Slag om Baasrode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Baasrode
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Datum 15 augustus 1579
Locatie Baasrode, Nederlanden
Resultaat Spaanse overwinning, Baasrode verbrand.
Strijdende partijen
Nederlandse Opstandelingen Spanje
Commandanten
Kapitein Schurbrant

Kapitein Balde
François de la Noue
Willem van Oranje

Filips van Egmont
Troepensterkte
3000-3500 infanterie

300 eenheden zware cavalerie
Maritieme escorte van Willem van Oranje

1000 infanterie

onbekend aantal cavalerie

Verliezen
175-275

onbekend aantal burgerslachtoffers

200-350

De slag om Baasrode vond plaats op 15 augustus 1579 en is te kaderen in de Tachtigjarige Oorlog. Baasrode was een belangrijke achterhaven van Antwerpen en in de onmiddellijke nabijheid van de vestingstad Dendermonde. Wanneer de militaire dreiging in de Scheldestreek acuut werd gaf Willem van Oranje het bevel troepen te sturen naar Baasrode en de Baasroodse haven (de dorpskern) om te vormen tot een versterkte vesting. Wanneer de Spaansgezinden een communiqué onderschepten waaruit bleek dat Willem Van Oranje tijdens een doorreis zou overnachten in het havendorp, besloot de graaf van Egmont met een kleine legermacht een raid uit te voeren. Wanneer de slag losbrak bleken de verdedigers en de door hun opgeworpen verdediging niet opgewassen tegen de numeriek superieure Spaanse troepen. Verhoopte versterkingen bleven uit en Baasrode werd na een twee uur durende strijd veroverd, waarna de Malcontenten de hele dorpskern in brand staken. Willem van Oranje wist evenwel tijdig te vluchten naar zijn maritieme escorte, die aan de haven voor anker lag.

Aanleiding[bewerken]

Op 29 juli 1579 rukten de Spanjaarden via Brussel op naar Willebroek. Zij volgden het tracé van het in 1561 voltooide zeekanaal Brussel-Schelde. Onderweg ontmoetten zij relatief weinig tegenstand en in feite was enkel het fort van het kwartier Willebroek aan de monding van de Rupel van militair belang. Dat fort was echter onderbemand en ook qua uitrusting was het er tamelijk pover gesteld. Bij een eventuele grote aanval zou de verdediging ontoereikend zijn. De Hollandse kapitein die de taak had om dit fort te verdedigen verwachtte echter geen vijanden en gaf het bevel aan zijn vendel om de versterkingen te verlaten. Dit was ongeveer een uur voor het Spaanse leger toekwam, dat het lege fort zonder slag of stoot veroverde.

Het verlies van dit bastion had tot gevolg dat een belangrijke communicatielijn naar Brussel werd afgesneden, terwijl het eveneens een gevoelige klap betrof voor de Staatse controle op de Scheldehandel. Het fort was immers van levensbelang voor de verdediging van het maritiem kwartier van Baasrode, een belangrijke achterhaven van Antwerpen. Zodra te Antwerpen bekend werd dat Willebroek gevallen was, zond de Staten-Generaal der Nederlanden, afhankelijk van de bronnen, drie à vier infanterievendels naar Baasrode om deze strategische plaats te beschermen en er de scheepvaart tegen Spaanse aanvallen te vrijwaren. Schepen konden vanuit Antwerpen immers in één tij tot Baasrode varen, en niet tot aan de nabije vestingstad Dendermonde, terwijl Baasrode belangrijk was voor de communicatie en het vervoer van Antwerpen naar zowel Aalst, Dendermonde als Gent. De militaire konvooien die dienden om Brussel en Vilvoorde te versterken werden daarenboven tijdelijk naar Baasrode omgeleid om de haven op korte termijn veilig te stellen en eventueel later vanaf daar te marcheren naar Aalst en Willebroek.

Op de eerste augustus, slechts enkele dagen na de val van Willebroek, werd echter ook de streek tot Nederbaasrode veroverd. Het werd toen duidelijk dat Baasrode binnen afzienbare tijd een doelwit zou worden van de Spanjaarden. In deze dagen durfden de handelsschepen van Antwerpen door de acute militaire dreiging zelfs niet meer tot Baasrode te varen, waardoor het eindpunt veelal Drie Goten werd te Hamme. De Brabantse Scheldeoever tot en met Mariekerke was in Spaans bezit. Het leger van Alexander Farnese, de hertog van Parma leek in deze streek weinig tot geen weerstand te vinden en breidde zijn invloed gestaag uit.

