Beleg van Zierikzee (1575-1576)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Zierikzee
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Zierikzee 1595 Bor.jpg
Weergave van het beleg van Zierikzee.
Datum oktober, 1575 - 29 juli, 1576
Locatie Zierikzee
Resultaat Inname van Zierikzee door de Spanjaarden
Strijdende partijen
Prinsenvlag.svg Zierikzee
Geuzen
Flag of Cross of Burgundy.svg Spanjaarden
Commandanten
Arend van der Dorp Mondragon
Troepensterkte
1200 man 3000 voetvolk 400 cavalerie

Het Beleg van Zierikzee in 1575 was een door Cristóbal de Mondragón opgezette belegering van het door de Staatsen bezette vestingstad Zierikzee, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Het beleg nam negen maanden in beslag van oktober 1575 tot en met 29 juli 1576, waarna Zierikzee moest capituleren aan de belegeraars.

Inhoud

Voorafgaand [bewerken]

Het Beleg van Bommenede kostte de Spaanse veldheer Cristóbal de Mondragón meer tijd dan voorzien, en had men de tijd in Zierikzee goed weten te benutten. In alle haast waren in het noorden en zuiden van de stad schansen opgeworpen. Munitie, versterkingen en voorraden waren binnen de stad verzameld om een langdurig beleg te kunnen doorstaan. Onder leiding van Arend van der Dorp waren 1200 weerbare mannen binnen de poorten gebracht. Ook werd een tinnen belegeringsmunt geslagen, ter waarde van ruim 150.000 gulden waarmee soldij kon worden uitbetaald.

Er was in tussentijd een volksraadpleging geweest over een eventuele overgave. Echter de meerderheid stemde tegen. Kaspar van Vosbergen, de baljuw van de stad bedacht een list, en ging met Mondragon onderhandelen over een verzonnen overgave van de stad, inclusief enkele schepen welke nog buiten de stad lagen. Mondragon stemde gretig in, en liet de onderhandelaars naar de schepen varen. Aan boord bracht van Vosbergen de scheeplieden op de hoogte van zijn list, en vertelde daarna aan Mondragon dat de scheepslieden het niet eens waren met de plannen, en dat er niets anders op zat deze tijding weer over te brengen aan de bezetting van Zierikzee. Van Vosbergen bood nog aan als gijzelaar achter te blijven, maar daar wilde Mondragon niets van weten. Mondragon gaf een vrije aftocht aan de onderhandelaars en de schepen. Toen Van Vosbergen terug was in Zierikee met de schepen, en daar Spaansgezinden gevangen liet zetten, en de schepen doorzond naar Middelburg zag Mondragon dat hij bedrogen was. Mondragon liet daarop de stad omsingelen en plaatste geschut. Het beleg van Zierikzee was begonnen.

Beleg [bewerken]

Cristóbal de Mondragón

Mondragon kon de stad niet bestormen, maar probeerde wel door een langdurige belegering de stad van toevoer af te snijden en daarmee uit te hongeren. Echter de stad werd tot februari 1576 nog voorzien van proviand door middel van scheepjes die soms op klaarlichte dag onder zware Spaanse beschietingen de haven binnenvoer, soms in het geheim via doorgestoken dijken. Mondragon liet intussen het vaarwater naar de haven afsluiten, en palen met kettingen slaan, en bouwde een pontonbrug. Op de flankerende dijken liet hij geschut plaatsen en liet zijn vloot in een boog voor de brug liggen. Vanuit Zierikzee probeerden scheepjes uitvallen te doen, en levensmiddelen te halen wat niet altijd even veel succes had. Op 12 december wisten de verdedigers met zes roeiboten nog een galjoen in te nemen, en in brand te steken. Zij namen hierbij 12 Spanjaarden gevangen. Op 14 december viel men vanuit de stad het dorp Serooskerke binnen die zij plunderden en in brand staken. Op 14 januari 1576 volgde weer een uitval met veertien bootjes vanuit de stad op het door de Spanjaarden bezette Noordwelle. De Spanjaarden waren de kerk in gevlucht en weigerden overgave. De kerk werd in brand gestoken, waarop de vluchtelingen naar beneden sprongen. Overlevenden werden vermoord. Een pasgeboren kind werd opgevangen en bleef gespaard. De moeder stierf twee dagen later aan haar verwondingen.

