maakten dit schooltype populair tot ver buiten de landsgrenzen. In de Latijnse school van Deventer waar Erasmus les heeft gehad werd door rector Alexander Hegius (1439/40-1498) voor het eerst Grieks ingevoerd.

Aan het begin van de 19e eeuw ontstonden in deze scholen ook zogenaamde 'tweede afdelingen', waar andere vakken dan Grieks en Latijn werden onderwezen, bijvoorbeeld wiskunde, aardrijkskunde, Nederlands en moderne vreemde talen. Deze scholen werden al snel tot 'gymnasiën' omgedoopt. Zo werd het latere Johan de Witt-gymnasium te Dordrecht opgericht in 1253 als "Latijnse school" en is daarmee het oudste gymnasium van Nederland.

In 1830 werd het ‘Genootschap van leraren aan Nederlandse Gymnasia’ opgericht. In 1858 telde Nederland 31 gymnasia en 32 Latijnse scholen. De inrichting van het gymnasium werd pas centraal geregeld bij de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876. Daarbij werd het gymnasium verdeeld in twee afdelingen: Op het gymnasium-β werden behalve klassieke en moderne talen ook wiskunde, natuurkunde en scheikunde onderwezen, op het gymnasium-α werd in plaats van de laatste drie vakken behalve geschiedenis vooral meer Grieks en Latijn gegeven. Het examen gymnasium was een vereiste voor het afleggen van universitaire examens: gymnasium-α voor theologie, rechten en letteren, gymnasium-β voor medicijnen en natuurwetenschappen. Behalve het schoolexamen bij de gymnasia kon men ook een staatsexamen afleggen. Hiervan maakten veel bezitters van een hbs-diploma gebruik, ook omdat het zonder gymnasiumdiploma wel toegestaan was colleges op de universiteit te volgen.

Het gymnasium van 1917 tot 1968[bewerken]

De voormalige locatie van het Christelijk Gymnasium Utrecht in de Diaconessenstraat
De voorkant van het Gymnasium Haganum
De voormalige hoofdingang van het Barlaeus Gymnasium

Na 1917 werden ook de bezitters van een hbs-diploma toegelaten tot de medische en natuurwetenschappelijke faculteiten van de universiteiten. Bovendien werd het technisch, economisch en landbouwkundig hoger onderwijs nu als hoger onderwijs erkend. Het gymnasium-β gaf vanaf 1920 ook toelating tot de studie in de rechten. Een andere ontwikkeling was de groei van het lyceum, waarin hbs en gymnasium gecombineerd werd. Aangezien er ook lycea werden opgericht in plaatsen waar voorheen geen gymnasium bestond, werd het in meer plaatsen mogelijk een gymnasiumopleiding te volgen. In het zuiden van het land gold dit speciaal voor meisjes, die niet op de bestaande gymnasiumopleidingen, de klein-seminaries, werden toegelaten.

Het gymnasium van 1968 tot 1998[bewerken]

Sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 is het gymnasium een vorm van vwo: de gymnasium-exameneisen zijn gelijk aan die van het atheneum, het vwo zonder klassieke talen. De keuze van examenvakken verschilt echter: Voor een gymnasiumdiploma is ten minste één klassieke taal in het eindexamen vereist. Wanneer men beide klassieke talen deed, heette de richting "gymnasium α", anders "gymnasium β".[bron?] Op sommige scholen werd echter een ongedeeld vwo-diploma uitgereikt aan leerlingen met Latijn en/of Grieks in het examenpakket. In principe konden Latijn en Grieks met alle andere vakken gecombineerd worden zolang aan de minimumeisen voldaan was en het roostertechnisch mogelijk was.

Het gymnasium sinds 1998[bewerken]

Sinds de nieuwe inrichting van de tweede fase (de laatste drie leerjaren) doet iedere leerling eindexamen in een of twee van de vier profielen: Cultuur & Maatschappij, Economie & Maatschappij, Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek. Sinds september 2006 worden Latijn en Grieks als profielvakken gerekend, in plaats van opgenomen te worden in de zogeheten vrije ruimte. Dit heeft soms gevolgen voor de overgangsregelingen. In Nederland waren er in 2002 ruim 56.000 gymnasiasten (ruim 6% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs; ongeveer een kwart van de vwo-leerlingen). Veel Nederlandse scholengemeenschappen en lycea hebben een gymnasiumafdeling (in 2002 waren het er 287).