Op dezelfde dag trok prins Willem van Oranje met zijn vertrouwelingen en persoonlijke garde vanuit Antwerpen richting Dendermonde, via de Waaslandse dijk, om te onderzoeken hoe men zich zou verdedigen tegen de toenemende agressie van het Spaanse leger onder Farnese. Op twee augustus werd beslist om aan beide zijden van de Schelde richting Baasrode enkele dijken door te breken, en in het Baasroodse grotere verdedigingswerken aan te leggen om de bewaking van de Schelde richting Antwerpen te verzekeren en als voorpost te dienen van de vestingstad Dendermonde.

De 250 à 375 voornamelijk Gentse soldaten die sinds begin augustus te Baasrode waren gelegerd, kregen daarvoor de onmiddellijke hulp van een militair ingenieur om de Baasroodse haven (samen met de dorpskom) zo snel en efficiënt mogelijk om te vormen tot een fort. Door de nabijheid van de vijandelijke troepen was elke dag van tel. Op de elfde en twaalfde augustus zorgden de Staten-Generaal er daarenboven voor dat de krijgsheren François de la Noue en De Moy met hun Frans en Schots leger naar de vestingstad Dendermonde trokken, om een uitvalsbasis te hebben vanwaaruit de omgeving verdedigd kon worden tegen verdere Spaanse avonturen. Zodra het door Staatsgezinden verdedigde fort Baasrode zou worden aangevallen door Spaanse troepen, zou dit leger tijdig de verdedigers te hulp schieten.

Als bij toeval zou de dreiging evenwel uit andere hoek komen. Eveneens in augustus had er zich een ander leger van (Franssprekende) Malcontenten, onder leiding van de graaf van Egmont, meester gemaakt van de stad Aalst. Vanaf daar werden strooptochten naar de onmiddellijke omgeving gehouden. Dit leger onderschepte een communiqué van de Staatsgezinden, waarin de reisplannen van Willem Van Oranje beknopt werden uiteengezet voor de komende dagen. Daaruit bleek dat Willem in de (voor)avond en nacht van 14 augustus van Antwerpen naar Baasrode zou reizen, waar hij waarschijnlijk de nacht zou doorbrengen, vooraleer ’s morgens naar Dendermonde door te reizen. Dat deed hij immers wel vaker. Gezien het feit dat het versterkte Baasrode werd verdedigd door drie à vier vendels infanterie, er een groot Staatsgezind leger vlakbij te Dendermonde zijn intrek had genomen en men van mening was dat de Spaansgezinde troepen nog niet onmiddellijk een aanval zouden wagen op deze twee goed verdedigde plaatsen, achtte Willem van Oranje deze overnachting vermoedelijk zonder al te veel gevaren. In de avond van 14 augustus marcheerde het Spaanse leger vanuit Aalst naar de Baasroodse haven.

Een plotse grootscheepse raid op Baasrode zou weleens kunnen resulteren in het gevangenschap of de dood van Willem van Oranje, wat de oorlog plots een heel andere wending kon geven. Bovendien was de graaf Van Egmont vertrouwd met Baasrode en hoe de haven strategisch-militair kon worden ingenomen: hij had slechts een maand eerder een korte maar succesvolle expeditie geleid om ‘l’importante place de Baesrode’ te veroveren en zo de scheepvaart naar Gent en Antwerpen te belemmeren. Zijn leger had het dorp toen evenwel snel weer moeten verlaten. Misschien dacht hij dit fijntjes over te doen, slechts de persoonlijke garde van Willem van Oranje te verschalken en zo een eenvoudige maar grootse overwinning behalen voor Spanje. De vraag is of hij weet had van de recent opgeworpen verdedigingswerken te Baasrode. Een bron laat vermoeden van wel, omdat werd vermeld dat de Spaansgezinde troepen ook naar Baasrode marcheerden om de Gentse verdedigers af te maken. De katholieke Malcontenten en calvinistische Gentenaars waren in deze tijden immers in een hevige vete verwikkeld.

