Deelstaten van Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De zestien deelstaten van Duitsland

De deelstaten van Duitsland (Duits: Länder of Bundesländer) zijn de zestien deelstaten van de Bondsrepubliek Duitsland. Ze hebben eigen grondwetten, parlementen en regeringen. Anders dan in niet-federalistische landen hebben de deelstaten in Duitsland vele bevoegdheden en hebben ook invloed op de federale bestuurslaag: De Bondsraad, die de deelstaatregeringen vertegenwoordigt, beslist mee over veel federale wetten.

Alle deelstaten samen vormen het volledige grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland. Hun grenzen kunnen alleen via een plebisciet worden veranderd. Qua inwoners is Noordrijn-Westfalen, qua oppervlakte Beieren het grootst.

Inhoud

[bewerken] Overzicht en namen

Verticale bestuursstructuur in Duitsland: Bund, Länder und Gemeinden

Het gehele grondgebied van de Bondsrepubliek maakt deel uit van een van de deelstaten, er is geen stuk van Duitsland dat niet bij een deelstaat hoort. Met Bundesgebiet (federaal gebied) wordt dus geheel Duitsland aangeduid en niet een deelstaatloos gebied dat direct door de federale overheid wordt bestuurd (anders dan bijvoorbeeld in de VS met hun United States territories, zoals sommige eilanden).

De Duitse Grondwet van 1949 noemt de deelstaten Land (meervoud: Länder). Gebruikelijker is echter de term Bundesland omdat Land een algemeen woord is en ook een nationale staat zoals Frankrijk of Polen kan aanduiden. De Nederlandse uitdrukking landelijk zou in Duitsland misverstanden kunnen oproepen: wanneer men aan geheel Duitsland denkt is bundesweit (federaal, in het gebied van de federatie) de gebruikelijke aanduiding.

De meeste deelstaten noemen zich Land (bijvoorbeeld das Land Schleswig-Holstein), maar Beieren, Saksen en Thüringen gebruiken de term Freistaat, een oud woord voor "republiek". Het parlement van een deelstaat heet meestal Landtag. De deelstaatregering heet Landesregierung of (in Beieren en Saksen) Staatsregierung en haar voorzitter Ministerpräsident. De ministers heten Minister of Staatsminister. Vaak zegt men Landesminister om het verschil met de federale minister aan te duiden, om dus de Bundesinnenminister van een Landesinnenminister te onderscheiden.

De benamingen met betrekking tot de deelstaten Berlijn, Hamburg en Bremen is het meest afwijkend. Deze drie deelstaten worden Stadtstaaten genoemd; ze hebben echter dezelfde rechten en plichten als andere deelstaten. De andere deelstaten heten Flächenland (Fläche: oppervlakte).

Berlijn, tevens de Duitse hoofdstad, is volgens haar grondwet ein deutsches Land und zugleich eine Stadt. De ministerpresident is de Regierender Bürgermeister, het parlement het Abgeordnetenhaus. Hamburg en Bremen noemen zich Hansestadt. De burgemeester van Hamburg is de Erster Bürgermeister en in Bremen Präsident des Senats und Bürgermeister. De parlementen in deze twee deelstaten heten Bürgerschaft. De regeringen van Berlijn, Hamburg en Bremen heten Senat, een lid daarvan Senator.

Wapen Land Opgericht / Bonds-
republiek
Stemmen
Bundesrat
Oppervlakte
(km²)
Inwoners
(miljoen)
Inwoners
per km²
Hoofdstad
Coat of arms of Baden-Württemberg (lesser).svg Baden-Württemberg 1952 / (1949) 6 35.752 10.739 300 Stuttgart
Bayern Wappen.svg Beieren
Bayern
1180 / 1949 6 70.552 12.488 177 München
Coat of arms of Berlin.svg Berlijn
Berlin
1920 / 1990 4 892 3.395 3.807
Brandenburg Wappen.svg Brandenburg 1945 / 1990 4 29.479 2.559 87 Potsdam
Bremen Wappen(Mittel).svg Bremen 849 / 1949 3 404 0.663 1.641
Coat of arms of Hamburg.svg Hamburg 810 / 1949 3 755 1.774 2.309
Coat of arms of Hesse.svg Hessen 1945 / 1949 5 21.115 6.075 289 Wiesbaden
Coat of arms of Mecklenburg-Western Pomerania (great).svg Mecklenburg-
Voor-Pommeren

