Nieuwe Kerk (Delft)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nieuwe Kerk
Nieuwe Kerk te Delft.
Nieuwe Kerk te Delft.
Plaats Delft
Denominatie Tot 1572 Rooms-katholiek
Nu Protestantse Kerk in Nederland
Gebouwd in Vanaf ca. 1396
Gewijd aan Tot 1572 aan Maria ter Nood en Ursula
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  11872
Architectuur
Stijlperiode Gotiek
Toren spits vervangen in 1872
108,75 m hoog
Interieur
Diverse Praalgraf Willem van Oranje
Grafkelder van Oranje-Nassau
Interieur van de Nieuwe Kerk, geschilderd door Gerard Houckgeest, 1651
Interieur van de Nieuwe Kerk, geschilderd door Gerard Houckgeest, 1651
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Nieuwe Kerk in Delft is een kerkgebouw aan de Markt in het centrum van de stad. De toren is met zijn 108,75 meter na de Domtoren in Utrecht de hoogste kerktoren van Nederland. De kerk is verder bekend vanwege het praalgraf van Willem van Oranje. Onder het praalgraf bevindt zich de grafkelder van het Koninklijk Huis.

Met uitzondering van zondag is het kerkgebouw de hele week te bezichtigen, en ook de toren kan beklommen worden. Het kerkgebouw zelf wordt nog elke zondag tweemaal gebruikt voor diensten van de plaatselijke PKN-gemeente.

De thans Protestantse kerk was voor de Reformatie toegewijd aan de heilige Ursula van Keulen en stond ook bekend als Sint-Ursulakerk.

Geschiedenis[bewerken]

Volgens een overlevering knielde in 1351 de als zonderling bekendstaande bedelaar Symon op de Grote Markt. Ene Jan Col, een inwoner van de stad, bracht de bedelaar wat eten. Toen beide mannen omhoog keken, zagen ze een gouden kerk, gewijd aan de Moeder Gods, aan Maria. De bedelaar overleed kort daarop, maar Jan Col bleef dertig jaar lang op dezelfde januaridag het visioen van de gouden kerk zien. Hij verkondigde de overtuiging dat Maria wilde dat er op die plek, die destijds dienst deed als galgenveld, een kerk zou verrijzen. Twee sonderlinge devote Bagynen steunden Jan Cols verzoek. Na dertig jaar werd door het stadsbestuur besloten op de betreffende plek inderdaad een kerk neer te zetten, gewijd aan Maria.

Deze kerk was de tweede kerk van Delft en werd daarom de Nieuwe Kerk genoemd. Oorspronkelijk was de kerk van hout, maar al snel werd er een stenen basiliek omheen gebouwd. Tijdens de bouw van de stenen basiliek werd Sint Ursula de tweede beschermheilige van de kerk naast Maria. Op 6 september 1496, 100 jaar na de start van de bouw, was de toren af. Later zou de kerk nog uitgebreid worden.

Op 3 mei 1536 sloeg het noodlot toe: tijdens de Delftse stadsbrand, die vermoedelijk door blikseminslag in de toren van de Nieuwe Kerk ontstond, raakte de kerk zwaar beschadigd. Onder meer de spits moest vervangen worden. In 1872 werd deze spits, opnieuw na een blikseminslag, vervangen door de huidige naar een ontwerp van Pierre Cuypers.

Tijdens de invoering van de protestantse Reformatie viel de Nieuwe Kerk toe aan de gereformeerden. Het katholieke interieur en de deels zeer kostbare altaren, kerkbanken en biechtplaatsen werden tijdens de beeldenstorm verwoest.

Ongeveer in 1586 werd de toren van de kerk door Simon Stevin en toekomstig burgemeester Jan Cornets de Groot gebruikt om een valproef te doen met twee loden bollen, de één tien keer zo zwaar als de andere, waarbij bleek dat ze beiden gelijk ("dat haer beyde gheluyden een selue clop schijnt te wesen") op de grond vielen.

In 1654 raakte de Nieuwe Kerk opnieuw zwaar beschadigd; deze keer door de Delftse donderslag, een ontploffing in het Delftse kruithuis, destijds gevestigd aan de Paardenmarkt.

Glas-in-loodramen[bewerken]

In het koor 16 gebrandschilderde ramen van Willem van Konijnenburg (1927 en 1936), Henri van de Stok (1931), Jaap Gidding (1932), Georg Rueter (1933), Joep Nicolas (1936) en Annemiek Punt (2006).

Grafkelder van Oranje-Nassau[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Grafkelder van Oranje-Nassau voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Oranjes waren voor de Tachtigjarige oorlog de belangrijkste machthebbers in de Nederlanden en hadden als vestigingsplaats Breda. Omdat ten tijde van de dood van Willem van Oranje in 1584 Breda in handen van de Spanjaarden was, moest een andere begraafplaats voor hem worden gevonden. Omdat hij zijn residentie had in Delft, werd de Nieuwe Kerk in Delft uitgekozen als rustplaats voor Van Oranje, waar hij is bijgezet. Daarna heeft men een praalgraf doen laten verrijzen boven het graf dat gereed was in 1623. Ontwerp en uitvoering ervan waren in handen van de befaamde architect en beeldhouwer Hendrick de Keyser. Opdracht tot de bouw ervan werd gegeven door de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden en het monument is nog steeds eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst).

Na Willem van Oranje zijn sindsdien 45 leden van het Huis van Oranje en het Huis van Oranje-Nassau bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau die aanwezig is in de kerk, terwijl de meeste voorouders van Willem van Oranje in de Grote kerk in Breda begraven liggen. De grafkelder waar in 1584 Willem van Oranje is bijgezet, is daartoe flink uitgebreid en bestaat nu uit 1 kleine kelder en 1 grote kelder. Prins Bernhard is op 11 december 2004 als laatste bijgezet.

Graven van niet-vorstelijke personen[bewerken]

Onder anderen de volgende niet-vorstelijke personen werden in de Nieuwe Kerk begraven:

Externe link[bewerken]