De slag om Baasrode[bewerken]

Versterking van de haven[bewerken]

Men zou Baasrode volgens de bronnen uitrusten met kanonnen van het type ‘fauconneau’, een licht artilleriestuk van 1 meter, ongeveer 25 kg, gebruikt in middeleeuwen en vroege renaissance. Het was semi-draagbaar en gebruikt als een antipersoonswapen dat vooral werd aangewend op immobiele versterkingen. Deze kanonnen waren echter nog niet geleverd toen de slag begon.

De aanvoerders van de vendels werden sinds een tweetal weken geadviseerd door een militaire ingenieur die speciaal naar Baasrode was afgevaardigd om te bepalen hoe de loopgraven, grachten, versterkingen, ravelijnen en bolwerken moesten worden aangelegd. Gezien de korte tijdspanne die men bleek te hebben kwam die bouw feitelijk te laat op gang. De grootste tekortkoming door het tijdgebrek was dat er nog geen defensieve kanonnen waren geplaatst in de versterkingen en de nodige munitie ontbrak om het dorp voor geruime tijd te verdedigen.

De aanwezigheid van de prins van Oranje zorgde er daarentegen wel voor dat diens maritieme escorte voor anker lag aan de haven. Die bestond uit verschillende schepen en was bewapend met kanonnen.

Omsingeling[bewerken]

De troepenmacht uit Aalst bestond uit zo'n 1000 infanteristen en een onbekend aantal aan cavalerie. In de nacht van 14 op 15 augustus was het leger aangekomen en werd het versterkte Baasrode snel omsingeld door de troepenmacht, dat zoals gezegd volgens de bronnen vooral uit Franssprekende Malcontenten bestond. Die nacht was het volle maan, wat de aanvallers toeliet om de versterkingen duidelijk te observeren. In tegenstelling tot de voorbije Spaanse successen in de streek nam het gros van de verdedigers van Baasrode, nochtans sterk in de minderheid, niet de vlucht. Dat komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van Willem van Oranje. Het dorp werd nog steeds verdedigd door slechts drie à vier vendels krijgsvolk en een onbekend aantal gewapende inwoners. Een bron vermeldt dat de vendels die dag onder de leiding stonden van de kapiteins Balde (uit Ieper) en Schurbrant (uit Holland), terwijl de derde en eventueel vierde aanvoerder op het moment van de aanval niet aanwezig waren.

De strijd[bewerken]

Een ruwe aanduiding van de verdedigingsgordel te Baasrode en de beschreven aanvalsbewegingen van de Spaansgezinde troepen, geprojecteerd op de Ferrariskaart uit 1777. De dorpskom is op zichzelf in deze periode nauwelijks gewijzigd. In de realiteit zou de verdedigingsgordel met hoeken (ravelijnen) zijn uitgebouwd, maar die kunnen we niet weergeven wegens een gebrek aan bronnen. Op deze afbeelding is de brede droge oever te zien, waarvan de Spaanse cavalerie gretig gebruikmaakte.)

Om tien voor vijf ’s morgens, bij het allereerste ochtendlicht, nam de slag om Baasrode een aanvang. De Spanjaarden en hun bondgenoten vielen met hun volledige leger van 1000 infanteristen en cavalerie tegelijkertijd twee à drie zijden van het dorp aan. Zij trachtten de haven zo snel mogelijk onder controle te hebben en Willem van Oranje gevangen te nemen. De verdediging was nog niet volledig afgewerkt en de aanvallers maakten gebruik van enkele tekortkomingen in de verdedigingsgordel. Het was die morgen eb, wat toeliet aan de cavalerie om via de oeverbedding van de Schelde de versterkingen en loopgraven te omzeilen, die helemaal rondom het dorp waren aangelegd. Zo trachtten de Spanjaarden te voorkomen dat Willem zijn toevlucht zou zoeken tot één van zijn gardeschepen, die nog voor anker lagen aan de haven. Deze schepen zorgden door middel van kanonnen tevens voor maritieme ondersteuning aan de verdedigers.

Een andere aanvalsgroep trok tegelijkertijd het dorp binnen aan de zijde van de heerbaan naar Dendermonde, brak door de verdediging en namen er een gebouw in dat vlakbij de opgeworpen versterkingen lag. Die zet bleek samen met de listige cavalerieaanval een strategische doorslag te hebben tijdens de slag om Baasrode. Volgens de bronnen was het een groot gebouw van waaruit een aanzienlijk deel van de versterkingen getrakteerd kon worden op een verpletterend musketiervuur. Het gaat hier hoogstwaarschijnlijk dan ook om het in deze strijd verloren gegane Hof van Peene, dat aan deze zijde gelegen was en als grootste gebouw van Baasrode (op de kerk na) inderdaad de capaciteit had om een groot aantal schutters te herbergen. De inname van dit belangrijke gebouw zorgde dan ook voor een tweede bres in de verdedigingslinie, terwijl als onmiddellijk gevolg de westelijke toegangsweg naar het dorp werd ingenomen door de Spaanse troepen.