Mecklenburg-
Vorpommern
1945 / 1990 3 23.180 1.707 74 Schwerin
Coat of arms of Lower Saxony.svg Nedersaksen
Niedersachsen
1946 / 1949 6 47.624 7.997 168 Hannover
Coat of arms of North Rhine-Westfalia.svg Noordrijn-Westfalen
Nordrhein-Westfalen
1946 / 1949 6 34.085 18.029 530 Düsseldorf
Coat of arms of Rhineland-Palatinate.svg Rijnland-Palts
Rheinland-Pfalz
1946 / 1949 4 19.853 4.053 204 Mainz
Coa de-saarland 300px.png Saarland 1945 / 1957 3 2.569 1.050 409 Saarbrücken
Coat of arms of Saxony.svg Saksen
Sachsen
929 / 1990 4 18.416 4.250 232 Dresden
Wappen Sachsen-Anhalt.svg Saksen-Anhalt
Sachsen-Anhalt
1945 / 1990 4 20.446 2.470 121 Magdeburg
Coat of arms of Schleswig-Holstein.svg Sleeswijk-Holstein
Schleswig-Holstein
1946 / 1949 4 15.799 2.833 179 Kiel
Coat of arms of Thuringia.svg Thüringen 1920 / 1990 4 16.172 2.335 144 Erfurt

[bewerken] Bevoegdheden

De Duitse Grondwet bepaalt dat Duitsland uit deelstaten bestaat en dat deze ook per grondwetswijziging niet kunnen worden afgeschaft. Gebiedswijzigingen of fusies kunnen alleen plaatsvinden via referenda van de betrokken bevolkingen. De deelstaten hebben een eigen staatskarakter.

De overheidstaken in Duitsland zijn in principe zaak van de deelstaten - mits de Grondwet niet bepaalde taken aan het federaal niveau heeft opgedragen. Over een aantal zaken gaan Bond (vertegenwoordigd door de Bondsdag, het nationaal parlement) en deelstaten (vertegenwoordigd door de Bondsraad) samen. Er zijn dus drie soorten van wetgeving in Duitsland: uitsluitend federale wetgeving (bijvoorbeeld defensie, munt), gezamenlijke wetgeving (zogenoemde toestemmingswetten, bijvoorbeeld belastingen) en deelstaatwetgeving (bijvoorbeeld school en cultuur). Federale wetten hebben voorrang op deelstaatwetten: Bundesrecht bricht Landesrecht (art. 31 Grondwet). Een lid van een deelstaatregering heeft, als lid van de Bondsraad, spreekrecht in de Bondsdag.

Het onderwijs in Duitsland hoort tot de taken van de deelstaten, maar omdat al te grote verschillen binnen Duitsland onwenselijk zijn werken de deelstaten samen via de Kultusministerkonferenz, die bijvoorbeeld gezamenlijke standaards voor de einddiploma's bepaalt.

[bewerken] Structuur

Een deelstaat heeft een parlement met één kamer (alleen Beieren had, tot 1999, een tweede kamer, de Senat). De regering wordt door het deelstaatparlement gekozen. Het hangt af van de grondwet van de enkele deelstaat of het parlement bijvoorbeeld alleen de regeringsleider kiest, zoals bijvoorbeeld in Saksen-Anhalt, of de gehele regering, zoals in Baden-Württemberg. Een lid van de deelstaatregering kan lid van het parlement zijn, maar dat is meestal niet verplicht. Een uitzondering is Noordrijn-Westfalen waar de grondwet bepaalt dat de minister-president lid van het parlement moet zijn. Vanwege het gebrek aan een eigen staatshoofd vervult de minister-president die functie; de beëdiging van de minister-president is normaliter taak van de voorzitter van het deelstaatparlement. Hoewel Duitsland op federaal niveau geen plebiscieten kent, bestaan ze op deelstaatniveau (en gemeenteniveau) meestal wel.

De territoriale structuur van een deelstaat kan heel verschillend zijn, hoewel er veel overeenkomsten zijn. De grote deelstaten Baden-Württemberg, Beieren, Hessen, Noordrijn-Westfalen en Saksen zijn onderverdeeld in Regierungsbezirke. De administraties van deze Bezirke horen bij de deelstaatregering. Onder het niveau van de Bezirke zijn dan de gemeenten (precies: Landkreise en kreisfreie Städte). Over de grenzen en rechten van de Bezirke en gemeenten beslist de deelstaat. Een bijzonderheid van Noordrijn-Westfalen zijn de twee Landschaftsverbände, samenwerkingsverbanden van de gemeenten in Noordrijn en Westfalen-Lippe.

