Grote of Sint-Bavokerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Niet te verwarren met de Kathedrale Basiliek Sint Bavo, eveneens in Haarlem.
Grote of Sint-Bavokerk
Aanzicht vanuit het noordwesten
Aanzicht vanuit het noordwesten
Plaats Haarlem
Denominatie Van 1370 tot 1573 katholiek, sindsdien protestant.
Gebouwd in 1370-1520
Gewijd aan Sint-Bavo
Monumentnummer  19264
Architectuur
Bouwmethode kruisbasiliek
Toren 75 m (vieringtoren, 1520)
De vieringtoren
De vieringtoren
Portaal  Portaalicoon   Christendom
De Grote Markt in 1696, schilderij van Gerrit Adriaensz. Berckheyde
Houten gewelven in de Sint-Bavokerk te Haarlem

De Grote of Sint-Bavokerk is de grootste kerk in de Nederlandse stad Haarlem, gelegen aan de Grote Markt. Hij is gewijd aan Sint-Bavo. De middeleeuwse kruiskerk (bouwperiode: 1370-1520) die midden in het oude centrum van de stad staat is opgetrokken in de gotische bouwstijl. Midden op het kerkgebouw staat een ruim 75 meter hoge houten, met lood bedekte, laatgotische vieringtoren. De kerk behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.

De kerk werd oorspronkelijk gebouwd als een Katholieke kerk. In 1559 werd de kerk de kathedraal van het nieuw opgerichte bisdom Haarlem, totdat de kerk na de Reformatie (Hervorming) een protestants bedehuis werd.

Bouwgeschiedenis[bewerken]

De huidige Grote of Sint-Bavokerk heeft verscheidene voorgangers gehad, zowel houten als stenen parochiekerken. In 1370 werd de laatste voorganger, een in romaanse stijl gebouwde parochiekerk, door een brand zwaar beschadigd. Deze kerk is toen grotendeels hersteld, ook bouwde men een nieuw gotisch koor. Dit koor dat omstreeks 1400 tot stand kwam, staat er nu nog steeds. De bouwmeester van dit koor was waarschijnlijk Meester Engelbrecht van Nijvel.

In 1445 begon men onder leiding van de Brabantse architect Everaert Spoorwater aan de kruising en transepten, die rond 1500 werden voltooid. In 1470 werd een overeenkomst gesloten met Godevaert de Bosser en Steven Elen om een schip aan de kerk toe te voegen. Een jaar later, in 1471, werd de oude parochiekerk afgebroken, waarna men met de bouw van het schip begon. In 1481 kwam het schip tot stand en twee jaar later de twee zijbeuken. In het plan van Spoorwater was ook een forse westtoren opgenomen, die echter nooit werd gebouwd.

In 1502 maakte Cornelis de Wael, bouwmeester van de Dom van Utrecht, een ontwerp voor een stenen kruisingtoren, een Vlaams-Brabants element dat een unicum is in de noordelijke Nederlanden. De Wael stierf in 1505 en werd door Antoon I Keldermans opgevolgd. Snel bleek dat de vier kruispijlers het gewicht van de stenen toren niet konden dragen. Daarom werd de toren tussen 1514 en 1517 weer afgebroken. De veel gehoorde veronderstelling dat met het vrijgekomen bouwmateriaal een lantaarn op de romp van de toren van de Haarlemse Bakenesserkerk gebouwd werd is niet houdbaar.[1] Men besloot een 74 meter hoge, met lood bedekte, houten toren op de kruising van de kerk te bouwen, bestaande uit een open achtkant en bekroond door een open ui. Het ontwerp van deze lichtere toren was vermoedelijk van Michiel Bartssoen. Na zijn dood voltooide Jacob Symonsz. van Edam zijn werk. De bouw van de toren begon in 1518 en werd in 1520 voltooid.

Opmerkelijk is het ontbreken van de luchtbogen terwijl de aanzetten wel aanwezig zijn. De bogen konden vervallen omdat men de zware stenen gewelfconstructie verving door hout. Waarschijnlijk durfden de bouwers het risico van deze zware constructies op de slappe onbetrouwbare bodem niet aan. Een andere lezing is, dat de bekendheid met de scheepsbouw toentertijd, heeft geleid tot dit aparte Hollandse kerkinterieur.[2]

Hoewel de Grote of Sint-Bavokerk door verschillende bouwmeesters is gebouwd, vertoont de kerk als geheel toch een eenheid van gotische stijl.

Interieur[bewerken]

In 1529 begon men met de bouw van een netgewelf in het koor, twee jaar later was de bouw voltooid. Tussen 1535 en 1538 werd onder leiding van Jacob Symonsz het schip van een houten netgewelf voorzien.

