Adriaen Backer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adriaen Backer
Afbeelding gewenst
Persoonsgegevens
Geboren Amsterdam, 1635 of 1636
Overleden Amsterdam, begraven op 23 mei 1684
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) Kunstschilder, tekenaar, decoratieschilder
Oriënterende gegevens
Bekende werken Anatomische les van Prof. Frederik Ruysch, 1670
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Anatomische les van Prof. Frederik Ruysch, 1670. Amsterdam Museum

Adriaen (Adriaan) Tjer(c)ksz. Backer (Bakker) (Amsterdam, 1635 of 1636 — aldaar, begraven op 23 mei 1684) was een Nederlandse kunstschilder en tekenaar actief in Amsterdam en Rome. Hij schilderde onder meer historiestukken en portretten, waaronder veel regentenstukken en andere groepsportretten.[1]

Werk van Backer is te vinden in de collectie van onder meer het Rijksmuseum, het Amsterdam Museum, het Frans Hals Museum, Museum Boijmans Van Beuningen, het British Museum in Londen, de Gemäldegalerie in Berlijn en Statens Museum for Kunst in Kopenhagen.

Voor het stadhuis op de Dam (nu Koninklijk Paleis) schilderde hij boven de ingang van de Schepenzaal een afbeelding van het laatste oordeel. In Ons' Lieve Heer op Solder hangt een schilderij van de kruisiging van Jezus, en in de burgemeesterskamer van het stadhuis van Haarlem hangt een schilderij van Backer dat een allegorie op de gerechtigheid afbeeldt.

De Poolse kunstschilder Christoffel Lubieniecki was in de jaren 1670 in de leer bij Backer.[1][2]

Levensloop[bewerken]

Adriaen Backer werd geboren in Amsterdam als zoon van Tjerk of Tjerck Backer, broer van de kunstschilder Jacob Adriaensz Backer, en Marritje Jacobs Dootshooft. Zijn ouders waren oorspronkelijk doopsgezind maar bekeerden zich op een gegeven moment naar het remonstrantse geloof.[3][4]

Backer was waarschijnlijk in de leer bij zijn oom Jacob. Hij besteedde een aantal jaar in Italië; in de periode 1659-1666 was hij werkzaam in Rome. Terug in Amsterdam trouwde hij op 27 augustus 1669 met de eveneens remonstrante Elsje Colijn. Gerard Brandt schreef een gedicht ter gelegenheid van het huwelijk. Hierna ging hij wonen aan de Nieuwezijds Voorburgwal, achter het Begijnhof.[1][2][3][4]

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties