Bondspresident van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bondspresident van Duitsland
Bundespräsident
In gebruik sinds:
1949
Vlag van de Bondspresident van Duitsland
Vlag van de Bondspresident van Duitsland
Kantoor
Residentie Slot Bellevue
Villa Hammerschmidt
Benoemer Bondsvergadering
Ambtstermijn 5 jaar ; Een keer herkiesbaar
Geschiedenis
Inaugurele houder Theodor Heuss
Formatie 12 september 1949
Huidige houder Joachim Gauck
Sinds 18 maart 2012
Overig
Website www.bundespraesident.de
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Duitsland
Joachim Gauck in 2011, bondspresident sinds maart 2012.

De bondspresident (Duits: Bundespräsident) is het staatshoofd van de Bondsrepubliek Duitsland. De functie van bondspresident is voornamelijk ceremonieel; de uitvoerende macht ligt bij de bondsregering onder leiding van de bondskanselier. De bondspresident wordt gekozen door de Bondsvergadering, die deze verkiezing als enige taak heeft.

De meest recente bondspresident is sinds 23 maart 2012 Joachim Gauck (onafhankelijk). Hij volgde Christian Wulff op, die in februari van dat jaar aftrad.

Bevoegdheden en taken[bewerken]

Ten tijde van de Weimarrepubliek van 1919-1933 had het staatshoofd meer bevoegdheden. De Rijkspresident (Reichspräsident) koos de regeringsleden (die wel door het parlement konden worden ontslagen) en mocht het parlement ontbinden. Met decreten, die alleen voor noodgevallen waren bedoeld, nam hij gedeeltelijk de wetgeving over, omdat het parlement zo verdeeld was dat het soms niet anders kon. De laatste Rijkspresident maakte het met zijn bevoegdheden mogelijk dat Adolf Hitler regeringschef kon worden. Daarom wilde men na 1945 de rechten van het staatshoofd beperken.

De eerste bondspresident Theodor Heuss met zijn vrouw Elly in 1950

De bondspresident sluit namens Duitsland internationale verdragen en hij vertegenwoordigt de staat door het afleggen en ontvangen van staatsbezoeken. Hij kondigt wetten af, verleent gratie, en benoemt de bondsrechters, bondsambtenaren, officieren en onderofficieren, maar zijn handtekening is slechts geldig bij medeondertekening door de bondskanselier of een verantwoordelijk federaal minister. Bij afwezigheid van de bondspresident worden zijn taken waargenomen door de voorzitter van de Bondsraad en niet, zoals in de Weimarrepubliek (tot een grondwetswijziging in december 1932), door de kanselier.

Totstandkoming van een nieuwe regering[bewerken]

De bondsregering bestaat uit de bondskanselier (de regeringsleider) en de bondsministers. Ze worden door de bondspresident benoemd. Gekozen wordt de bondskanselier echter door het parlement, de Bondsdag. De bondsministers worden benoemd op voorstel van de bondskanselier.

Wanneer (normaliter na verkiezingen) een nieuwe regering nodig is, heeft de bondspresident gesprekken met de politieke partijen en stelt daarna een kandidaat voor bondskanselier aan de Bondsdag voor. Als de absolute meerderheid van de Bondsdagleden die kandidaat kiest, moet de bondspresident hem tot bondskanselier benoemen. Tot nu toe zijn alle bondskanseliers op die manier in hun ambt gekomen.

Krijgt de kandidaat van de bondspresident geen absolute meerderheid, kent de Grondwet volgende procedure. De Bondsdag heeft 14 dagen de tijd om met een eigen kandidaat voor bondskanselier te komen; een voorstel moet door een kwart van de leden worden ondersteund.

Wordt geen kandidaat met een absolute meerderheid gekozen, komt het tot een laatste stemgang. Als de kandidaat een absolute meerderheid krijgt, móet de bondspresident hem benoemen. Krijgt hij alleen een relatieve meerderheid, mag de bondspresident hem benoemen of de Bondsdag ontbinden. De bondspresident kan dus beoordelen of de kandidaat wel door voldoende oppositieleden wordt getolereerd. Maar als de kandidaat helemaal geen meerderheid krijgt (dus meer leden stemmen tegen hem dan voor hem) dan móet de bondspresident de Bondsdag ontbinden.

Ontbinden van het parlement[bewerken]

De bondspresident heeft verder een belangrijke rol bij het ontbinden van het parlement. Dit is een ingewikkelde procedure. De bondskanselier kan aan de Bondsdag de Vertrauensfrage stellen. Hij vraagt daarmee of de meerderheid van het parlement hem zijn vertrouwen geeft. Als een meerderheid tegen hem is, dan kan de bondskanselier de bondspresident vragen om de Bondsdag te ontbinden. Zo is het in 1972, 1982 en 2005 gebeurd.

