Pieter en François Hemony
De gebroeders François Hemony (Levécourt, 1609 - Amsterdam, 1667) en Pieter Hemony (Levécourt, 1619 - Amsterdam, 1680) zijn de belangrijkste klokkengieters die Nederland en België gekend hebben. Zij waren de eerste ter wereld die een zuiver gestemd klokkenspel produceerden, en transformeerden daarbij het carillon of beiaard tot een volwaardig muziekinstrument. Een beiaard wordt minstens een keer per week met de hand bespeeld, maar speelt elk kwartier automatisch door de meegeleverde speeltrommel. Op het halve en hele uur is een wijsje te horen.
De Hemony richtten zich op de wis- en natuurkunde en de wetenschappelijke beoefening van muziek. Door hun toepassing van wetenschappelijke beginselen, hun artistieke begaafdheid en muzikaal gehoor werden ze de grootste en beroemdste klokkengieters en fabrikanten van carillons van hun tijd. In de periode 1642-1679 zouden zij er eenenvijftig in totaal maken.[1]
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
François werd omstreeks 1609 te Levécourt in Lotharingen geboren; tien jaar later kwam zijn broer Pieter ter wereld. De familie Hemony behoorde tot die grote groep Lotharingse klokkengieters die tijdens de Dertigjarige Oorlog door geheel Europa trokken om geschut en klokken te gieten. De vader van François en Pieter trok naar Duitsland. Aldaar goot François in 1636 ook zijn eerste klok tezamen met Josephus Michelin die later waarschijnlijk zijn zwager werd, want François trouwde met een zekere Maria Michelin.
In 1641 goten de gebroeders hun eerste klokken in Nederland voor de stad Goor. De volgende stap in hun carrière was in 1642 toen zij de opdracht tot het vervaardigen van een beiaard voor de Wijnhuistoren in Zutphen kregen.[2] De Hemony’s waren nog niet bekend met het gieten van beiaarden. Maar dankzij de steun van de stadsbeiaardier van Utrecht, jonkheer Jacob van Eyck die samen met hen intensief onderzoek deed naar het stemmen van klokken, werden hun beiaard een groot succes. In Zutphen volgden nog dertien beiaarden.
In 1655 werd François Hemony door de stad Amsterdam uitgenodigd om zich onder gunstige voorwaarden als geschut- en klokkengieter te vestigen en de carillons van de Oude, de Zuider- en de Westerkerk te gieten. Door hun bijzondere methode van gieten wisten ze een zuivere toon en fraaie akkoorden te verkrijgen. In het stemmen van de klokken waren ze uiterst nauwgezet. Hemony eiste een vrije woning op het terrein, gelegen op het terrein aan de rand van de stad en nu aan de Leidsegracht . Pas in 1657 kwam François met het gezin naar Amsterdam, terwijl ongehuwde Pieter zich vestigde in Gent. Tijdens zijn verblijf in de Spaanse Nederlanden leverde hij tussen 1659-1660 de grote beiaard met 37 klokken voor het Belfort van Gent.[3] Pieter Hemony hersmolt de oude stormklok van 12.000 pond brons, genaamd Klokke Roeland, in een nieuwe beiaard van 40 klokken. Vanwege ernstige problemen met het geluid van de basklok staat die naast de toren opgesteld.
Het bedrijf van Hemony lag op stadsgrond aan het Molenpad (tussen de houten schermschool aan de Prinsengracht en een verlaat nabij de Leidsegracht). Het terrein was gelegen binnen de schans, en vanouds in gebruik als "industrieterrein". De erfgenamen van Abel de Herripon en Albert Hermansz, verkochten al hun erven aan de stad, resp. in 1650 en 1659. De molen op het bolwerk verdween en de loop van de Leidsegracht werd veranderd voor de Vierde Uitleg. Tussen 1663 en 1666 zou de schutterij belangrijk zijn uitgebreid. François Hemony goot twintig beiaarden waaronder diverse voor het buitenland, zoals in Mainz, Hamburg, en Stockholm.
Hemony heeft zes beelden voor het stadhuis gegoten, ontworpen door de buurman Quellinus, die aan de overkant van de Keizersgracht werkte aan de versiering van het stadhuis op de Dam. In 1664 voegde Pieter zich bij zijn broer; mogelijk beïnvloed door ziekte van François (?), zijn ervaringen in Gent en de vele orders. Samen goten zij nog drie beiaarden. Hemony kreeg de opdracht drie klokken te gieten voor een drietal poorten.
In die tijd hadden zij hooguit twee à drie leerlingen, zoals Claude (1646-1699) en de veel bekwamere Mammes (ca. 1651-1684) Fremy, achterneven van de Hemony’s.[4] Tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog werd voornamelijk geschut gegoten, de Hemony's signeerden het geschut niet.
François Hemony werd op 24 mei 1667 begraven, na een rijk en ook beroemd leven. Zijn broer Pieter werd zijn opvolger en voogd over de twee kinderen.[5] Pieter Hemony is nooit gehuwd geweest. Zijn inwonende neef zou in 1677 naar Gouda verhuizen. Zijn nicht Anna Margaretha bestierde zijn huishouden. De familie beschikte over een huiskapel, want de Hemony's waren katholiek.
Pieter zou tot zijn dood op 17 februari 1680 nog tien beiaarden gieten waarmee de totale productie aan beiaarden door de Hemony’s op 51 kwam. Hij werd begraven op de 22e en er is mogelijk urenlang met de klokken geluid.