[bewerken] Positie in het federale systeem

De christendemocraat Bernhard Vogel was de Rijnland-Paltse minister-president van 1976-1988 (als opvolger van Helmut Kohl) en de Thüringse van 1992-2003. Dit laatste is echter ongebruikelijk, een minister-president komt meestal uit zijn eigen deelstaat.

Vanwege hun rechten zijn de deelstaten echte partners en soms ook tegenstanders van het federaal niveau dat vaak als der Bund wordt aangeduid (zoals vóór 1945 das Reich). Een minister-president kan alleen worden afgezet door het deelstaatparlement in kwestie, niet door de Bondsregering. Vaak vindt een politicus het interessanter om minister-president te zijn dan bondsminister. Men heeft het ook over Landesfürsten (deelstaatvorsten).

Wanneer een grote oppositiepartij op zoek is naar een kanselierskandidaat voor de Bondsdagverkiezingen, dan kijkt men meestal eerst naar de ministers-presidenten van de partij. De bondskanseliers Kurt Georg Kiesinger, Willy Brandt, Helmut Kohl en Gerhard Schröder waren voormalige ministers-presidenten, zij het niet direct voordat ze bondskanselier werden. In de jaren 1961, 1965, 1976, 1980, 1987, 1990, 1994, 1998 en 2002 waren de kanselierskandidaten van de niet in de Bond regerende partijen ministers-presidenten.

Bekende en belangrijke ministers-presidenten waren bijvoorbeeld Franz Josef Strauß (CSU) van Beieren en Johannes Rau (SPD) van Noordrijn-Westfalen. De langstzittende minister-president was Peter Altmeier (CDU) die meer dan 21 jaar lang Rijnland-Palts regeerde. Bernhard Vogel (CDU) was de enige die minister-president van twee deelstaten was, in 1976-1988 van Rijnland-Palts en in 1992-2003 van Thüringen (samen zelfs 23 jaar).

Via de Bondsraad zijn deelstaatregeringen automatisch betrokken bij de federale politiek. Voor een bondskanselier (federale regeringsleider) is het dus niet alleen belangrijk om een meerderheid in de Bondsdag te hebben, maar ook in de Bondsraad, die over ca. 40 procent van de wetten mee beslist. Doordat de bondsraadstemmen door de deelstaatregeringen worden uitgebracht heeft een deelstaatverkiezing invloed op de federale politiek. De tijden van de deelstaatverkiezingen zijn niet op elkaar afgestemd, daarom wordt gezegd dat in Duitsland vrijwel permanent een verkiezingsstrijd woedt.

De deelstaatverkiezingen hebben ook invloed op de verkiezing van de Bondspresident, het staatshoofd. De helft van de kiesmannen en kiesvrouwen in de Bondsvergadering wordt gekozen door de deelstaatparlementen.

De (federale) Grondwet bepaalt dat alle Duitsers in principe onder dezelfde omstandigheden moeten kunnen leven. Om de verschillen qua rijkdom niet te groot te laten worden is er een Länderfinanzausgleich: De rijkere deelstaten moeten aan het eind van het jaar geld afstaan aan de armere. Verder betaalt de Bond aan armere deelstaten. In de rijkere deelstaten is veel kritiek op de Länderfinanzausgleich; er wordt gezegd dat vanwege de transferbetalingen de arme deelstaten geen motief hebben om spaarzamer te zijn.

Länderfinanzausgleich: Gevende (groen) en nemende (rood) deelstaten, stand van 2004
Länderfinanzausgleich: Gevende (groen) en nemende (rood) deelstaten, stand van 2004 
Regeringspartijen in de deelstaten, november 2010
Regeringspartijen in de deelstaten, november 2010 

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Deelstaten vóór 1945

Al in het Heilige Roomse Rijk hadden de vorstendommen veel macht, terwijl de macht van de keizer (oorspronkelijk: koning) uiteindelijk afhing van zijn macht als vorst. De keizerlijke titel was niet erfelijk, maar gedurende een lange periode, tot aan het eind van het rijk in 1806, was de keizer bijna altijd de erfgenaam van de Oostenrijkse dynastie Habsburg. Een andere belangrijke vorst was de koning van Pruisen. Zeven vorsten hadden als keurvorsten bijzondere rechten, vooral het recht om de keizer te kiezen.

In 1815 werd de Duitse Bond opgericht. De Duitse bond verving het in 1806, door Napoleon, opgeheven Heilige Roomse Rijk. Deze statenbond was bedoeld om een revolutie in Duitsland te voorkomen en aanvallen van buiten af te weren. De eigenlijke macht lag nog steeds bij de vorsten; de keizer van Oostenrijk was voorzitter van de bond.