Pogingen tot ontzet [bewerken]

Wandkleed met de Staatse aanval op de Spanjaarden van 25 maart 1576

Intussen had Mondragon schansen opgeworpen, en beschikking over extra schepen en versterkingen. De belegerden wisten nog dienstboden buiten de stad te krijgen die met behulp van postduiven aan admiraal Boisot en de Prins van Oranje om een ontzet vroegen. Op 25 maart kwam er echter een Spaanse vloot vanuit Brouwershaven. Vanuit Zierikzee wisten twee galeischepen met twee regimenten deze succesvol te verjagen, waarbij een Spaans Galjoen overvaren werd, acht mannen en een vrouw gevangen namen. De schermutselingen vonden bijna dagelijks plaats. Op 11 april werd een poging tot ontzet ondernomen, en voer een vloot van honderd schepen naar Zierikzee, 50 schepen vanuit Walcheren en 50 schepen vanuit Holland. Dertig waagden een aanval, maar stuitten op zware Spaanse tegenstand. Zij wisten desalniettemin twee Spaanse admiraalschepen te bemachtigen en een schip in brand te steken. De gevechten begonnen vanaf het begin van de avond tot drie uur in de nacht. De volgende dag waagden de Staatsen een tweede poging waarbij ditmaal aan beide kanten zware verliezen werden geleden. Op 4 mei moest men binnen Zierikzee op rantsoen. Eind mei moest een gezin zich behelpen met vier kilo brood per week. Op 27 mei besloot de Prins van Oranje een tweede poging tot ontzet, met een vloot inmiddels aangegroeid tot 150 schepen met 2100 weerbare mannen, en 2000 scheepslieden. Met een postduif was men binnen de stad op de hoogte gebracht om het ontzet te ondersteunen, drie kanonschoten waren het teken om daarmee te beginnen. Intussen probeerden twee schepen de Spaanse schans in te nemen, wat door de eb en verraad van een overloper op een fiasco uitliep. Zij wisten een schip te bemachtigen, en het andere de grond in te boren, waarbij 300 mannen verdronken. De volgende poging was op 1 juni, maar toen de belegeraars uitvielen, en zagen dat er geen ontzet was, gingen zij weer terug in de stad. Het ontzet werd daarop uitgesteld naar 13 juni, maar wederom door een overloper verraden. De Zeeuwse vloot voer hierop terug naar Walcheren. Intussen had binnen de stad de honger toegeslagen, en had men honden, katten en paarden opgegeten. Slechts de soldaten ontvingen dagelijks nog een pond brood. De Prins van Oranje waagde nog een laatste poging tot ontzet en had 2000 Schotse soldaten laten overkomen. De postduif had echter de stad niet kunnen bereiken, en binnen de stad sloegen soldaten aan het muiten. Zij eisten twee maanden soldij, of zouden anders de stad plunderen. De prins moest daarop het ontzet opgeven.

Onderhandelingen tot overgave [bewerken]

Spaans beleg in 1576

Op 20 juni werden tenslotte onderhandelingen begonnen tot overgave, welke op 29 juli werden afgesloten. De stad zou haar vrijheid en rechten behouden, moest echter een schatting betalen van 200.000 gulden, een bedrag van 100.000 werd uiteindelijk kwijtgescholden wegens de verarmde staat van de burgers. Drie welgestelde burgers werden in gijzeling genomen totdat aan het contract was voldaan. Het garnizoen mocht de stad verlaten met stille trom, opgerolde vaandelen, en gedoofde lont. Tijdens de inname van de stad hielden de gijzelaars en van Vosbergen zich echter schuil. Nadat Mondragon bekendmaakte dat diegenen die hem hielpen de doodstraf riskeerden, meldde van Vosbergen zich. Van Vosbergen verklaarde dat ten tijde van oorlog een krijgslist is toegestaan. Mondragon bood hierop een goede positie aan binnen het Spaanse leger, maar dat sloeg van Vosbergen af. Hij werd hierop gevangengezet, maar wist evengoed nog te ontsnappen.

Muiterij en oproer [bewerken]

Kort na de inname van Zierikzee brak muiterij uit onder de Spaanse soldaten. Hun was beloofd dat ze soldij zouden ontvangen na de inname van Zierikzee, maar dit werd niet nagekomen. Op 12 juli grepen ze de wapens, en eisten soldij. De dag erop plunderden en verbrandden ze het dorp Nieuwerkerk. Op 18 juli brak er een oproer uit binnen de wallen, en eisten ze 100.000 gulden binnen twee dagen, waarop uiteindelijk iedere ingezetene werd aangeslagen met een som geld, goederen, of zilver. De goederen werden te Antwerpen en Bergen op Zoom verzilverd, zodat men op 28 augustus nog maar 4000 gulden tekort kwam. Op het platteland was echter alles en iedereen geplunderd en arm gegeten. Toen er niets meer te halen viel, trok het gehele Spaanse leger vervolgens naar Brabant, zodat Mondragon gedwongen was de bezetting van Zierikzee weer op te geven en verliet de stad op 3 november 1576.

Bronnen, noten en/of referenties

bronnen