Gaspar Fagel
Gaspar Fagel ('s Gravenhage, 25 januari 1634 - aldaar, 5 december, 1688) was raadpensionaris van Holland tussen 1672 en 1688. Fagel werd geboren in een vooraanstaande patriciërsfamilie. Hij werd benoemd tot pensionaris van Haarlem. Fagel was een steunpilaar van Johan de Witt tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, en werkte mee aan het Eeuwig Edict, tot afschaffing van het stadhouderschap.
In 1670 werd hij griffier van de Staten-Generaal, en in 1672 raadpensionaris, na het terugtreden en de daaropvolgende moord op Johan de Witt. Fagel verwierf aanzien vanwege zijn integriteit en zijn vastberadenheid ten opzichte van Lodewijk XIV van Frankrijk, evenals door zijn ijver bij de ondersteuning van de claim op de Engelse troon namens Stadhouder-Koning Willem III.
In 1688 stuurde Simon van der Stel zeventien kisten met plantmateriaal naar Nederland, die bestemd waren voor stadhouder Willem III, Gaspar Fagel, Joan Huydecoper van Maarsseveen (junior) en de Hortus Botanicus Amsterdam. Eerder kreeg Fagel de gouverneur van de Kaap zo ver dat deze in de VOC-tuin op Kaap de Goede Hoop kaneel-, kruidnagel en kamferboompjes voor hem plantte, die hier konden acclimatiseren, alvorens naar Nederland te worden verscheept. Maar Nederland zullen we wel nooit hebben bereikt; waarschijnlijk werden ze in 1684-1685 tijdens een inspectie door Rijklof van Goens jr. uitgeroeid.[1]
Fagel werd na zijn dood bijgezet in de Grote Kerk te Den Haag.
| Referenties |
| Voorganger: Johan de Witt |
Raadpensionaris van Holland 1672-1688 |
Opvolger: Michiel ten Hove |