Grote of Sint-Laurenskerk (Alkmaar)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote of Sint-Laurenskerk
De Grote of Sint-Laurenskerk gezien van uit zuidwesten.
De Grote of Sint-Laurenskerk gezien van uit zuidwesten.
Plaats Alkmaar
Coördinaten 52° 38′ NB, 4° 45′ OL
Gebouwd in 1470-1518
Restauratie(s) 1991-1996
Gewijd aan Laurentius van Rome
Monumentnummer  7258
Architectuur
Bouwmethode kruisbasiliek
Bouwmateriaal baksteen
Toren vieringtoren met carillon Melchior de Haze 1689
Interieur
Preekstoel 1665
Detailkaart
Grote of Sint-Laurenskerk (Alkmaar)
Grote of Sint-Laurenskerk (Alkmaar)
Interieur, naar het oosten links de preekstoel en dooptuin.
Interieur, naar het oosten links de preekstoel en dooptuin.
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Grote of Sint-Laurenskerk is een kerkgebouw aan de Koorstraat 2 in Alkmaar.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste vermelding van een kerkje op deze plek (waar tevens de eerste nederzetting tot stand kwam) dateert uit de 10e eeuw. Het betrof een houten kerkje dat rond de 11e eeuw door brand werd verwoest. Daarna bouwde men op dezelfde plek opnieuw een kerk, die ook door brand werd verwoest.

In de 15e eeuw ontstond het plan een grotere kerk te bouwen, omdat men vond dat een stad als Alkmaar die zou moeten hebben. De bouw van deze kerk, de huidige kerk, begon in 1470; vijftig jaar later, in 1518, werd de kerk voltooid. De Grote Kerk is, net als zijn twee voorgangers, gebouwd op een verhoogde zandrug. De kerk is een toonbeeld van Brabantse gotiek en zou zijn ontworpen door de Mechelse architect Andries I Keldermans, een lid van de Mechelse familie van architecten Keldermans, maar officiële aktes zouden enkel melding maken van Antoon I Keldermans, zijn zoon.[1]

Naast Antoon werkte ook zijn broer Matthijs II en na Antoons dood diens zoon Antoon II mee aan de bouw en het definitieve ontwerp.

In 1572 kwam de kerk in protestantse handen.

Exterieur[bewerken]

St. Laurentius, St. Laurenskerk, Alkmaar2.JPG
Het Sint Laurentiusbeeld van de hand van het Atelier Keldermans
Interieur, orgel - Alkmaar - 20005822 - RCE.jpg
Koororgel Jan van Covelens uit 1511

Karakteristiek zijn de buitenmuren van witte gobertangesteen, waarmee het bakstenen gebouw bekleed is, het vieringtorentje (1525) en de vensters in de gevels van het dwarsschip, die tot de grootste van West-Europa behoren. Voorts is Duitse tufsteen gebruikt voor de muren en het schip.

Interieur en inventaris[bewerken]

In de kerk bevinden zich ronde zuilen in gelige ledesteen.

De kerk huisvest twee zeer bekende orgels: een koororgel uit 1511 (Jan van Covelens), het oudste nog bespeelbare orgel van Nederland,[2] en het 17e-eeuwse hoofdorgel (Van Hagerbeer,[3] later uitgebreid door Franz Caspar Schnitger), dat in 2014 wordt gerestaureerd door de orgelbouwersfirma Flentrop.

Van Hagerbeer/Schnitgerorgel; interieur naar het westen gezien

In de koorsluiting bevindt zich een schildering van het Laatste Oordeel uit 1518: die werd ten tijde van de voltooiing van de kerk door Jacob Cornelisz van Oostsanen vervaardigd en van 2003 tot 2011 gerestaureerd. De schildering behoort tot de omvangrijkste van Nederland.[4]

Het altaarstuk van Maarten van Heemskerck werd na de Reformatie verkocht aan de kathedraal van het Zweedse Linköping (sinds 1996 herbergt de kerk een kopie). De protestanten voorzagen de kerk van de preekstoel (1655), een doophek (1605) en herenbanken (1651-1655). Het koorhek en gotische koorbanken werden behouden, evenals de graftombe van Floris V van Holland.

In de kerk bevinden zich grafzerken uit de 16e, 17e en 18e eeuw, waaronder die van Anna Roemers Visscher en van stadsorganist Gherardus Havingha.

De consistoriekamer heeft een beschilderd houten tongewelfplafond met de wapens van onder andere Holland, keizer Karel V, Alkmaar, Delft en Oudewater.

In de kerk is de schilder Caesar van Everdingen begraven.