Vanuit de Algemene Onderwijsbond (AOb) zet sinds 1972 de Belangengroep Gymnasiale Vorming zich in voor het behoud en de kwaliteit van de gymnasiale opleiding, niet alleen op de nog bestaande categorale gymnasia, maar ook op scholengemeenschappen.

Het categoriaal gymnasium[bewerken]

Naast gymnasiumafdelingen bestaan er in Nederland 40 categoriale (ook, maar volgens Onze Taal minder frequent,[1][2] categorale) gymnasia. De geschiedenis van een aantal stedelijke gymnasia gaat terug tot de middeleeuwen: zij worden beschouwd als de opvolger van een toen bestaande Latijnse School. De meeste confessionele gymnasia zijn in de 19e eeuw opgericht. Er is veel vraag naar categoriale gymnasia; in Amsterdam zijn er in 2005 zelfs twee nieuwe gesticht (het 4e Gymnasium en het Cygnus Gymnasium). In 2009 liet het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek instellen naar de toekomst van de klassieke talen in het Nederlandse onderwijs, speciaal hiervoor is de Verkenningscommissie Klassieke Talen in het leven geroepen.

In 2009 is de Stichting Het Zelfstandige Gymnasium (SHZG)[3] opgericht, het product van de fusie van de Vereniging Rectoren Zelfstandige Gymnasia (VRZG) en de stichting Landelijk Steunpunt Zelfstandige Gymnasia (LSZG). De 38 gymnasia die samenwerken in de SHZG hebben in het schooljaar 2009-2010 bijna 28.000 leerlingen, wat, met een gemiddelde van minder dan 750 leerlingen per gymnasium, de kleinschaligheid van deze onderwijsvorm laat zien.

Lijst van categoriale gymnasia[bewerken]

Niet meer bestaande categoriale gymnasia[bewerken]

In het verleden kende Nederland meer categoriale gymnasia. Vele daarvan waren de voortzetting van een lokale Latijnse School, zoals bijvoorbeeld het gymnasium te Meppel, dat overigens maar korte tijd heeft bestaan. Anderen zijn later gesticht, bijvoorbeeld het Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam als uiting van de emancipatie van de gereformeerde 'kleine luiden' en na bijna een eeuw opgegaan in een scholengemeenschap, zoals veel categoriale gymnasia in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Ze waren onder meer te vinden in:

(Her)oprichting van categoriale gymnasia[bewerken]

Tegenwoordig worden op diverse plaatsen pogingen ondernomen een categoriaal gymnasium op te richten, bijvoorbeeld in Enschede of te heroprichten, zoals in Maastricht, gericht op heel Zuid-Limburg. Ook in plaatsen die al of nog een gymnasium kennen, bijvoorbeeld in Haarlem, ontstaat de roep om nog een gymnasium op te richten omdat bestaande gymnasia een 'numerus fixus' (toelating door loting) hanteren.

Vergelijking met Vlaanderen[bewerken]

Het gymnasium komt overeen met het vroegere Vlaamse schooltype klassieke humaniora, met daarin de studierichtingen Latijn-Grieks, Grieks-Wetenschappen, Grieks-Moderne Talen, Grieks-wiskunde, Latijn-Wiskunde, Latijn-Wetenschappen en Latijn-Moderne talen.

Het atheneum komt overeen met het vroegere Vlaamse schooltype moderne humaniora, met de richtingen Wetenschappen A (wiskundig), Wetenschappen B (wetenschappelijk), Economische en Menswetenschappen (later omgedoopt tot humane wetenschappen).

Beide typen humaniora worden tegenwoordig gerekend tot het algemeen secundair onderwijs (ASO).

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Onderwijs
  • Lyceum, een begrip met verschillende betekenis in Nederland en België.
  • Grammar school, voor een vergelijkbare school in de Angelsaksische landen.
Bronnen, noten en/of referenties