Dit is bijna de enige manier om de Bondsdag te ontbinden, en het is omstreden hoe groot de vrijheid van de bondspresident is om aan het verzoek van de bondskanselier nee te zeggen. In 1982 en 2005 wilde de bondskanselier de Bondsdag laten ontbinden ofschoon hij wel een meerderheid had; critici vinden het nee-stemmen van leden van de regeringspartijen vals en het parlement niet waardig. In die jaren had de ontbinding rechtszaken van ontevreden Bondsdagleden ten gevolge, die echter succesloos bleven.

Verkiezing[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Bondsvergadering (Duitsland).
Bondsvergadering in 1954 in Bonn

De bondspresident wordt voor een periode van vijf jaar gekozen door de bondsvergadering (Bundesversammlung), die uitsluitend voor deze gelegenheid bijeenkomt en bestaat uit de leden van de Bondsdag en evenveel afgevaardigden van de parlementen van de 16 deelstaten (in 2012: in totaal 1240 afgevaardigden). De deelstaatafgevaardigden hoeven geen deel uit te maken van de regionale parlementen of de deelstaatregeringen.

Verkiesbaar voor het ambt van bondspresident zijn alle Duitsers die het actief kiesrecht voor de Bondsdag bezitten en de leeftijd van veertig jaar hebben bereikt. Herverkiezing van een zittende bondspresident is slechts één keer mogelijk. (Volgens artikel 54 van de Duitse grondwet.) Het is gebruikelijk dat de leiders van de Bondsdagpartijen met elkaar afspreken wie ze willen als kandidaat. Vaak heeft de federale regeringscoalitie een meerderheid in de bondsvergadering, zodat de facto de bondskanselier samen met zijn coalitiepartner min of meer kan bepalen wie de volgende bondspresident wordt.

De afgevaardigden van de bondsvergadering stemmen zonder debat en in een geheime stemming voor een kandidaat. Om te worden verkozen dient een kandidaat de absolute meerderheid te behalen. Als na twee stemrondes geen van de kandidaten de absolute meerderheid heeft weten te behalen, vervalt in een derde en laatste ronde dat vereiste en wordt de kandidaat met de meeste stemmen tot bondspresident verkozen.

De bondsvergadering moet ten laatste dertig dagen voor afloop van de ambtsperiode van de president samenkomen, of, indien een president zijn ambt niet gedurende de volle periode heeft uitgeoefend, binnen de dertig dagen ná het ambtseinde. Sinds 1979 kwam de bondsvergadering op 23 mei samen, de dag van de verkondiging van de Grondwet in 1949. In 2010 werd de president op 30 juni gekozen, na het voortijdig aftreden van de vorige president op 31 mei van dat jaar.

Na zijn verkiezing begint de ambtsperiode met de beëdiging, die plaatsvindt in een gemeenschappelijke zitting van Bondsdag en Bondsraad, en sinds 1969 gehouden op 1 juli. De eed is door artikel 56 van de grondwet voorgeschreven: "Ich schwöre, daß ich meine Kraft dem Wohle des deutschen Volkes widmen, seinen Nutzen mehren, Schaden von ihm wenden, das Grundgesetz und die Gesetze des Bundes wahren und verteidigen, meine Pflichten gewissenhaft erfüllen und Gerechtigkeit gegen jedermann üben werde. So wahr mir Gott helfe." ("Ik zweer dat ik mijn kracht aan het wel van het Duitse volk zal wijden, de baten ervan zal vermeerderen, nadelen ervoor zal vermijden, de grondwet en de wetten van de bond zal vrijwaren en verdedigen, mijn plichten gewetensvol zal vervullen en rechtvaardigheid tegenover iedereen zal uitoefenen. Zo helpe mij God.).

De eed mag ook zonder de religieuze toevoeging uitgesproken worden (in het tijdperk van de Weimarrepubliek was dat andersom, het religieuze deel mocht toegevoegd worden). Als de bondspresident voor een tweede termijn is gekozen vindt geen nieuwe beëdiging plaats.

Optreden[bewerken]

Bondspresident Richard von Weizsäcker met Sabine Bergmann-Pohl, de laatste voorzitster van het DDR-parlement en tevens staatshoofd van de DDR, 1990

De president mag geen deel uitmaken van de regering of van een wetgevende vergadering van de bond of van een deelstaat. Hij mag geen ambt uitoefenen, geen handel drijven en geen beroep uitoefenen. Hij mag ook geen zitting hebben in controlerende organen van ondernemingen (artikel 55 van de grondwet). Net als parlementsleden geniet hij parlementaire onschendbaarheid.

