Hortus Botanicus Amsterdam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hortus Botanicus Amsterdam
HortusBrugOost.jpg
Opgericht 1986
Locatie Plantage Middenlaan 2a, Amsterdam
Personen
Directeur Taeke Kuipers
Lid van OAM, ICOM (International Council of Museums), Museumvereniging
Website Museumsite
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Drieklimatenkas
Een bloeiende Victoria in de Hortus Botanicus
Botanici aan het werk, door Gerbrand van den Eeckhout

De Hortus Botanicus Amsterdam is een botanische tuin. De tuin ligt aan de Plantage Middenlaan 2a, nabij Artis in de Plantagebuurt. De tuin is circa 1,2 ha groot.

De tuin is aangesloten bij Botanic Gardens Conservation International, de International Association of Butterfly Exhibitors and Suppliers, de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen en de Stichting Nationale Plantencollectie.

Gebouw[bewerken]

De monumentale palmenkas dateert uit 1912. Er is ook een oranjerie, waarin vanouds 's winters sinaasappelbomen en andere kuipplanten binnen worden gezet.

Geschiedenis[bewerken]

De Reguliershof, de eerste [bron?] Amsterdamse hortus werd gesticht in 1638 om als 'Hortus Medicus' (een tuin met medicinale planten) te dienen voor chirurgijns en apothekers.[1] Na enig aandringen betaalden ze mee aan het onderhoud. De hortus lag aanvankelijk ver buiten de Regulierspoort, op het terrein van een voormalig klooster, ter hoogte van de Utrechtsestraat en de Keizersgracht. De Reguliershof die na de Alteratie onder protest van de eigenaar, de Haarlemse geestelijke Jacob Zaffius in beslag was genomen, was omgebouwd tot herberg en lusttuin. Constantijn Huygens en P.C. Hooft bemoeiden zich met de herschepping van de tuin in een hortus. Vanwege de pest waren de heren doktoren op zoek naar een kruid of geneesmiddel, zodat het schrikbarende aantal slachtoffers en de daarbij behorende angst zou afnemen, maar ook ziekte onder de schepelingen hadden de aandacht van de medici. Willem Piso en Georg Markgraf zaten in Nederlands-Brazilië op zoek naar inheemse planten met een geneeskrachtige werking.

De eerste hortus is mogelijk ingericht naar het Leidse voorbeeld, de Hortus botanicus Leiden waar Carolus Clusius werkte. Als extra kreeg de hortus een arboretum en een brede sloot om waterplanten te kweken.

Om aan allerlei onregelmatigheden en bedrog bij de bereiding van medicamenten te ontkomen, is tien jaar later besloten apothekersleerlingen beter op te leiden; het Athenaeum Illustre werd bij het onderwijs betrokken. Het aantal planten nam toe van 300 naar 800 rond 1646 onder leiding van beheerder Johannes Snippendaal. De Amsterdamse hortus had waarschijnlijk als eerste hortus een stookkas geïnstalleerd. Isaac Commelin beschreef de hortus als in het bezit van tweeduizend planten. De hortus leverde profijt op voor het stadsbestuur door de productie en verkoop van inheemse kruiden en door het opkweken en verhandelen van exoten. Door internationale ruil en uitwisseling verspreidden nuttige planten zich over de hele wereld. Bij de vierde uitbreiding van de stad rond 1664 is het complex opgeheven. De hortus is verplaatst naar het Binnengasthuisterrein, waar Gerard Blasius colleges medicijnen gaf.

Jan Commelin en Joan Huydecoper van Maarsseveen (junior) waren in 1682 de oprichters en eerste bestuurders van de nieuwe Hortus in de Plantage. In 1684 werden bij kwekers en handelaars tulpen, hyacinten en sinaasappelbomen gekocht. In 1685 werden er asperges, stokrozen en olijfbomen aangeschaft. In resp. 1685 en 1686 kreeg de hortus okra en een ananasplant toegestuurd uit Suriname. Er groeiden ook planten die uit Japan waren gesmokkeld. In 1713 schonk Nicolaes Witsen twee koffieplantjes aan de hortus. Frederik Ruysch, Caspar Commelin en Johannes Burman waren beroemde botanici. Twee drakenbloedbomen trokken veel aandacht van buitenlanders.

Lodewijk Napoleon had de hortus willen uitbreiden met een dierentuin. Zijn collectie dieren was een jaar lang in de orangerie gehuisvest en is vervolgens verkocht. (Door zijn vertrek in 1810 verdwenen de plannen voor een dierentuin in de la en pas in 1838 werd Artis opgericht.) In de tweede helft van de 19e eeuw zijn er allerlei verbeteringen in de hortus aangebracht, zoals de Victoriakas. De hortus werd wereldberoemd door het onderzoek dat Hugo de Vries verrichtte naar teunisbloemen.

Collectie[bewerken]

Coffea arabica[bewerken]

Eén enkele koffieplant, Coffea arabica, in de verzameling van de Hortus bracht alle nakomelingen voort voor de koffiecultuur in Centraal- en Zuid-Amerika.

Victoria amazonica[bewerken]

In de jaren '30 van de 20e eeuw bezochten veel mensen uit Amsterdam de hortus gedurende de nacht, als daar een exemplaar van Victoria amazonica in bloei kwam.

Wollemia noblis[bewerken]

In de botanische tuin is een exemplaar van Wollemia nobilis te zien. De plant is er ook te koop voor €450,-. Een deel van de opbrengst van de verkoop wordt gebruikt voor de bescherming en instandhouding van deze zeldzame boom uit Australië.

Heden[bewerken]

In de jaren '80 van de vorige eeuw verloor de hortus zijn wetenschappelijke belang voor de Universiteit van Amsterdam steeds meer en dreigde de tuin te worden opgeheven. Door een stichting van vrienden, opgericht in 1986, bleef de bijzondere tuin in hartje Amsterdam behouden. Sinds 1990 staat ze los van de universiteit. In 1993 is de nieuwe Drieklimatenkas opengesteld. Een aantal gebouwen staan op de Monumentenlijst.

Tegenwoordig bevat de tuin meer dan zesduizend tropische en inheemse bomen en planten.

Literatuur[bewerken]

  • Een sieraad voor de stad: de Amsterdamse Hortus Botanicus: 1638-1993, D.O. Wijnands, E.J.A. Zevenhuizen, J. Heniger, Amsterdam University Press (1994); ISBN 9053560483
  • De Hortus: Een Wandeling door de Hortus Botanicus in de Amsterdamse Plantage; Ko van Gemert; Fontaine Uitgevers (2006); ISBN 9059561538
  • Kruidenier aan de Amstel: De Amsterdamse Hortus volgens Johannes Snippendaal (1646); Onder redactie van Ferry Bouman, Bob Baljet en Erik Zevenhuizen; Amsterdam University Press (2007); ISBN 9789053569672

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tussen 1633 en 1645 had de "apothecaris" Van Vleuten een kruidentuin aan het toenmalige einde van de Keizersgracht.