Voor de Reformatie stonden er vier biechtstoelen en behalve het hoofdaltaar in het koor nog tweeëndertig altaren. Deze werden op 6 maart 1573 door de Hervormden verwijderd.

In de Grote of Sint-Bavokerk liggen ongeveer vierhonderd grafstenen. In veel zerken zijn zogenaamde huismerken, eenvoudige merktekens of wapenschilden gebeiteld van de eigenaars van de graven. De nummers op de stenen staan in zogenaamde grafboeken geregistreerd, de namen van de begraven personen staan erin opgetekend. Onder het koor bevindt zich het graf van de schilder Frans Hals. Andere bekende personen die in de Grote of Sint-Bavokerk begraven liggen, zijn de kerkschilder Pieter Saenredam en de schrijver Willem Bilderdijk, die als laatste in de kerk begraven werd.

Klokken[bewerken]

Het voormalige 'klokhuis' de houten klokkentoren achter de koorsluiting van de 'Grote Kerk'.

In 1429 werden de klokken uit de laatste voorganger van de Grote of Sint-Bavokerk in een groot houten klokhuis achter het koor van de kerk opgehangen. In 1804 werd, om de financiën van de stad te versterken, deze toren gesloopt en werden de klokken verkocht. In 1918 werd een kleinere ijzeren replica neergezet door de firma Joh. Enschedé.

In de grote vieringtoren op de kerk hangt de klok Roeland van de Kamper klokkengieter Geert van Wou uit 1503. Het is de bourdon dwz. de zwaarste klok in de toren. Ze bezit toon A0, weegt ± 4900 kg en slaat de hele uren. Om de uurslag aan te kondigen werd er in 1524 een voorslag aangeschaft die in Mechelen werd gegoten door Cornelis Waghevens. Het was op veel plaatsen in Holland gebruikelijk dat er ongeveer 10 tot 15 klokken werden gebruikt voor deze voorslag die in veel gevallen ook met de hand werd bespeeld. Omdat de middeleeuwse klokkengieters niet in staat waren de klokken helemaal zuiver te stemmen zijn er veel klachten terug te vinden in de Haarlemse stadsarchieven; echter kwam er niet eerder dan in 1662 een klokkenspel van François Hemony uit Amsterdam, die een aanzienlijk groter klokkenspel maakte voor de Grote of Sint-Bavokerk namelijk 32 klokken. Het klokkenspel werd in 1670 nog uitgebreid tot 35 klokken door zijn broer Pieter Hemony. Dit klokkenspel werd bij de laatste restauratie in 1968 door Eijsbouts grotendeels vervangen en gelijk uitgebreid tot een concertbeiaard van 47 klokken. De reeks klokken is gestemd in de Middentoonstemming op basis Des1. De bij deze restauratie vrijgekomen 25 Hemonyklokken hangen sinds die tijd in de Bakenesser toren als tweede klokkenspel van Haarlem. In 2010 waren de laatste werkzaamheden aan het carillon van de Grote Kerk om de bespeelbaarheid te verbeteren. Wekelijks wordt het carillon door de stadsbeiaardier bespeeld op de marktdag dat is op maandag van 12 tot 13u en op vrijdag van 12.45 tot 13.15u Verder is er in de zomer op dinsdagavond voor de aanvang van de gemeentelijke orgelconcerten een carillon concert wat meestal door gastbeiaardiers gegeven wordt. De stadsbeiaardier is ook verantwoordelijk voor het versteken van de de speeltrommel [3] die acht keer per uur de klokken laat klinken om de tijd aan te geven en de uurslag aan te kondigen. De nootjes (pinnen) op de speeltrommel worden twee maal per jaar verstoken om nieuwe melodieën te realiseren. Rien Donkersloot is door de gemeente Haarlem aangesteld als stadsbeiaardier van Haarlem als opvolger van Bernard Winsemius. [4]

Kleppen van de damiaatjes
Vista-kmixdocked.png
(download·info)

Volgens de "Legende van het Haarlemse schild", werden de twee klokken in de bovenste lantaarn van de toren tijdens de 'Vijfde Kruistocht' door Haarlemse strijders meegenomen uit Damiate en in de toren geplaatst. In werkelijkheid waren ze een geschenk van ene Johannes Dircks uit Aalst, als geschenk aan Nicolaas van Nieuwland, de bisschop van Haarlem in 1562. Sindsdien worden de twee klokken elke avond tussen 21:00-21:30 uur geklept, Oorspronkelijk als een signaal voor het sluiten van de stadspoorten. In 1732 werden de klokken die Piet en Hein worden genoemd, hergoten door Jan Albert de Grave een klokkengieter uit Amsterdam. Ondanks dat Haarlem niet langer een vestingstad met stadspoorten is, werd de traditie van het dagelijkse kleppen in stand gehouden om de verovering van Damiate te herdenken op 25 augustus 1219.

    • Tegenwoordige klokken situatie in de toren
      • Bourdon
    • 1 door Geert van Wou 1503 (Roeland) A0
      • Beiaard op basis des1
    • 10 door François Hemony, 1661-1662
    • 37 door Eijsbouts, 1968
      • Damiaatjes
    • 2 door Jan Albert de Grave (Piet en Hein) 1732 bes2 en d3
      • Luidklokken
    • 1 door Claude Fremy - c2 - 1686 (Kermisklok)
    • 1 door Pieter Hemony g2 - 1667
    • 1 door Eijsbouts (als vervanging van een gescheurde P. Hemony klok) a2 - 1965

Orgel[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hoofdorgel Grote of Sint-Bavokerk Haarlem voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Sint-Bavokerk met Müllerorgel

Vanuit het schip van de Grote of Sint-Bavokerk heeft men een prachtig uitzicht op het Müllerorgel, het gigantische pijporgel dat tussen 1735 en 1738 werd gebouwd door de uit Duitsland afkomstige Christian Müller. De met bladgoud versierde, houten orgelkast is gemaakt door Jan van Logteren. Bij zijn voltooiing was het orgel het grootste ter wereld. Het heeft 62 stemmen en ongeveer vijfduizend pijpen, de kleinste daarvan hebben het formaat van een potlood, de grootste zijn zevenendertig centimeter in doorsnede en ruim tien meter lang. Sinds 1990 is Jos van der Kooy stadsorganist. Anton Pauw bespeelt het orgel tijdens de kerkdiensten.

Op de hoek van de koorsluiting bevindt zich een klein koor orgel.

Veel beroemde personen hebben op het Müllerorgel gespeeld, onder wie Mendelssohn, Händel en de tien jaar oude Mozart in 1766.

Trivia[bewerken]

Sinds 1853 is er weer een bisdom in Haarlem gevestigd, en sinds 1930 heeft de stad ook weer een kathedraal, de Kathedrale Basiliek Sint Bavo.

De Grote of Sint-Bavokerk heeft een vereniging van vrienden. De Vereniging Vrienden van de Grote Kerk is opgericht in 1975. Doel van de vereniging is het behoud en de restauratie van uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle objecten in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem.

Begraven in de Grote of Sint-Bavokerk[bewerken]

Glas-in-loodramen[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties

Bibliografie

  • J.J. Temminck (red.) De toren van de Grote- of Sint-Bavokerk. Geschiedenis en restauratie, Haarlem, Schuyt & Co, 2002.
  • M.D. Ozinga e.a., De Gotische kerkelijke bouwkunst, Amsterdam, Uitgeverij Contact, 1953.
  • Loosjes, Mr. A - De Torenmuziek der Nederlanden uitgave 1916 door Scheltema en Holkema boekhandel Amsterdam.
  • Bijtelaar, Barendina - De zingende torens van Amsterdam 1947.
  • Lehr, Andrë - Historische en muzikale aspecten van Hemony-beiaarden (Amsterdam 1960).
  • Lehr, André - De Klokkengieters François en Pieter Hemony Uitgave B. Eijsbouts C.V. Asten in het Hemonyjaar 1959.
  • de Jong, Rinus; Lehr, André; de Waard, Romke - De zingende torens van Nederland - Losbladige uitgave der Nederlandse Klokkenspel Vereniging rond 1980.
  • Lehr, André - Besemer J.W.C - Zingende Torens Gelderland & Limburg. De Walburgpers CIP/ISBN 906011-705-0
  • Lehr André: De klokkengieters François en Pieter Hemony (Asten, 1959)
  • Lehr André Artikel over Gebr. Hemony PDF
  • Lehr André: Van Paardebel tot Speelklok, uitgave Europese Bibliotheek Zaltbommel 1971 (geen ISBN)
  • Rombouts Luc: Zingend Brons, uitgeverij Davidsfonds Leuven, 2010, ISBN 978-90-5826-720-7
  • Weel Heleen van der: Klokkenspel Het carillon en zijn bespelers tot 1800, Uitgeverij Verloren Hilversum 2008, ISBN 978-90-8704-061-1

  1. Zie E. Vink, ‘De vieringtoren in de Haarlemse bronnen’, in: K. Emmens e.a., De toren van de Grote of Sint-Bavokerk, geschiedenis en restauratie, Haarlem 2002, p. 81
  2. J.J. Vriend, De bouwkunst van ons land. De steden. Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1949, derde druk.
  3. Speeltrommel (Automatisch speelwerk) in de Grote Kerk van Haarlem
  4. Bernard Winsemius de vorige beiaardier aan het klavier


Bronnen, noten en/of referenties