In 1867, na de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog, stichtte Pruisen een Noord-Duitse Bond die in 1871 tot het Duitse Keizerrijk werd uitgebreid. Oostenrijk werd uitgesloten van het keizerrijk, waarmee Pruisen, dat ruim twee derde van het overige Duitse grondgebied besloeg, de machtigste staat binnen het keizerrijk werd. De deelstaten, Staaten geheten, hadden via federale organen een beslissende invloed op de federale politiek. In de praktijk had echter bijna uitsluitend Pruisen iets te zeggen, de Pruisische koning was automatisch de Duitse keizer en benoemde de rijkskanselier.

Ook in de Weimarrepubliek (sinds 1919) bestonden er Länder die nu voor het eerst deze naam hadden. Hun macht was echter geringer dan in het keizerrijk. In de tijd van het nationaalsocialisme (1933-1945) bestonden de deelstaten nog wel, maar ze werden onder rijkscommissarissen geplaatst en hadden verder geen betekenis. Naast de deelstaten kregen de Gaue van de nationaalsocialistische partij (vanaf 1939 ook officiële gebiedseenheden) meer en meer gewicht.

Heilige Roomse Rijk in de 13e eeuw
Heilige Roomse Rijk in de 13e eeuw 
Heilige Roomse Rijk in 1648
Heilige Roomse Rijk in 1789
Duitse Bond 1815-1866
Duitse Bond 1815-1866 
Duitse Keizerrijk 1871-1918
Duitse Keizerrijk 1871-1918 
Weimarrepubliek 1919-1933
Weimarrepubliek 1919-1933 
Nazi-Duitsland met gouwen
Nazi-Duitsland met gouwen 

[bewerken] Ontwikkeling in de Bondsrepubliek

De huidige Duitse deelstaten zijn na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Afgevaardigden van hun parlementen vormden in 1948/1949 de Parlementaire Raad, die een nieuwe grondwet uitwerkte. De Bondsrepubliek Duitsland (sinds september 1949) is volgens art. 20 ein demokratischer und sozialer Bundesstaat; deze beginselen (en de grondrechten) kunnen volgens art. 79 niet worden afgeschaft.

De deelstaten Baden, Württemberg-Baden en Württemberg-Hohenzollern werden in 1952 de deelstaat Baden-Württemberg. In 1957 kwam het Saarland bij de Bondsrepubliek.

Van tijd tot tijd verschijnen in de pers plannen over een herindeling, bijvoorbeeld een bijeenvoegen van de noord-westelijke deelstaten. Omdat normaliter de inwoners van kleine deelstaten hun zelfstandigheid koesteren (en daarom in een plebisciet nee zouden zeggen) zijn veranderingen zeer onwaarschijnlijk.

Bezettingszones vanaf 1945 en deelstaten
Bezettingszones vanaf 1945 en deelstaten 
Deelstaten in 1949
Deelstaten in 1949 
Deelstaten in 1952
Deelstaten in 1952 
Deelstaten in 1957
Deelstaten in 1957 
Vergelijking deelstaten 1947 en sinds 1990
Vergelijking deelstaten 1947 en sinds 1990 

[bewerken] DDR en Berlijn

Viersektorenstadt Berlijn, 1945-1990
Twee sociaaldemocratische burgemeesters van Berlijn, 1990: Walter Momper (West-Berlijn, links) en Tino Schwierzina, later de eerste democratisch verkozen burgemeester van Oost-Berlijn.

In de DDR bestonden er een aantal jaren ook deelstaten: Saksen, Thüringen, Brandenburg, Saksen-Anhalt en Mecklenburg. Deze werden echter vanaf 1952 vervangen door 14 Bezirke. In 1990, tijdens de Duitse hereniging, werden op het grondgebied van de DDR weer de oude deelstaten hersteld en zo om Duitsland te herenigen bij de West-Duitse bondsrepubliek toegevoegd.

Berlijn had tijdens de deling van Duitsland een aparte status; het lag op het grondgebied van de Sovjetzone, maar moest volgens de afspraken door de vier geallieerde machten worden bestuurd. In feite werd Berlijn evenals Duitsland gedeeld. De drie Westerse sectoren vormden een politieke eenheid (West-Berlijn) die officieel niet bij de Bondsrepubliek hoorde, maar toch vrijwillig alle West-Duitse wetten overnam. Het werd daardor wel als een soort deelstaat van de Bondsrepubliek gezien. Oost-Berlijn werd, tegen de geallieerde afspraken in, als één van de Bezirke bij de DDR gevoegd.

