Frederik Ruysch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik Ruysch
Frederik Ruysch, by Jurriaen Pool.jpg
Standaardafkorting Ruysch
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Frederik Ruysch aan te duiden bij het citeren van een botanische naam.

In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.

Portaal  Portaalicoon   Biologie

Frederik Ruysch (Den Haag, 23 maart 1638Amsterdam, 22 februari 1731) was een Nederlands anatoom, zoöloog en botanicus, die zijn preparaten door inspuiting van was conserveerde en het ontleden tot een kunst verhief. Zijn anatomische collectie was een toeristische trekpleister.

Biografie[bewerken]

Ruysch werd op jonge leeftijd apothekersleerling toen zijn vader, een ambtenaar in dienst van de Staten van Holland, stierf. Hij trouwde in 1661 met de 18-jarige dochter van Pieter Post, de architect.

Ruysch was gefascineerd door anatomie en volgde colleges bij Le Boë Sylvius en Joannis van Horne. Daar ontmoette hij Niels Stensen, Jan Swammerdam en Reinier de Graaf. Hij werd, nadat hij de klapvliezen ontdekte in de lymfevaten, waarover hij in 1665 publiceerde, in 1666 hoogleraar aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. De drijvende kracht was Nicolaes Tulp. Ruysch betrok een pand in de Spuistraat, maar bezat ook een pand aan de Kloveniersburgwal - niet ver van de Waag, waar het Theatrum Anatomicum was gevestigd.

Ruysch werkte in het Sint-Pietergasthuis en de Hortus Botanicus Amsterdam, waar hij studenten ontving en privéles gaf. Hij instrueerde vroedvrouwen, die niet aan het werk mochten zonder door hem te zijn geëxamineerd. In 1685 werd hij hoogleraar botanie en een van de eersten die vergelijkende anatomie beoefenden. In 1698 stelde Nicolaes Witsen hem voor aan een belangrijke gast. Ruysch verkocht een gedeelte van zijn verzameling aan Peter de Grote, waarna hij opnieuw begon te verzamelen. Hij leerde de tsaar bovendien hoe de tanden van zijn onderdanen te trekken. Hij correspondeerde met hem over het verzamelen en bewaren van vlinders en hagedissen. De door Peter de Grote verworven collectie is te bezichtigen in Sint Petersburg. Ruysch was ook de ontdekker van het orgaan van Jacobson in slangen.

Ruysch is in 1683 geschilderd door Jan van Neck, terwijl hij een zuigeling prepareerde. Hij was de vader van Rachel Ruysch, een schilderes van bloemstillevens. Zij hielp hem bij het versieren van de preparaten. Ruysch publiceerde het werk van de botanici Jan en Caspar Commelin. In 1727 kwam de Zwitserse Albrecht von Haller langs, die in Leiden studeerde. Ruysch werd op één maand na 93 jaar en is begraven vanuit zijn huis Bloemgracht 15, niet ver van de Prinsengracht.

Collectie[bewerken]

De anatomische les door Dr Ruysch, geschilderd door Adriaen Backer

Ruysch had - naar verluidt - in een aantal huizen en in vijf kamers een anatomisch-natuurkundig kabinet opgebouwd, gevuld met vaatpreparaten. In 1691 gaf hij een catalogus uit van zijn rariteiten. In de voorrede van zijn Tesarum Animalium gaf hij een beknopt overzicht van zijn kabinet. In de jaren 1700-1728 gaf Ruysch onder de titel: Thesaurus of Adversaria een gedetailleerde beschrijving van enkele onderdelen van zijn verzameling.

In 1710 stonden bij Ruysch ongeveer 1300 flessen opgesteld met preparaten, vijftien kabinetten met dieren in 1600 flessen, 1000 dozen met vlinders, sprinkhanen, kevers en zeegewassen. In 180 flessen zaten zeldzame vogels en er waren 39 herbaria, geplet tussen papier. In schuifladen zaten horentjes en schelpen. Zijn verzameling dode kindertjes was opmerkelijk. Ruysch prepareerde ongeveer duizend lijken, niettemin bang om een ziekte om te lopen. Zijn geheim, een liquor balsamicus, wilde Ruysch nog aan niemand verkopen.

In 1717 verkocht Ruysch zijn tweede verzameling, alsmede zijn methode van prepareren aan Peter de Grote, die daar 30.000 gulden voor betaalde. De apotheker Albertus Seba, die zijn verzameling al aan de geïnteresseerde Peter had verkocht, was de initiatiefnemer van de levering. Ruysch had waarschijnlijk spijt, want hij weigerde aan de verzending mee te werken, zodat Seba er een notaris bijhaalde. De lading van zestig kisten werd verdeeld over twee schepen en arriveerde in 1718 in Sint Petersburg. De verzameling werd opgesteld in de Kunstkamera.

Werken[bewerken]

De anatomische les van Dr. Frederick Ruysch, Jan van Neck (1683). Amsterdams Historisch Museum

Roman over Frederik Ruysch[bewerken]

Woonhuis Ruysch, die eveneens eigenaar was van Bloemgracht 13 en 17[1]
  • Vingers van marsepein. Roman door Rascha Peper. 2008. Leeftijd vanaf 12 jaar.

Over Frederik Ruysch[bewerken]

  • Otto P. Bleker, (2006) 'Een vroedvrouw gaat 'uyt roeyen'. Over Willemtje Cloppenburg en Frederik Ruysch.' in: Geschiedenis der Geneeskunde; 2006; 11: pp. 149-156.
  • Jozien Driessen, (1996) Tsaar Peter de Grote en zijn Amsterdamse vrienden.
  • Jozien J. Driessen-Van het Reve,(2006) De Kunstkamera van Peter de Grote. De Hollandse inbreng, gereconstrueerd uit brieven van Albert Seba en Johann Daniel Schumacher uit de jaren 1711-1752.
  • Luuc Kooijmans (2004) De doodskunstenaar. De anatomische lessen van Frederik Ruysch.
  • Julie V. Hansen, Resurrecting death: anatomical art in the cabinet of Dr. Frederik Ruysch, The Art Bulletin 78 (1996), pp. 663-680
  • Gijsbert M. van de Roemer, 'Het lichaam als borduursel: kunst en kennis in het anatomisch kabinet van Frederick Ruysch'. In: Ann-Sophie Lehmann, Herman Roodenburg (eds.), Body and Embodiment in Netherlandish Art/Lichaam en lichamelijkheid in de Nederlandse kunst', Zwolle, 2008, pp. 217-240
  • De Anatomische preparaten van Frederik Ruysch, een virtuele tentoonstelling door MAE Kunstkamera, Sint Petersburg en de Universiteit van Amsterdam

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Detail afkomstig van R. Koopman, Zaandam.