De omsingelden bevonden zich door deze ontwikkelingen in een hopeloze situatie en verloren gaandeweg steeds meer terrein. Reken daar nog bij dat het dorp eveneens werd aangevallen vanuit de steenweg naar Mechelen en het werd duidelijk dat de overlevingskansen van de verdedigers ronduit penibel waren zonder onmiddellijke versterkingen vanuit het leger van François de la Noue, dat nog steeds te Dendermonde was gelegerd en in principe Baasrode te hulp zou moeten komen bij een eventuele aanval. Die verwachte hulp bleef echter uit, terwijl de aanvallers nog steeds onverpoosd aanvalsgolven uitvoerden vanuit alle zijden van het dorp en de stellingen van de Staatsgezinden overrompelden.

Om zeven uur ’s morgens, na ongeveer twee uur stand te hebben gehouden, werden de laatste verzetshaarden definitief uitgeschakeld door het Spaansgezinde leger. De anonieme auteur van het boek waaruit deze informatie werd gehaald weet te vermelden dat het fort Baasrode moedig ten onder ging. Alle voorgaande verloren vestigingen uit de omgeving gingen immers door lafheid en/of nalatigheid ten onder. Van zodra er acuut gevaar dreigde voor de respectievelijke verdedigers, verkozen zij liever te vluchten dan stand te houden. Te Baasrode was dat anders: de troepen die Baasrode verdedigden tijdens de Spaanse aanval werden tot de laatste man afgemaakt, samen met hun aanvoerders.

Zo’n 70 tot 125 soldaten wisten te vluchten naar de nabije vestingstad Dendermonde. Die soldaten hebben naar alle waarschijnlijkheid hun post verlaten, nog voor Baasrode werd omsingeld. Ze liepen volgens een ooggetuige zo snel mogelijk over de heerbaan richting Dendermonde en lieten onderweg hun uitrusting en wapens achter om sneller te kunnen ontkomen. Dit wijst erop dat er minstens 175 tot wel 275 doden te betreuren waren aan de zijde van de Staatsgezinden.

Het is echter moeilijker om een schatting te maken van de slachtoffers bij de Spaansgezinden. De bronnen spreken over een moedige verdediging (vaillante résistence) die het (valeureusement) twee uur lang wist uit te houden tegen een veel groter leger, die bij de uiteindelijke inname van de haven zware verliezen leed (letterlijk: à assez chier coust de leurs gens). Aan de hand hiervan kunnen we de verliezen aan de zijde van de Spaansgezinden schatten op zo'n 200-350 soldaten. Burgerslachtoffers komen in de bronnen nauwelijks voor. Een contemporaine kroniek weet ons wel te zeggen dat "meest alle de borghers met vier veendelen soldaeten vermoort" waren. Indien deze bron correct is, wijst dit erop dat een aanzienlijk deel van de inwoners het dorp niet tijdig wist te verlaten en omkwam in het strijdgewoel.

Hypotheses aangaande het verloop van de strijd[bewerken]

Een realistisch beeld weer van hoe het versterkte Baasrode er zou kunnen hebben uitgezien, moesten de werken tijdig af zijn geraakt. Dat was in 1579 niet het geval. Dit is de (tijdelijke) vesting Baasrode in 1706, waar evenwel maandenlang aan gewerkt was met een groter aantal troepen. Het is duidelijk dat de verdedigers hier in ieder geval hun lessen hebben getrokken uit de Slag om Baasrode. Via een aantal maatregelen werd een aanval langs de zuidelijke toegangsweg en de oeverbedding onmogelijk gemaakt.

