Oranjes eerste invasie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oranjes eerste invasie

Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Lanakerveld · Geldenaken

Oranjes eerste invasie, oftewel de eerste invasie van Willem van Oranje in de Spaanse Nederlanden, vond plaats in 1568. De invasie was eigenlijk een mislukking, maar wordt door de traditionele geschiedschrijvers gezien als het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Oorzaak[bewerken]

Na de Beeldenstorm in het najaar 1566 werd in augustus 1567 de Hertog van Alva door Filips II van Spanje naar de Nederlanden gestuurd om orde op zaken te stellen. Alva begon de opstandelingen, die veelal protestanten waren, hard aan te pakken. De landvoogdes Margaretha van Parma trad in september af, en het Eedverbond der Edelen, dat de opstandelingen had gesteund met een smeekschrift aan Margaretha van Parma, sloeg op de vlucht. Willem van Oranje, de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, vluchtte naar Dillenburg. Toen zijn zoon naar het Spaanse hof werd gevoerd door Alva, besloot hij met zijn broers en anderen een huurleger samen te stellen en een inval in de Nederlanden te wagen. Daarbij hoopten ze dat het volk in opstand zou komen, en dat ze de Spanjaarden zouden kunnen verdrijven.

Plan[bewerken]

Het oorspronkelijke plan was in de voorzomer van 1568 van verschillende kanten tegelijk de inval in de Spaanse Nederlanden in te zetten. In het noorden zou Lodewijk van Nassau de Eems oversteken om over Groningen en Friesland naar Holland te komen, in Gelre zou de graaf van Hoogstraten met een voorhoede Roermond trachten te bezetten om de weg over de Maas te banen voor het grote leger van Oranje zelf, dat over de rivier in het hart van het land, Brabant, zou binnendringen om met de hulp van de bevolking Alva te verdrijven. Voorts had Oranje zich in contact gesteld met de Watergeuzen en aan Sonoy en anderen commissie verstrekt. Zij zouden aan de Eemsmonding en op de kust de onderneming van graaf Lodewijk steunen. In het zuidwesten zouden Hugenoten onder de heer van Cocqueville een aanslag op Artesië wagen, terwijl van de zeekant ook op hulp van de naar Engeland uitgeweken calvinisten werd gerekend.

De drie invallen[bewerken]

Willem van Oranje verdeelde het huurleger dat hij had samengesteld in drie groepen:

  • Een andere groep viel onder leiding van Willems broers Lodewijk en Adolf van Nassau in mei het noorden binnen (Groningen). Na de veroordeling bij verstek van Willem van Oranje en in beslagname van diens goederen, vertrok Alva nu noordwaarts. Bij dat nieuws brak graaf Lodewijk het beleg van Groningen op en leverde slag bij Heiligerlee, wat hem een overwinning opleverde, maar op 21 juli werd hij bij Jemmingen door de geregelde troepen van Alva ingehaald en verslagen. Zelf ontkwam hij ternauwernood al zwemmend de Eems over en sloot zich daarna bij zijn broer aan. Zijn ervaring bewees dat op steun van het volk in het noorden van de Nederlanden niet gerekend moest worden.
  • Willem van Oranje zelf marcheerde in oktober met zijn leger naar Limburg. Bij Stokkem stak hij de Maas over en drong Brabant binnen tot bij Tongeren, dat hij bezette, waarmee hij de stad Maastricht bedreigde. Alva zag dit gevaar en stelde zich op een heuvel op, waarna Oranje afzag van een aanval (zie Slag op het Lanakerveld). Hierna liet hij Oranje verder naar het westen doorstoten, in de hoop daar een slag te kunnen leveren. Alva wist van zijn geldgebrek en paste een tactiek van geringe schijnaanvallen en terugtrekking toe om tijd te winnen en de legerbenden af te matten. Alleen aan de Gete leverde hij op 20 oktober ernstig slag, die Oranje verloor, en waarbij Hoogstraten ernstig gewond raakte en De Hames en andere edelen sneuvelden. Bovendien liet nu Alva onderweg windmolens afbreken en dorpen platbranden en alle mogelijke mondvoorraden meenemen. De muiterij en plunderingen die ondanks de Oranje ter hulp gekomen hugenoten bij zijn legerbenden uitbraken, noopten hem bij het naderen van de winter van 1568-69 de hele campagne af te blazen. Een terugtocht over de Maas werd hem door de bisschop geweigerd, en met de troepen van Alva op de hielen moest hij nu richting Franse grens. Na de ontbinding van zijn troepen daar trok hij met een twaalfhonderdtal ruiters die zich bereid hadden verklaard hem te volgen, vergezeld van zijn twee broers Lodewijk en Hendrik, die ook bijna gans berooid waren, westwaarts om zich bij de Hugenoten te voegen in Gascogne. De onderneming op de Nederlanden was volledig mislukt en Alva scheen zich voorgoed heer en meester van de door oorlog en geweld geteisterde gewesten te mogen beschouwen.

Resultaten[bewerken]

Alleen de Slag bij Heiligerlee werd gewonnen, maar door de daarop volgende Slag bij Jemmingen, waarbij Lodewijk van Nassau werd verslagen door de Spanjaarden, was het effect hiervan klein. De andere twee invallen waren ook mislukt.

Willem van Oranje en zijn bondgenoten moesten zich terugtrekken naar Slot Dillenburg, om de schade op te nemen en zich verder te beraden. Oranjes broer Adolf was omgekomen in de Slag bij Heiligerlee. De huursoldaten konden niet langer betaald worden en het leger viel uiteen.

Verscheidene gebeurtenissen uit Oranjes eerste invasie werden in het Wilhelmus, dat toen voor het eerst werd aangeheven, verwerkt, zoals de dood van Adolf en de confrontatie op het Lanakerveld.

Het zou tot 1572 duren totdat de familie Oranje weer van zich zou laten horen; na de Inname van Den Briel zou Oranjes tweede invasie plaatsvinden.

Bron[bewerken]