Beleg van Haarlem (1572-1573)
| Beleg van Haarlem | ||||
| Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog | ||||
Weergave van de belegering |
||||
| Datum | 3 december 1572 - 13 juli 1573 | |||
| Locatie | Haarlem, Nederlanden | |||
| Resultaat | Spaanse overwinning | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
|
||||
| Commandanten | ||||
|
||||
| Troepensterkte | ||||
|
||||
| Verliezen | ||||
|
||||
| Don Frederiks veldtocht | ||
|
Mechelen · Diest · Roermond · Zutphen · Naarden · Haarlem · Alkmaar |
Het Beleg van Haarlem begon 3 december 1572 met een brief van stadhouder Bossu en Fadrique Álvarez de Toledo (beter bekend als Don Frederik, zoon van de gevreesde hertog van Alva) aan de bevolking van Haarlem met het verzoek zich over te geven. Op de weigering volgde een ruim zeven maanden durende belegering die eindigde op 12 juli 1573 toen de stad zich overgaf, waarna enkele duizenden soldaten en burgers werden geëxecuteerd. Het beleg geldt als één van de meest beruchte gebeurtenissen uit de Tachtigjarige Oorlog.
Belegering [bewerken]
Voorafgaand aan het beleg was een poging om met hulp van binnenuit de stad door geopende en onbewaakte stadspoorten binnen te vallen, door oplettendheid van een aantal bestuurders verijdeld.
Rond 10 december begonnen de gevechten tussen de Spaanse troepen en een in de stad gelegerd garnizoen van 3000 prinsgezinde soldaten, onder leiding van kapitein Wigbolt Ripperda. Een week later begonnen de Spanjaarden de muren aan de noordkant te beschieten en op 19 december bestormden ze de stadsmuur. De bestorming mislukte, waarna het beleg begon. De winter van 1572 was streng, wat het gemakkelijk maakte om vanaf het Haarlemmermeer over het ijs de stad via ondergelopen weilanden te bevoorraden.
Bij het aanbreken van de lente werd de situatie slechter. Bovendien bedreigden schepen uit het aan de Spaanse heersers trouw gebleven Amsterdam na het doorsteken van een dijk de stad vanaf het water. Een poging van de watergeuzen om Haarlem te ontzetten mislukte: tijdens de Slag op het Haarlemmermeer bleek de Spaanse vloot te sterk voor de geuzen onder leiding van admiraal Marinus Brandt.
Een legendarische figuur uit de tijd van het beleg is Kenau Simonsdochter Hasselaer, die volgens ooggetuigenverslagen niet alleen met haar houthandel de bouw van een galei mogelijk maakte, maar ook zelf meevocht tegen de Spanjaarden.
Overgave [bewerken]
Met de vangst van een Haarlemse deserteur, vernam Don Fadrique het nieuws van de schaarste en hongersnood die in de stad aanwezig was. Op 8 juli na een mislukte poging om de ongeveer 5000 mensen in de stad van voedsel te voorzien zag de stad zich genoodzaakt te capituleren. Tegen betaling van 240.000 gulden voorkomen zij plunderingen en het doden van hun inwoners. Na de overgave werden ca. 2000 soldaten en aanhangers van Oranje die de stad hadden verdedigd, vermoord. Nadat de beulen hun hakbijlen niet meer konden optillen werden de gevangenen ruggelings aan elkaar gebonden en in het Spaarne verdronken. De wreedheid en barbarij van beide partijen blijkt uit acties zoals een afgehakt hoofd naar de verdedigers te gooien, waarop de verdedigers weer reageerden door elf gevangenen (die trouw aan de Spaanse kroon hadden gezworen), naar de aanvallers terug te gooien met de opmerking: Haarlem betaalt Alva niet om de oorlog te betalen.
Bronnen, noten en/of referenties
|