Zoals gezegd werden twee tekortkomingen in de verdedigingsgordel de Staatsgezinden fataal. Eén ervan was de westelijke ingang van het dorp, die snel werd overrompeld en waar de inname van het Hof van Peene de hele flank leek te hypothekeren. Op deze flank waren wellicht de regimenten gelegerd waarvan de aanvoerders afwezig waren, aangezien de strijdvaardigheid van de gewone (en vaak onderbetaalde) soldaten op een laag pitje stond, veelal in tegenstelling tot de bevelhebbende officieren. Hier moeten we waarschijnlijk ook de deserteurs lokaliseren: een groep soldaten deserteerde en masse, nog voor het begin van de strijd aangezien ze zonder kleerscheuren Dendermonde wisten te bereiken. Deze zijde was strategisch bekeken ook minder belangrijk, omdat het nabije Dendermonde bij een eventuele verrassingsaanval op de Baasroodse haven over deze steenweg onmiddellijk te hulp zo schieten met het leger van François de la Noue.

De bevelhebbende officieren namen daarom vermoedelijk eerder de andere flanken van het dorp voor hun rekening en oefenden zo een geringere invloed uit op de latere deserteurs. De vlucht van een derde tot een vierde van de verdedigers zorgde ongetwijfeld voor een sterk verzwakte verdedigingslinie aan de westelijke toegangsweg naar het dorp, waardoor de aanvallers relatief snel een bres konden slaan in deze versterkingen en hierbij het Hof van Peene innamen vlakbij de verzwakte flank.

De weerstand die de verdedigers boden aan de Spanjaarden moet in ieder geval nog steeds indrukwekkend geweest zijn, om het twee uur lang uit te houden tegen een beter uitgerust en veel groter leger. De versterkingsgordel te Baasrode, alhoewel onvolledig, moet aanzienlijk zijn geweest, aangezien er zo'n 250-375 soldaten dag en nacht aan gewerkt had, met een onbekend aantal (al dan niet gedwongen) inwoners, onder leiding van een professionele militaire ingenieur. De anonieme getuigenis vermeldt dan ook dat de aanvallers grote verliezen hebben geleden bij de uiteindelijke inname van de Baasroodse haven.

De komst van versterkingen[bewerken]

Rond negen uur 's morgens kwamen de verhoopte versterkingen vanuit Dendermonde eindelijk toe. Het was in ieder geval te laat, het laatste verzet was reeds twee uur daarvoor in de kiem gesmoord door de Spanjaarden. Van Baasrode schoot toen weinig over. De bronnen zijn het erover eens dat de Spanjaarden en hun bondgenoten het hele dorp en de pasgebouwde versterkingen aan de vlammen overlieten. Het Hof van Peene en een groot deel van de kerk gingen eveneens in de vlammen op.

Waarschijnlijk trachtten zij te vermijden dat de in het nauw gedreven Willem van Oranje zich nog ergens verborgen hield in het veroverde dorp. Willem wist evenwel zonder kleerscheuren te ontsnappen, vermoedelijk naar één van zijn gardeschepen op de Schelde voor Baasrode, die de Spaanse aanvalsmacht onophoudelijk bleef bestoken met kanonvuur. Die opzet van de Spaansgezinden was dus mislukt.

Toen de Staatse aanvoerder De la Noue met 28 Franse vendels (2500 à 3000 troepen), 300 eenheden zware cavalerie (lansiers en ruiters met haakbussen) en een paar compagnieën Schotten in de onmiddellijke nabijheid van Baasrode kwam, besloten de Spanjaarden en hun bondgenoten prompt het uitgebrande dorp te verlaten en naar veiligere gebieden te marcheren.

Gevolgen voor Baasrode[bewerken]

Zo werd Baasrode 23 jaar eerder afgebeeld door Pieter Breughel de Oude

Het zou tot een zware veldslag gekomen zijn, moesten de (nu numeriek in de minderheid zijnde) Spaansgezinde troepen zich niet prompt hebben teruggetrokken uit Baasrode. De dag na de slag stond een groot deel van het leger van De la Noue nog steeds aan de restanten van de haven gekampeerd, maar tot een grote slag kwam het niet meer.

Een zevental burgermilitieleden uit Dendermonde trok na de veldslag naar Baasrode om achtergebleven oorlogsmateriaal te recupereren: de stad betaalde “Bernaert Cnop, Joos Cammaert en vijf anderen ter causen sy d’eerste zijn geweest die na den brant van Baserode binnen der selver prochie getreden zijn ende aldaer ghesalveert hebben seker ammonitie van oorloghe als cruyt ende lonten.” Bovendien stuurde de stad de kapitein van de burgers samen met zijn militie naar Baasrode om er alle resterende schepen die aan de Brabantse zijde aangemeerd waren binnen de stad te brengen.

