Frederik I van Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik III/I
1657-1713
Weidemann, Friedrich I Preußen.jpg
Keurvorst van Brandenburg
Periode 1688-1713
Voorganger Frederik Willem
Opvolger Frederik Willem I
Hertog van/Koning in Pruisen
Periode 1688-1713
Voorganger Frederik Willem
Opvolger Frederik Willem I
Vader Frederik Willem I van Brandenburg
Moeder Louise Henriëtte van Nassau
Dynastie Hohenzollern
Stamboom.png Stamboom

Frederik I (Duits: Friedrich I.) (Koningsbergen, 11 juli 1657 - Berlijn, 25 februari 1713), van het Huis Hohenzollern, was (als Frederik III) keurvorst van Brandenburg (1688-1713) en hertog van Pruisen in de personele unie (Brandenburg-Pruisen). Deze laatste functie kon hij opwaarderen tot koningschap en zo werd hij de eerste koning van Pruisen (1701-1713). Vanaf 1707 was hij in personele unie soeverein vorst van Neuchâtel. Hij was ook de grootvader langs vaders kant van Frederik de Grote.

Familie[bewerken]

Frederik was de zoon van de Grote Keurvorst Frederik Willem en Louise Henriëtte van Nassau, dochter van Frederik Hendrik van Oranje en Amalia van Solms.

Uit zijn eerste huwelijk met Elisabeth Henriëtte van Hessen-Kassel (1661-1683) werd een dochter geboren: Louise Dorothea Sophia (1680-1705), in 1700 getrouwd met Frederik van Hessen-Kassel.

Uit zijn tweede huwelijk in het jaar 1684 met Sophie Charlotte van Hannover werden twee kinderen geboren:

Omdat het tussen hem en zijn stiefmoeder Dorothea niet goed boterde - hij bang was dat hij vergiftigd zou worden, en zij haar kinderen zou voortrekken - vluchtte hij in 1687 met zijn vrouw via Leipzig, Hannover en Marburg naar Kassel. Na zes maanden keerde hij terug. In 1688 volgde hij zijn toen overleden vader op.

In 1689 en in 1691 bracht de keurvorst een bezoek aan de Schouwburg van Van Campen, omdat hij steun moest bieden bij militaire dreiging als gevolg van de Negenjarige Oorlog.

Koning in Pruisen[bewerken]

Na de dood van de kinderloze koning Karel II van Spanje veranderden de zaken drastisch in Europa. Verscheidene vorsten maakten aansprak op de Spaanse kroon, wat uiteindelijk aanleiding zou zijn voor de Spaanse Successieoorlog (1701-1714). Frederik stond al jaren aan de zijde van de kandidaat voor de Spaanse kroon, keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk in de hoop van hem het recht te verkrijgen zich koning te mogen noemen. Dit kreeg hij voor elkaar in 1701, na het betalen van een forse som geld aan de Oostenrijkse keizer en de Duitse clerus. Frederik mocht zich echter alleen koning in Pruisen noemen, omdat het westen van het oude Pruisen nog altijd deel uitmaakte van het Pools-Litouwse Gemenebest. De titel koning van Pruisen zou als een territoriale claim op dit gebied kunnen worden opgevat. De kroning vond plaats in Koningsbergen, omdat Oost-Pruisen buiten het Heilige Roomse Rijk lag, binnen het Rijk bleef Frederik "slechts" keurvorst van Brandenburg. De kosten van de ceremonie waren schrikbarend. Frederik kroonde eerst zichzelf en daarna zijn vrouw. De filosofisch ingestelde Sophia-Charlotte was verveeld tijdens de ceremonie en kreeg een uitbrander omdat zij tabak snoof.

In 1702 overleed Frederiks neef, koning-stadhouder Willem III kinderloos. Als kleinzoon van Frederik Hendrik van Oranje, maakte hij aanspraak op de titel Prins van Oranje, evenals Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, die in Friesland als stadhouder was benoemd. Opnieuw werd de keurvorst door de burgemeesters van Amsterdam in de schouwburg ontvangen. De kwestie is pas in 1732 geschikt. Tot op de huidige dag mogen zowel de nazaten van Frederik III als van Willem IV van Oranje-Nassau zich "Prins van Oranje" noemen.

Zijn derde huwelijk in 1708 was met Sophie Louise van Mecklenburg-Schwerin (1685-1735). Dat huwelijk werd voornamelijk uit dynastieke overwegingen gesloten en bleef kinderloos. Op slot Moyland ontmoette hij in het geheim Katharina Ryckers uit Emmerik.

Bij de geboorte van zijn kleinkind Frederik de Grote in 1712 liet hij de navelstreng in een medaillon verwerken.

Frederik I gaf opdracht tot de bouw van Berliner Stadtschloss en diverse andere gebouwen, kerken, bruggen en kastelen in de omgeving van Berlijn en Potsdam. Toen de koning in 1713 stierf liet hij voornamelijk een grote berg schulden achter.