Test Act

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Test Acts waren voornamelijk in de tweede helft van de 17e eeuw een reeks van Engelse strafwetten die als een religieuze test voor een openbaar ambt dienden. De Test Acts legden verschillende burgerlijke beperkingen op aan rooms-katholieken en non-conformisten.

Het principe van de Test Acts was dat niemand anders voor een openbaar ambt in aanmerking kon komen dan mensen die plechtig aan het avondmaal aanzaten in de gevestigde Anglicaanse kerk. De zware straffen die werden uitgesproken tegen zogenaamde recusanten, of zij nu katholiek of non-conformist waren, waren bevestigingen van dit principe. In de praktijk werden non-conformisten vaak vrijgesteld van een aantal van deze wetten door het regelmatig laten passeren van acten van Indemniteit.

Test Act van 1673[bewerken]

De Test Act van 1673 was een wet, aangenomen door het Engelse parlement op 22 maart 1673, die inhield dat alle personen die een openbaar, burgerlijk of militair ambt bekleden

  • een eed van trouw moesten afleggen,
  • een declaratie tegen de transsubstantiatie moesten tekenen,
  • aan het Avondmaal volgens de Anglicaanse ritus moesten deelnemen binnen drie maanden nadat ze hun ambt hadden aanvaard.

Ook van toepassing op edelen[bewerken]

Voor de edelen werd de wet in 1678 van kracht, terwijl een uitzondering werd gemaakt voor de hertog van York. Het beginsel vindt men al in de Engelse en Schotse wetgeving na de reformatie, en in 1661 gold de eis van het Avondmaal reeds voor de leden der corporaties.

Intrekking[bewerken]

Na 1800 werden de Test Acts nog zelden afgedwongen, behalve dan aan Oxbridge, waar non-conformisten en katholieken of zich niet konden laten inschrijven (universiteit van Oxford) of niet konden afstuderen (universiteit van Cambridge).

In 1828 trok de Tory-regering van de hertog van Wellington de Test Acts in het kader van emancipatie van de katholieken vrij geruisloos in. Hierover ontstond weinig controverse.