De komende tijd bleef het gevaar loeren te Baasrode, door zowel Spanjaarden en hun bondgenoten als de zogenaamde vrijbuiters. De boten en bootjes die vanuit Antwerpen richting Baasrode wilden varen, durfden het niet aan om hun eindbestemming te naderen, en losten hun passagiers en koopwaren vooral aan de Drie Goten te Hamme, om ze via daar over de weg naar Dendermonde en Gent te transporteren. Nog in hetzelfde jaar werd het kasteel van Ooidonk bij Deinze, in brand gestoken door Gentenaars, volgens een bron enkel en alleen als wraak op het platbranden van Baasrode. Dat lijkt te bevestigen dat er vele Gentenaars onder de rangen waren bij de Baasroodse verdedigers.

Hoewel de Tachtigjarige Oorlog duurde van 1568 tot 1648, bleek iets meer dan het eerste decennium ervan voldoende om het eertijds zo florerende en handelsgerichte Baasrode te reduceren tot een hoop ruïnes. De natuurkrachten richtten uitzonderlijke schade aan door de overstromingen van 1568 en 1570, terwijl de brand van 1570 de dorpskern grondig hertekende. Wanneer in 1579 de slag om Baasrode in alle hevigheid losbrak, was Baasrode dus reeds een deel van haar glorie verloren.

Met de ‘brant van Baserode’ als verwoestende apotheose van de veldslag werd zonder twijfel één der donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van de gemeente ingeluid. De bevolking werd in armoede gedompeld, zover die niet reeds gevlucht was naar andere contreien. Degenen die hun heimat niet wensten te verlaten, werden jarenlang geplaagd door plunderingen en andere straffeloosheid. De handel stond voor het eerst in lange tijd op een bijzonder laag pitje. Het veer van Baasrode werd zelfs afgeschaft en verplaatst naar de Ouden Briel, aan het ‘Schaillien huys’ (het latere Steenovenveer).

Griffier Jan De Neve uit Dendermonde vatte de Baasroodse situatie nuchter samen door te stellen dat de inwoners ‘geheel goedeloos, neeringloos ende moedeloos’ waren. Een reiziger wist in 1593 in zijn notitieboekje neer te pennen dat Baasrode nog steeds “geheel verdestrueert en verbrant” was.

Bronnen[bewerken]

