Willem III van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Stadhouder Willem III)
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem III
1650-1702
Willem III
Stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel
Periode 1672-1702
Voorganger Willem II
Opvolger --
Prins van Oranje
Periode 1650-1702
Voorganger Willem II
Opvolger Soevereiniteit opgeheven. Titel komt toe aan: Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, Frederik I van Pruisen en Frans Lodewijk van Conti
Koning van Engeland
Periode 1689-1702
Voorganger Jacobus II
Opvolger Anna
Koning van Ierland
Periode 1689-1702
Voorganger Jacobus II
Opvolger Anna
Koning van Schotland
Periode 1689-1702
Voorganger Jacobus II
Opvolger Anna
Vader Willem II van Oranje-Nassau
Moeder Maria Henriëtte Stuart
Dynastie Oranje-Nassau
Stamboom

Willem III Hendrik (Engels: William) (Den Haag, 14 november 1650 - Hampton Court, 8 maart 1702), Prins van Oranje was stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel (1672-1702) en koning van Engeland, Schotland en Ierland (1689-1702). Ook voerde hij de titel koning van Frankrijk, zoals alle koningen van Engeland van Eduard III tot George III deden. Bekende bijnamen zijn koning-stadhouder, Dutch William en King Billy. Willem III was een van de kundigste, belangrijkste, minst geliefde en een van de meest vergeten Britse monarchen.[1]

Inhoud

[bewerk] Jeugd

Willem III van Oranje werd op 14 november 1650 geboren, acht dagen na de plotselinge dood van zijn vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Maria Henriëtte Stuart, de Engelse Princess Royal. De regentenpartij maakte van het overlijden van zijn vader gebruik om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk in te luiden. Met alleen Leiden tegen, werd in Holland besloten geen stadhouder te benoemen en om een afvaardiging te sturen naar Zeeland om daar hetzelfde te bewerkstelligen. De Staten namen het recht om drosten en baljuws te benoemen nu zelf in handen. Op het eind van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog verbond de provincie Holland, misschien op aandringen van Johan de Witt, zich in de geheime Akte van Seclusie aan Engeland om de prins nooit als stadhouder aan te stellen — of toe te staan dat een andere provincie dat wel deed. Willem, vanaf 1656 onderricht in de staatsreligie van het calvinisme door dominee Cornelis Trigland, kreeg vanaf 1659 onderwijs op de Universiteit van Leiden, zonder daar echt student te zijn. Hij interesseerde zich weinig voor boekenwijsheid maar meer voor de schone kunsten, met name tuinarchitectuur.

De Acte van Seclusie werd herroepen in 1660 na de Engelse Restauratie. Zijn moeder en grootmoeder Amalia van Solms probeerden verschillende provincies zover te krijgen Willem alvast als hun toekomstige stadhouder aan te wijzen maar dat mislukte. Gedurende de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog 1665-1667 begonnen er echter al stemmen op te gaan dat een sterkere leiding nodig was. De bemoeienis van oom Karel II van Engeland, één van de drie voogden van Willem nadat zijn moeder in 1660 overleden was, leidde echter tot een tegenreactie. De astmatische en gebochelde Willem werd tot Kind van Staat verklaard, nadat Amalia omgekocht was met een staatspensioen, zodat de overheid pro-Engelse elementen uit zijn omgeving kon verwijderen.

Er werd daarna een openlijk Eeuwig Edict uitgevaardigd om de prins uit te sluiten van de positie van zijn voorgangers: bepaald werd dat de Kapitein-generaal van de Republiek nooit dezelfde mocht zijn als de stadhouder. Holland en daarna Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel schaften het stadhouderschap zelfs helemaal af. Toch was dit een deeloverwinning voor Willem: het opperbevel van het leger zou hem kennelijk gaan toevallen. In 1668 werd hij ook aangewezen als Eerste Edele van de Staten van Zeeland: de eerste van de adellijke afgevaardigden. Amalia en zijn derde voogd Frederik Willem van Brandenburg verklaarden Willem nu meerderjarig, wat eigenlijk illegaal was: een man bereikte toen pas meerderjarigheid met 23 jaar. In 1670 werd hij lid van de Raad van State met vol stemrecht.

Vanaf november 1670 tot februari 1671 bezocht Willem Engeland om zijn oom Karel II te bewegen eindelijk eens wat te gaan aflossen van de enorme schuld die het Huis Stuart sinds de Engelse burgeroorlog aan het Huis van Oranje had. Oom Karel, steeds balancerend op de rand van het bankroet, kon in dit opzicht niets voor Willem betekenen maar probeerde hem wel tot het katholicisme te bekeren. Willems geschokte reactie hierop zorgde ervoor dat Karel zijn neef geen deelgenoot maakte van het geheime Verdrag van Dover dat hij met Lodewijk XIV gesloten had, waarin bepaald werd dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als Soeverein Prins van een Hollandse rompstaat zouden benoemen.

[bewerk] Stadhouderschap

In het rampjaar 1672, veranderde alles. Het land werd van alle kanten aangevallen: door de Engelsen, Fransen en de bisschoppen van Münster en Keulen. Willem had Karel in januari nog aangeboden de Republiek tot een volgzaam bondgenoot van Engeland te maken, als Karel met Frankrijk zou breken en druk zou uitoefenen Willem tot stadhouder benoemd te krijgen. Karel meende echter dat hij na een militaire overwinning de vredesvoorwaarden eenvoudigweg zou kunnen dicteren en ging dus niet op het aanbod in. In februari werd Willem benoemd tot Kapitein-Generaal. Zijn eerste optreden als legeraanvoerder was weinig gelukkig. De meeste soldaten van de Republiek bevonden zich in de drie grote zuidelijke vestingen: Breda, 's-Hertogenbosch en Maastricht. Het Franse leger liet deze machtige vestingsteden echter letterlijk links liggen en viel in juni langs de Rijn Gelderland binnen door de Betuwe. Willems kleine veldlegertje viel spontaan uiteen. De IJsselsteden wisten niet hoe snel ze zich moesten overgeven; Willem viel met de resten van zijn strijdmacht terug op Utrecht waar hij de poorten echter voor hem gesloten vond: de Utrechtse burgerij had weinig trek in een belegering en liet de Fransen binnen. Toen stuikte de Franse opmars omdat Lodewijk, de oorlog al gewonnen wanend, op zijn gemak zoveel mogelijk geld van de rijke Hollanders poogde af te persen. De catastrofe leidde tot een panisch volksoproer, de oranjepartij greep de macht: de Prins werd op 4 juli benoemd tot stadhouder van Holland en op 16 juli van Zeeland. Op 5 juli bezocht Lord Arlington, op zijn reis alom toegejuicht door de bevolking, Willem in Nieuwerbrug aan den Rijn en eiste zijn capitulatie; in ruil zou hij Prins van Holland mogen worden. Willem weigerde echter resoluut. Arlington sloot toen met de Fransen het Akkoord van Heeswijk om geen aparte vrede te sluiten. Karel, die wat ongelukkig was met Arlingtons intimiderende aanpak, stuurde Willem op 18 juli een sussende brief: zijn neef moest goed begrijpen dat dit alles niet persoonlijk bedoeld was maar tegen het regentenregiem gericht. Was dat eenmaal verdwenen dan zou vrede snel volgen. Willem antwoordde met een tegenaanbod: hij zou Prins van Holland worden en Engeland apart vrede sluiten in ruil voor £400.000 ineens, jaarlijks £10.000 pond haringrechten, Suriname en Sluis. Karel wees dit echter af. Op 15 augustus publiceerde Willem Karels brief van 18 juli om het volk tegen raadpensionaris Johan de Witt op te zetten. Johan en Cornelis de Witt werden hierop op 20 augustus door een orangistische burgerwacht vermoord. Wellicht was Willem direct bij het moordcomplot betrokken. Gaspar Fagel werd nu raadpensionaris. Ondertussen verliep de oorlog al gunstiger: op 7 juli waren de inundaties van de Hollandse Waterlinie gesteld die een verdere Franse opmars onmogelijk maakten. Men zou Lodewijk niets betalen, hoewel de kosten van de oorlog veel hoger zouden uitvallen dan zijn eis van twintig miljoen gulden. Hoewel de Staten van Overijssel zich overgaven aan de bisschop van Münster Bernhard von Galen, wist de stad Groningen op eigen kracht zijn belegering doorstaan: Von Galen zag zich door geldgebrek gedwongen het beleg op te breken; in december werd ook Coevorden heroverd en was heel Drenthe bevrijd.