De bondspresident wordt geacht als staatshoofd boven de partijen te staan, een zekere afstand tot de politiek van alledag te bewaren en niet polariserend op te treden. Zijn partijlidmaatschap laat hij rusten. Hij bemoeit zich in de regel niet met actuele, partijpolitiek omstreden kwesties. Toch speelt de president een rol in het maatschappelijke debat en bij discussies over fundamentele kwesties. Een bekende gelegenheid waarbij dit gebeurt, is de 'Berliner Rede', genoemd naar een toespraak die toenmalig bondspresident Roman Herzog in 1997 hield en waarin hij de Duitsers opriep om de moedeloze stemming te laten varen en eindelijk serieus werk te maken van noodzakelijke hervormingen. Bondspresident Johannes Rau heeft deze traditie vanaf 2000 voortgezet en heeft in de jaren van zijn presidentschap onder meer gesproken over integratie en immigratie, gentechnologie, globalisering en de rol van Duitsland in de wereld.

Traditioneel houdt de bondspresident jaarlijks met Kerstmis een kersttoespraak die op televisie wordt uitgezonden. De kanselier spreekt op oud en nieuw; vóór 1970 was dit andersom.

De politieke satire laat de bondspresident meestal met rust, alleen al omdat de bondspresident bijna geen politieke macht heeft. In de jaren '50 en nog later lag er zelfs een soort taboe op grappen maken over de bondspresident. Dit versoepelde echter met de tijd en al met bondspresident Lübke en zijn uitspraken werd de spot gedreven. Voorheen ongekend veel spot kreeg bondspresident Wulff in 2011 en begin 2012 te verduren.

Afzetting[bewerken]

Artikel 61 van de grondwet voorziet in de mogelijkheid om de president af te zetten indien deze zich "opzettelijk" schuldig zou maken aan de schending van de grondwet of een bondswet.

Hiertoe moet dan een klacht ingediend worden bij het grondwettelijk hof (Bundesverfassungsgericht). Zo een klacht kan enkel ingediend worden door de bondsraad of de Bondsdag. Om tot een klacht te komen moet minstens een vierde van de leden van de Bondsdag, of een vierde van de stemmen van de bondsraad, een aanvraag indienen tot neerleggen van een klacht, en dan moet de klacht met minimaal een tweederdemeerderheid in het betreffende orgaan goedgekeurd worden.

Stelt het grondwettelijk hof vast dat de president schuldig is, dan kan het de president afzetten. Indien dat nodig is, kan het hof hangende de procedure de president schorsen.

Ehrenpatenschaft[bewerken]

Op verzoek van de ouders neemt de bondspresident het erepeetvaderschap (Ehrenpatenschaft) van het zevende kind uit een gezin op zich, of indien een dergelijk verzoek achterwege gebleven is, dat van een later geboren kind, doch voor slechts één kind per gezin. Op het moment van aanvraag dienen er minstens zeven in leven zijnde kinderen van dezelfde ouders, vader of moeder af te stammen. Geadopteerde kinderen worden hieraan gelijkgesteld. Ook dient het petekind de Duitse nationaliteit te bezitten.

Bondspresidenten sinds 1949[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: lijst van Duitse staatshoofden.

Bijna alle bondspresidenten waren vóór hun aantreden actief in de politiek; ná hun ambtstermijn ging niemand terug naar de politiek, ook omdat ze meestal wat oudere heren waren. De jongste bondspresident was de 51-jarige Christian Wulff. Walter Scheel, Gustav Heinemann en diens voorganger Heinrich Lübke waren voormalige bondsministers. Richard von Weizsäcker, Johannes Rau en Christian Wulff waren burgemeester respectievelijk minister-president op deelstaatniveau. Minister op deelstaatniveau en later rechter aan het Bundesverfassungsgericht was Roman Herzog.

Residenties en administratie[bewerken]

De bondspresident resideert in Slot Bellevue (Schloss Bellevue) in Berlijn. In de tijd dat de Bondsrepubliek haar hoofdstad in Bonn had was de residentie de Villa Hammerschmidt. Die is nu de tweede residentie van de bondspresident.

De administratie van de bondspresident zit in het Bundespräsidialamt, in de buurt van Schloss Bellevue. Het gebouw uit de jaren 1996-1998 wordt vanwege zijn vorm ook Präsidentenei (ei van de president) genoemd. Hoofd van het Amt is een staatssecretaris, de Chef des Bundespräsidialamtes. In 2008 kostten president en Amt de Duitse belastingbetaler een kleine 25 miljoen euro.

Weetjes[bewerken]

  • In 1974 nam Bondspresident Walter Scheel een plaat op samen met een mannenkoor. Het gekozen lied was Hoch auf dem gelben Wagen.
  • De vrouw van Bondspresident Johannes Rau (1999-2004) is de kleindochter van Bondspresident Gustav Heinemann (1969-1974). Haar tante Uta Ranke-Heinemann was in 1999 eveneens kandidaat (van de PDS).
  • Christian Wulff was 51 jaar oud toen hij werd gekozen en dus de jongste Bondspresident aller tijden.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]