Klokken werden iets dikker gegoten dan strikt nodig; ze waren voorzien van een stemreserve. Ze werden per gewicht berekend, maar kleinere klokken waren duurder dan de grote. Hemony voerde een langslepend proces met de stad Gent over de kwaliteit van de grote klokken en de betaling. Uit zijn correspondentie wordt duidelijk dat hij soms drie klokken moest gieten om er één goede aan over te houden.[6] Een aantal is door brand en oorlogsgeweld verdwenen. De overige zijn in de negentiende eeuw en tot de jaren zestig van de twintigste eeuw door de uitstoot van zwaveldioxide uit kolenkachels ernstig aangetast. Ze raakten o.a. ontstemd, hetgeen tot soms ingrijpende restauraties heeft geleid.
Op het terrein van gebroeders Hemony ontstond in 1680 de zgn. Italiaansche opera van Theodoor of Dirck Strijcker.[7] Een gedeelte van de gieterij werd afgebroken om plaats te maken voor een grote loods. De impresario was de zoon van een vroegere consul van de Republiek in Venetië. Op 31 december 1680 beleefde Le fatiche d'Ercole per Deianira een opera van Pietro Andrea Ziani zijn Amsterdamse première.[8] De stadhouder Willem III was aanwezig op 7 en 8 februari. Ook de 85-jarige Constantijn Huygens kwam kijken. De tweede opera die werd opgevoerd was Helena rapita da Paride door Domenico Freschi (1625–1710), beide bewerkt door Pietro Antonio Fiocco.
[bewerken] Klok opgedoken uit Waddenzee
In augustus 2002 werd in de Waddenzee door archeologen een Hemony-klok ontdekt in een scheepswrak dat in de zeventiende eeuw is gezonken in de buurt van het eiland Texel. Volgens het randschrift op de bronzen klok werd deze in 1658 gegoten door François Hemony in zijn gieterij te Amsterdam. Het gewicht van de klok is 132 kg, de diameter 59,5 cm.
Deze vondst is uniek, omdat het om een intacte klok gaat, bijna 350 jaar oud maar vrijwel nooit geluid. Bovendien heeft de klok niet te lijden gehad onder het corrosieproces dat alle andere bekende Hemony-klokken wel heeft aangetast. Onderzoek met de modernste laser- en computertechnologieën zijn ingezet om zoveel mogelijk karakteristieken van het profiel van deze klok vast te kunnen stellen. Het onderzoeksproject zal zich ook richten op het verschil tussen de klankkleur van deze en andere klokken van Hemony. Dit onderzoek zal nieuwe informatie opleveren omtrent het 'geheim' van de gebroeders Hemony, alsook over de veroudering van brons en de invloed daarvan op de klankeigenschappen van klokken.
[bewerken] Bekende carillons
De betekenis van de klokkengieters François en Pieter Hemony is voor de klokkengietkunst en met name voor de beiaardkunst niet te overschatten. Zij wisten het klokkenspel uit zijn primitieve staat van de 16e eeuw glansrijk te bevrijden en te transformeren tot een volwaardig muziekinstrument, tot op de dag van vandaag.
De gebroeders Hemony goten carillons voor onder andere:
- De Grote of Lebuïnuskerk in Deventer (1647)
- De Nicolaïkerk in Utrecht (1649)
- De Barbaratoren in Culemborg (1654/55)
- De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen
- De Zuiderkerk in Amsterdam (1656)
- De Oude Kerk in Amsterdam (1658)
- De Westerkerk in Amsterdam (1658)
- De Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort (1659/1662/1663)
- De Nieuwe Toren in Kampen (1659)
- De Sint-Hippolytuskerk te Middelstum (1662)
- De Martinitoren in Groningen (1663)
- Het Stadhuis in Maastricht - dit carillon is het laatste dat door de beide broers samen is gegoten, vlak voor de dood van François. (1664)
- De Munttoren in Amsterdam (1651 gegoten voor de beurstoren/in 1668 verplaatst)
- De Dom van Utrecht (1664)
- Het Stadhuis van Amsterdam, nu het Koninklijk Paleis op de Dam (1664)
- De Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem (1660/1664)
- De Grote of Sint-Stephanuskerk in het Nederlandse Hasselt (1662)
- Het Belfort van Gent (1659/1660)
- De Drommedaris in Enkhuizen (1676)
- De Sint-Janskerk in Gouda - de laatste beiaard die gegoten is door Pieter Hemony (1677/1678), en de enige Hemony-beiaard met een volledig basoctaaf.
[bewerken] Varia
In Zutphen en het Noord-Groningse dorp Middelstum is de Hemonystraat vernoemd naar de gebroeders. Amsterdam heeft het Hemonyhuis in de Hemonystraat en een Hemonylaan, in de woonwijk, De Pijp. In de toren van Hotel Americain hangt een klok van Hemony.
Bronnen, noten en/of referenties:
- André Lehr, De klokkengieters François en Pieter Hemony (Asten, 1959)
- ↑ Lehr, A. (2004) Een klokkengieter schrijft zijn opdrachtgever. De brieven van klokkengieter Pieter Hemony (Amsterdam) aan Abt Antoine de Loose (Ename B.) 1658-1678, p. 15.
- ↑ Het carillon van de gebroeders Hemony in de Wijnhuistoren in Zutphen is in de januari 1920 door brand verwoest; slechts één klok is bewaard gebleven.
- ↑ Ook goot hij drie luidklokken voor de abdij in Ename, die echter niet meer bestaan of zijn afgevoerd naar Frankrijk.
- ↑ Zij bleken niet in staat de roem der Hemony’s te continueren. Heel wat meer succesvol was Claes Noorden.
- ↑ De zoon van François Hemony, eveneens François geheten, heeft zich nooit met het gieten van klokken beziggehouden.
- ↑ Lehr, p. 38.
- ↑ Giskes, J.H. (1991) Venetiaanse muziek in zeventiende-eeuws Amsterdam, p. 185-6.
- ↑ De theaters I: Amsterdam