Koningin Maria II, vrouw van Willem III.
Koningin Maria II, vrouw van Willem III.

In 1673 mengden zowel Spanje als de Keizer zich in de oorlog aan de kant van de Republiek. Engeland werd door Michiel de Ruyter ter zee verslagen in de Derde Engels-Nederlandse Oorlog en sloot in 1674 vrede. In datzelfde jaar trok Willem III met een legertje van 12 000 man richting Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen. Samen met een Brandenburgs leger sloot hij deze stad in en Bonn capituleerde. Dit had grote gevolgen: Frankrijk trok zich terug van de IJssellinie omdat de aanvoerlinies waren afgesneden, en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen. Zo herwon de Republiek alles behalve Grave en Maastricht die nog door de Fransen bezet werden gehouden. Nu werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel, nadat Willem een voorstel van Fagel had afgewezen om er Generaliteitslanden van te maken als straf voor hun defaitisme en collaboratie. In Gelderland boden de Staten in 1675 Willem zelfs de titel van hertog aan, die hij noodgedwongen moest weigeren na zeer negatieve reacties van Zeeland en de stad Amsterdam; ook hier moest hij genoegen nemen met het stadhouderschap. Later werd hij ook stadhouder over Westerwolde en in 1696 ook van Drenthe. Het stadhouderschap werd in 1674 door Utrecht in mannelijke lijn erfelijk verklaard. Maar in 1678 was het enthousiasme alweer geluwd en lag Willem opnieuw overhoop met het Amsterdam van burgemeester Hooft. De laatste probeerde steun te krijgen voor het vredesvoorstel van Lodewijk XIV van Frankrijk. Maar juist toen het leek dat hij zijn zin zou krijgen, gooide de koning zelf roet in het eten. Deze weigerde het beleg van Bergen (Mons) op te heffen. Willem kreeg nu zelfs de steun van Hooft om met een leger van 35.000 man naar de belegerde stad op te rukken. Daarna sloot Lodewijk maar snel vrede (Vrede van Nijmegen, 1678). De Prins viel desondanks aan, vier dagen na de ondertekening (Slag bij St. Denis). Dit resulteerde in een overwinning voor de prins, maar ook in veel onaangename woorden en beschuldigingen over en weer met de Fransen. Willem en Lodewijk zouden hun hele leven vijanden blijven, maar ook Brandenburg was niet gelukkig omdat de Republiek een aparte vrede gesloten had, hetgeen betekende dat de keurvorst Pommeren zijn verloren gebieden niet van de Zweden terugkreeg. Nederland kreeg de naam een slechte en onbetrouwbare bondgenoot te zijn.

In 1680 was Lodewijk alweer op het oorlogspad. Hij probeerde nog meer van de Zuidelijke Nederlanden in te palmen en bood de Republiek 'vriendschap' aan die echter binnen twee weken aanvaard moest worden. Spanje van zijn kant deed een beroep op de Republiek om troepen te sturen, toen in 1682 Luxemburg geblokkeerd werd. De Prins was voor. De regenten en de stadhouder van Friesland (Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz) waren tegen. Terwijl er onderling gekrakeeld werd vielen Kortrijk en Diksmuide in Franse handen. In 1684 werd duidelijk dat Willem zijn zin niet zou krijgen. Uiteindelijk werd het vriendschapsverdrag met Frankrijk aanvaard, zij het dat de Prins schadeloos gesteld werd voor de schade aan zijn bezittingen in Orange en Luxemburg. De betrekkingen met de steden werden daarna wat beter voor de Prins.

[bewerk] "Glorious Revolution"

Zie Glorious Revolution voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Willems echtgenote was Maria Stuart, de oudste dochter van koning Jacobus II van Engeland en dus zijn volle nicht. Zij was in 1677 tot een huwelijk met Willem gedwongen door haar oom Karel die even een anti-Franse politiek moest volgen om zijn binnenlandse positie te versterken. Tot de geboorte van Jacobus' zoon op 10 juni 1688 was zij de erfgename van de drie tronen van Engeland, Schotland en Ierland. Haar vader, in 1685 koning geworden, was katholiek en streefde een absolute monarchie na.

De landing van stadhouder Willem III op 15 november 1688, prent door Romeyn de Hooghe.
De landing van stadhouder Willem III op 15 november 1688, prent door Romeyn de Hooghe.

Inmiddels had Lodewijk de Republiek weer economisch de oorlog verklaard. Leiden kon zijn laken niet meer in Frankrijk verkopen. Het gevaar was dat Engeland opnieuw de kant van Frankrijk zou kiezen en er opnieuw een rampjaar zou komen. Zo rijpte het plan om Engeland voorgoed tot bondgenoot te maken. Willem vertrok met een leger van 14.000 Nederlanders en 7.000 anderen (onder meer Hugenoten, Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Franse, Zweedse, Finse (in berenvellen), Poolse, Griekse en Zwitserse soldaten) van Hellevoetsluis naar Engeland in 1688.[2] De armada van 500 schepen was zo'n vier keer groter dan de Spaanse Armada van 1588. De snelheid waarmee de hele operatie werd opgezet maakte diepe indruk. Willem ging aan de Engelse zuidkust in Brixham, tegenover Torquay aan land. Het leger van Jacobus was in eerste instantie sterker dan dat van Willem, maar al spoedig liepen met name de protestantse officieren uit Jacobus' leger over. De bekendste onder hen was John Churchill, de latere hertog van Marlborough. Jacobus talmde en verloor daardoor de controle over zijn land. Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken. Hier werd veelal gevolg aan gegeven. Op 18 december trokken de toekomstige koning en koningin van Engeland Londen binnen. De stad werd daarna maandenlang door Nederlandse troepen bezet gehouden. Op 13 februari 1689 aanvaardde Willem, te samen met zijn vrouw, de Kronen van Engeland (als Willem III) en Ierland (als Willem I). Op 11 april 1689 werden Willem (als Willem II) en Maria tot koning en koningin van Schotland gekroond. Tot de Slag aan de Boyne in Ierland 1690 bleef Willems positie echter wankel en kon hij zich alleen door zijn buitenlandse troepen handhaven. Er was nog heel wat steun voor Jacobus, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland zelf. In 1691 gaven de Ieren zich eindelijk over en in oktober werd het Verdrag van Limerick getekend, waarin Willems bevelhebber, Ginkel, de katholieken milde voorwaarden oplegde. Deze zouden echter niet nagekomen worden door de Ierse protestanten, die hiermee wraak namen voor de gebeurtenissen van 1641, toen zij door de katholieken belaagd waren. King Billy is tot vandaag de dag de held van de protestantse Unionisten gebleven.

Zie ook: Geschiedenis van Ierland. Zie ook: Willem en Maria.

[bewerk] Negenjarige Oorlog

In de Republiek begon men zich zorgen te maken over de gegroeide macht van Oranje, maar de vrees voor Lodewijk was groter, zodat de stadhouder-koning in het algemeen op de samenwerking met de Staten kon rekenen, al lag Amsterdam soms weer flink dwars. Toch was de bewondering voor Willem groot. Er werd zelfs een epos aan hem gewijd (Willem III door Lucas Rotgans). De Glorious Revolution was een keerpunt voor zowel Nederland als Engeland, ten gunste van het laatste land. Voor Engeland betekende dit het definitieve einde van de strijd tussen koning en parlement, en met de komst van Willems bankiers werd het financiële systeem herzien. Voortaan kon het land zich op de kolonisatie gaan richten. De Republiek had weliswaar een machtige potentiële vijand veranderd in een machtige bondgenoot, maar die zou haar steeds meer gaan overvleugelen.

Willem III als koning van Engeland en Schotland.
Willem III als koning van Engeland en Schotland.

Inmiddels was de handelsoorlog met Frankrijk geëscaleerd tot de Negenjarige Oorlog 1688-1697, die ook wel de Oorlog van de Liga van Augsburg wordt genoemd. Deze veroorzaakte zowel voor de Republiek als voor Frankrijk veel economische problemen. Bij het bezoek van stadhouder Willem III in februari 1691 aan Den Haag, vanwege besprekingen met zijn bondgenoten in Liga van Augsburg kwamen vele hoge gasten en gezanten naar de stad. De overtocht van Willem was niet zonder ongemak en gevaar. De tocht in een open boot duurde 18 uur. Er stak een mist op, er dreven ijsschotsen, en ze kwam op een zandbank terecht voor de kust van Goedereede. Willem was vergezeld van diverse adellijke figuren, waaronder Hans Willem Bentinck en de bisschop van Londen. Volgens Govert Bidloo in zijn Komst van zijne majesteit Willem III, Koning van Groot Britanje enz. in Holland was Willem gewoon alle gevaren te verachten. Voor de festiviteiten rondom het bezoek ontwierp Romeyn de Hooghe een groot aantal decoraties. Aanwezig waren de keurvorst van Brandenburg Frederik I van Pruisen, de keurvorst van Beieren Maximiliaan II Emanuel van Beieren, de prinses van Koerland, waarschijnlijk Maria Anna van Koerland, getrouwd met Karel van Hessen-Kassel, de eveneens aanwezige landgraaf van Hessen-Kassel en de toekomstige keurvorst van Saksen. Als in maart Bergen (België) wordt belegerd, spoed Willem zich naar het front.

De oorlog eindigde onbeslist in 1697 met de Vrede van Rijswijk, waarbij Frankrijk uiteindelijk Luxemburg het West-Vlaamse Kortrijk en de Henegouwse steden Aat, Charleroi en Bergen aan Spanje teruggaf. Lodewijk deed het ook voorkomen dat de Nederlandse handel hervat kon worden, maar zodra de Vrede van Rijswijk getekend was, interpreteerde hij dat weer anders.

[bewerk] Spaanse Successieoorlog

Toen Karel II van Spanje in 1700 kinderloos stierf en een kleinzoon van Lodewijk XIV (Filips V) als opvolger aanwees, dreigde een politieke eenheid tussen Frankrijk en Spanje. Daarmee zou de Franse hegemonie in Europa helemaal niet meer te beteugelen zijn. Lodewijk verergerde het wantrouwen tegen hem door de aanspraken van de 'Old Pretender' Jacobus Frans Eduard Stuart, de zoon van de door Willem ten val gebrachte Jacobus II te steunen. Er ontstond al snel een anti-Franse Grote Alliantie, waarmee Willem voor de derde keer sinds 1672 een hoofdrol kreeg in een oorlog tegen Frankrijk. Al in 1701 brak de Spaanse Successieoorlog uit.

[bewerk] Strijd om de opvolging

In 1702 stierf Willem aan longontsteking, als complicatie bij een gebroken sleutelbeen, nadat zijn paard struikelde in een molshoop. Vanwege zijn kinderloosheid ontstond er een opvolgingsprobleem. Zelf had hij geprobeerd om Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, de zoon van de Friese stadhouder Hendrik Casimir (en kleinzoon van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik van Oranje-Nassau), tot opvolger aan te wijzen. In Engeland werd Willem echter opgevolgd door Anne, de zuster van Mary. In Holland werd het Tweede Stadhouderloze Tijdperk uitgeroepen. Koning Frederik I van Pruisen riep zich tot Prins van Oranje uit, waarbij hij zich beriep op het testament van stadhouder Frederik Hendrik die bepaalde dat bij het uitsterven van de mannelijke lijn van Oranjes, al zijn bezittingen zouden vererven op de nakomelingen van zijn oudste dochter Louise Henriëtte die de moeder was van Frederik I van Pruisen. Het Prinsdom Orange ging echter over op het huis Bourbon-Conti en in hun naam verdreef koning Lodewijk XIV in 1703 alle protestanten uit de stad. De strijd om de nalatenschap zou zich nog dertig jaar voortslepen. In 1732 werd tenslotte het Traktaat van Partage getekend. Pruisen kreeg Lingen, Moers en Opper-Gelre, behalve Venlo en Roermond, en zowel Oranje-Nassau als Brandenburg mochten de titel Prins van Oranje voeren.

[bewerk] Willems karakter en geaardheid

Standbeeld van Willem III in de haven van Brixham, waar hij landde in 1688
Standbeeld van Willem III in de haven van Brixham, waar hij landde in 1688

Willem had een introverte gesloten persoonlijkheid. Naar buiten toe liet hij zelden iets van zijn emoties blijken en hij placht zijn standpunten zoveel mogelijk voor zichzelf te houden. Hij verkeerde ook niet graag in onbekend gezelschap. Dat was uitzonderlijk in de 17e eeuw, toen vorsten meestal een zeer publiek leven leidden. Tijdgenoten vonden het daarom moeilijk een goed beeld van hem te krijgen. Ook in geschriften drukte hij zich vaak bijzonder behoedzaam uit — daarbij geholpen door de bloemrijke taal die toen in de mode was — zodat we veel van zijn diepste gevoelens slechts kennen uit losse opmerkingen die hij in intiem gezelschap maakte en die ons overgeleverd zijn in de dagboeken van zijn hovelingen. Toch was hij bepaald geen emotieloos man: hij was integendeel juist uiterst fel in zijn opvattingen. Fel was hij ook in de persoonlijke trouw aan zijn vrienden die hij zelden in de steek liet, hoezeer ze die trouw ook beschaamden door het najagen van eigenbelang. Tijdens zijn bewind nam in Nederland de corruptie fors toe.

Willem ontwikkelde vaak een zeer diepe gehechtheid aan zijn mannelijke vrienden, zoals zijn gouverneur Frederik van Nassau en zijn jeugdvriend Hans Willem Bentinck. Zijn mannelijke favorieten beloonde hij met invloedrijke posities en hoge titels. Tegelijkertijd is niet met zekerheid bekend dat hij ooit seksuele relaties had voor of buiten zijn huwelijk — dat kinderloos bleef. Hij had wel eens een soort maîtresse, Betty Villiers, maar hun relatie schijnt gebaseerd te zijn geweest op de grote intelligentie van die hofdame. Al vrij snel na zijn aantreden in Engeland werd het daar gebruikelijk hem in pamfletten te bespotten om zijn vermeende homoseksualiteit. Ook in Nederland echter vonden sommigen van zijn staf het verdacht dat hij met enige regelmaat bezoek kreeg van mannen waarvan het onduidelijk was hoe hij ze eigenlijk kende en waarmee hij zich voor korte tijd in zijn privévertrekken terugtrok.

Tegenwoordig zijn de meningen van de historici verdeeld. Sommigen achten het zeer waarschijnlijk dat Willem er homoseksuele relaties op na hield [3]; anderen menen dat die indruk slechts gewekt wordt doordat Willem een introverte verlegen man was, daarbij tamelijk lelijk — hij was erg klein met te korte benen, was gedrongen en had een veel te lange kromme neus — die zich daarom niet erg op zijn gemak voelde in vrouwelijk gezelschap, waar hij met zijn drukke bezigheden ook te weinig tijd voor had [4].

[bewerk] Trivia

[bewerk] Noten

  1. ^ Robert & Isabelle Tombs (2006) That Sweet Enemy.
  2. ^ Robert & Isabelle Tombs (2006) That Sweet Enemy.
  3. ^ D.J. Noordam, Riskante relaties
  4. ^ S. Baxter William III and the defence of European liberty 1650-1702

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

 
Persoonlijke instellingen