Carillon van Melchior de Haze ±1689 in de dakruiter van de Grote kerk Alkmaar

Klokken[bewerken]

Huidige situatie[bewerken]

Naast een grote uurslagklok van Moer zijn de 16 grootste klokken die in 1689 door Melchior de Haze uit Antwerpen voor de Grote Kerk werden gemaakt. In 1963 werd het spel door Eijsbouts gerestaureerd, waarbij 12 klokken uit de Waag (ook van Melchior de Haze) werden gebruikt. Eijsbouts breidde het spel met 7 klokjes uit. Zodoende ontstond een carillon van 3 oktaven zijnde 35 klokken. De toonhoogte was volgens de reeks bes1 (418kg)-c2-d2-chromatisch-bes4 gestemd op basis bes in de middentoonstemming. In 2014-'15 worden het torentje en het klokkenspel opnieuw gerestaureerd. De inrichting van het carillon wordt dit keer uitgevoerd door Clock-O-Matic uit Holsbeek in België. Adviseur voor het technisch gedeelte van het carillon is Arie Abbenes.

Geschiedenis[bewerken]

In de 16e eeuw werd door de abt van Egmond een grote klok geschonken om de uren aan te geven. Deze klok werd in de vieringtoren opgehangen (cis1 ±1950kg). Hij was door Casparus en Johannes Moer in 1525 gegoten en had als opschrift:

De heeluurslagklok ongeveer honderd jaar geleden tijdens herbouw van de dakruiter
Ick heet Saligmaeker. Als ick geluydt word bedrijf ick rou over de dooden. Door mijn clanck verdrijf ick de listen en plagen des Satans. Heer Meiard Man Abt tot Egmond heeft mij gegeven. Casparus en Johannes Moer fecerunt 1525.

Daarnaast werd in 1542 door Jacob Waghevens een voorslag gegoten om de uurslagen aan te kondigen. Waghevens maakte rond dezelfde tijd ook een voorslag voor de Sint-Janskapel (Kapelkerk) en de kapel van het H. Geestgasthuis (nu Waag). De voorslag voor de Grote kerk van 9 klokken werd in de loop der tijd uitgebreid met onder meer 2 klokken van François Hemony, gemaakt in 1651, en er was in 1688 bij een onderzoek door uurwerkmaker Willem Spraeckel ook een klok aanwezig die in 1588 door de Utrechtse gieter Thomas Both was gegoten. Tot een compleet Hemonyklokkenspel kwam het nooit. Pas nadat Melchior de Haze uit Antwerpen in 1688 een carillon voor de Waagtoren had geleverd, werd in 1689 ook in de Grote Kerk een klein klokkenspel van deze gieter gemaakt. Dit bestond tot 1963 uit 31 klokken. Oorspronkelijk kon dit lichte spel ook door een klokkenist bespeeld worden (meestal één van de organisten uit de stad), maar in de 18e eeuw werd het klavier verwijderd en speelde het alleen als automatisch spel door middel van een speeltrommel.

Speeltrommel[bewerken]

Nog steeds worden de klokken naast het wekelijkse spel van de klokkenist ook automatisch bespeeld door een speeltrommel. Deze draait het hele etmaal en speelt 4 maal per uur op elk kwartier. Dat is al traditie sinds de 16e eeuw toen de voorslag werd aangebracht. Na het spel op heel- en Halfuur volgen voluit de slagen van het uur en halfuur op een lichtere klok. Men noemt dit Hollandse slag. Twee maal per jaar versteekt de stadsklokkenist het speelwerk met nieuwe melodieën.

Bespeling[bewerken]

Het carillon wordt wekelijks op vrijdag tussen 13.00u en 14.00u bespeeld. Sinds 2009 is Christiaan Winter de stadsbeiaardier van Alkmaar.

Bibliografie[bewerken]

  • Lehr, André - Van Paardebel tot Speelklok. uitg Europese bibliotheek Zaltbommel
  • Lehr, Andrë - Historische en muzikale aspecten van Hemony-beiaarden (Amsterdam 1960)
  • Rinus de Jong, André Lehr & Romke de Waard - De zingende torens van Nederland -Losbladige uitgave der Nederlandse Klokkenspel Vereniging uitgegeven 1973.
  • Loosjes Mr A. - De Torenmuziek in de Nederlanden. Uitg Scheltema & Holkema 1916

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encarta: Familles Keldermans
  2. Leo Noordegraaf (1996), Glans en glorie van de Grote Kerk. Het interieur van de Alkmaarse Sint Laurens, p. 177
  3. Galtus van Hagerbeer († 1653) en zijn zoons Germer (±1610-1646) en Jacob (1622-1670)
  4. Stedelijk Museum Alkmaar