Willem Bastiaensz Schepers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Willem Bastiaensz Schepers (Haarlem, 8 oktober 1619 - Rotterdam 21 januari 1704) was een Nederlands admiraal uit de 17e eeuw.

Schepers was de zoon van een zeilmaker uit Haarlem. Zijn echte carrière was niet als marineofficier maar als koopman (vanaf 1641) en reder te Rotterdam. Bij de machtsgreep door de orangisten in 1672 behoorde Schepers tot de groep die de controle over de vroedschap van die plaats overnam. Hij fungeerde er tussen 1678 en 1698 ook als burgemeester. Het nieuwe regime van Willem III van Oranje verving op zo veel mogelijk sleutelposities de bestuurders door zetbazen. Bij de marine was dat een langzaam proces. Men durfde het niet aan staatsgezinde officieren zomaar te ontslaan. Oorlogshandelingen zorgden echter voor een natuurlijk verloop. Na de Slag bij Kijkduin in 1673 werd Schepers op 6 oktober in één keer, zonder tevoren enige rang bij de marine te hebben gehad, benoemd tot luitenant-admiraal van de Admiraliteit van het Noorderkwartier. Hij voer ook werkelijk uit in die functie. Toen Cornelis Tromp luitenant-admiraal-generaal zou worden, werd Schepers op 25 februari 1678 in diens positie als luitenant-admiraal van de veel belangrijker Admiraliteit van Amsterdam benoemd.

Schepers had zijn commerciële activiteiten nooit beëindigd; hij was bijvoorbeeld Nederlands belangrijkste walvisjager van die tijd. Willem III deed een beroep op zijn organisatorische talenten bij het uitrusten van de invasievloot van 1688. Schepers wierf een vloot van driehonderd koopvaarders, die het grootste leger dat Engeland ooit zou binnenvallen met succes overzette en zo de Glorieuze Revolutie mogelijk maakte. Schepers zelf vergezelde aan boord van de Den Briel samen met viceadmiraal Fredrik Willem van Bronckhorst Stirum de stadhouder. Van het plan om Schepers het tweede eskader te laten commanderen, was afgezien.

Schepers zou wegens zijn leeftijd en geringe militaire ervaring niet meedoen aan de grote zeeslagen tegen Frankrijk. Op 28 maart 1692 werd hij benoemd tot opvolger van luitenant-admiraal Aert Jansse van Nes bij de Admiraliteit van de Maze. Hij werd begraven in de kapel van de Heren van Kralingen in de Sint-Laurenskerk te Rotterdam. De kapel zou bij het bombardement van 1940 verwoest worden.

Portal.svg Portaal Marine