Na de val van de muur in 1989 werden West-Berlijn en Oost-Berlijn in 1990 één deelstaat: de huidige Berlijnse deelstaat. Er is in 1995 vergeefs geprobeerd via een plebisciet Berlijn in de omringende nieuwe deelstaat Brandenburg te voegen. Sinds 1991 is Berlijn niet alleen weer één deelstaat, maar ook weer de Duitse hoofdstad — al duurde het tot 1999 en later voor de (meeste) federale organen in Berlijn zetelden.

[bewerken] Weetjes

  • De grondwet van Noordrijn-Westfalen van 1950 kent geen lijst van grondrechten. De grondrechten van de federale grondwet moeten voldoende zijn.
  • Nedersaksen deed het tot 1993 met een voorlopige grondwet van 1951.
  • De grondwet van Hessen (art. 21,1) uit het jaar 1946 bepaalt nog steeds dat de doodstraf alleen voor bijzonder zware misdaden mag worden toegepast. De federale grondwet van 1949 heeft de doodstraf echter afgeschaft, en het Duitse strafwetboek kent deze straf niet.
  • De vlaggen van Rijnland-Palts, Nedersaksen en Saarland hebben de kleuren van de federale vlag zwart-rood-goud, zij het met het wapen van de betreffende deelstaat. Rijnland-Palts wilde in 1948 op de democratische traditie van die kleuren wijzen en benadrukken dat het bij een opterichten Duitse staat hoorde; Nedersaksen koos in 1951 voor die kleuren omdat ze tegenover de enkele landsdelen van Nedersaksen neutraal waren; het Saarland wilde in 1957 eveneens benadrukken dat het bij Duitsland hoorde.
  • In het Duitse Keizerrijk bestond het Reichsland Elsaß-Lothringen. Reichsland betekende toen dat het door de rijksregering werd bestuurd.
  • De deelstaten die eerder tot de DDR behoorden worden neue Bundesländer (nieuwe deelstaten) genoemd.
  • In 1975 stemden de inwoners van Oldenburg en Schaumburg-Lippe voor de onafhankelijkheid van hun deelstaat Nedersaksen. De Bondsdag volgde hen echter niet, en het constitutionele gerechtshof gaf hem gelijk: Het is het doel van art. 29 grondwet dat sterkere, niet zwakkere deelstaten ontstaan.
  • Voor de herdenkingsmunten van € 2 heeft Duitsland uit elke deelstaat één motief gekozen.
  • Mecklenburg-Voor-Pommeren is de dunstbevolkte deelstaat. In 1990, bij toetreding tot de Bondsrepubliek, telde het nog een kleine twee miljoen inwoners. Twintig jaar later waren er nog maar 1,6 miljoen.
  • Hamburg is de enige deelstaat zonder eigen bijdrage voor de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
  • Sommige deelstaten worden Bindestrich-Länder (koppelteken-landen) genoemd omdat hun naam op een samenvoeging van oudere landen wijst. Voorbeelden zijn Baden-Württemberg en Sachsen-Anhalt. Dat betekent echter niet dat er niet nog andere, niet genoemde landsdelen zijn, of dat de andere deelstaten zoals Beieren niet ook uit eerdere landen werden samengevoegd.
  • De eerste vrouwelijke ministerpresident was Heide Simonis van Sleeswijk-Holstein (1993-2005).
  • Bijna alle ministerpresidenten waren lid van de CDU (of CSU in Beieren) of van de SPD. Uitzonderingen waren alleen Reinhold Maier (liberale FDP), de ministerpresident van Württemberg-Baden (1949-1952) en dan Baden-Württemberg (1952-1953); Heinrich Hellwege (conservatieve DP), de ministerpresident van Nedersaksen (1955-1959); Winfried Kretschmann (Bündnis 90/Die Grünen), ministerpresident van Baden-Württemberg (sinds mei 2011).
  • Bremen hoort tot de drie Stadtstaaten, maar bestaat wel uit twee steden: Bremen en Bremerhaven.
  • Sleeswijk-Holstein en Saksen zijn de enige deelstaten met nationale minderheden: in het noorden zijn het Denen, in Saksen Sorben. De Denen hebben zelfs een eigen partij, de SSW, die niet de kiesdrempel van vijf procent moet halen om in het deelstaatparlement vertegenwoordigd te zijn.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen