Laurentius van Rome

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Laurentius op een altaarluik in de San Silvestro in Massa Fermana naar Carlo Crivelli, 2e helft 15e eeuw

De heilige martelaar Laurentius van Rome leefde in de derde eeuw in Rome tijdens de christenvervolgingen. Over zijn leven is nauwelijks iets bekend. Hij is ongeveer in het jaar 225 geboren in Huesca (Spanje) en oefende in Rome het ambt van diaken uit.

Beschermheilige en patroon[bewerken]

Sint-Laurentius is patroon van de stad en het bisdom Rotterdam (waarvan de Laurentius- en Elisabethkathedraal de hoofdkerk is) en er zijn in meerdere landen kerken aan hem gewijd, zie Sint-Laurenskerk. Als diaken belast met de zorg voor de (heilige) boeken wordt Laurentius vereerd als patroon van de bibliothecarissen. Hij is ook de beschermheilige van koks, pastei- en banketbakkers, kolenbranders en brandweerlieden.[1] De naamdag van Sint-Laurentius wordt gevierd op 10 augustus.

Leven[bewerken]

Het is bekend dat er in die tijd in Rome 46 priesters waren, daarnaast zeven diakens en zeven subdiakens; daartegenover zijn er 1500 weduwen en noodlijdenden die moeten worden bijgestaan. De aartsdiaken Laurentius heeft naast de kerkelijk administratieve taken ook het beheer over de giften die binnenkomen voor die behoeftigen.

Laurentius met attribuut op een muurschildering in de kerk van Överselö, Södermanland, Zweden

Een jaar voor Laurentius' dood ontneemt keizer Valerianus I de christenen niet alleen het recht van vergadering, maar sluit hij hun godshuizen en verbiedt ze de eigen begraafplaatsen te gebruiken. In 258 draagt paus Sixtus II toch het H. Misoffer op in de catacomben van Pretextatus, hetgeen dus tegen de wet van de keizer ingaat. Sixtus wordt verraden en op 6 augustus samen met vier van de zeven diakens ter dood gebracht. Laurentius wordt wel gevangengenomen, maar niet meteen ter dood gebracht. Keizer Valerianus eist van hem dat hij eerst alle rijkdommen van de Kerk, de kostbare gouden en zilveren vaten en ook de heilige boeken die onder zijn hoede zijn gesteld, aan hem overhandigt. De keizer heeft namelijk veel geld nodig om het grote rijk te verdedigen tegen aanvallen van Germanen en andere vreemde volkeren, en ook de keizerlijke eredienst kost veel geld.

Omdat keizer Valerianus weet dat Laurentius als diaken weldoende is rondgegaan tussen de arme christenen, concludeert hij daaruit dat Laurentius veel geld en goederen tot zijn beschikking moet hebben. De keizer zet hem gevangen en eist veel geld. Als Laurentius verlof vraagt om het gevraagde op te halen, besteedt hij zijn tijd nuttig door alles wat er is aan de armen uit te delen. Als hij met lege handen, maar met een grote groep arme mensen terugkeert bij zijn rechters verklaart hij, wijzend op de stoet van mensen: "Zie daar de schatten van de Kerk."

Omdat ze hem niet geloven, wordt hij gegeseld. Maar ook dat maakt hem niet loslippig. Dan wordt besloten hem op een rooster boven een vuur te folteren. Volgens een legende zou hij toen gezegd hebben: "Ik ben al gaar, keer mij om en eet me op." Mogelijk is hij tijdens deze foltering gestorven, maar waarschijnlijker is het dat hij tenslotte onthoofd is. De relikwie van zijn hoofd dat nog los bewaard wordt, wijst daarop. De tempel van Antoninus en Faustina op het Forum Romanum is, ten tijde van de bloei van het christendom, als kerk toegewezen en naar hem vernoemd. In deze tempel is Laurentius vermoord.
Zijn naamdag wordt gevierd op de datum van zijn vermoedelijke sterfdag, 10 augustus.

Paus Damasus I (366 - 384) bracht zijn kanselarij en boeken onder in de Laurentiuskerk. In de Middeleeuwen werd Laurentius vereerd, vooral in Spanje. Op Sint Laurentiusdag van het jaar 1557 hadden Spaans-Nederlandse troepen de Fransen verslagen. Filips II liet het Escorialpaleis bij Madrid bouwen in de vorm van een rooster. Het complex herbergt nog steeds een grote bibliotheek.[1]

Zie ook[bewerken]

Voetnoten
  1. a b Schneiders 1997, p. 10

Literatuur

  • (nl) Schneiders, dr. P. (1997) - Nederlandse bibliotheekgeschiedenis : van librije tot virtuele bibliotheek. Den Haag : NBLC. 392 pgs. ISBN 90 5483 138 3