  • Blaes, J.B. en Henne, A. (eds.), ‘Mémoires anonymes sur les troubles des Pays-Bas, 1565-1580’, Brussel, Société de l’histoire de Belgique, 1859-1866, 5 vol.
  • De Kempenare, P., ‘Vlaemsche kronijk: of Dagregister van al het gene gedenkweerdig voorgevallen is, binnen de stad Gent, sedert den 15 July 1566 tot 15 Juny 1585’, Gent, 1839
  • Boeykens, G., 'Geschiedenis van Baasrode', Antwerpen, 1940
  • De Bondt, B., 'Baasrode tijdens de 80-jarige oorlog', Tijdschrift heemkring 'Baceroth', 2009-2010.
  • Jan Van Den Vivere, Chronijcke van Ghendt (herdruk ed. Frans de Potter), Gent, 1885.
  • Maestertius, J., 'Beschryvinghe van de stadt ende landt van Dendermonde, mitsgaders de costumen, statuten, ende usantien soo wel van de stadt ende landt als van het princelyck Leen-hof aldaer zynde', Leiden, 1646
  • Apostolische Nunciatuur, Correspondance du nonce en France: Anselmo Dandino (Kardinaal van Tolomeo Gallio), p. 446 : brief van Dandino aan de kardinaal van Côme, gedateerd op 14 juli 1579 te Parijs.
  • De Thou, A. , Histoire Universelle de Jacques Auguste De Thou: depuis 1543 jusqu'en 1607, Londen, 1734
  • Institute of Historical Research, Calendar of State Papers Foreign, Volume 14: 1579-1580 (1904), august 1579 (16-31) : brief van Jacques De Somere naar William Davison, gedateerd op 16 augustus 1579.
  • Dujardin, B., Histoire générale des Provinces-Unies, Parijs, 1757, vol. 5
  • Henne, A., Wauters, A., Histoire de la Ville de Bruxelles, 1845
  • Hooghe, F., et. al., Het Hof van Peene, Puurs, 2010
  • Maesterius, J., Beschryvinghe van de stadt ende landt van Dendermonde, mitsgaders de costumen, statuten, ende usantien soo wel van de stadt ende landt als van het princelyck Leen-hof aldaer zynde, Leiden, 1646
  • Van Vaernewyck, M., Vanderhaeghen, F.(ed.), ‘Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’, 5 dln, Gent, 1872-1881
  • Von Corvin-Wierzbitzky, O., De tachtigjarige oorlog der Nederlanders tegen de Spaansche overheersching, Amsterdam, 1848, vijf delen.
  • Resoluties van de Staten-Generaal 1576-1630, 1578, p. 515., online te vinden op: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BesluitenStaten-generaal1576-1630
Eerste opstand:
(1567-1570)
Valencijn · Wattrelos · Lannoy · Oosterweel · Eerste invasie (Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Lanakerveld · Geldenaken · Loevestein)
Tweede opstand:
(1572-1576)
Den Briel · Vlissingen · Tweede invasie (Valencijn · Bergen · Saint-Ghislain · Roermond · Diest · Leuven · Mechelen · Dendermonde · Zutphen · Bredevoort · Zwolle · Kampen · Steenwijk) · Oudenaarde · Stavoren · Dokkum · Don Frederiks veldtocht (Mechelen · Diest · Roermond · Zutphen · Naarden · Geertruidenberg · Haarlem · Diemen · Alkmaar) · Vlissingen · Borsele · Zuiderzee · Alkmaar · Leiden · Reimerswaal · Derde invasie · Mookerheide · Lillo · Zoetermeer · Buren · Oudewater · Schoonhoven · Krimpen aan de Lek · Woerden · Bommenede · Zierikzee · Muiden · Aalst · Slag bij Vissenaken · Maastricht · Antwerpen · Spanjaardenkasteel (Gent)
Algemene opstand:
(1576-1578)
Utrecht · Steenbergen · Breda · Amsterdam · Gembloers · Zichem · Beleg van Limburg · Inname van Dalhem · Nijvel · Kampen · Rijmenam · Aarschot · Deventer
Parma's negen jaren:
(1579-1588)
Maastricht · 's-Hertogenbosch · Baasrode · Kortrijk · Delfzijl · Oldenzaal · Groningen · Mechelen · Zwolle · Hardenbergerheide · Coevorden · Halle · Steenwijk · Kamerijk · Doornik · Noordhorn · Breda · Aalst · Oudenaarde · Punta Delgada · Lochem · Eindhoven · Gent · Aalst · Terborg · Antwerpen · Zutphen · Kouwensteinsedijk (Antwerpen) · Amerongen · IJsseloord · Boksum · Axel · Neuss · Rijnberk · Grave · Zutphen · Warnsveld · Venlo · Sluis · Bergen op Zoom · Grevelingen
Maurits' tien jaren:
(1589-1599)
Zoutkamp · Breda · Steenbergen · Veldtocht van 1591 (Zutphen · Deventer · Delfzijl · Knodsenburg · Hulst · Nijmegen) · Steenwijk · Coevorden · Luxemburg · Geertruidenberg · Coevorden · Groningen · Hoei · Grol · Calais · Hulst · Veldtocht van 1597 (Turnhout · Venlo · Rijnberk · Meurs · Grol · Bredevoort · Enschede · Ootmarsum · Oldenzaal · Lingen · Rijnberk · Zaltbommel)
Elf jaren strijd:
(1600-1607)
Nieuwpoort · Rijnberk · Oostende · Sluis · Spinola 1605-1606 (Oldenzaal · Lingen · Bergen op Zoom · Mülheim · Wachtendonk · Kasteel Krakau · Bredevoort · Berkumerbrug · Grol · Rijnberk · Lochem · Grol · Gibraltar
Twaalfjarig Bestand:
(1609-1621)
Gulik-Kleefse Successieoorlog (Gulik) · Wezel · Antwerpen
Eindstrijd:
(1621-1647)
Gulik · Steenbergen · Bergen op Zoom · Veluwe · Breda · Oldenzaal · Grol · Baai van Matanzas · 's-Hertogenbosch · Veluwe · Wesel · Veldtocht langs de Maas (Venlo · Roermond · Maastricht) · Rijnberk · Philippine · Tienen · Schenkenschans · Breda · Venlo · Kallo · Duins · Sint-Vincent · Hulst · Antwerpen · Venlo · Puerto de Cavite